ID.nl logo
Sony Xperia X - De Xperia hartenbreker
© Reshift Digital
Huis

Sony Xperia X - De Xperia hartenbreker

De Xperia X is een premium-smartphone in een gloednieuwe X-lijn, die de Xperia Z vervangt. De Xperia X oogt als een nieuw Sony-juweel. Maar helaas zet de X de teloorgang van Z door.

Sinds de introductie van de Xperia Z heb ik altijd al een zwakje gehad voor de smartphones van Sony. Ontwikkelaars durfde te vernieuwen, met bijvoorbeeld een waterdichte behuizing. De toestellen zagen er fraai en onderscheidend uit en konden qua specs, beeldscherm en camera prima meekomen met de grote concurrenten Apple en Samsung. Bovendien was ik altijd erg positief over de keurige accuduur en subtiele skin die over Android werd gelegd. Lees ook: Welke smartphone heeft de beste camera?

©PXimport

Gek genoeg hebben de Xperia Z’s nooit het succes gekend dat ze verdienden en het klad begon er een beetje in te komen, waardoor het laatste Xperia Z5-model al steekjes liet vallen. Bovendien liet de mooie Android-skin steeds meer overbodige bloatware zien zoals antivirus-apps. Terwijl de concurrentie op alle fronten voorbij streefden: bijvoorbeeld op de camera, op de prijs of bouwkwaliteit. Sony leek stil te zitten, en in de smartphone-wereld is stilstand achteruitgang. Een nieuwe X-lijn zou door Sony een mooi aangrijppunt kunnen zijn om weer positief op te vallen.

Hartenbreker

Maar hier is waar mijn hart (dat voor de eerste Xperia Z’s juist sneller klopte) breekt. De Xperia X is niet onderscheidend, maar Sony vraagt daar wel de hoofdprijs voor.

Aan het uiterlijk ligt het niet. De smartphone ziet er net als de andere Xperia’s mooi uit en de bouwkwaliteit is uitstekend met een mooi afwerking van licht gebold glas en metaal. Mede dankzij z’n prima schermformaat (5 inch, 12,7 cm) ligt het toestel goed in de hand. Aan de rechterkant zit de vingerafdrukscanner in de aan-knop verwerkt, wat mij betreft is dit de ideale implementatie van zo’n scanner. Het vastpakken en indrukken plus ontgrendelen tegelijk voelt heel natuurlijk, en werkt bovendien erg vlot.

©PXimport

Gepiel en gepeuter

Aan de linkerkant vind je een klepje dat je kunt losmaken om de sim- en geheugenkaart te plaatsen. Hier is geen paperclip of ander prikkertje voor nodig. Voor peuteraars als ik niet echt een vooruitgang, want je trekt eenvoudig het simkaartslot naar buiten. Dat zou in principe niet zo erg zijn, ware het niet dat Sony het toestel steeds opnieuw laat opstarten als het klepje loskomt. Het is meerdere malen voorgekomen dat ik een benchmark opnieuw moest starten door m’n onbewuste gepiel, daar had ik bij de vorige Xperia Z’s nooit last van, ondanks dat deze ook klepjes had. Voor velen zal dit geen problemen opleveren, maar wie zich ermee kan identificeren kan maar beter meteen een hoesje voor de Xperia X bijbestellen.

Hoewel de bouwkwaliteit weer snor zit, heeft het toestel een opvallende concessie. De Xperia X is niet waterdicht. En dat terwijl Sony zich hier altijd juist mee onderscheidde en andere smartphone-fabrikanten dit nog steeds aan het overnemen zijn. En terecht, het is gewoon een prettig gevoel dat een regenbui of omgevallen glas cola je niet meteen een dure telefoon kosten.

Middelmaat

Sony laat de steken vallen bij de specificaties. Een Snapdragon 650-processor (hexacore, maximaal 1,8 GHz) is een leuke processor voor een smartphone in de middenklasse. Prestaties zijn dan ook niet geweldig, vooral als je wilt gamen. En dat verwacht je wel van een smartphone die bij het uitbrengen zo’n 650 euro moest kosten. Het is dan ook niet gek dat de winkelprijs van de Xperia X al flink daalt. Intussen kun je de smartphone voor zo’n 500 euro krijgen, maar dat lijkt nog steeds wat duur. Vooral als je het vergelijkt met bijvoorbeeld de OnePlus 3, die betere specs biedt dan de Xperia X voor zo’n 400 euro.

