ID.nl logo
Huawei Mesh 7 - De goedkoopste tri-band mesh-set
© Reshift Digital
Huis

Huawei Mesh 7 - De goedkoopste tri-band mesh-set

De markt voor wifi-mesh-systemen wordt al jaren gedomineerd door namen als Netgear, TP-Link en ASUS. We keken dan ook uit naar de introductie van een nieuwe speler in de vorm van de Huawei Mesh 7. Huawei heeft een lange geschiedenis met netwerkapparatuur, dus we hopen op spektakel. Wat prijs betreft begint het in elk geval goed, want de Mesh 7 is de goedkoopste tri-band mesh-oplossing met wifi 6 van dit moment.

De meeste mesh-oplossingen bestaan uit elegante witte kastjes, en Huawei volgt met de Huawei Mesh 7 wat dat betreft de bekende weg. De ietwat ovale 24,5 x 7,5 x 15 cm grote kastjes zijn netjes gebouwd, elegant om te zien en voorzien van vier netwerkaansluitingen wat wij altijd een plus vinden. Elk kastje is voorzien van drie banden (tri-band), wat sets als deze beter geschikt maakt voor actief internettende gezinnen dan dual-band budgetalternatieven.

Multi-gigabit ontbreekt echter, al is dat beperkt waardevol voor mensen die een betaalbare oplossing zoeken en tevens niet ongebruikelijk in dit prijssegment. Ondersteuning voor de jongste wifi 6E-techniek ontbreekt ook, iets waar je van zal profiteren de komende jaren en in de nipt duurdere Deco XE75 wel te vinden is. 

©PXimport

Software en Installatie

In deze volwassen markt is geen ruimte voor beginnersfouten, maar hoewel dit Huaweis eerste grote uitrol is van mesh-producten, is Huawei geen beginner op netwerkgebied en dat merk je aan de installatie. Die is kinderlijk eenvoudig via de app voelt niet minder volwassen aan dan die van mesh-veteranen. Ook zijn de meest gevraagde opties eenvoudig op te zetten, denk aan een tijdelijke pauzeknop om de verbinding van de kinderen even stop te zetten, verdere opties voor ouderlijk toezicht en het opzetten van een gastnetwerk.

Huawei kiest net als Netgear en TP-Link voor een app met een duidelijke “less is more” ondertoon. Als je echt geavanceerde instellingen wilt tweaken zit je hier net als bij de meeste mesh-oplossingen aan het verkeerde adres, alleen ASUS doet dat significant anders. Huawei richt zich hier bewust op gebruikers die gewoon wifi willen zonder instellingen te veranderen.

Testmethode

De testlocatie waar we deze set getest hebben betreft een jong vrijstaand woonhuis waarbij geen sprake is van storing vanuit wifi-verbindingen uit de buurt. De vloeren zijn echter wel van beton wat een uitdaging vormt voor routers en mesh-oplossingen. We testen over drie woonlagen.

We testen met twee computers voorzien van Wifi 6E. Als testserver gebruiken we een server met een multi-gigabit-netwerkaansluiting die we bedraad op het mesh-systeem aansluiten. Dit legt de bottleneck bij het te testen product. (Let op: de meeste routers, switches en computers zijn beperkt tot 1 gigabit, de hogere snelheden die je in sommige van onze testen ziet zijn enkel haalbaar in combinatie met multi-gigabit apparatuur. Ook mesh-oplossingen zonder 2,5- of 10Gbit/s-poorten zullen tot deze 1 Gbit/s worden beperkt).

We hebben gekozen voor drie specifieke testscenario’s. Test 1 richt zich puur op de maximaal haalbare snelheid (capaciteit van de antennes) van elke individuele unit. Deze test voeren met uit met onze laptops op enkele meters van en met direct zicht op de hoofdunit op een kastje in de woonkamer. Dit is dus tevens wat je grofweg mag verwachten wanneer je kiest om een satelliet elders in huis wél bedraad aan te sluiten, bijvoorbeeld als je op één locatie in huis echt de maximale snelheid wilt zien op je laptop.

Voor test 2 en 3 richten we ons specifiek op de mesh-prestaties en de kwaliteit van de verbinding tussen de satellieten onderling. We plaatsen een tweede satelliet in de hal één verdieping hoger. Voor test 2 testen we de twee apparaten in de nabijheid van deze tweede satelliet, hierdoor zien we vooral wat de onderliggende backhaul van een mesh-systeem in huis heeft.

