ID.nl logo
Review Netgear Orbi Wifi 6E AX11000 - Snelste mesh voor een prijs
© Reshift Digital
Huis

Review Netgear Orbi Wifi 6E AX11000 - Snelste mesh voor een prijs

Hoewel Wifi 6 nog maar net op de markt lijkt te zijn, is er in de vorm van Wifi 6E alweer een opvolger. Netgear biedt met de Orbi Wifi 6E AX11000 RBKE963 zijn eerste wifi-mesh-systeem op basis van deze nieuwe wifi-generatie. Wij hebben de nieuwe set getest.

De nieuwe set draagt officieel de lange naam Orbi Quad-band WiFi 6E-mesh-systeem AX11000 (RBKE963), is Netgears eerste wifi-mesh-systeem voorzien van Wifi 6E. Dit is een uitbreiding op wifi 6 waarbij gebruik wordt gemaakt van een nieuwe 6GHz-band naast de al bestaande 2,4- en 5GHz-banden.

Bij het uitpakken valt deze wifi 6E Orbi-set ook om een andere reden direct op, want er zitten zwarte nodes in de verpakking. Tot nu toe waren alle Orbi-systemen alleen leverbaar in het wit, een kleur die goed in de meeste interieurs zou passen. Voor de beste prestaties dien je de satellieten immers in het zicht te zetten. Toch was er vanuit gebruikers vraag naar een zwarte variant en met de nieuwe wifi 6E-set komt Netgear aan die wens tegemoet. De set is overigens ook nog in het wit leverbaar. 

Iets anders dat direct opvalt, is het forse gewicht van maar liefst 1,36 kilogram per stuk. Daarnaast zijn dit met een hoogte van 28 centimeter ook nog eens de grootste torentjes tot nu toe. De set valt (zeker in het zwart) kortom goed op. De vormgeving lijkt dan weer op die van de al bestaande sets.

©PXimport

©PXimport

Ook opvallend: op de router zit op de voorkant een sticker geplakt met daarop het SSID en het wachtwoord van het standaard ingeprogrammeerde netwerk. Handig en wel zo veilig, maar deze sticker bleek wel heel erg goed te plakken en lastig verwijderbaar.

©PXimport

Netgear verkoopt de nieuwe Orbi in sets van drie, vier of vijf stuks met prijzen vanaf 1699 euro voor de set van drie stuks. Er is in tegenstelling tot andere Orbi-systemen vooralsnog geen set met twee stuks verkrijgbaar, de instapprijs naar de nieuwste technologie is dus fors.

Volledig multigigabit

De toevoeging van wifi 6E is niet de enige technische vernieuwing die je ten opzichte van de eerdere varianten krijgt. Netgear heef één van de kritiekpunten van het Wifi 6-topmodel (RBK852 en RBK853) opgelost door nu ook de satellieten van een multigigabit-netwerkaansluiting te voorzien. 

Het gaat om een 2,5Gbit-variant, afdoende voor een wifi 6E-accesspoint. Ook de router is van een 2,5Gbit-aansluiting voor het opzetten van een multigigabitnetwerk voorzien. En de WAN-aansluiting is uitgevoerd in multigigabit met een snelheid tot 10 Gbit/s. Daarnaast zijn zowel de router als satellieten drie gigabit-poorten geplaatst. 

Je zou die multigigabit-poort kunnen gebruiken voor het aansluiten van een multigigabit-apparaat zoals een NAS, maar je kunt er een satelliet natuurlijk ook bedraad mee aansluiten op een multigigabit-netwerk. Uiteraard kun je op de multigigabit-aansluitingen ook normale gigibitapparatuur aansluiten. 

Het blijft wel bij netwerkaansluitingen, een usb-poort zoals we op oudere Orbi-routers zagen ontbreekt. Je kunt Orbi dus niet als veel routers inzetten als een simpele NAS.

©PXimport

©PXimport

Eenvoudige installatie

Netgear gaat voor de installatie primair uit van de Orbi-app die beschikbaar is voor iOS en Android. Om deze app te gebruiken, moet je een Netgear-account aanmaken. Overigens heb je niet per se een smartphone nodig voor de installatie. Je kunt ook met je laptop verbinding maken en naar de webinterface surfen om de installatie af te ronden. 

Die installatie is via zowel de app als webinterface eenvoudig en zorgt ervoor dat de satellieten aan het systeem gekoppeld worden en je netwerk een zelfgekozen SSID krijgt.

