ID.nl logo
Review Sony XR-55A95K – OLED-tv met beeldkwaliteit voor gevorderden
Huis

Review Sony XR-55A95K – OLED-tv met beeldkwaliteit voor gevorderden

Naast Samsung rust ook Sony een topmodel uit met de nieuwe OLED-technologie. We zijn erg benieuwd of beide merken een andere aanpak hanteren, maar een ding kunnen we al verklappen. Sony heeft met de XR-55A95K OLED-tv een topper in handen.

Legendarisch
Conclusie

Deze Sony mag zonder enige twijfel bovenaan de verlanglijst van elke filmliefhebber staan. Gamers hadden ongetwijfeld liever gezien dat Sony wat ruimere mogelijkheden bood op HDMI-vlak, maar als de beperkingen je niet storen, is de XR55A95K ook voor hen een uitstekende keuze. De A95K haalt elke gram potentieel uit het nieuwe QD-OLED-paneel. Het geeft ten opzichte van de Samsung S95B een minimum aan terrein prijs op vlak van piekhelderheid, maar toont wel elke nuance in kleur, schaduwen en licht. De beeldverwerking zorgt dat al je bronnen er op hun best uitzien. Kortom, topbeelden om van te smullen. De Acoustic Surface oplossing onderlijnt het beeld met prima geluid. Google TV en de nieuwe afstandsbediening staan garant voor uitstekend gebruiksgemak. Enkel de prijs vinden we nogal zwaar, zeker vermits het verschil met de Samsung S95B niet zo groot is.

Plus- en minpunten
  • Diep, bijna perfect zwart met veel schaduwnuances
  • Hoge piekhelderheid en zeer ruim kleurbereik
  • Bijna perfecte kijkhoek
  • Uitstekende beeldverwerking
  • Zeer goede bewegingsscherpte
  • Acoustic Surface+ levert uitstekend geluid
  • HDMI 2.1-aansluitingen met veel gaming-features
  • Nieuwe, handige en eenvoudigere afstandsbediening
  • Rechtstreeks invallend licht beïnvloedt de zwartweergave
  • Slechts twee HDMI 2.1-aansluitingen
  • Dolby Vision en 4K120 niet te combineren via HDMI

Sony XR-55A95K

  • Adviesprijs: 3.300 euro
  • Wat: Ultra HD QD-OLED-tv
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.0 (18 Gbps), 2x v2.1 (48 Gbps)), ARC/eARC, ALLM, VRR, HFR 4K120),- 1x composiet video + stereo minijack, 2x USB,- 1x optisch digitaal uit, 1x center speaker, 3x antenne, Bluetooth
  • Afmetingen: 1.225 x 753 x 265 mm
  • Gewicht: 31,0 kg (incl. voet)
  • Gemiddeld verbruik: SDR 84 Watt / HDR 114 Watt

De A95K gebruikt een nieuwe type OLED-paneel, dat OLED en quantum dots combineert, vandaar de benaming: QD-OLED. Zowel de Samsung S95B als de Sony A95K gebruiken exact hetzelfde paneel, en ze delen dan ook alle voor-en nadelen. Kort gesteld zijn dat de volgende.

QD-OLED biedt een bijna perfect contrast, maar combineert het met een betere helderheid en vooral met kleuren die hun intensiteit (saturatie) bewaren bij heel hoge helderheden. De pixels hebben een zeer snelle reactietijd. De opbouw van het paneel garandeert een zeer ruime kijkhoek, maar kan anderzijds wat last ondervinden van sterk omgevingslicht dat de zwartweergave licht verwatert. 

De panelen gebruiken een unieke driehoekige subpixelstructuur die het mogelijk iets minder geschikt maakt voor computermonitoren. Tot slot blijft er een beperkt risico op inbranden, hoewel fabrikanten hun ondertussen ruime ervaring met OLED inzetten om dat te vermijden.

Stoere tv

Een ding dat we echt niet verwachten van een OLED-tv is een stoer uiterlijk. De OLED-panelen benadrukken vaak een superslank design. Sony kiest hier duidelijk een ander pad. Het scherm zelf is al wat dikker, maar vooral het feit dat de elektronicabehuizing over de hele rug uitstrekt, is verrassend. Bovendien staat het toestel op een voetplaat die even breed is als het toestel. Het totaalgewicht, 31 kg, liegt er niet om, dit is een forse tv.

