ID.nl logo
EV-profiel BMW iX1 - Kleinste SUV levert grote prestaties
© Igor Stuifzand
Mobiliteit

EV-profiel BMW iX1 - Kleinste SUV levert grote prestaties

Van de meeste nieuwe modellen die BMW de laatste tijd heeft gepresenteerd, verscheen meteen een volledig elektrische versie. De BMW iX1 is de EV-variant van de kleinste SUV uit het programma van het Duitse merk, de X1. We maken kennis met de meest krachtige versie: de iX1 xDrive30.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Eerst even een rondje om de BMW iX1

In de zomer van 2022 werd de derde generatie van de BMW X1 gepresenteerd. Vergeleken met het vorige model groeide de nieuwe X1 zowel in de lengte, in de breedte als in de hoogte enkele centimeters. De afstand tussen de voor- en achteras (de wielbasis) werd daarbij ook iets verlengd, en dat is goed nieuws voor de beschikbare binnenruimte.

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Ten opzichte van het vorige model is de nieuwe X1 vooral te herkennen aan de hoekigere neus, waarbij de voor BMW kenmerkende ‘nieren’ tussen de koplampen een maatje groter zijn geworden. Bij de elektrisch aangedreven BMW iX1 zijn deze nieren afgesloten met een gedecoreerde plaat, waarin de radar voor de adaptieve cruisecontrol schuilgaat. Los van het iX1-embleem op de achterklep is deze neusplaat het enige detail waaraan je de elektrische iX1 kunt onderscheiden van de versies met benzine- en dieselmotor.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Vanbinnen is er bij de nieuwe modelgeneratie veel veranderd. Het dashboard met de klassieke ronde instrumenten ging op de schop. Ervoor in de plaats is een volledig digitaal, licht gebogen breedbeeldscherm gekomen. Bovendien is de door BMW jarenlang toegepaste en tot perfectie verfijnde iDrive-knop op de middentunnel verdwenen. Je bedient tal van functies nu via het centrale aanraakscherm.

Een traditionele keuzehendel voor de rijrichting heeft de iX1 niet; je kiest met een kleine tuimelschakelaar of je vooruit of achteruit wilt. Het interieur is prachtig afgewerkt en BMW past erg mooie materialen in zijn modellen toe. De optieprijslijst van de iX1 is een dik boekwerk: als het budget toereikend is, kan de koper helemaal losgaan op de aankleding van de auto.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Wat zijn de batterij- en vermogensopties?

Basisversie is de BMW iX1 eDrive20. Dit model wordt aangedreven door een enkele, voorin geplaatste elektromotor. Deze levert een maximumvermogen van 204 pk bij een hoogste koppel van 250 Nm. De auto beschikt over een batterij met een netto capaciteit van 64,7 kWh. Met een vastgesteld gemiddeld stroomverbruik van 15,4 kWh/100 km (WLTP) zou de iX1 eDrive20 in standaard specificatie een afstand van 475 kilometer halen op een volle batterij. Een warmtepomp met geïntegreerd warmte- en koelsysteem voor het interieur is standaard.

Daarnaast levert BMW de tweemotorige iX1 xDrive30. De elektromotor voor- en achterin verdelen een gecombineerd vermogen van 272 pk en een maximumkoppel van 494 Nm over de voor- en achterwielen. Met een hendeltje links aan het stuur kan een vermogensboost worden opgeroepen en staat er kortstondig 313 pk tot je beschikking. Met zo veel kracht ligt een sprintje vanuit stilstand naar 100 km/u in 5,6 seconden binnen bereik.

De iX1 xDrive30 beschikt eveneens over de 64,7kWh-batterij. Vanwege het hogere motorvermogen en het extra gewicht dat de tweede elektromotor met zich meebrengt, is het gemiddelde stroomverbruik vastgesteld op 16,9 kWh/100 km (WLTP), goed voor een maximale actieradius van 438 kilometer.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Hoe snel laadt de BMW iX1 op?

Het pakket batterijen dat in de vloer en onder de achterbank in de auto is gelegd, werkt met een spanning van 286 volt. Snelladen blijft beperkt tot een vermogen van 130 kW – menig concurrent streeft de BMW iX1 daarin voorbij. Snelladen van 10 naar 80 procent ‘State of Charge’ neemt volgens BMW 29 minuten in beslag.

Standaard is de iX1 uitgerust met een 11kW-boordlader; een 22kW-boordlader is optioneel te verkrijgen. De laadpoort zit boven het rechter achterwiel, wat ons betreft een handige plek. Wanneer je parallel aan de straat moet parkeren om bij te laden, zit de aansluiting aan de stoepzijde.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Is het beloofde verbruik in de praktijk haalbaar?

Voor een goede verbruiksindicatie rijden we met elke elektrische testauto dezelfde route van 170 kilometer. Deze route leidt door de stad met veel verkeer en verkeerslichten, via provinciale en secundaire wegen en over enkele snelwegtrajecten, waar we de cruisecontrol op 100 km/u en 130 km/u vastzetten. We leggen onze verbruiksronde na de avondspits af, om bij 130 km/u geen snelheidsovertredingen te riskeren en druk (vracht)verkeer zoveel mogelijk te ontlopen. We maken van de verbruikstest geen race of recordpoging ‘zuinig rijden’, en proberen met elke testauto zoveel mogelijk dezelfde rijstijl aan te houden. We zetten de airco op 21 graden en schakelen (indien aanwezig) het regeneratief remmen of ‘one-pedal driving’ altijd in.

