ID.nl logo
Review Sony XR-55A95K – OLED-tv met beeldkwaliteit voor gevorderden
Huis

Review Sony XR-55A95K – OLED-tv met beeldkwaliteit voor gevorderden

Naast Samsung rust ook Sony een topmodel uit met de nieuwe OLED-technologie. We zijn erg benieuwd of beide merken een andere aanpak hanteren, maar een ding kunnen we al verklappen. Sony heeft met de XR-55A95K OLED-tv een topper in handen.

Legendarisch
Conclusie

Deze Sony mag zonder enige twijfel bovenaan de verlanglijst van elke filmliefhebber staan. Gamers hadden ongetwijfeld liever gezien dat Sony wat ruimere mogelijkheden bood op HDMI-vlak, maar als de beperkingen je niet storen, is de XR55A95K ook voor hen een uitstekende keuze. De A95K haalt elke gram potentieel uit het nieuwe QD-OLED-paneel. Het geeft ten opzichte van de Samsung S95B een minimum aan terrein prijs op vlak van piekhelderheid, maar toont wel elke nuance in kleur, schaduwen en licht. De beeldverwerking zorgt dat al je bronnen er op hun best uitzien. Kortom, topbeelden om van te smullen. De Acoustic Surface oplossing onderlijnt het beeld met prima geluid. Google TV en de nieuwe afstandsbediening staan garant voor uitstekend gebruiksgemak. Enkel de prijs vinden we nogal zwaar, zeker vermits het verschil met de Samsung S95B niet zo groot is.

Plus- en minpunten
  • Diep, bijna perfect zwart met veel schaduwnuances
  • Hoge piekhelderheid en zeer ruim kleurbereik
  • Bijna perfecte kijkhoek
  • Uitstekende beeldverwerking
  • Zeer goede bewegingsscherpte
  • Acoustic Surface+ levert uitstekend geluid
  • HDMI 2.1-aansluitingen met veel gaming-features
  • Nieuwe, handige en eenvoudigere afstandsbediening
  • Rechtstreeks invallend licht beïnvloedt de zwartweergave
  • Slechts twee HDMI 2.1-aansluitingen
  • Dolby Vision en 4K120 niet te combineren via HDMI

Sony XR-55A95K

  • Adviesprijs: 3.300 euro
  • Wat: Ultra HD QD-OLED-tv
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.0 (18 Gbps), 2x v2.1 (48 Gbps)), ARC/eARC, ALLM, VRR, HFR 4K120),- 1x composiet video + stereo minijack, 2x USB,- 1x optisch digitaal uit, 1x center speaker, 3x antenne, Bluetooth
  • Afmetingen: 1.225 x 753 x 265 mm
  • Gewicht: 31,0 kg (incl. voet)
  • Gemiddeld verbruik: SDR 84 Watt / HDR 114 Watt

De A95K gebruikt een nieuwe type OLED-paneel, dat OLED en quantum dots combineert, vandaar de benaming: QD-OLED. Zowel de Samsung S95B als de Sony A95K gebruiken exact hetzelfde paneel, en ze delen dan ook alle voor-en nadelen. Kort gesteld zijn dat de volgende.

QD-OLED biedt een bijna perfect contrast, maar combineert het met een betere helderheid en vooral met kleuren die hun intensiteit (saturatie) bewaren bij heel hoge helderheden. De pixels hebben een zeer snelle reactietijd. De opbouw van het paneel garandeert een zeer ruime kijkhoek, maar kan anderzijds wat last ondervinden van sterk omgevingslicht dat de zwartweergave licht verwatert. 

De panelen gebruiken een unieke driehoekige subpixelstructuur die het mogelijk iets minder geschikt maakt voor computermonitoren. Tot slot blijft er een beperkt risico op inbranden, hoewel fabrikanten hun ondertussen ruime ervaring met OLED inzetten om dat te vermijden.

Stoere tv

Een ding dat we echt niet verwachten van een OLED-tv is een stoer uiterlijk. De OLED-panelen benadrukken vaak een superslank design. Sony kiest hier duidelijk een ander pad. Het scherm zelf is al wat dikker, maar vooral het feit dat de elektronicabehuizing over de hele rug uitstrekt, is verrassend. Bovendien staat het toestel op een voetplaat die even breed is als het toestel. Het totaalgewicht, 31 kg, liegt er niet om, dit is een forse tv.

Over de afwerking echter geen slecht woord. Die is piekfijn in orde, en aan elk detail is gedacht. De voetplaat kan gemonteerd worden naar voor of naar achter wijzend. Maar wat je ook kiest, het beeld hangt een centimeter boven het meubel dus een soundbar voor de tv zetten is geen optie.

Aansluitingen

Deze Sony zal gamers tot keuzes dwingen. Van de vier HDMI-aansluitingen zijn er maar twee die de 48 Gbps HDMI 2.1 bandbreedte leveren. En een daarvan dient voor ARC/eARC. Wie dus een soundbar op het oog heeft, houdt maar één HDMI 2.1-aansluiting over. Ze kunnen ook niet én Dolby Vision én 4K120 tegelijk ondersteunen, via de instellingen bepaal je wat de HDMI-aansluiting aankan. Ondersteuning voor ALLM en VRR is er wel, en de input-lag van 17,2 ms (4K60) en 8,7 ms (2K120) is in elk geval prima.