Over de afwerking echter geen slecht woord. Die is piekfijn in orde, en aan elk detail is gedacht. De voetplaat kan gemonteerd worden naar voor of naar achter wijzend. Maar wat je ook kiest, het beeld hangt een centimeter boven het meubel dus een soundbar voor de tv zetten is geen optie.

Aansluitingen

Deze Sony zal gamers tot keuzes dwingen. Van de vier HDMI-aansluitingen zijn er maar twee die de 48 Gbps HDMI 2.1 bandbreedte leveren. En een daarvan dient voor ARC/eARC. Wie dus een soundbar op het oog heeft, houdt maar één HDMI 2.1-aansluiting over. Ze kunnen ook niet én Dolby Vision én 4K120 tegelijk ondersteunen, via de instellingen bepaal je wat de HDMI-aansluiting aankan. Ondersteuning voor ALLM en VRR is er wel, en de input-lag van 17,2 ms (4K60) en 8,7 ms (2K120) is in elk geval prima.

Daarnaast vind je op de Sony twee usb-aansluitingen, een composiet video en stereo minijack ingang, en een optisch digitale audio-uitgang. Voor een koptelefoon moet je bluetooth gebruiken. De A95K biedt een unieke oplossing voor wie een AV-receiver gebruikt, hij kan immers aangesloten worden als center-luidspreker. 

Er is natuurlijk ook ethernet en wifi voor smart functies. Met de dubbele tv-tuner kan je kijken en tegelijk een ander kanaal opnemen naar usb-harde schijf. Er is wel maar één CI Plus-slot.

Beeld om van te smullen

Met de resultaten van de Samsung S95B in het achterhoofd zijn we benieuwd of Sony nog meer uit het QD-OLED-paneel kan halen. We zien in elk geval een zeer goede uniformiteit en geen dirty screen-effect. Sony levert in de ‘Gebruiker’ beeldmode de meest accurate resultaten. Het beeld heeft dankzij het perfecte zwart veel diepte, en de Sony haalt erg veel schaduwnuances naar boven. De kleurweergave is erg accuraat, en huidstinten ogen natuurlijk. We durven te spreken van een bijna referentiekwaliteit in SDR-beelden.

De Sony ondersteunt HDR10, HLG en Dolby Vision. Ook in HDR schakelen we naar de ‘Gebruiker’ beeldmode, en daar zien we dezelfde trend die we op de Samsung S95B zagen, maar met kleine verschillen. Zo lijkt Sony iets voorzichtiger te zijn met de maximale helderheid. Die piekt rond de 940 nits op een 10% venster, en 196 nits op een volledig wit scherm. Dat is ongeveer 10% minder dan de Samsung, en met die piekhelderheid zit de Sony eerder op de lijn van de LG G2, al is wel duidelijk dat hij minder hard moet dimmen in meer heldere beelden. 

Met een 99,8% P3 kleurbereik levert hij een heel groot kleurpalet. Het voordeel van QD-OLED is echter dat hij kleuren ook veel helderder kan weergeven (tot 2,5x) dan WOLED zonder aan kleurintensiteit (saturatie) in te boeten. Daardoor heeft de A95K een enorm kleurvolume, heel helder gemasterde beelden houden daardoor al hun kleurpracht. 

Sony heeft een bovendien uitstekende tonemapping aanpak. Die negeert weliswaar de HDR10-metadata en vertrouwt op eigen analyse van het beeld, maar maakt wel elke nuance zichtbaar, zowel aan het donkere als lichte uiteinde van het spectrum. Zo kijk je moeiteloos binnen in de donkerste scènes en blijven heldere beelden zeer rijk aan nuance zonder detail te clippen.

Slimme beeldbewerking

De Sony Cognitive Processor XR levert uitstekende resultaten voor deinterlacing, ruisonderdrukking en upscaling. Met ‘Reality Creation’ geef je het beeld bovendien een beetje extra detail en diepte zonder storende valse contouren. Ook hinderlijke kleurstroken in zachte kleurovergangen werkt hij efficiënt weg, zelfs in moeilijke donkere testscènes. 