De app en webinterface zijn vrijwel hetzelfde als op eerdere Orbi-modellen. Zeker via de webinterface krijg je alle mogelijkheden die je van een router verwacht en voor een wifi-mesh-systeem krijg je veel instelmogelijkheden. Zo kun je het routergedeelte uitschakelen en Orbi instellen als accesspointsysteem als aanvulling op een eigen router. Ook bevat Orbi een VPN-server

Netgear biedt netwerkbeveiliging via Netgear Armour dat gebruikt maakt van Bitdefender-technologie. Helaas kun je de beveiligingstoepassing slechts een maand gratis uitproberen en dien je hierna extra abonnement af te sluiten. Het abonnement loopt via Bitdefender en kost 99,99 euro per jaar. Dat gegeven is overigens niet nieuw, maar voor een set met deze prijs hadden we toch een wat langere probeerperiode verwacht.

De app is minder uitgebreid dan de webinterface, maar biedt genoeg functionaliteit voor de meest veelvoorkomende wijzigingen. Handig is dat je met de app kunt bepalen wat de sterkte van je draadloze netwerk is, iets dat je helpt met het goed positioneren van de satellieten. 

Deze Orbi-set heeft overigens een sterke draadloze backhaul en is niet heel kritisch qua plaatsing. Bij het plaatsen in een huis met verschillende verdiepingen is het wel handig om de nodes relatief bij het trapgat te zetten indien mogelijk.

©PXimport

©PXimport

Orbi biedt nu naast het gastnetwerk ook een apart IoT-netwerk, maar van een uitgebreide scheiding tussen netwerkapparaten op basis van VLAN's is dan weer geen sprake. Zeker als je het systeem in combinatie met een eigen router gebruikt, is er geen mogelijkheid om apparaten echt van de rest van je netwerk te isoleren. Uitgebreidere functionaliteit op dat gebied is gezien de hoge prijs van deze nieuwe set wel iets dat we verwacht hadden.

De Orbi biedt net als de oudere sets normaal gesproken alle frequenties onder één SSID aan en dat zijn bij dit systeem dus de 2,4-, 5- en 6GHz-band. Clients bepalen dan zelf welke frequentieband gekozen wordt en in de praktijk wordt door veel apparaten netjes de snelst mogelijke band gekozen. Toch kun je situaties tegenkomen waarin dat niet vlekkeloos werkt.

Om er zeker van te zijn dat je Wifi 6E-apparaten echt via de 6GHz-band verbinding maken, heb je de mogelijkheid om een apart 6GHz-netwerk aan te zetten. De 6GHz-band is dan overigens ook nog steeds bruikbaar via het normale netwerk. Het systeem ondersteunt wpa3-beveilging en heeft een modus om wpa2 en wpa3 tegelijkertijd aan te beiden.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Dezelfde backhaul

Eerdere topmodellen Orbi-systemen maakten gebruik van een tri-band-configuratie waarbij iedere node van drie radio’s was voorzien: twee voor de clients terwijl de derde gereserveerd werd voor de backhaul. Dit nieuwe wifi 6E-systeem maakt gebruik van een quad-band-configuratie: drie radio’s zijn bedoeld voor clientcommunicatie terwijl de vierde radio voor de backhaul is bedoeld. 

De extra radio ten opzichte van de voorganger is een wifi 6E 4x4-radio op de 6GHz-band met een maximale theoretische snelheid van 4800 Mbit/s. De overige twee clientradio’s zijn bedoeld voor de 2,4- en 5GHz-band en zijn beide uitgevoerd in een 4x4-configuratie voor een maximale snelheid van 1200 en 2400 Mbit/s.

Dan blijft de radio voor de backhaul over en daar is voor het eerst toch iets opmerkelijks mee. De kracht van de topmodellen uit de Orbi-reeks was tot nu toe namelijk dat er voor de draadloze backhaul gekozen werd voor de snelst beschikbare radiotechnologie in een 4x4-configuratie. Dat is bij dit systeem niet het geval, want ten opzichte van de al bestaande wifi 6-systemen is de backhaul niet veranderd. De backhaul maakt ook op dit systeem gebruik van wifi 6 op de 5GHz-band in een 4x4-configuratie voor een maximale theoretische snelheid van 2400 Mbit/s.

