ID.nl logo
De tien beste EV’s voor de caravan in 2024
© Auteursrechtelijk beschermd
Mobiliteit

De tien beste EV’s voor de caravan in 2024

Op vakantie met de caravan is voor menig EV-eigenaar een uitdaging, want lang niet elke EV heeft een trekhaak. Maar welke elektrische auto's kunnen wel degelijk op pad met de caravan? Wij zetten de tien beste keuzes op een rij voor de lease-rijder én privé-rijder.

Caravan + elektrische auto? In dit artikel lees je hoe je bepaalt welke auto geschikt is en we vertellen je wat dé 10 EV-caravantrekkers van het moment zijn: • BMW iX • Tesla Model X • Nio EL7 en ET7 • Audi E-Tron • Volvo EX40 en EC40 • Alle Mercedes-Benz EQ-modellen • Kia EV6 • Hyundai Ioniq 5 • Smart#1 • Tesla Model Y

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Ook interessant: Elektrisch op reis – tips voor een succesvolle roadtrip met je EV

De trekhaak is niet direct de meest voorkomende optie bij veel elektrische auto’s. Dat heeft met meerdere factoren te maken, waaronder de plaatsing van het accupakket en het verkleinen van de actieradius zodra een auto een aanhanger moet trekken. Echter, producenten van EV’s weten maar al te goed dat het ontbreken van een trekhaak voor menigeen een harde dealbreaker is. En dus komen er steeds meer elektrische auto’s met trekhaken op de markt, waarbij een groot deel meer dan geschikt is om een caravan te trekken. We zetten de tien beste opties op een rij.

Hoe kiezen we de beste auto?

Voordat we een lijst van tien EV’s geven die volgens ons de beste caravantrekkers zijn, wil je natuurlijk weten welke criteria we gehanteerd hebben. Volgens ons moet een goede caravantrekker eigenlijk aan twee simpele voorwaarden voldoen:

⭐ 1: Het moet een auto zijn waar een gemiddeld gezin mee op vakantie kan
⭐ 2: De auto moet over een trekgewicht van minimaal 1.200 kilogram beschikken

Het eerste punt heeft te maken met de bruikbaarheid van de EV. Hoe praktischer de auto, hoe meer hij geschikt is voor een trip naar een camping in het zuiden van Europa. Tegelijk is de trekkracht van minimaal 1.200 kilogram belangrijk, omdat de auto dan een vrij grote selectie caravans aankan en niet alleen geschikt is voor de kleinste modellen.

Caravans en de actieradius

Een andere belangrijke noot vooraf heeft te maken met de actieradius. Wanneer je een caravan trekt met een EV wordt die flink kleiner. Volgens de ANWB kun je de door de fabrikant opgegeven actieradius rustig in tweeën delen als je een faire inschatting wilt maken van hoe ver je kunt komen op een vol accupakket met een caravan. Weet dus dat je bij het reizen met een caravan en een elektrische auto goed moet plannen als het gaat om het maken van tussenstops.

De tien beste EV’s voor de caravan

1: BMW iX (maximaal trekgewicht: 2.500 kg)

De BMW iX is een ruime SUV van Duitse komaf, die geldt als een zeer complete gezinsauto. Met een maximaal trekgewicht van 2.500 kilogram zijn er weinig caravans die deze Beamer niet kan verteren. Houd wel rekening met een ferm prijskaartje, want de BMW iX kost in zijn kaalste, minst krachtige uitvoering al meer dan tachtigduizend euro.

©Uwe Fischer

BMW iX

2: Tesla Model X (maximaal trekgewicht 2.268 kg)

Een andere grote speler op de elektrische markt is natuurlijk het Amerikaanse Tesla. Met de Tesla Model X heeft deze fabrikant een grote SUV neergezet, die tegelijk goed is voor een dikke 2200 kilogram als het gaat om het trekgewicht. Ook bij deze Tesla geldt: kom met een goedgevulde portemonnee. Nieuw gaat dit model niet voor minder dan een ton weg.