Er blijven wel een paar kleine probleempjes. De processor kan horizontaal lopende tekst (de zogenaamde tickers) niet helemaal zonder kleine schokken weergeven. En een gelijkaardig probleem zien we bij motion interpolation, waar de processor in snelle actiepans veel stotter in het beeld laat of duidelijke artefacten introduceert. 

Het QD-OLED-paneel zorgt wel voor zeer goede bewegingsscherpte, de snelle pixelresponstijd maakt dat er nauwelijks een vage rand is rond bewegende voorwerpen. Sony geeft je de mogelijkheid om Black Frame Insertion te activeren, maar veel extra bewegingsscherpte levert dat niet, en de flikkering in beeld is storend.

Geluid recht uit het scherm 

Net als de andere Sony OLED-tv’s gebruikt de A95K Acoustic Surface technologie. Twee actuatoren brengen het aan het trillen zodat het scherm zelf de geluidsgolven produceert. Voor de lage tonen zijn er wel twee woofers voorzien. Belangrijkste voordeel van Acoustic Surface: de klank komt echt recht uit het scherm, in plaats van vanonder het scherm zoals dat vaak het geval is. 

De 60 Watt vermogen zorgt voor een stevige portie audio die gemakkelijk de kamer vult. Ondersteuning voor Dolby Atmos garandeert een erg mooie surroundervaring. Met een korte testprocedure optimaliseer je de weergave voor de kamerakoestiek. Alles bij elkaar een prima resultaat, dat voor veel kijkers ruim zal volstaan.

Google TV met wat extra's 

Het smart tv-deel wordt verzorgd door Google TV. Dat garandeert een uitzonderlijk rijk aanbod apps, en een interface die je overstelpt met aanbevelingen. Die zijn per genre gerangschikt en gaan over verschillende (maar niet alle) streamingdiensten heen. Op de A95K heb je exclusief toegang tot Bravia Core, de streamingdienst van Sony Pictures die een ruim aanbod films heeft. Die toegang geldt voor twee jaar, over de verdere toekomst kon Sony ons niets zeggen.

De interface reageert vlot en apps starten snel, en samen met de nieuwe afstandsbediening levert het een goede gebruikservaring. Wat is er nieuw aan de afstandsbediening? Ze is vereenvoudigd, en past beter bij het meer streaming georiënteerd kijken. Vind je ze niet meer terug, dan gebruik je de Find My Remote functie in de Google Home app. De remote licht dan op en maakt geluid.

De Bravia Cam

In de doos vind je ook de Bravia Cam, een camera die je magnetisch bovenaan het scherm bevestigd. Die gebruik je als webcam om te videochatten via Google Duo. Sony geeft hem ook andere functies, al lijken die ons niet echt belangrijk of nuttig. De camera kan je waarschuwen als je te dicht bij het scherm zit, of geluid en beeld aanpassen op basis van je zitplaats. Later zullen daar nog functies bijkomen, zoals gebaarcontrole of het scherm dimmen als er niemand voor zit. 

Aan privacy is er gelukkig wel gedacht. De camera stuurt geen extra gegevens door voor die functies, en met een schuifknop bovenaan schuif een je een lenskap voor de camera.

Conclusie

Deze Sony mag zonder enige twijfel bovenaan de verlanglijst van elke filmliefhebber staan. Gamers hadden ongetwijfeld liever gezien dat Sony wat ruimere mogelijkheden bood op HDMI-vlak, maar als de beperkingen je niet storen, is de XR55A95K ook voor hen een uitstekende keuze. De A95K haalt elke gram potentieel uit het nieuwe QD-OLED-paneel. Het geeft ten opzichte van de Samsung S95B een minimum aan terrein prijs op vlak van piekhelderheid, maar toont wel elke nuance in kleur, schaduwen en licht. De beeldverwerking zorgt dat al je bronnen er op hun best uitzien. Kortom, topbeelden om van te smullen. 

De Acoustic Surface oplossing onderlijnt het beeld met prima geluid. Google TV en de nieuwe afstandsbediening staan garant voor uitstekend gebruiksgemak. Enkel de prijs vinden we nogal zwaar, zeker vermits het verschil met de Samsung S95B niet zo groot is.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.