ID.nl logo
Intel Alder Lake - 12e generatie cpu's getest
© Reshift Digital
Huis

Intel Alder Lake - 12e generatie cpu's getest

Met de nieuwe Alder Lake-cpu’s, oftewel de 12de generatie Core-processors, brengt Intel zijn grootste innovatie in jaren uit. De nieuwste processors maken een flinke stap vooruit in prestaties en leggen het vuur weer volop aan de schenen van de concurrentie. Ook brengen ze ons een van de grootste veranderingen van de afgelopen jaren: de introductie van de hybride processor. Maar wat is dat precies, hoe verhouden deze processors zich tot de alternatieven en hoe relevant zijn ze voor jou? We vertellen het in deze Intel Alder Lake review.

Jarenlang had Intel het eenvoudig. Als je een desktop-pc wilde kopen, lag het voor de hand dat daar een Intel-processor in zat. Intel had traditioneel de overhand op praktisch elk vlak: prestaties, betrouwbaarheid en zelfs budget.

Door die budgetvoorsprong kon het bedrijf op vrijwel elk product dat consumenten zagen, denk aan computers en laptops in de winkel, een Intel-sticker plakken. Het gevolg was dat Intel ook bij het mainstream publiek, iedereen dus die niet dagelijks allerlei benchmarks checkt, synoniem werd voor een goede computer.

Het getuigde van uitzonderlijk goede marketing dat mensen ons vertelden dat ze “een i7-pc” hadden, in de volle overtuiging dat ze dan automatisch een goede computer hadden, terwijl het concept ‘i7-pc’ niet zo heel veel zegt. Deze processorserie bestaat immers al ruim dertien jaar, dus er zitten echt wel modellen tussen die naar hedendaagse maatstaven niet zo high-end meer zijn.

Jaren van stagnatie

Die reputatie kwam in de afgelopen jaren goed van pas. Want terwijl de ontwikkelingen op het gebied van desktop- en laptopprocessors spontaan stagneerden bij Intel, dienden verschillende concurrenten zich aan.

AMD kwam in 2017 ogenschijnlijk uit het niets terug met sterk concurrerende producten. En hoewel Intel de eerste generaties van deze nieuwe Ryzen-processors nog aardig kon pareren met kleine aanpassingen, was de conclusie eind 2020 dat AMD inmiddels toch echt het sterkere product in handen had. Na enkele jaren was de rek uit de gedachte dat Intel een vanzelfsprekende keuze was. En dat had het bedrijf vooral aan zichzelf en zijn beperkte innovatie te danken.

Eindelijk vernieuwing

Met Alder Lake gooit Intel niet alleen de markt in één keer op de schop, maar ook zijn eigen gewoonte om elk jaar slechts kleine ontwikkelingen door te voeren. Deze nieuwe processors brengen een volledig nieuwe architectuur met zich mee en worden op een kleiner procedé gefabriceerd, waardoor ze ook meteen efficiënter zijn dan vorige generaties.

Bovendien zijn het de eerste desktopprocessors die verschillende soorten cores combineren. Eerdere processors van zowel Intel als AMD waren altijd gebaseerd op één type core, waarbij het exacte model vervolgens bepaalde hoeveel je er kreeg. Zo had een i3 bijvoorbeeld vier cores van één type, en een i7 had acht cores van hetzelfde type. Met Alder Lake combineert Intel verschillende soorten cores in één product.

Het gaat daarbij om zogeheten Performance- of P-cores, waarbij de focus op maximale prestaties ligt, gecombineerd met een aantal Efficiency- of E-cores, waarbij de nadruk ligt op efficiëntie. Op deze manier zegt Intel de kostbare ruimte op de chip beter te kunnen benutten. Een P-core is weliswaar sneller, maar in de ruimte van één P-core kan Intel vier E-cores kwijt. Hierdoor heeft de fabrikant zijn nieuwe Core i9-processor van zestien cores kunnen voorzien (acht P- en acht E-cores).

©PXimport

Big.LITTLE of big.BIGGER?

De vergelijking met het big.LITTLE-concept van smartphones is snel gemaakt. De meeste telefoons werken al jaren met een combinatie van een paar rappe en een paar efficiënte cores. Maar de vergelijking gaat mank als we naar de prestaties van elk van de cores kijken.