3: Nio EL7 en ET7 (maximaal trekgewicht: 2.000 kg)

De Nio EL7 en ET7 zijn nieuwkomers in Nederland en telgen uit de grote reeks Chinese EV’s die de Europese markt in de afgelopen jaren hebben betreden. En Nio weet wat de Europese koper wil: een caravan trekken. De EL7 is een fraaie SUV, terwijl de ET7 een sportief ogende sportback is, die gebruikmaakt van dezelfde techniek.

4: Audi E-Tron (maximaal trekgewicht: 1.800 kg)

De Audi E-Tron is Audi’s antwoord op de BMW iX (of is het andersom?) en biedt een vergelijkbare hoeveelheid luxe, ruimte en snelheid. De trekkracht van de Audi E-Tron is niet misselijk, maar kan met 1.800 kilogram niet tippen aan de BMW. Net zoals de BMW beschikt de E-Tron altijd over vierwielaandrijving, wat bijdraagt aan het gemak waarmee je de caravan over de Alpen trekt.

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

5: Volvo EX40 en EC40 (maximaal trekgewicht 1.800 kg)

Deze twee Volvo’s zijn technisch identiek en verschillen van elkaar op het gebied van de vormgeving. De EX40 is een conventioneel vormgegeven SUV, terwijl de EC40 een schuin aflopende daklijn heeft en meer op een coupé lijkt. Hoe dan ook: beide uitvoeringen kunnen een stevige caravan trekken. Overigens heetten deze Volvo’s vóór 2024 de XC40 en de C40, een feitje dat niets verandert aan de technische specificaties – en dus de trekkracht.

6: Alle Mercedes-Benz EQ-modellen (maximaal trekgewicht: 1.800 kg)

Een beetje valsspelen is het wel, maar de cijfers liegen niet. Zowel de Mercedes-Benz EQA, de EQB, de EQC, de EQE en de ultradikke EQS hebben een maximaal trekgewicht van maximaal 1.800 kilogram. De EQA is de kleinste SUV van het setje, de EQS de grootste. Stuk voor stuk zijn het zeer capabele gezinswagens en naarmate de letters oplopen, wordt het prijskaartje hoger.

©Mercedes-Benz AG – Communications & Marketing

Mercedes-Benz EQS

7: Kia EV6 (maximaal trekgewicht: 1.600 kg)

De Kia EV6 wordt alom geprezen wegens zijn grote bruikbaarheid, uitstekende prestaties en – voor deze lijst niet onbelangrijk – zijn uitstekende trekkracht. Of je nou kiest voor de instapper of het model met vierwielaandrijving, de EV6 trekt altijd maximaal 1.600 kilogram. En met een prijskaartje dat nieuw niet iets boven de helft van bijvoorbeeld de Tesla Model X ligt, is de EV6 prima waarde voor je geld.

8: Hyundai Ioniq 5 (maximaal trekgewicht 1.600 kg)

Als de schoenen van Back to the Future een auto zouden zijn, zou het de Hyundai Ioniq 5 zijn. Deze vooruitstrevende SUV van Zuid-Koreaanse komaf doet het uitstekend op de Nederlandse markt, mede dankzij zijn fraaie, minimalistische vormgeving. Daarbij zit de auto ook bijzonder goed in elkaar en trekt hij de gemiddelde caravan moeiteloos door Europa.

9: Smart #1 (maximaal trekgewicht: 1.600 kg)

De naam ‘Smart’ stond ooit voor de kleinste auto’s die onder de naam ‘auto’ verkocht mochten worden, maar inmiddels is dat niet langer het geval. Zeker, je kan die kleine ForTwo nog altijd kopen, maar nu Smart in Chinese handen is, heeft de elektrische revolutie dit merk ook bereikt. En met de Smart #1 heeft het merk een fraaie, compacte EV in handen die prima uit de voeten kan met een caravan.

10: Tesla Model Y (maximaal trekgewicht: 1.600 kg)

De Tesla Model Y is het kleine broertje van de Tesla Model X en dat vertaalt zich onder andere naar een lager trekgewicht. Dat gezegd hebbende, is een trekgewicht van 1.600 kilogram nog altijd meer dan genoeg voor de gemiddelde caravanrijder. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.