ID.nl logo
Review Netgear Orbi Wifi 6E AX11000 - Snelste mesh voor een prijs
© Reshift Digital
Huis

Review Netgear Orbi Wifi 6E AX11000 - Snelste mesh voor een prijs

Hoewel Wifi 6 nog maar net op de markt lijkt te zijn, is er in de vorm van Wifi 6E alweer een opvolger. Netgear biedt met de Orbi Wifi 6E AX11000 RBKE963 zijn eerste wifi-mesh-systeem op basis van deze nieuwe wifi-generatie. Wij hebben de nieuwe set getest.

De nieuwe set draagt officieel de lange naam Orbi Quad-band WiFi 6E-mesh-systeem AX11000 (RBKE963), is Netgears eerste wifi-mesh-systeem voorzien van Wifi 6E. Dit is een uitbreiding op wifi 6 waarbij gebruik wordt gemaakt van een nieuwe 6GHz-band naast de al bestaande 2,4- en 5GHz-banden.

Bij het uitpakken valt deze wifi 6E Orbi-set ook om een andere reden direct op, want er zitten zwarte nodes in de verpakking. Tot nu toe waren alle Orbi-systemen alleen leverbaar in het wit, een kleur die goed in de meeste interieurs zou passen. Voor de beste prestaties dien je de satellieten immers in het zicht te zetten. Toch was er vanuit gebruikers vraag naar een zwarte variant en met de nieuwe wifi 6E-set komt Netgear aan die wens tegemoet. De set is overigens ook nog in het wit leverbaar. 

Iets anders dat direct opvalt, is het forse gewicht van maar liefst 1,36 kilogram per stuk. Daarnaast zijn dit met een hoogte van 28 centimeter ook nog eens de grootste torentjes tot nu toe. De set valt (zeker in het zwart) kortom goed op. De vormgeving lijkt dan weer op die van de al bestaande sets.

©PXimport

©PXimport

Ook opvallend: op de router zit op de voorkant een sticker geplakt met daarop het SSID en het wachtwoord van het standaard ingeprogrammeerde netwerk. Handig en wel zo veilig, maar deze sticker bleek wel heel erg goed te plakken en lastig verwijderbaar.

©PXimport

Netgear verkoopt de nieuwe Orbi in sets van drie, vier of vijf stuks met prijzen vanaf 1699 euro voor de set van drie stuks. Er is in tegenstelling tot andere Orbi-systemen vooralsnog geen set met twee stuks verkrijgbaar, de instapprijs naar de nieuwste technologie is dus fors.

Volledig multigigabit

De toevoeging van wifi 6E is niet de enige technische vernieuwing die je ten opzichte van de eerdere varianten krijgt. Netgear heef één van de kritiekpunten van het Wifi 6-topmodel (RBK852 en RBK853) opgelost door nu ook de satellieten van een multigigabit-netwerkaansluiting te voorzien. 

Het gaat om een 2,5Gbit-variant, afdoende voor een wifi 6E-accesspoint. Ook de router is van een 2,5Gbit-aansluiting voor het opzetten van een multigigabitnetwerk voorzien. En de WAN-aansluiting is uitgevoerd in multigigabit met een snelheid tot 10 Gbit/s. Daarnaast zijn zowel de router als satellieten drie gigabit-poorten geplaatst. 

Je zou die multigigabit-poort kunnen gebruiken voor het aansluiten van een multigigabit-apparaat zoals een NAS, maar je kunt er een satelliet natuurlijk ook bedraad mee aansluiten op een multigigabit-netwerk. Uiteraard kun je op de multigigabit-aansluitingen ook normale gigibitapparatuur aansluiten. 

Het blijft wel bij netwerkaansluitingen, een usb-poort zoals we op oudere Orbi-routers zagen ontbreekt. Je kunt Orbi dus niet als veel routers inzetten als een simpele NAS.

