ID.nl logo
Motorola Moto G 5G Plus: 5G voor de massa
© Reshift Digital
Huis

Motorola Moto G 5G Plus: 5G voor de massa

De Moto G 5G Plus is één van de goedkoopste 5G-smartphones die je op moment van schrijven kunt kopen. Het toestel beschikt daarnaast over interessante hardware. In deze Motorola Moto G 5G Plus review lees je de voor- en nadelen van de smartphone.

Motorola biedt de Moto G 5G Plus aan in twee configuraties, met 4 GB of 6 GB werkgeheugen (349 euro) en 64 GB of 128 GB opslagruimte (399 euro). Ik testte die tweede versie.

Ontwerp en scherm

De Moto G 5G Plus is gemaakt van plastic en dat voel je. Het toestel komt minder premium over dan een glazen smartphone, maar ligt prettig in de hand en is degelijk. De grote accu – waarover zo meteen meer – maakt de telefoon wel zwaar (207 gram). Motorola belooft dat de smartphone tegen een spatje water kan.

De smartphone heeft een groot 6,7inch-lcd-scherm met langwerpige 21:9-verhouding, iets wat we kennen van Sony-telefoons als de Xperia 10 II. Het scherm is ideaal voor films en internetten en oogt scherp door de full-hd-resolutie. Dankzij de hogere verversingssnelheid dan gebruikelijk (90 Hz tegenover 60 Hz) ververst het scherm zich vaker per seconde en oogt het beeld soepeler. Een leuke extra. De beeldkwaliteit is goed genoeg maar kan qua kleuren en contrast niet tippen aan een oled-scherm.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Minder enthousiast ben ik over de plaatsing van de knoppen. De aan- en uitknop op de rechterzijkant zit best hoog en dat is wennen. De volumeknoppen zitten nog hoger en zijn nauwelijks met één hand te bereiken. Op de linkerzijkant zit een speciale knop voor de Google Assistent en die vind ik als rechtshandige gebruiker al helemaal te hoog geplaatst. De vingerafdrukscanner zit overigens in de aan- en uitknop en werkt snel en accuraat.

©PXimport

Complete hardware

De Moto G 5G Plus draait op een rappe Snapdragon 765-processor met – in mijn geval – 6 GB werkgeheugen, genoeg om snel tussen apps en games te wisselen. Het opslaggeheugen is met 128 GB ook lekker ruim. De smartphone is geschikt voor 5G en op moment van schrijven één van de goedkoopste 5G-telefoons die je kunt kopen. Mooi meegenomen, maar de voordelen van 5G zijn nog beperkt. De opvolger van 4G is vooralsnog alleen iets sneller en wordt pas in 2022 of 2023 écht snel.

Het toestel heeft vier camera’s op de achterkant voor normale foto’s, groothoekbeelden en macroplaatjes. Een dieptesensor vervaagt de achtergrond voor een portreteffect. De fotokwaliteit overdag en in het donker is vergelijkbaar met de concurrentie, en ruim voldoende voor social media en vakantieplaatjes. Soms ogen foto's wel wat fletser dan de realiteit. Handig is de dubbele selfiecamera in het scherm voor normale foto’s en groepsbeelden. Het verschil is duidelijk en de beeldkwaliteit is prima, al kan felle belichting een puntje zijn. Je ziet het op onderstaande selfies.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

De grote 5000 mAh-accu houdt het ongeveer anderhalve dag vol bij intensief gebruik en dat is lang genoeg. Wie het rustiger aandoet, kan twee of drie dagen vooruit. Samsungs Galaxy M21 is goedkoper en biedt een langere accuduur. De Moto G 5G Plus laadt met gemiddelde snelheid (20 Watt) op via de usb-c-poort.

©CIDimport

Software en updatebeleid

Motorola levert de Moto G 5G Plus met Android 10 en legt hier zijn vernieuwde, lichte schil overheen. Die zit niet in de weg en voegt wat eenvoudige handigheidjes toe om de software meer te personaliseren en snel de zaklamp en camera te starten. Het updatebeleid van de fabrikant blijft me een doorn in het oog. Motorola wilt alleen Android 11 en twee jaar lang beveiligingsupdates (één per kwartaal) garanderen. Concurrerende smartphones als de OnePlus Nord ontvangen vaker en langer versie- en systeemupdates en zijn hiermee veiliger en meer toekomstbestendig.

©CIDimport

Conclusie: Motorola Moto G 5G Plus kopen?

De Motorola Moto G 5G Plus is een fraaie smartphone met een goed scherm, complete en degelijke specificaties, 5G-ondersteuning en gebruiksvriendelijke software. Motorola’s matige updatebeleid vormt de grootste smet op de prima telefoon, die zelf alleen wat redelijk subjectieve schoonheidsfoutjes kent. Voor 349 euro een prima koop, met de OnePlus Nord als grootste concurrent. Die kost 399 euro en biedt betere specificaties en langdurige softwareondersteuning, en vind ik daarom een betere deal.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 349,- / € 399,- **Kleur** Blauw **OS** Android 10 **Scherm** 6,7 inch lcd (2520 x 1080, 90 hz) **Processor** 2,3 Ghz octacore (Snapdragon 765) **RAM** 4 of 6 GB **Opslag** 64 of 128 GB **Batterij** 5.000 mAh **Camera** 48, 8, 5, 2 megapixel (achter), 16 en 8 megapixel (voor) **Connectiviteit** 5G, Bluetooth 5.1, wifi, gps, nfc **Formaat** 16,8 x 7,4 x 0,9 cm **Gewicht** 207 gram **Overig** Spatwaterbestendig **Website** [www.motorola.com](https://www.motorola.com/nl/smartphones-moto-g-5g-plus/p)

Plus- en minpunten
  • Betaalbare 5G-smartphone
  • Goed scherm
  • Complete en degelijke hardware
  • Instabiele camera-app
  • Onduidelijk, tot dusver matig updatebeleid
  • Plaatsing knoppen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.