Zo blijken de nieuwe P-cores grofweg 20 procent sneller te zijn dan zowel vorige generaties als hun directe AMD-tegenhangers. Dat is al mooi, maar ook de kleine E-cores presteren grofweg gelijk met de ‘gewone’ cores van de afgelopen jaren. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, zijn die E-cores ook gewoon capabele rekenkernen.

Intel introduceert in eerste instantie de snelste modellen in de vorm van de Core i5, i7 en i9. We hebben voor dit artikel de Core i5-12600K en de Core i9-12900K getest. De eveneens verkrijgbare KF-varianten zijn qua specificaties hetzelfde, maar hebben geen geïntegreerde gpu. De i9 is voorzien van alle cores, terwijl de i5 zes P- en vier E-cores heeft. De Core i7-12700K(F) die we nog niet getest hebben, zit daar tussenin met acht P- en vier E-cores.

Prestaties

Na jarenlang genoegen te hebben genomen met kleine, procentuele upgrades, is het goed om te zien dat Alder Lake in elk opzicht een flinke stap vooruit maakt. De Intel Core i9-11900K had tot nu toe de snelste core, goed voor een score van 647 punten in de singlecore Cinebench R20-benchmark. De AMD Ryzen 9 5950X volgde op de voet met een score van 634 punten. Intels nieuwe i9-12900K scoort maar liefst 777, een verbetering van 23 procent. En ook de goedkopere Intel Core i5-12600K scoort met 737 punten uitstekend.

Intels vorige generatie viel vooral door de mand in testen die meerdere cores gebruiken. De Core i9-11900K heeft slechts acht cores en scoort 6247 punten, waar de Ryzen 9 5950X met zestien cores goed is voor 9808 punten. Kortom, AMD’s beste processor was grofweg 50 procent sneller dan wat Intel te bieden had.

Dankzij zijn acht P- en acht E-cores weet de nieuwe i9-12900K een score van 10.577 neer te zetten. Hiermee is Intel in één klap dus weer een serieuze speler in de high-end-desktopmarkt. Ook de i5-12600K behaalt met 6764 punten een uitstekende score. Daarmee is de nieuwe i5 dus krachtiger dan de i9 van de vorige generatie, maar scoort hij ook beter dan de eveneens 300 euro kostende Ryzen 5 5600X, die blijft steken op een score van 4322.

©PXimport

Prestaties in games

Gaming was ooit een van de voornaamste redenen om je pc frequent te upgraden, maar op dat vlak lopen we de laatste jaren vooral tegen een gpu-bottleneck aan. Games leunen normaliter sterk op de prestaties van een enkele core in je cpu, wat Alder Lake in beginsel een uitstekende optie maakt voor gamers.

De verschillen met andere recente cpu’s zijn vaak wel klein of enkel te zien bij ongebruikelijke instellingen, zoals 1080p met lage beeldkwaliteit. Mocht je vorig jaar net een pc hebben gekocht met een Ryzen 5000 of een 10de of 11de generatie Intel Core-processor, verwacht dan geen gigantische verschillen. Er is een aantal games waarbij de cpu een enorme impact heeft (Far Cry 6 bijvoorbeeld), maar dat zijn uitzonderingen en geen regel.

Maar mocht je nog op een ouder platform zitten en aan een upgrade toe zijn, dan is het een ander verhaal. Intel zet een forse stap vooruit en in gamebenchmarks is er geen enkele cpu die aan de prestaties van deze nieuwe processors kan tippen.

Hybride architectuur

Voordat je direct naar de winkel rent, zijn er nog wel wat kanttekeningen te plaatsen. Allereerst is een pc meer dan een processor en gaat de introductie van de hybride architectuur niet geheel zonder slag of stoot. Er zijn wat kinderziektes om rekening mee te houden.

Zo moet ook het besturingssysteem weten hoe het met die cpu om moet gaan. Intel heeft zelf veel werk verricht met zijn Thread Director, die taken zo goed mogelijk op de P- of E-cores zet. Maar de Thread Director werkt duidelijk beter samen met Windows 11 dan met Windows 10. Hoewel Alder Lake-cpu’s over het algemeen goed werken met Windows 10, zijn er een paar applicaties die niet optimaal gebruikmaken van de nieuwe chips, met mindere prestaties tot gevolg.

De keuze voor Windows 11 ligt dan ook voor de hand. Maar Windows 11 is pas net uit en ook daar liggen nog wat problemen op de loer, waaronder enkele applicaties die nog niet helemaal optimaal werken. Het is dus raadzaam om even te googelen op jouw specifieke applicaties of ze goed werken alvorens over te stappen.

