ID.nl logo
Samsung Galaxy A32 5G - betaalbare 5G-smartphone
© Reshift Digital
Huis

Samsung Galaxy A32 5G - betaalbare 5G-smartphone

Wil je een goedkope 5G smartphone kopen, dan kom je bij je zoektocht al gauw uit bij de Samsung Galaxy A32 5G. Los van de prijs en 5G-connectiviteit heeft de smartphone ook een flinke accu en een drietal camera’s aan de achterzijde. Is de Galaxy A32 de beste smartphone voor jou?

De Samsung Galaxy A32 is een betaalbare 5G smartphone, met een prijskaartje onder de 300 euro. Met een betaalbaar toestel van een vertrouwd met als Samsung, wordt 5G langzaam maar zeker steeds breder beschikbaar voor iedereen. Heb je echter al een goed-werkende smartphone zonder 5G, dan is de nieuwe netwerktechnologie vooralsnog thuiskomen van een wat koude kermis. Ben je in de markt voor een nieuwe smartphone, dan kun je 5G overwegen als toekomstbestendige eigenschap. Daarbij zit je bij Samsung redelijk goed, aangezien de smartphonemaker zijn Android-updatebeleid aardig op orde heeft. Voor een betaalbare smartphone zijn een positief updatebeleid én 5G een vrij unieke, toekomstbestendige combinatie.

Forse smartphone

De Galaxy A32 oogt niet zo luxe als een topsmartphone, door het wat mollige ontwerp en (vooral voor Samsung) redelijk grote rand onder en boven het scherm. Desondanks is de afwerking netjes en oogt de smartphone niet goedkoop. Door het wat zwaardere gewicht van de smartphone en de vingerafdrukgevoeligheid van de achterzijde is het wel aan te bevelen een hoesje om de smartphone te plaatsen dat tegen een stootje kan.

Aan de zijkant van de Galaxy A32 is de vingerafdrukscanner in de aan-uitknop geplaatst. Veel luxere Samsung-smartphones hebben deze vingerafdrukscanner onder het scherm zitten. Echter, deze fysieke scanner aan de zijkant werkt in praktijk sneller én nauwkeuriger dan de verstopte vingerafdrukscanners.

©PXimport

©PXimport

©CIDimport

Scherm

Het scherm van de Samsung Galaxy A32 beschikt over een druppelvormige inkeping aan de bovenzijde voor de frontcamera. Ook hierbij wijkt Samsung wat af, aangezien er meestal wordt gekozen voor een cameragat in de bovenhoek van het scherm.

Het gekozen schermpaneel is helder en het contrast is degelijk. Toch schiet het TFT-schermpaneel wel wat tekort ten opzichte van smartphones in dezelfde prijsklasse. Zo is het beeld niet haarscherp vanwege een 720p-resolutie en ogen kleuren wat grauw.

Accuduur

De hoofdzakelijke reden waarom de Samsung A32 5G wat groot en zwaar is, is te danken aan de grote accu die geplaatst is. Deze accu heeft een capaciteit van 5.000 mAh en dat is fors te noemen. Het voordeel van het matige schermpaneel is dat deze minder van de accu vergt. Afhankelijk van je gebruik kun je gerust twee à drie dagen met de accu door, en dat is fijn. Als je 5G gebruikt kan de accuduur wel wat lager liggen.

Ook de chipset is geen energieslurper, maar tevens ook geen snelheidsmonster. De basis-apps draaien echter vlot, zoals je mag verwachten met weinig laadtijden. Je zult dus geen bottlenecks merken dat je 5G verbinding geen laadtijden veroorzaken, maar je toestel.

Android 11 met OneUI

De Samsung Galaxy A32 draait zoals je mag verwachten op de meest recente Androidversie (Android 11), waarover Samsung’s OneUI-schil is uitgerold. Samsung heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in deze skin en de langetermijn ondersteuning van versie- en veiligheidsupdates, waardoor het nu één van de betere Androidfabrikanten is als je op zoek bent naar een smartphone waarmee je wel even vooruit kunt. Hiermee zet het concurrenten als Motorola en OnePlus te kijk, die juist op updategebied steeds slechter zijn gaan presteren.

