Wie met de elektrische auto naar Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk of Noord-Italië rijdt, moet er niet van uitgaan dat laden overal ongeveer hetzelfde kost. De verschillen zijn juist groot. Bij een brandstofauto zie je de literprijs direct op de pomp, maar bij een elektrische auto zitten de prijsverschillen vaak verstopt in laadapps, laadpassen, starttarieven en snellaadnetwerken. Daardoor kan een vakantieroute met bijna dezelfde afstand toch duidelijk duurder uitvallen.
Laadtarieven Europa: grote verschillen per land
Uit recente laaddata van mobiliteitsexperts Shuttel blijkt hoe groot het verschil kan zijn. Voor DC-snelladen komt Duitsland gemiddeld uit op 0,67 euro per kWh, Italië en Nederland op 0,62 euro, België op 0,61 euro, Zwitserland op 0,59 euro en Frankrijk op 0,49 euro. Dat lijkt per kilowattuur misschien een klein verschil, maar op een lange vakantierit tikt het snel aan.
Neem een elektrische auto die ongeveer 20 kWh per 100 kilometer verbruikt. Volgens de Shuttel-berekening kost een rit vanaf Utrecht naar de Dordogne (ca. 2.040 km) en terug ongeveer 213 euro aan laden. Wie heen en weer rijdt naar de Ardèche (ca. 2.160 km) is ongeveer 225 euro kwijt. Is je bestemming het Gardameer (ca 2.240 km heen en terug) dan moet je op ongeveer 288 euro rekenen. Voor Toscane, dat bijna 500 kilometer verderop ligt, komt de retourprijs voor 2.690 kilometer uit op ongeveer 345 euro. Vooral het verschil tussen de Ardèche en het Gardameer is opvallend: het scheelt heen en weer 80 kilometer, maar de laadrekening ligt ongeveer 63 euro hoger.
Dat verschil zit niet zozeer in de afstand, maar vooral in de route en de snellaadtarieven onderweg. Naar Italië rijd je vaak via Duitsland, waar snelladen gemiddeld duurder is, en ook in Italië ligt het tarief relatief hoog. Frankrijk is in deze vergelijking juist gunstig, omdat het gemiddelde snellaadtarief daar lager ligt. Daarmee wordt de route zelf een kostenfactor: wie blind de navigatie volgt, kiest meestal de snelste laadstop, niet per se de goedkoopste.
Goedkoop laden begint thuis
Goedkoper laden in het buitenland begint al voordat je de grens over bent. Vertrek met een volle accu, liefst geladen aan je eigen laadpaal of bij een vertrouwde AC-laadpaal. Thuis of lokaal laden is in de meeste gevallen voordeliger dan snelladen langs de snelweg. Elke kilowattuur die je in Nederland goedkoop meeneemt, hoef je onderweg niet tegen een hoger tarief bij te laden.
Plan vervolgens niet alleen op afstand en accupercentage, maar ook op land en laadtarief. Rijd je naar Frankrijk, dan kan het lonen om een dure Duitse snellaadstop kort te houden en pas na de Franse grens langer te laden. Ga je naar Noord-Italië via Duitsland, Zwitserland of Oostenrijk, kijk dan vooraf waar de grotere laadpleinen liggen en welke aanbieder daar gunstig is met jouw pas of app.
In de praktijk hoeft zo'n laadstrategie niet ingewikkeld te zijn. Je vertrekt met 100 procent, rijdt eerst zo lang mogelijk op die voordelig in Nederland geladen stroom en gebruikt snelladers langs de snelweg vooral om bij te laden. Laad daar tot 70 à 80 procent; de laadsnelheid neemt daarna meestal duidelijk af. Die laatste 20 procent laden kost relatief veel tijd, terwijl je er onderweg weinig mee wint. Bij een hotel, camping of vakantiehuis kun je juist rustig AC-laden als de auto toch uren stilstaat.
Controleer ook vooraf welke laadpassen je meeneemt. Een pas die in Nederland handig is, is niet automatisch de beste keuze in België, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk of Italië. Soms rekent de laadpasaanbieder een opslag, soms is de app van het laadnetwerk goedkoper en soms loont een abonnement alleen als je vaak genoeg snellaadt. In het overzicht van laadpassen op ID.nl lees je waarom dekking, starttarief en buitenlandgebruik minstens zo belangrijk zijn als de kWh-prijs.