Waarschijnlijk is hiervoor gekozen omdat de 5GHz-band een groter bereik heeft dan de snellere 6GHz-band. Bij de backhaul is het bereik immers belangrijker dan bij de clientradio. Opgeteld komen de genoemde maximale snelheden op 10800 Mbit/s, wat afgerond het AX11000-marketinggetal verklaard dat Netgear op de set heeft geplakt.

©PXimport

Testscenario

We hebben de Orbi RBKE963 voor deze review in de praktijk getest in een woning met 2,5 verdiepingen. De ‘begane grond’ van dit appartement is uitgevoerd in split-level. Omdat een groot gedeelte van het appartement in beton is uitgevoerd, is er voor een overal goed presterend wifi-netwerk normaal gesproken voorzien in een bedraad wifi-systeem op basis van drie accesspoints.

Voor de test hebben we de router in het kantoor op het laagste split-levelniveau gezet, terwijl de nodes die dienst doet als satelliet in een slaapkamer (eerste verdieping) en de woonkamer (split-level-verdieping) staan. Op de 2,5GBit/s-lan-poort hebben een testserver met multigigabitaansluiting aangesloten.

Als client hebben we zelf een apparaat voorzien van een Intel wifi 6E-kaartje. Dat zou in theorie een eenvoudige oplossing moeten zijn om een bestaande laptop met wifi 5 of 6 van de nieuwste variant te voorzien. De praktijk blijkt helaas weerbarstiger. Laptops hebben steeds vaker een op het moederbord gesoldeerde wifi-chip, ook als dit een kaartje van Intel is. Uiteindelijk hebben we het Wifi 6E-kaartje daarom in een NUC geplaatst waarin wel een vervangbaar kaartje wordt gebruikt. 

Daarnaast is Wifi 6E echt een moderne aangelegenheid, want in Windows 10 hebben we het ondanks dat het in theorie zou moeten werken niet aan de praat gekregen. Pas na de installatie van Windows 11 werd de 6GHz-frequentie ook daadwerkelijk zichtbaar. Daarnaast is er nog een tweede laptop met een wifi 6-kaartje gebruikt voor het testen van de 5GHZ-band.

©PXimport

Prestaties

Bij het testen blijkt dat wifi 6E daadwerkelijk beter presteert dan wifi 6. In dezelfde ruimte als de router halen we via de 6GHz-band een snelheid van maar liefst 1,12 Gbit/s oftewel flink sneller dan gigabit door de lucht. Wifi 6E lost dus eindelijk de belofte van een echte gigabitverbinding via wifi in. Via wifi 6 op de 5GHz-band bedraag die snelheid op dezelfde plek een nog steeds snelle 875 Mbit/s.

In de woonkamer blijkt dat de RBKE963 ook een uitstekende backhaul heeft. Via de 5GHz-band halen we 782 Gbit/s, terwijl de 6GHz-band met 1,06 Gbit/s nog altijd sneller dan een gigabitverbinding is. Snelheden die flink hoger zijn dan de 429 Mbit/s die we zonder ingeschakelde satelliet halen. Overigens is ook dat een uitstekende score, een teken dat de antenneconfiguratie van deze Orbi-set uitstekend voor elkaar is.

Op de slaapkamer zijn de prestaties zoals bij alle geteste sets een stuk minder en zien we in de resultaten duidelijk de beperking van de backhaul terug, met respectievelijk 721 en 729 Gbit/s scoren beide frequentiebanden identiek. Dat is overigens nog steeds uitstekend en sneller dan bijvoorbeeld de Orbi RBK753 die we in dezelfde omgeving getest hebben.

Al met al is de Orbi RBKE963 hiermee het krachtigste en best presterende wifi-mesh-systeem dat we tot nu getest hebben. Al die kracht komt wel met een nadeel, want het energieverbruik behoort ook tot de hoogste die we gemeten hebben. Wanneer de router weinig doet, is het energieverbruik zo’n 19 watt en dat stijgt tot zo’n 23 watt bij activiteit. Een satelliet die vrijwel niks doet, verbruikt zo’n 16 watt en dat stijgt naar zo’n 21 watt bij activiteit. 

Het minimale energieverbruik voor de geteste set van drie nodes is dus 51 watt en dat wordt al snel meer, want je gebruikt de set immers niet om niks te doen.  Omgerekend is dat minimaal 432 kWh per jaar, iets dat tegenwoordig al snel zo'n 173 euro kost.

