ID.nl logo
Geld nodig voor energiebesparende maatregelen? Zo vind je subsidies en leningen
© AK | ID.nl
Energie

Geld nodig voor energiebesparende maatregelen? Zo vind je subsidies en leningen

Iedereen wil energie besparen, maar de aanschaf van dure isolatie of een prijzige warmtepomp lijkt vaak een hoge barrière. Gelukkig draagt de overheid regelmatig bij in de kosten. Het is alleen een kwestie van uitzoeken waar je deze financiële steun kunt aanvragen. Sommige subsidies worden verstrekt door het Rijk, voor andere kun je bij gemeente of provincie terecht. Een compleet overzicht van waar je in 2024 terecht kunt.

In dit artikel krijg je antwoord op de volgende vragen: 🔋 Voor welke energiebesparende maatregelen is subsidie mogelijk? 🔋 Waar kun je subsidie aanvragen? 🔋 Welke sites moet je zeker checken? 🔋 Wat zijn de valkuilen bij energiebesparende subsidies?

Ook interessant voor jou: Wat kost isoleren en wat levert het op

Landelijke subsidieregeling voor huiseigenaren

Heb je een eigen huis en wil je het huis beter isoleren? Wil je een zonneboiler of warmtepomp laten installeren? Of wil je de woning aansluiten op een warmtenet en heb je daarom een elektrische kookplaat nodig? Voor al deze investeringen stelt de overheid Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) beschikbaar.

Als je kiest voor isolatie, krijg je maximaal 30 procent van de rekening vergoed. Je kunt bijvoorbeeld het dak, een spouwmuur, de gevel of de vloer isoleren of HR++ of triple glas laten plaatsen. Als je twee isolatiemaatregelen laat uitvoeren – of als je één isolatiemaatregel combineert met een warmtepomp of zonneboiler – krijg je tot 30 procent van de rekening terug. Als je één isolatiemaatregel neemt, krijg je grofweg 15 procent terug. Het exacte bedrag hangt af van het aantal vierkante meters en van het type isolatiemateriaal dat je gebruikt. Voor duurzame isolatiematerialen krijg je meer subsidie.

Voor een warmtepomp of zonneboiler hangt de subsidie af van het type dat je laat installeren. Een warmtepomp moet sinds 2024 minimaal energielabel A++ hebben. Voor aansluiting op een warmtenet kun je 3775 euro krijgen en voor een nieuwe inductiekookplaat 400 euro.

Weten welke warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!

Voorwaarden ISDE

Je kunt de subsidie alleen achteraf aanvragen, binnen 24 maanden na de installatie. Dat betekent dat je het geld eerst moet voorschieten. Bovendien moet je nog steeds een flink deel van de rekening zelf betalen. Lukt dat niet? Lees dan verder voor nog meer mogelijkheden, zoals regionale subsidies en leningen.

Een voorwaarde voor subsidie is dat je de maatregelen laat uitvoeren door een deskundig bedrijf. Als je zelf gaat klussen, krijg je geen subsidie. Je krijgt de subsidie van het Rijk maar één keer. Als je al eerder subsidie hebt gehad voor energiebesparende maatregelen, heeft het geen zin om nog een keer subsidie aan te vragen.

Meer informatie over de ISDE en een rekentool vind je op de website van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Kijk goed naar de voorwaarden voor het type maatregel dat je wilt laten uitvoeren. Daarmee voorkom je teleurstellingen achteraf. 

©Robert Poorten

Regionale subsidies en leningen

Het is altijd slim om ook na te gaan of je gemeente of provincie een potje beschikbaar heeft voor energiebesparende maatregelen. Sinds 21 april 2021 mag je deze subsidies combineren met landelijke subsidies. Dat maakt een investering in energie besparen weer een stukje aantrekkelijker. Of je gemeente of provincie subsidie geeft, kun je nagaan met de Energiesubsidiewijzer. Via dit portaal vind je ook gunstige leningen voor verduurzaming. Ook Verenigingen van Eigenaren en huurders kunnen op het portaal terecht. Er zijn onder andere subsidies en leningen mogelijk voor de volgende energiebesparende projecten:

🢒 Woning isoleren
🢒 Groen dak aanleggen
🢒 Zonneboiler
🢒 Warmtepomp
🢒 Inductiekookplaat
🢒 Afsluiten van aardgas

Lees ook: In 4 stappen subsidie op je groendak geregeld!

