ID.nl logo
Chinese EV’s: waarom zijn ze zo populair?
© scharfsinn86 - stock.adobe.com
Mobiliteit

Chinese EV’s: waarom zijn ze zo populair?

Overweeg je ook om een Chinese elektrische auto te kopen? Dan ben je lang niet de enige! Want de elektrische voertuigen uit dat land zijn wereldwijd mateloos populair en de verkoopcijfers blijven doorgroeien. Ontdek waarom dat zo is en of een Chinese EV ook voor jou de beste keuze is.

De Chinese elektrische auto-industrie is de grootste ter wereld, met ruim de helft van de totale productie. Wat is de reden van de snelle groei en enorme populariteit? In dit artikel gaan we in op:

  • De cijfers van de Chinese auto-industrie
  • De verhouding tussen prijs en kwaliteit
  • Innovatie en attractieve automodellen

🔌Leestip: Waarom zijn er heffingen op Chinese auto's?

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

De cijfers van Chinese elektrische auto's op een rij

Je kunt nogal wat cijfers op een rij zetten die aantonen hoe gigantisch de Chinese industrie voor elektrische auto's is: op basis van wereldwijde gegevens zijn zes van de tien bestverkopende merken Chinees, 60 procent van de verkochte elektrische auto's in 2024 was van Chinese makelij en volgens projecties gaan er dit jaar tien miljoen elektrische auto's uit dat land verkocht worden. Dat zijn niet alleen maar verkopen in eigen land. Want in het eerste halfjaar van 2024 zijn er in Europa 70.000 nieuwe elektrische auto's van Chinese merken geregistreerd. Dat is een toename van 26 procent ten opzichte van de eerste helft van 2023. Ook Europese data laten dus een enorme stijging in verkoopcijfers zien.  

Nog niet zo lang geleden stond China niet bekend als autoproducent, helemaal niet in Europa en de VS. Hoe is dat zo snel veranderd?

©Mike Mareen - stock.adobe.com

Hoge kwaliteit voor een lage prijs

De lagere prijs is voor veel mensen de belangrijkste reden om te kiezen voor een Chinese elektrische auto. In combinatie met het feit dat ze op het gebied van kwaliteit en innovatie niet onderdoen voor Europese en Amerikaanse merken. Een belangrijk punt: Chinese elektrische auto's hebben inmiddels een groter rijbereik dan auto's van westerse merken.

Investeringen en infrastructuur

De aantrekkelijke verhouding tussen prijs en kwaliteit is niet zomaar uit de lucht komen vallen, want de Chinese overheid zet al ruim twintig jaar vol in op elektrisch vervoer. Honderden miljarden zijn uitgegeven aan onderzoek, en daar plukt de auto-industrie nu de vruchten van. In eigen land is flink geïnvesteerd in de infrastructuur. Er staan inmiddels bijna 5,5 miljoen oplaadpunten in het land en dat is ongeveer 65 procent van het wereldtotaal.

©@Jelle Van Der Wolf / VDWI

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Hoogwaardige en voordelige industrie

Dat er veel oplaadpunten staan in China zegt natuurlijk niet meteen heel veel over de gestegen populariteit van hun elektrische auto's in de rest van de wereld. Maar indirect is dat wel een oorzaak. Door het stimuleren van de overheid en een nadruk op innovatie maken ze in China hoogwaardige elektrische auto's. En door grote aantallen te produceren gaan de kosten per stuk omlaag.

Toegang tot voordelige batterijen

Waarom krijg je meer waar voor je geld als je een Chinese elektrische auto koopt? De lagere arbeidskosten zijn een belangrijke reden. Maar er zijn meer factoren. Zo heeft de automarkt in dat land toegang tot prima batterijen voor een voordelige prijs. Gemiddeld betalen Chinese merken 18 procent minder voor batterijen dan Europese autobouwers. Die komen namelijk ook gewoon van Chinese bodem en door de enorme volumes zijn de stuksprijzen lager. Inmiddels is het Chinese bedrijf CATL (Contemporary Amperex Technology Co. Limited) de grootste batterijproducent van de wereld met een marktaandeel van 38 procent.

De ontwikkeling van de auto-industrie in China

Je krijgt dus veel waar voor je geld als je een Chinese EV koopt. Maar hoe zit dat met innovatie? Want voor veel consumenten is een auto nog steeds een statussymbool en een beetje luxe kan dus geen kwaad.

Razendsnelle modernisatie

De Chinese industrie is in hoog tempo gemoderniseerd, en daardoor zijn de producten uit dat land een stuk geavanceerder en hoogwaardiger geworden, hoewel extreem goedkope producten van bijvoorbeeld Wish en Alibaba de reputatie van het land geen goed hebben gedaan. Maar de harde cijfers laten zien dat China enorm groeit in geavanceerde industrieën, zoals AI, IT, elektronica en de chemische sector.

©kittyfly - stock.adobe.com

Modellen zijn aantrekkelijker geworden

Een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit is allemaal leuk en aardig, maar de consument let natuurlijk ook op het uiterlijk. Een aantal jaren geleden vonden veel westerlingen de auto's van Chinese merken niet zo mooi. Verder was de keuze beperkt en lag er nog een stigma op. Inmiddels zijn er veel meer merken met een hele serie modellen. Bovendien hebben ze duidelijk tijd besteed aan het uiterlijk en vallen de auto's dan ook veel meer in de smaak. Gemiddeld introduceert een Chinees automerk iedere 1,6 jaar een nieuwe serie modellen. Westerse merken doen daar bijna 3 jaar over. Hierdoor beschik je niet alleen over een hip model, maar is de kans ook groter dat alle moderne snufjes ingebouwd zijn.

Innovatie komt uit China

Onder westerlingen bestaat het idee dat Chinezen vooral technologieën kopiëren en goedkoper produceren. Lang tijd klopte dat min of meer. Maar inmiddels loopt China op veel vlakken voorop. Wat te denken van de AR-head-up-displays? Daarbij wordt de bestuurder door augmented reality voorzien van belangrijke informatie, recht in de zichtlijn.

Een ander voorbeeld zijn de verwisselbare batterijen van Nio, waardoor je niet meer hoeft te wachten totdat je accu is opgeladen. Het zijn slechts voorbeelden van een enorme verschuiving. Volgens het Australian Strategic Policy Institute (ASPI) waren in 2010 slechts 2,4 procent van de patenten voor elektrische voertuigen Chinees, in 2020 was dat al 26,9 procent. En inmiddels zijn 65,4 procent van de impactvolle wetenschappelijke publicaties over batterijtechnologie van Chinese komaf. Alles bij elkaar opgeteld is het dus geen wonder dat Chinese EV's steeds populairder worden.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.