ID.nl logo
Wandverwarming: lekker warm in de kamer via je knuffelmuur
© www.warp-systems.nl
Energie

Wandverwarming: lekker warm in de kamer via je knuffelmuur

Terwijl vloerverwarming meestal tijdens de bouwfase wordt aangebracht, bestaat er ook wandverwarming die zelfs bij de meeste renovaties gemakkelijk toepasbaar is. Het systeem werkt ongeveer hetzelfde als vloerverwarming, maar heeft toch wel enkele bijzondere kenmerken. In combinatie met een warmtepomp kun je hiermee zelfs koelen.

Dit artikel in het kort:

  • Wandverwarming wordt direct in de muur geplaatst en geeft gelijkmatige stralingswarmte af.
  • Geschikt voor kleine ruimtes, of plekken waar de vloer niet opengebroken kan worden.
  • Het systeem kan zowel verwarmen als koelen, afhankelijk van het aangesloten apparaat.
  • Wandverwarming biedt voordelen voor de luchtkwaliteit en is ideaal voor mensen met ademhalingsklachten.
  • Er zijn vier varianten: elektrisch, Clip Rail, Speetile en VarioPanel.
  • Sommige systemen, zoals EasyFlex, kunnen zelfs op ronde muren worden aangebracht.
  • Met speciale stickers kun je veilig boren zonder de verwarmingsleidingen te beschadigen.

Lees ook: Subsidie voor warmtepompen gaat in 2025 omlaag (dus misschien is nu kopen een goed idee)

In de muur

Voor alle duidelijkheid, we hebben het hier over de verwarming die ingebouwd is 'in' de muur met waterleidingen of door middel van een elektrische kabel die een zachte temperatuur afgeeft. Daarbij gaan we dus voorbij aan de verwarming die 'tegen' de muur komt, zoals bijvoorbeeld infraroodpanelen of radiatoren. Bij wandverwarming is de muur één grote maar onzichtbare radiator die de warmte gelijkmatig verdeelt. 

Stralingswarmte

Wandverwarming komt van pas in ruimtes waar de vloeroppervlakte te klein is om te verwarmen met vloerverwarming of in ruimtes waarvan je de vloer niet wilt of kunt openbreken. Je vindt bijvoorbeeld de tegels te mooi of je wilt de houten vloer behouden. Net als bij vloerverwarming produceert wandverwarming een aangename stralingsenergie.

Lees ook: Energiebewust stoken? Dit moet je weten over warmteoverdracht

Stralingswarmte verplaatst zich altijd rechtlijnig, net als de stralen van de zon. Het is uiteraard niet de bedoeling is dat je een grote kast plaatst voor de muur met wandverwarming.  

Verwarmen en koelen

De warmte wordt in de muur gebracht door een elektrisch systeem of door leidingen waarin water circuleert. Deze  polyethyleen leidingen zijn geschikt omwille van hun buigzaamheid, duurzaamheid en weerstand tegen hoge temperaturen. Ze worden aangesloten op de cv-ketel of warmtepomp. Die laatste heeft het voordeel dat je dan in de zomer hetzelfde systeem kunt inzetten om de kamer te koelen. Wanneer je de watertemperatuur instelt op 18 graden, kun je tijdens hittedagen de temperatuur van de wand verlagen om de kamertemperatuur drukken. Een wandverwarming is vooral geschikt voor de badkamer doordat die weinig ruimte inneemt. De stralingswarmte zorgt ook dat de handdoeken sneller drogen en het voorkomt schimmelvorming.

©Ground Picture

De wandverwarming die aangesloten is op een warmtepomp kan ingezet worden om te verwarmen en te koelen.

Voordelen van de knuffelmuur

Wandverwarming wordt gelijkmatig afgegeven en voelt net als vloerverwarming erg behaaglijk. Bepaalde producenten spreken zelfs over een knuffelmuur. De lucht binnenshuis blijft vrij van wervelingen en tocht, terwijl tegelijkertijd de natuurlijke luchtvochtigheid behouden blijft. Convectoren en radiatoren verwarmen vooral de lucht binnenskamers en de luchtcirculatie verspreidt ook stofdeeltjes. Deze oplossing is dus prima geschikt voor mensen met luchtwegenaandoeningen. Daarbij functioneert wandverwarming op erg lage temperaturen. Bovendien heeft de wandverwarming een snelle reactietijd, omdat het in een dunne laag (20 mm tot 27 mm) wordt afgewerkt. 

Nat of droog

Men maakt niet alleen het onderscheid tussen een elektrisch en watergedragen systeem, maar ook tussen een nat en droog systeem. Het eerste betekent dat het wordt afgewerkt met een natte stuclaag die over en door de leidingen van het systeem zal hechten. Bij een droog systeem werkt men met panelen die op rails worden geschroefd.  

Vier varianten 

Bij Climatrix hebben ze vier varianten. 

  • De elektrische variant bestaat uit een glasvezellaag waarop de elektrische kabel wordt bevestigd. Deze elektrische matten zijn verkrijgbaar in oppervlaktes tot 14 vierkante meter. Op de mat kan dan een egalisatielaag of tegellijm worden aangebracht. Bij dit systeem hoort altijd een thermostaat en een sensor. 