En voor zonnepanelen?

Voor de aanschaf en installatie van zonnepanelen is geen subsidie mogelijk van het Rijk. Dat betekent niet dat je zelf de volle mep betaalt. Zo hoef je geen btw te betalen over zonnepanelen. Dat scheelt een flink bedrag bij de aankoop. Ook kun je de stroom die je zelf opwekt terugleveren aan het elektriciteitsnet. Dat pakt gunstig uit voor je stroomrekening. 

©Anna Czapnik

Landelijke subsidies voor appartementeigenaren

Als eigenaar van een appartement kun je zelf niet zoveel doen aan verduurzaming van je huis. Dat is een zaak voor de Vereniging van Eigenaren (VvE). Als lid van de VvE kun je natuurlijk wel meepraten over manieren om het appartementencomplex als geheel energiezuiniger te maken. Ook hiervoor is landelijke subsidie beschikbaar via de regeling Subsidie verduurzamen voor verenigingen van eigenaars (SVVE). VvE´s kunnen deze subsidie aanvragen voor energieadvies, voor verduurzamingsmaatregelen en voor een oplaadpuntenadvies voor elektrische auto’s. Zo kun je een appartementencomplex verduurzamen met isolatie, een (hybride) warmtepomp, zonneboiler of een centrale aansluiting op een warmtenet. De VvE moet de subsidie hiervoor vooraf aanvragen.

Voor VvE’s kunnen ook de volgende subsidieregelingen interessant zijn:
Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)
voor het opwekken van stroom door zonnepanelen, windmolens of waterkracht. Hoe meer energie er wordt opgewekt, hoe hoger de subsidie.
Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) voor de aansluiting op een warmtenet van een appartementencomplex dat door huurders en eigenaren samen wordt gebruikt.

Lees ook: Koopappartement verduurzamen? Dat gaat zo

Energiebespaarlening

Heb je het geld voor verduurzaming niet één-twee-drie beschikbaar, dan kun je het misschien lenen. Speciaal voor dit doel is de Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds opgericht. Particulieren en VvE’s kunnen er geld lenen voor isolatie, zonnepanelen, een warmtepomp, zonneboiler en aansluiting op het warmtenet. De Energiebespaarlening heeft een gunstige rente. Je kunt de lening altijd boetevrij vervroegd aflossen. Dat is handig als je de subsidiebetaling binnenkrijgt. 

©Tong_Patong

Subsidie voor een elektrische auto?

Voor een nieuwe middenklasse auto met een prijs tussen de 12.000 en 45.000 euro is 2950 euro subsidie beschikbaar. Voor een gebruikte auto kun je 2000 euro krijgen. Je kunt de subsidie pas aanvragen als je de koopovereenkomst al hebt gesloten. Kijk voor meer informatie over de Subsidie Elektrische Personenauto's Particulieren op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De nieuwe SEPP-aanvraagronde start 9 januari 2024, om 09.00 uur.

Valkuilen

🢒 Aan subsidies zijn strikte voorwaarden verbonden. Zo kun je meestal geen isolatiesubsidie aanvragen voor verduurzaming van een woning die in of na 2019 is gebouwd en ook niet voor verbouwingen waarbij de woning groter wordt gemaakt. Ook zijn er eisen gesteld aan de verbetering die een isolatiemaatregel moet opleveren.
🢒 Maatregelen en installaties die niet op de lijst van RVO staan, kunnen worden afgewezen. Controleer dit dus van tevoren.
🢒 Subsidie kan opraken. Bij de subsidies van de Rijksoverheid kun je zien wat de stand van de subsidie voor dit jaar is. Zo kun je een beetje inschatten of er nog iets over zal zijn als je nog dit jaar subsidie wilt aanvragen.


Vraag een offerte aan voor isolatie:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.