Meer tips voor een vlottere draadloze verbinding in je hele huis? Dan is de cursusbundel Thuisnetwerk upgraden iets voor jou!

Conclusie

Met de Orbi Wifi 6E AX11000 biedt Netgear het krachtigste wifi-mesh-systeem dat we tot nu toe getest hebben. Er is alleen één probleem en dat is de prijs. Voor de geteste set die bestaat uit drie nodes wil Netgear 1699 euro hebben. Dat is een forse meerprijs bovenop de al fors geprijsde wifi 6-topmodellen. Zeker omdat je alleen iets aan de extra kracht hebt als je daadwerkelijk in het bezit bent van wifi 6E-clients. 

Heb je een laptop of smartphone die voorzien is van de nieuwste wifi-technologie en heb je echt een draadloze verbinding van meer dan een gigabit nodig, dan kan deze set dat leveren. Daarvoor betaal je niet alleen bij aanschaf flink meer dan voor andere sets, ook het energieverbruik is hoog.

Daar komt bij dat het ondanks de aanwezigheid van multigigabitpoorten en het hoge prijskaartje geen set voor echt geavanceerde gebruikers is. Het blijft een systeem dat ondanks de vooruitstrevende techniek gericht is op de doorsnee consument. Geavanceerde mogelijkheden die semiprofessionele wifi-systemen bieden ontbreken. 

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 1699,- (RBK963(B)), € 2399,- (RBK964(B)), € 2999,- (RBK965(B)) **Kleur** Wit of zwart **Aansluitingen router** 10 Gbit/s WAN-aansluiting, 2,5Gbit/s-netwerkaansluiting, 3 x 10/100/1000-netwerkaansluiting **Aansluitingen satelliet** 2,5Gbit/s-netwerkaansluiting, 3 x 10/100/1000-netwerkaansluiting **Draadloos netwerk** Wifi 6E (4x4-configuratie op de 2,4-, 5GHz- en 6GHz-band) **Draadloze backhaul** Wifi 6 (4x4 op de 5GHz-band) **Extra mogelijkheden** Link-aggregation voor wan-poort, Bedrade backhaul, accesspointmodus **Afmetingen** 27,94 x 19,05 x 8,38 cm **Website** [www.netgear.nl](https://www.netgear.com/nl/home/wifi/mesh/rbke963/)

Plus- en minpunten
  • Multigigabit-aansluitingen
  • Volledig beheer via webinterface
  • Uitstekende prestaties
  • Goede backhaul
  • Hoge prijs
  • Energieverbruik
  • Mist (t.o.v. prijs) geavanceerde mogelijkheden
  • Grote nodes
  • Sommige functionaliteit met abonnement
▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.
▼ Volgende artikel
Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is
Huis

Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is

Wat maakt een koelkast de allerbeste van het jaar? Niet een glanzende folder vol beloftes, maar de dagelijkse ervaringen van echte gebruikers. De Liebherr IRd 3900 is door consumenten van Kieskeurig.nl bekroond met de prestigieuze Best Reviewed van het Jaar-award 2025. Van de slimme EasyFresh-technologie tot het fluisterstille ontwerp en de praktische indeling: lees waarom dit model als de absolute favoriet uit de bus kwam en waarom gebruikers er zo enthousiast over zijn.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Liebherr

Wie een inbouwkoelkast zoekt, heeft enorm veel keuze, maar één model wist het afgelopen jaar de harten van de Nederlandse consument echt te veroveren. Met zijn doordachte design, gebruiksvriendelijke bediening en bewezen betrouwbaarheid is de Liebherr IRd 3900 uitgeroepen tot Best Reviewed van het Jaar 2025. In dit artikel lees je wat deze inbouwkoelkast zo bijzonder maakt – en waarom gebruikers er zo lovend over zijn.

De stem van de consument: Best Reviewed 2025

De beste keuze volgens consumenten – dat is waar het bij Best Reviewed 2025 om draait. Want niets zegt zo veel als de ervaring van andere gebruikers. Jaarlijks delen duizenden consumenten hun eerlijke mening op Kieskeurig.nl. Hun reviews vormen de basis voor de Best Reviewed-awards. De producten die deze titel verdienen, hebben zich een heel jaar lang bewezen in de praktijk: ze blinken uit in kwaliteit, gebruiksgemak en klanttevredenheid. Absolute consumentenfavorieten dus – en in de categorie inbouwkoelkasten is de Liebherr IRd 3900 de winnaar geworden.