©PXimport

©PXimport

Eenvoudige installatie

Netgear gaat voor de installatie primair uit van de Orbi-app die beschikbaar is voor iOS en Android. Om deze app te gebruiken, moet je een Netgear-account aanmaken. Overigens heb je niet per se een smartphone nodig voor de installatie. Je kunt ook met je laptop verbinding maken en naar de webinterface surfen om de installatie af te ronden. 

Die installatie is via zowel de app als webinterface eenvoudig en zorgt ervoor dat de satellieten aan het systeem gekoppeld worden en je netwerk een zelfgekozen SSID krijgt.

De app en webinterface zijn vrijwel hetzelfde als op eerdere Orbi-modellen. Zeker via de webinterface krijg je alle mogelijkheden die je van een router verwacht en voor een wifi-mesh-systeem krijg je veel instelmogelijkheden. Zo kun je het routergedeelte uitschakelen en Orbi instellen als accesspointsysteem als aanvulling op een eigen router. Ook bevat Orbi een VPN-server

Netgear biedt netwerkbeveiliging via Netgear Armour dat gebruikt maakt van Bitdefender-technologie. Helaas kun je de beveiligingstoepassing slechts een maand gratis uitproberen en dien je hierna extra abonnement af te sluiten. Het abonnement loopt via Bitdefender en kost 99,99 euro per jaar. Dat gegeven is overigens niet nieuw, maar voor een set met deze prijs hadden we toch een wat langere probeerperiode verwacht.

De app is minder uitgebreid dan de webinterface, maar biedt genoeg functionaliteit voor de meest veelvoorkomende wijzigingen. Handig is dat je met de app kunt bepalen wat de sterkte van je draadloze netwerk is, iets dat je helpt met het goed positioneren van de satellieten. 

Deze Orbi-set heeft overigens een sterke draadloze backhaul en is niet heel kritisch qua plaatsing. Bij het plaatsen in een huis met verschillende verdiepingen is het wel handig om de nodes relatief bij het trapgat te zetten indien mogelijk.

©PXimport

©PXimport

Orbi biedt nu naast het gastnetwerk ook een apart IoT-netwerk, maar van een uitgebreide scheiding tussen netwerkapparaten op basis van VLAN's is dan weer geen sprake. Zeker als je het systeem in combinatie met een eigen router gebruikt, is er geen mogelijkheid om apparaten echt van de rest van je netwerk te isoleren. Uitgebreidere functionaliteit op dat gebied is gezien de hoge prijs van deze nieuwe set wel iets dat we verwacht hadden.

De Orbi biedt net als de oudere sets normaal gesproken alle frequenties onder één SSID aan en dat zijn bij dit systeem dus de 2,4-, 5- en 6GHz-band. Clients bepalen dan zelf welke frequentieband gekozen wordt en in de praktijk wordt door veel apparaten netjes de snelst mogelijke band gekozen. Toch kun je situaties tegenkomen waarin dat niet vlekkeloos werkt.

Om er zeker van te zijn dat je Wifi 6E-apparaten echt via de 6GHz-band verbinding maken, heb je de mogelijkheid om een apart 6GHz-netwerk aan te zetten. De 6GHz-band is dan overigens ook nog steeds bruikbaar via het normale netwerk. Het systeem ondersteunt wpa3-beveilging en heeft een modus om wpa2 en wpa3 tegelijkertijd aan te beiden.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Dezelfde backhaul

Eerdere topmodellen Orbi-systemen maakten gebruik van een tri-band-configuratie waarbij iedere node van drie radio’s was voorzien: twee voor de clients terwijl de derde gereserveerd werd voor de backhaul. Dit nieuwe wifi 6E-systeem maakt gebruik van een quad-band-configuratie: drie radio’s zijn bedoeld voor clientcommunicatie terwijl de vierde radio voor de backhaul is bedoeld. 

De extra radio ten opzichte van de voorganger is een wifi 6E 4x4-radio op de 6GHz-band met een maximale theoretische snelheid van 4800 Mbit/s. De overige twee clientradio’s zijn bedoeld voor de 2,4- en 5GHz-band en zijn beide uitgevoerd in een 4x4-configuratie voor een maximale snelheid van 1200 en 2400 Mbit/s.