  • Clip Rail is een nat systeem, omdat deze verwarming met flexibele kunststofbuis bedekt wordt met pleister of leem. Eerst worden er rails aan de wand bevestigd waar men de flexibele buis klikt. De bochten worden extra ondersteund door kunststof klembochten. Ook hier gebeurt de afwerking door pleister of leem, waarin een wapeningsgaas wordt aangebracht. 

  • Speetile is eveneens een nat systeem waarbij de kunststofmat wordt bedekt met pleister of leem. Je kunt de kunststofmat een beetje uit elkaar trekken, zodat je ze in beperkte mate kunt verlengen tot ze helemaal past. In deze mat klik je de kunststoffen buis waardoor het warme water loopt. Je kunt het volledige systeem aansluiten op de verdeler van de wandverwarming. Dit is een dun systeem. 

  • VarioPanel is een droog systeem. Het bestaat uit gipsplaten waarin de buizen al in de plaat verwerkt zijn. De panelen worden onderaan met elkaar verbonden door middel van een persfitting. De platen van 18 mm dik worden op aluminium studs geschroefd. Daarna vul je de naden tussen de panelen met speciale lijm. 

Ook op ronde muren

Nagenoeg dezelfde droge en natte systemen voor wandverwarming vind je bij Technea.nl. In tegenstelling tot veel andere oplossingen hebben ze hier met EasyFlex een wandverwarmingssysteem dat zelfs kan toegepast worden op ronde vormen. 

©Technea.nl

EasyFlex kan zelfs op ronde vormen aangebracht worden.

DE ACHTERKANT VAN DE MUUR ZORGT VOOR (EEN BEETJE) VERLIES

Bij vloerverwarming verwarmt het afgiftesysteem de vloer en om te vermijden dat het beton daaronder ook een deel van de energie onttrekt, gebruikt men een dikke laag isolatie. Op welke manier vermijdt men bij wandverwarming dat de achterkant van de muur warmte uitstraalt naar onverwarmde kamer of een buitenmuur? De woordvoerder van Climatrix voert aan dat het verwarmingssysteem heel dicht aan de oppervlakte ligt van de kamer die de energie nodig heeft. Er zal altijd wel  een beetje energieverlies zijn aan de achterkant van de muur. Bij een droog systeem is het wel mogelijk om nog een extra isolatie- of reflectielaag aan te brengen onder de aluminium studs.

Warp Systems

We bekijken ook de systemen van Warp Systems uit Nieuwveen. Hier verzekeren ze ons dat alle wandverwarmingssystemen door een handige doe-het-zelver kan worden aangebracht. Het SpeeTile-systeem komt met instructievideo's, een handleiding en een gratis legplan. Je kunt het natuurlijk ook laten installeren door een plaatselijke installateur. 

  • SpeeTile vertrekt van modulaire dunne matten die weinig ruimte innemen. SpeeTile heeft een open structuur, zodat de natte stuclaag prima zal hechten. Eenmaal uitgehard geeft dit systeem zelfs extra stabiliteit aan de stuclaag om scheuren te voorkomen. De Duitse stucproducent Knauf heeft dit systeem trouwens gecertificeerd. De SpeeTube-verwarmingsbuizen liggen direct onder het oppervlak en geven snel hun temperatuur af. Je moet de wandverwarming dus niet dag en nacht laten draaien zoals bij vloerverwarming.  

©Slavomir Valigursky -stock.adobe.com

De verwarmingsbuizen liggen direct onder het oppervlak en dat geeft wandverwarming een hoge reactiesnelheid.
  • SpeeTwall DryFix en Dry Fix is een droogbouw wandsysteem dat vertrekt van kunststof matten, die standaard 120 bij 80 centimeter zijn. Daarop worden  aluminium warmtegeleidingsprofielen geplaatst en daarin past de SpeeTube10 verwarmingsbuis. Hierop worden gipsplaten bevestigd met gipsplaatschroeven. De opbouwhoogte is slechts 27 mm en kan direct afgewerkt worden met gipsplaten zonder droogtijd.  

©ARIE BON FOTOGRAFIE

In het droogbouw wandsysteem SpeeTwall DryFix worden de kunststof leidingen in aluminium geleidingsprofielen geklikt.

GATEN BOREN IN DE WARMTEMUUR

Kun je met een gerust hart een gat in de warmtemuur boren? Jazeker, daar bestaan hulpmiddelen voor, zoals de SpeeTrace warmtedetectiesticker. Het gaat om een speciaal ontwikkelde warmtefolie die bij 28 graden van kleur verandert. Eerst zet je de verwarming van de wand uit en je laat deze afkoelen. Daarna zet je wandverwarming weer aan op een hoge temperatuur. Vervolgens plak je de warmtedetectiesticker op de plaats waar je het gat wilt boren. De sticker zal de locatie waar de leidingen van het systeem zitten met groen markeren. Daar mag je dus niet boren. De sticker blijft zwart op de plekken tussen de leidingen waar je wel mag boren.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.