Voor de verbruikstest hadden we de beschikking over de tweemotorige BMW iX1 xDrive30. De testauto staat op 20-inch wielen met 245/40-banden, in plaats van de standaard 17-inch wielen met 225 mm brede banden. Door de extra rolweerstand heeft het brede rubber beslist invloed op het energieverbruik. We verwachten daarom dat het door BMW opgegeven gemiddelde stroomverbruik van 16,9 kWh/100 km moeilijk te benaderen is.

Het weer is de iX1 echter gunstig gezind: het is licht bewolkt en er staat weinig wind. De boordcomputer geeft bovendien een comfortabele buitentemperatuur aan. De iX1 toont zich op de verbruiksronde van zijn beste kant en overtreft al onze verwachtingen: wanneer we auto op het eindpunt van onze route weer aan de laadpaal hangen, geeft de boordcomputer een gemiddeld verbruik aan van 16,7 kWh/100 km. Zuiniger dan BMW belooft! Op een volle accu zou daarmee een range van 388 kilometer haalbaar zijn.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Is de BMW iX1 een praktische auto?

BMW heeft bij de ontwikkeling van de nieuwe X1 veel aandacht besteed aan de zogenaamde ‘packaging’, oftewel de verdeling van de batterij, elektromotoren en aanverwante randapparatuur over het platform, waarbij zo min mogelijk leefruimte voor de inzittenden wordt opgeofferd.

Ten opzichte van de X1 met benzinemotor levert de elektrische iX1 maar heel weinig nuttig bruikbare bagageruimte in. De kofferbak van de iX1 heeft een inhoud van 495 liter. Dat is een verwaarloosbare 5 liter minder dan de benzineversie te bieden heeft. Met de achterbank neergeklapt past er een lading van 1495 liter achterin – een verschil van slechts 50 liter ten opzichte van de benzine-X1. Extra laadruimte voorin – een ‘frunk’ – ontbreekt echter.

Het trekvermogen van de iX1 is afhankelijk van de gekozen aandrijflijn. De standaardversie iX1 eDrive20, met zijn enkele elektromotor en voorwielaandrijving, mag maximaal 750 kilo trekken. De krachtiger iX1 xDrive30 heeft ook tussen de achterwielen een elektromotor, waarmee vierwielaandrijving wordt gecreëerd. Voor deze versie staat een geremde aanhangwagen met een maximumgewicht van 2000 kilo voorgeschreven. Dat maakt van de iX1 xDrive30 een uitstekende caravantrekker.

©Igor Stuifzand | ID.nl

En hoe rijdt dat nou, zo’n BMW iX1?

Wanneer je van stevig doorrijden houdt, zul je het verlaagde onderstel in combinatie met de grote 20-inch wielen van de testauto beslist waarderen. Je voelt dat de auto stevig contact met het wegdek onderhoudt, de auto reageert scherp op je stuurbewegingen en de brede banden rollen resoluut over het asfalt. Korte hobbeltjes en bobbeltjes voel je duidelijk. Daarvan moet je een liefhebber zijn.

Gaat je voorkeur uit naar meer veercomfort, dan kun je die 20-inch wielen beter laten zitten en kiezen voor de standaard 17-inch wielen. Daarbij hebben de banden een hogere wang en dus meer absorptievermogen. Standaard beschikt de iX1 xDrive30 over elektronisch gestuurde schokdempers. Tussen de bedrijvigheid van de 20-inch wielen door voelen we dat het onderstel van de testauto ook zijn zachte kant wil laten zien. Met name op de snelweg ontpopt de iX1 zich tot een heerlijk comfortabele reisauto, waarin je met plezier werk uit handen geeft aan de prettig functionerende semi-autonome rijhulpsystemen.

Met een paraat motorvermogen van 294 pk kom je hoogstzelden sprintkracht tekort. Als je wilt, win je vrijwel elk stoplichtduel. Met de Boost-hendel achter het stuur kun je kortstondig gebruikmaken van 313 pk, maar dat bewijst eigenlijk alleen in uiterste noodgevallen zijn nut. Een verkeerd ingeschatte inhaalactie los je eenvoudig op door de Boost-hendel aan te trekken, zodat er geen reden tot paniek is. Met een gewicht van bijna 2.000 kilo roept de iX1 xDrive30 echter weinig sportieve aspiraties op. Afgezien van enkele uit pure nieuwsgierigheid geboren Boost-sprintjes hebben we tijdens de testperiode geen moment de behoefte gevoeld om de stuurhendel veelvuldig ter hand te nemen.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Hoe ziet het kostenplaatje eruit?

Voor SEPP-aanschafsubsidie komt de BMW iX1 niet in aanmerking. De basisversie eDrive20 is er voor iets meer dan 48.000 euro (private lease via BMW vanaf 799 euro). Daarmee blijft hij keurig onder de magische grens van de 50.000 euro, en past hij bij veel zakelijke rijders binnen het leasebudget. Concurrenten zijn bijvoorbeeld de Volvo XC40 Recharge Pure Electric Single Motor en Volkswagen ID.4 met 204 pk.

Gaat je voorkeur uit naar de krachtiger iX1 xDrive30 met standaard verlaagd onderstel, adaptieve schokdempers en 2000 kilo trekvermogen, dan betaal je bijna 58.000 euro (private lease vanaf 839 euro). Zit er nog meer geld in de kas? Lees de optieprijslijst dan op je gemak na en leef je uit! Alternatieven voor de iX1 xDrive30 zijn bijvoorbeeld de Mercedes EQB 350 4Matic en Audi Q4 e-tron 45 quattro.\

©Igor Stuifzand | ID.nl

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.