Dan blijft de radio voor de backhaul over en daar is voor het eerst toch iets opmerkelijks mee. De kracht van de topmodellen uit de Orbi-reeks was tot nu toe namelijk dat er voor de draadloze backhaul gekozen werd voor de snelst beschikbare radiotechnologie in een 4x4-configuratie. Dat is bij dit systeem niet het geval, want ten opzichte van de al bestaande wifi 6-systemen is de backhaul niet veranderd. De backhaul maakt ook op dit systeem gebruik van wifi 6 op de 5GHz-band in een 4x4-configuratie voor een maximale theoretische snelheid van 2400 Mbit/s.

Waarschijnlijk is hiervoor gekozen omdat de 5GHz-band een groter bereik heeft dan de snellere 6GHz-band. Bij de backhaul is het bereik immers belangrijker dan bij de clientradio. Opgeteld komen de genoemde maximale snelheden op 10800 Mbit/s, wat afgerond het AX11000-marketinggetal verklaard dat Netgear op de set heeft geplakt.

©PXimport

Testscenario

We hebben de Orbi RBKE963 voor deze review in de praktijk getest in een woning met 2,5 verdiepingen. De ‘begane grond’ van dit appartement is uitgevoerd in split-level. Omdat een groot gedeelte van het appartement in beton is uitgevoerd, is er voor een overal goed presterend wifi-netwerk normaal gesproken voorzien in een bedraad wifi-systeem op basis van drie accesspoints.

Voor de test hebben we de router in het kantoor op het laagste split-levelniveau gezet, terwijl de nodes die dienst doet als satelliet in een slaapkamer (eerste verdieping) en de woonkamer (split-level-verdieping) staan. Op de 2,5GBit/s-lan-poort hebben een testserver met multigigabitaansluiting aangesloten.

Als client hebben we zelf een apparaat voorzien van een Intel wifi 6E-kaartje. Dat zou in theorie een eenvoudige oplossing moeten zijn om een bestaande laptop met wifi 5 of 6 van de nieuwste variant te voorzien. De praktijk blijkt helaas weerbarstiger. Laptops hebben steeds vaker een op het moederbord gesoldeerde wifi-chip, ook als dit een kaartje van Intel is. Uiteindelijk hebben we het Wifi 6E-kaartje daarom in een NUC geplaatst waarin wel een vervangbaar kaartje wordt gebruikt. 

Daarnaast is Wifi 6E echt een moderne aangelegenheid, want in Windows 10 hebben we het ondanks dat het in theorie zou moeten werken niet aan de praat gekregen. Pas na de installatie van Windows 11 werd de 6GHz-frequentie ook daadwerkelijk zichtbaar. Daarnaast is er nog een tweede laptop met een wifi 6-kaartje gebruikt voor het testen van de 5GHZ-band.

©PXimport

Prestaties

Bij het testen blijkt dat wifi 6E daadwerkelijk beter presteert dan wifi 6. In dezelfde ruimte als de router halen we via de 6GHz-band een snelheid van maar liefst 1,12 Gbit/s oftewel flink sneller dan gigabit door de lucht. Wifi 6E lost dus eindelijk de belofte van een echte gigabitverbinding via wifi in. Via wifi 6 op de 5GHz-band bedraag die snelheid op dezelfde plek een nog steeds snelle 875 Mbit/s.

In de woonkamer blijkt dat de RBKE963 ook een uitstekende backhaul heeft. Via de 5GHz-band halen we 782 Gbit/s, terwijl de 6GHz-band met 1,06 Gbit/s nog altijd sneller dan een gigabitverbinding is. Snelheden die flink hoger zijn dan de 429 Mbit/s die we zonder ingeschakelde satelliet halen. Overigens is ook dat een uitstekende score, een teken dat de antenneconfiguratie van deze Orbi-set uitstekend voor elkaar is.