Van EasyFresh tot verstelbare indeling

De Liebherr IRd 3900 is een inbouwkoelkast die laat zien waarom het Duitse merk al jaren bekendstaat om betrouwbaarheid en technische vernieuwing. Deze koelkast combineert een strak, tijdloos design met praktische functies die het dagelijks leven makkelijker maken. Dankzij het EasyFresh-systeem blijven groenten en fruit langer vers: de ideale luchtvochtigheid in de lade voorkomt uitdroging en zorgt dat smaak en textuur behouden blijven. Dat maakt het apparaat niet alleen zuinig in gebruik, maar helpt ook voedsel langer goed te houden en verspilling te beperken.

©Liebherr

Wie de deur opent, merkt direct de doordachte indeling. Het interieur en de deurvakken zijn over de volledige hoogte verstelbaar, zodat je er moeiteloos alles in kwijt kunt wat koel moet blijven: of dat nu hoge flessen zijn of een brede ovenschotel. Fijn daarbij is dat de glazen draagplateaus tot wel 30 kg kunnen dragen. Daarbij zorgt de heldere LED-plafondverlichting voor een perfect overzicht, zelfs wanneer de koelkast vol is. De bediening verloopt via een intuïtief Touch-display, waarmee je supersnel de temperatuur of functies kunt aanpassen. Bovendien is de IRd 3900 voorbereid op SmartHome-toepassingen (accessoire). Liebherr biedt, na registratie, maar liefst 10 jaar garantie op dit model – dat doe je als merk natuurlijk alleen maar wanneer je helemaal overtuigd bent van je product.

©Liebherr

Waarom gebruikers enthousiast zijn

Die combinatie van slimme technologie en gebruiksgemak is ook precies wat consumenten zo waarderen. Uit tientallen reviews op Kieskeurig.nl blijkt dat gebruikers de IRd 3900 een uitzonderlijk hoge gemiddelde score van 9,1 geven. De koelkast wordt geroemd om zijn stille werking – "Dan zet je hem aan en hoor je nagenoeg niets! Heerlijk stille koelkast!" – en om de praktische indeling die volgens velen "fijn en flexibel" is. Ook wat betreft dagelijks gemak scoort de IRd 3900 hoog. "Door het digitale display makkelijk in te stellen naar de gewenste koeltemperatuur", zegt een van de reviewers. Een ander voegt daar nog aan toe: "Mooie heldere verlichting … Makkelijke display, goed zichtbaar en makkelijk te bedienen." Daarnaast valt op dat veel reviewers de energiezuinigheid en afwerking noemen als pluspunten: het apparaat voelt degelijk aan en doet precies wat het belooft.

©Liebherr

Een optelsom van kwaliteiten

De reden dat de Liebherr IRd 3900 de titel Best Reviewed van het Jaar 2025 heeft gewonnen, ligt dus in de optelsom van al deze kwaliteiten. Hij combineert gedegen techniek met praktische voordelen die in het dagelijks leven écht verschil maken. Of het nu gaat om de versheid van producten, het handige display of het overzichtelijke interieur: deze inbouwkoelkast weet consumenten te overtuigen in alles wat ertoe doet. En dat maakt de Liebherr IRd 3900 niet alleen een technisch sterk product, maar vooral een betrouwbare huisgenoot waar mensen jarenlang plezier van hebben.

Een eerlijk oordeel

Natuurlijk is geen enkel product perfect. Gebruikers op Kieskeurig.nl zijn ook kritisch: sommige kopers vinden de groente- en fruitlade aan de kleine kant of noemen dat er sneller condens kan ontstaan. Een paar mensen geven ook aan dat je even moet wennen aan het instellen via het display, en dat de montage van de deur wat meer aandacht vraagt. Tegelijk zie je waarom dat voor de meeste kopers geen struikelblok is. Ze benadrukken vooral hoe stil de koelkast is, hoe ruim hij aanvoelt en hoe makkelijk je de indeling aanpast aan wat je in huis haalt. Daardoor wegen die minpunten voor veel mensen niet op tegen wat je dagelijks merkt: rust in de keuken, goed overzicht en een indeling die je naar eigen wens kunt aanpassen.

Ontdek alle pluspunten van de Liebherr IRd 3900

Op Kieskeurig.nl