Waar de Xperia X nog wel goede punten mee scoort zijn het beeldscherm en de accuduur. Als je een beetje zuinig te werk gaat is dagelijks laden geen must. Ook toen ik het toestel een paar dagen per ongeluk ongebruikt aan liet staan, was het toestel nog steeds direct klaar voor gebruik. Het scherm is helder en laat kleuren goed tot zijn recht komen, dat is ook goed te zien aan de kunstzinnige standaardachtergrond van de Xperia X. De full-HD-resolutie is keurig voor het schermformaat bij normaal gebruik. Maar voor VR iets minder geschikt.

©PXimport

Ondanks dat de prestaties wat minder zijn bij zware apps draait Android wel vloeiend. Op dit moment is het nog Android 6 (Marshmallow), maar Sony heeft intussen al bekendgemaakt dat er een update aankomt voor Android 7.0. De skin van Sony is zoals vertrouwd minimaal en mooi. Alleen gaat Sony weer flink de mist in met bloatware. Misleidende antivirus, Kobo, Amazon Shopping (terwijl Amazon niet eens actief is in Nederland!), Swiftkey. Als klap op de vuurpijl wordt je ook nog eens door deze apps constant lastiggevallen in het notificatiemenu. Juist op een dure smartphone, die qua specificaties niet meekomt gebruikers hiermee opzadelen valt niet goed te praten.

Camera

De camera’s van Sony zijn altijd een uitstekende keuze voor een betaalbare prijs. Helaas is dat niet altijd zo vanzelfsprekend geweest op smartphones. Sony wist aardig mee te komen, maar verliest hier de concurrentie steeds verder uit het oog. Nog steeds is het raar dat de sensor 23 megapixel telt, maar foto’s standaard in 8 megapixel worden geschoten. Je hoeft gelukkig niet meer diep in de instellingen te duiken om de resolutie maximaal op te hogen. Maar toch voelt die 23 megapixel meer aan als iets waar de marketing-afdeling van Sony mee kan opscheppen, dan dat je er als gebruiker ook echt wat aan hebt.

De kwaliteit is echter niet heel bijzonder. Kleuren komen goed tot hun recht en de focus werkt goed, vooral de toevoeging dat bewegende objecten gevolgd kunnen worden met de focus is handig. Alleen lijken foto’s niet bijzonder scherp, kleuren lopen soms in elkaar over. Bij weinig licht is het erger en treed bovendien snel bewegingsonscherpte op. Dit is een probleem wat ik met het testen van de vorige Xperia’s ook al had. Vooral vergeleken met de cameraprestaties in het donker van de Galaxy S7, is de camera toch wat teleurstellend.

©PXimport

Conclusie

Ik vraag me hardop af wie Sony probeert te bereiken met de Xperia X. Het toestel oogt duidelijk van Sony, maar mist toch identiteit, unieke pluspunten. Alles is middelmaat, behalve de prijs. Bovendien wordt de waterdichtheid ook aan de kant geschoven. Voor een euro of 400 zou dit een leuk toestel zijn, waarbij ik het beeldscherm, accuduur en vingerafdrukscanner in een mooie Sony-behuizing als prettig ervaar. Maar vergeleken met toestellen in dezelfde prijsklasse raad ik de Xperia X af.

Oké
Conclusie

Sony Xperia X ------------- Prijs: € 519,- **Kleuren:** Zwart, wit, goud, roze **OS:** Android 6.0 (Marshmallow) **Scherm:** 5 inch LCD (1920 x 1080) **Processor:** 1,8 GHz hexacore (Snapdragon 650) **RAM:** 3GB **Opslag:** 32GB (uitbreidbaar met geheugenkaart) **Batterij:** 2620 mAh **Camera:** 23 MP (achter), 13 MP (voor) **Connectiviteit:** 4G (LTE), Bluetooth 4.1, wifi, nfc, gps **Formaat:** 14,3 x 6,9 x 0,8 cm **Gewicht:** 152 gram **Website:** [www.sonymobile.com](http://www.sonymobile.com/nl/products/phones/xperia-x)

Plus- en minpunten
  • Behuizing
  • Accuduur
  • Beeldscherm
  • Vingerafdrukscanner
  • Prijs
  • Bloatware
  • Specificaties
  • Niet waterdicht
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.