Gebruik onderweg een laadapp niet alleen als kaart, maar als prijschecker. Kijk of de genoemde prijs inclusief btw is, of er een starttarief geldt en of er een blokkeertarief gerekend wordt. Vooral bij een laadpaal op je vakantieadres kan dat vervelend uitpakken: je denkt goedkoop 's nachts te laden, maar betaalt extra omdat de auto na het laden nog uren aan de laadpaal blijft staan. Zulke valkuilen bij je auto opladen in het buitenland kun je beter vóór vertrek kennen dan dat je ze achteraf op de factuur terugziet.
Je route bepaalt je laadkosten
Uit de laaddata van Shuttel blijkt dat elektrisch rijden naar het buitenland steeds gewoner wordt. Waar laadbeurten in 2022 nog vooral in Nederland, België en Duitsland plaatsvonden, ziet Shuttel ze inmiddels ook vaker terug in Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Noord-Italië. Vooral in het derde kwartaal, de zomervakantieperiode, kleuren de bekende buitenlandse routes groen: er wordt vaker geladen, op meer plekken en dieper Europa in.
Nu elektrisch rijden naar het buitenland gewoner wordt, is de belangrijkste vraag niet meer alleen of je genoeg laadpunten vindt (je weet wel: laadstress), maar vooral waar je slim en betaalbaar laadt. Wie ook de laadkosten meeneemt in de routeplanning, kiest soms anders dan wie alleen naar de kortste reistijd kijkt.
Voor een rit naar Frankrijk is het vaak logisch om zo min mogelijk te laden in België en Duitsland en in Frankrijk langer te laden bij voordelige snelladers of laadpunten bij supermarkten, hotels en campings. Voor Italië is dat wat ingewikkelder. Je kunt Duitsland niet altijd vermijden, maar je kunt wel voorkomen dat je daar telkens van 10 naar 90 procent staat te laden tegen een hoog tarief. Een korte stop in Duitsland en een langere stop in Zwitserland of Italië kan goedkoper uitpakken, afhankelijk van je laadpas, app en route.
Een routeplanner alleen is daarom niet genoeg. Combineer de navigatie van je auto met een laadapp die ook tarieven toont, en houd per laadstop een alternatief in de buurt achter de hand. Kies bij voorkeur voor laadpleinen met meerdere snelladers, zodat je niet afhankelijk bent van één laadpaal. In dit artikel over onderweg je elektrische auto opladen lees je hoe je laadpunten vindt en waarom voorbereiding vooral in het buitenland verschil maakt.
Helaas: goedkoop laden kan niet altijd
Goedkoop laden lukt minder goed op drukke reisdagen, zoals zwarte zaterdag. Op laadpleinen langs populaire vakantieroutes is dan minder snel plek, waardoor je minder keuze hebt en misschien noodgedwongen voor een beschikbare snellader moet gaan, ook als die een hoger tarief hanteert. Rijd je bovendien met een caravan, dakkoffer of zwaar beladen auto, dan stijgt het verbruik en moet je eerder bijladen. Ook bergpassen en hoge snelheden drukken de actieradius. In zulke situaties is zekerheid belangrijker dan de laagste prijs: dan kies je liever een duurder maar betrouwbaar laadplein met genoeg vrije palen dan een goedkope losse lader die bezet of defect kan zijn.
Goedkoop laden, ontspannen reizen
Goedkoop laden op vakantie betekent niet dat je onderweg voortdurend op zoek hoeft naar de allerlaagste prijs. Vergelijk vooraf je laadpas en laadapp, vertrek met een volle accu en kies onderweg niet automatisch voor de eerste of snelste snellader. Zo houd je grip op je laadkosten en blijft de reis vooral vakantie.
Goedkoop laden met een elektrische auto in het buitenland begint met goede voorbereiding: kies je route slim, vergelijk laadtarieven per land en vertrek met een volle accu uit Nederland. Volgens Shuttel-data kost een rit heen en terug naar het Gardameer ongeveer 288 euro aan laden, tegenover 225 euro voor de Ardèche bij een vergelijkbare afstand. Beperk dure snellaadstops in Duitsland en controleer vóór vertrek welke laadpas of app onderweg het voordeligst is. De goedkoopste EV-vakantie is niet altijd de kortste route, maar de route waarop je de duurste kilowatturen vermijdt.
