Voor test 3 nemen we beide laptops wederom één verdieping hoger en testen we wederom via de satelliet op de eerste verdieping. Hier leunen we dus zowel op de backhaul van het mesh-systeem, als de signaalsterkte per satelliet op iets langere afstand en met hinder van muren en plafond.

©PXimport

Prestaties

De resultaten van Huawei zetten ons aan het denken. Er valt namelijk wel één en ander op af te dingen. Zo zien we rondom de units geen volledige verzadiging van de gigabit lan-aansluiting (775 Mbit/s), een resultaat dat wat lager uit valt door wat meer zichtbare schommelingen dan we op andere sets zien. Soms zien we hogere snelheden, maar nu we met twee apparaten testen zien we af en toe wat dips die we elders niet zagen. Aan de andere kant is bijna 800 Mbit/s gemiddeld zeker geen slecht resultaat en niet heel anders dan andere sets in dit segment. Een gemiddelde Ziggo-verbinding trek je er tenslotte nog mee vol.

Hetzelfde gaat op voor de verbinding op de satelliet; zo’n 500 Mbit/s op de eerste verdieping is eigenlijk keurig, al zien we ook dat je voor iets meer geld wel degelijk hogere resultaten kunt halen. Op zolder meten we net geen 300 Mbit/s. Dat is slechts iets minder dan de uitstekende doch duurdere Netgear Orbi RBK75x, al is de nipt duurdere TP-Link Deco XE75 met Wifi 6E nog wat sneller. (ca. 400 Mbit/s).

Conclusie

Wanneer een nieuwe fabrikant een markt betreedt, zoeken we naar de toegevoegde waarde. Eenvoudig is dat niet bij wifi-mesh-systemen, waar prestaties uiteindelijk de doorslag geven. Dat de nieuwe Huawei Mesh 7 naar verwachting presteert, stabiel functioneert en voorzien is van een eenvoudige installatie en gebruiksvriendelijke app is natuurlijk fijn, maar was eigenlijk ook gewoon een harde eis om sowieso mee te mogen doen in deze harde markt.

Hoewel we graag echte innovaties hadden gezien qua mogelijkheden tekenen we ervoor dat ze in plaats daarvan de aanval openen op prijs: 299 euro voor een set van twee mesh-units is een positieve ontwikkeling. En dat is voor een relatief nieuwe set, we verwachten dat die prijs nog wat zal zakken. Dat is overigens ook noodzakelijk, want als ze zich op prijs willen richten moeten ze concurreren met de andere grote Chinese fabrikant die graag op de kleintjes let: TP-Link. Die biedt met zijn Deco XE75 PRO voor iets meer geld één van de allersnelste oplossingen op de markt, inclusief wifi 6E en multi-gigabit lan-aansluitingen.

Kortom, de Mesh 7 is een uitstekende eerste stap van Huawei in deze markt. Het is niet de snelste of de beste, maar wel één die je serieus kan overwegen als hij een significant prijsvoordeel weet te bieden ten opzichte van de andere alternatieven in de tabel en je dat belangrijker vindt dan zaken als wifi 6E.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 299,- (2-pack) **Wifi-standaard** Wifi 6 **Band-configuratie** Tri-band **Wifi-klasse** AX6600 **Prijs set van 2** € 299,- **Prijs set van 3** (of 2+1) € 448,- **Afmetingen router** 22 x 7,5 x 15 cm **Afmetingen satelliet** 22 x 7,5 x 15 cm **Kleuropties** Wit **Bedrade backhaul mogelijk** Ja **Wan-poort router** 1x 1 Gbit **Lan-poorten router** 3x 1 Gbit **Lan-poorten nodes** 4x 1 Gbit **App iOS/Android** Ja **Webinterface** Ja **AP-modus** Ja **Gastnetwerk** Ja **Snelheid naast router (2 devices)** 775 Mbit/s **Snelheid 1e verdieping (1 hop, 2 devices)** 492 Mbit/s **Snelheid zolder (1 hop, 2 devices)** 297 Mbit/s **Website** [www.huawei.com]( https://consumer.huawei.com/nl/routers/wifi-mesh7/)

Plus- en minpunten
  • Aantrekkelijk prijskaartje
  • Gebruiksvriendelijke app en installatie
  • Ruim voldoende prestaties
  • Geen wifi 6E
  • Geen multi-gigabit-poorten
  • Andere sets wat sneller
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.