De OneUI-skin van Samsung biedt veel, maar draait te allen tijde soepel. Maar helaas heeft Samsung er wel een handje van teveel te bieden, zo krijg je een flinke partij bloatware in de vorm van vrijwel het gehele Microsoft app-portfolio, Facebook, een tweede app- en themawinkel en een overbodige McAfee virusscanner die zich verschuilt in de smartphone-instellingen.

©CIDimport

Camera

Aan de achterzijde van de Samsung Galaxy A32 5G vind je een drietal camera’s, geflankeerd door een dieptesensor en flitser. Door van lens te wisselen kun je naast gewone foto’s ook groothoekfoto’s en macrofoto’s maken. De gewone camera maakt kwalitatief prima foto’s en video’s, voor zijn prijsklasse is het één van de betere camera’s. Bij tegenlicht of wanneer er weinig licht voorhanden is, loop je wel al gauw tegen de beperkingen van de sensor op.

Kies echter wanneer mogelijk altijd voor de reguliere lens, want overschakelen naar de groothoek- of macrocamera levert een zichtbaar kwaliteitsverschil op. Het is hetzelfde liedje als met andere smartphones in vergelijkbare prijsklasses: de foto’s zijn niet alleen van merkbaar slechte kwaliteit, ook wanneer de lichtomstandigheden moeilijk zijn laten de foto’s het afweten. Je hebt meer aan één goede sensor, dan een aardige lens geflankeerd door deze twee behoorlijk overbodige camera’s. Maar waarschijnlijk is het voor smartphonemakers makkelijker om smartphones met zoveel mogelijk camera’s te vermarketen. Kwantiteit van functies boven kwaliteit van lenzen.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Van links naar rechts: groothoeklens, reguliere lens, macrolens

Alternatieven voor de Samsung Galaxy A32 5G

De Samsung Galaxy A32 5G is een degelijke smartphone, die een paar troefkaarten speelt die de concurrentie in dezelfde prijsklasse niet heeft. Samsung’s update-ondersteuning en 5G. Hiermee troeft het concurrentie zoals OnePlus’ Nord N10 en Motorola’s Moto G 5G af, die wel 5G bieden en kwalitatief goede smartphones, maar door hun slechte updatebeleid bepaald niet toekomstbestendig zijn. Xiaomi biedt nog wel het beste alternatief. Kwalitatief is de Poco X3 NFC een krachtigere en veelzijdigere smartphone en bovendien is de ondersteuningsduur vergelijkbaar. Nadeel is echter dat de Poco X3 NFC niet over 5G beschikt en de MIUI-softwareschil van Xiaomi een flinke stap achteruit is ten opzichte van Samsung’s OneUI.

Is de camera en software echt een belangrijk onderdeel voor een betaalbare smartphone, dan kun je naar de Google Pixel 4A kijken. Nadeel is dat dit toestel officieel niet in Nederland verkrijgbaar is.

Conclusie: Samsung Galaxy A32 5G kopen?

De keuze voor een Samsung Galaxy A32 5G is een veilige. Je kiest voor een vertrouwd merk en een smartphone die geen steken laat vallen. De accuduur is opvallend goed, 5G en de ondersteuning maken de smartphone toekomstbestendig. Als smartphone heeft de toestel voor zijn prijs alleen niet bijzonder veel in zijn mars als je kijkt naar rekenkracht, beeldkwaliteit en camera’s.

Goed
Conclusie

**Adviesprijs** € 279,- **Kleuren** Zwart, wit, paars, blauw **OS** Android 11 (OneUI) **Scherm** 6,5 inch tft (1600 x 720, 60hz) **Processor** 2 Ghz octacore (MediaTek Dimensity 720 5G) **RAM** 4GB **Opslag** 128GB (uitbreidbaar met geheugenkaart) **Batterij** 5.000 mAh **Camera** 48, 8, 5 megapixel (achter), 20 megapixel (voor) **Connectiviteit** 5G, 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps, nfc **Formaat** 16,4 x 7,6 x 0,9 cm **Gewicht** 205 gram **Overig** Vingerafdrukscanner, audiopoort **Website** [www.samsung.com/nl](https://www.samsung.com/nl/smartphones/galaxy-a/galaxy-a32-5g-black-128gb-sm-a326bzkveub/)

Plus- en minpunten
  • Betaalbare 5G-smartphone
  • Accuduur
  • Ondersteuning
  • Bloatware
  • Beeldkwaliteit
  • Groothoek- en macrocamera
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.