Op de slaapkamer zijn de prestaties zoals bij alle geteste sets een stuk minder en zien we in de resultaten duidelijk de beperking van de backhaul terug, met respectievelijk 721 en 729 Gbit/s scoren beide frequentiebanden identiek. Dat is overigens nog steeds uitstekend en sneller dan bijvoorbeeld de Orbi RBK753 die we in dezelfde omgeving getest hebben.

Al met al is de Orbi RBKE963 hiermee het krachtigste en best presterende wifi-mesh-systeem dat we tot nu getest hebben. Al die kracht komt wel met een nadeel, want het energieverbruik behoort ook tot de hoogste die we gemeten hebben. Wanneer de router weinig doet, is het energieverbruik zo’n 19 watt en dat stijgt tot zo’n 23 watt bij activiteit. Een satelliet die vrijwel niks doet, verbruikt zo’n 16 watt en dat stijgt naar zo’n 21 watt bij activiteit. 

Het minimale energieverbruik voor de geteste set van drie nodes is dus 51 watt en dat wordt al snel meer, want je gebruikt de set immers niet om niks te doen.  Omgerekend is dat minimaal 432 kWh per jaar, iets dat tegenwoordig al snel zo'n 173 euro kost.

Meer tips voor een vlottere draadloze verbinding in je hele huis? Dan is de cursusbundel Thuisnetwerk upgraden iets voor jou!

Conclusie

Met de Orbi Wifi 6E AX11000 biedt Netgear het krachtigste wifi-mesh-systeem dat we tot nu toe getest hebben. Er is alleen één probleem en dat is de prijs. Voor de geteste set die bestaat uit drie nodes wil Netgear 1699 euro hebben. Dat is een forse meerprijs bovenop de al fors geprijsde wifi 6-topmodellen. Zeker omdat je alleen iets aan de extra kracht hebt als je daadwerkelijk in het bezit bent van wifi 6E-clients. 

Heb je een laptop of smartphone die voorzien is van de nieuwste wifi-technologie en heb je echt een draadloze verbinding van meer dan een gigabit nodig, dan kan deze set dat leveren. Daarvoor betaal je niet alleen bij aanschaf flink meer dan voor andere sets, ook het energieverbruik is hoog.

Daar komt bij dat het ondanks de aanwezigheid van multigigabitpoorten en het hoge prijskaartje geen set voor echt geavanceerde gebruikers is. Het blijft een systeem dat ondanks de vooruitstrevende techniek gericht is op de doorsnee consument. Geavanceerde mogelijkheden die semiprofessionele wifi-systemen bieden ontbreken. 

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 1699,- (RBK963(B)), € 2399,- (RBK964(B)), € 2999,- (RBK965(B)) **Kleur** Wit of zwart **Aansluitingen router** 10 Gbit/s WAN-aansluiting, 2,5Gbit/s-netwerkaansluiting, 3 x 10/100/1000-netwerkaansluiting **Aansluitingen satelliet** 2,5Gbit/s-netwerkaansluiting, 3 x 10/100/1000-netwerkaansluiting **Draadloos netwerk** Wifi 6E (4x4-configuratie op de 2,4-, 5GHz- en 6GHz-band) **Draadloze backhaul** Wifi 6 (4x4 op de 5GHz-band) **Extra mogelijkheden** Link-aggregation voor wan-poort, Bedrade backhaul, accesspointmodus **Afmetingen** 27,94 x 19,05 x 8,38 cm **Website** [www.netgear.nl](https://www.netgear.com/nl/home/wifi/mesh/rbke963/)

Plus- en minpunten
  • Multigigabit-aansluitingen
  • Volledig beheer via webinterface
  • Uitstekende prestaties
  • Goede backhaul
  • Hoge prijs
  • Energieverbruik
  • Mist (t.o.v. prijs) geavanceerde mogelijkheden
  • Grote nodes
  • Sommige functionaliteit met abonnement
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.