©PXimport

Wellicht kwalijker is dat de beveiliging van sommige applicaties en games niet overweg kan met hybride processors. Sommige games die gebruikmaken van de dramatische Denuvo-DRM werken nog niet, waaronder Assassin’s Creed Valhalla. Veel games zijn al geüpdatet en werken inmiddels, maar alsnog zijn er tientallen titels die nog totaal niet draaien. Dat wordt waarschijnlijk met patches opgelost. 

Ook hebben sommige moederborden een BIOS-instelling om de E-cores tijdelijk uit te schakelen en zo de problemen met de hybride architectuur te omzeilen.

Dure moederborden

Een andere uitdaging is financieel van aard. Om deze nieuwe processors te kunnen gebruiken, heb je een nieuw moederbord nodig met een Z690-chipset (dus niet Z590)en socket LGA 1700. In veel opzichten zijn deze nieuwe moederborden uitstekend: zelfs instapmodellen hebben al snel drie of vier aansluitingen voor M.2-ssd’s en vaak zijn er veel (snelle) usb-poorten aan boord.

Maar ze zijn ook kostbaar. Het goedkoopste capabele Z690-bord dat wij tot dusver hebben getest, kost zo’n 200 euro. Voor AMD’s Ryzen-chip vind je tegenwoordig al voor 120 à 150 euro aardige moederborden. Op termijn zal het prijspeil uiteraard wat zakken, maar vooralsnog is het een aardige domper, zeker in combinatie met de goedkopere i5-12600K.

Daarbij zul je op de nieuwe socket ook een nieuwe koeler nodig hebben, of je moet geluk hebben dat de fabrikant een montagekit verkoopt voor de koeler die je reeds bezit. Voor de i5 zal praktisch elke koeler voldoen, maar voor de i9 dien je rekening te houden met een (prijzige) high-endkoeler zoals de Noctua NH-D15 of een stevige waterkoeler.

©PXimport

DDR5

Een andere goede innovatie is de introductie van het eerste DDR5-werkgeheugen. Intel Alder Lake en Z690-moederborden zijn de eerste die het nieuwste, snelste werkgeheugen ondersteunen. Het is een nodige innovatie, maar ook eentje waar je op korte termijn maar beperkt winst in zult zien, net als het geval was bij de eerste introducties van DDR4 en DDR3 jaren geleden. Sommige specifieke taken zijn erg geheugenintensief, maar de meeste zaken, zoals foto- of videobewerking of zelfs gaming, zijn dat nu eenmaal niet.

Een leuke DDR4-geheugenkit van 32 GB kun je vinden voor 130 euro, maar voor 32 GB DDR5-geheugen mag je 300 euro of meer afrekenen. En dat terwijl de meeste gebruikers er niets van zullen merken. Daarvoor is het toch echt wachten tot er in de komende jaren betere, rappere DDR5-kits uitkomen.

Overigens moeten we hier wel bij opmerken dat de overstap naar DDR5 geen harde eis is. Als je een Z690-moederbord met DDR4-ondersteuning koopt, kun je het voorlopig gewoon bij DDR4 houden.

Conclusie

Na jarenlange stagnatie zet Intel in één klap weer de interessantste desktopprocessors van het jaar neer. De switch naar een hybride processor plus de (praktische) noodzaak om naar Windows 11 over te stappen, brengen wat kleine kinderziektes met zich mee, maar over de hele linie is Alder Lake een uitstekende stap vooruit en zijn de resulterende processors simpelweg uitstekend. Voor iedereen die toe is aan een nieuwe desktop-pc, ligt de keuze voor een 12de generatie Intel Core-processor weer helemaal voor de hand.

Intel Core i9-12900K

Prijs
€ 695,-
Websitewww.intel.com9Score90

  • Pluspunten

  • Ultieme singlecore-prestaties

  • Uitstekende multicore-prestaties

  • Aantrekkelijk Z690-platform

  • Minpunten

  • Z690-platform is prijzig

  • DDR5-geheugen is duur

  • Stevige koeling vereist

Intel Core i5-12600K

Prijs
€ 299,-
Websitewww.intel.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitstekende singlecore-prestaties

  • Uitstekende multicore-prestaties

  • Verslaat de Ryzen 5 5600X ruim

  • Minpunten

  • Z690-moederborden zijn duur

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.