Daarnaast vind je op de Sony twee usb-aansluitingen, een composiet video en stereo minijack ingang, en een optisch digitale audio-uitgang. Voor een koptelefoon moet je bluetooth gebruiken. De A95K biedt een unieke oplossing voor wie een AV-receiver gebruikt, hij kan immers aangesloten worden als center-luidspreker. 

Er is natuurlijk ook ethernet en wifi voor smart functies. Met de dubbele tv-tuner kan je kijken en tegelijk een ander kanaal opnemen naar usb-harde schijf. Er is wel maar één CI Plus-slot.

Beeld om van te smullen

Met de resultaten van de Samsung S95B in het achterhoofd zijn we benieuwd of Sony nog meer uit het QD-OLED-paneel kan halen. We zien in elk geval een zeer goede uniformiteit en geen dirty screen-effect. Sony levert in de ‘Gebruiker’ beeldmode de meest accurate resultaten. Het beeld heeft dankzij het perfecte zwart veel diepte, en de Sony haalt erg veel schaduwnuances naar boven. De kleurweergave is erg accuraat, en huidstinten ogen natuurlijk. We durven te spreken van een bijna referentiekwaliteit in SDR-beelden.

De Sony ondersteunt HDR10, HLG en Dolby Vision. Ook in HDR schakelen we naar de ‘Gebruiker’ beeldmode, en daar zien we dezelfde trend die we op de Samsung S95B zagen, maar met kleine verschillen. Zo lijkt Sony iets voorzichtiger te zijn met de maximale helderheid. Die piekt rond de 940 nits op een 10% venster, en 196 nits op een volledig wit scherm. Dat is ongeveer 10% minder dan de Samsung, en met die piekhelderheid zit de Sony eerder op de lijn van de LG G2, al is wel duidelijk dat hij minder hard moet dimmen in meer heldere beelden. 

Met een 99,8% P3 kleurbereik levert hij een heel groot kleurpalet. Het voordeel van QD-OLED is echter dat hij kleuren ook veel helderder kan weergeven (tot 2,5x) dan WOLED zonder aan kleurintensiteit (saturatie) in te boeten. Daardoor heeft de A95K een enorm kleurvolume, heel helder gemasterde beelden houden daardoor al hun kleurpracht. 

Sony heeft een bovendien uitstekende tonemapping aanpak. Die negeert weliswaar de HDR10-metadata en vertrouwt op eigen analyse van het beeld, maar maakt wel elke nuance zichtbaar, zowel aan het donkere als lichte uiteinde van het spectrum. Zo kijk je moeiteloos binnen in de donkerste scènes en blijven heldere beelden zeer rijk aan nuance zonder detail te clippen.

Slimme beeldbewerking

De Sony Cognitive Processor XR levert uitstekende resultaten voor deinterlacing, ruisonderdrukking en upscaling. Met ‘Reality Creation’ geef je het beeld bovendien een beetje extra detail en diepte zonder storende valse contouren. Ook hinderlijke kleurstroken in zachte kleurovergangen werkt hij efficiënt weg, zelfs in moeilijke donkere testscènes. 

Er blijven wel een paar kleine probleempjes. De processor kan horizontaal lopende tekst (de zogenaamde tickers) niet helemaal zonder kleine schokken weergeven. En een gelijkaardig probleem zien we bij motion interpolation, waar de processor in snelle actiepans veel stotter in het beeld laat of duidelijke artefacten introduceert. 

Het QD-OLED-paneel zorgt wel voor zeer goede bewegingsscherpte, de snelle pixelresponstijd maakt dat er nauwelijks een vage rand is rond bewegende voorwerpen. Sony geeft je de mogelijkheid om Black Frame Insertion te activeren, maar veel extra bewegingsscherpte levert dat niet, en de flikkering in beeld is storend.

Geluid recht uit het scherm 

Net als de andere Sony OLED-tv’s gebruikt de A95K Acoustic Surface technologie. Twee actuatoren brengen het aan het trillen zodat het scherm zelf de geluidsgolven produceert. Voor de lage tonen zijn er wel twee woofers voorzien. Belangrijkste voordeel van Acoustic Surface: de klank komt echt recht uit het scherm, in plaats van vanonder het scherm zoals dat vaak het geval is. 

De 60 Watt vermogen zorgt voor een stevige portie audio die gemakkelijk de kamer vult. Ondersteuning voor Dolby Atmos garandeert een erg mooie surroundervaring. Met een korte testprocedure optimaliseer je de weergave voor de kamerakoestiek. Alles bij elkaar een prima resultaat, dat voor veel kijkers ruim zal volstaan.

Google TV met wat extra's 

Het smart tv-deel wordt verzorgd door Google TV. Dat garandeert een uitzonderlijk rijk aanbod apps, en een interface die je overstelpt met aanbevelingen. Die zijn per genre gerangschikt en gaan over verschillende (maar niet alle) streamingdiensten heen. Op de A95K heb je exclusief toegang tot Bravia Core, de streamingdienst van Sony Pictures die een ruim aanbod films heeft. Die toegang geldt voor twee jaar, over de verdere toekomst kon Sony ons niets zeggen.

De interface reageert vlot en apps starten snel, en samen met de nieuwe afstandsbediening levert het een goede gebruikservaring. Wat is er nieuw aan de afstandsbediening? Ze is vereenvoudigd, en past beter bij het meer streaming georiënteerd kijken. Vind je ze niet meer terug, dan gebruik je de Find My Remote functie in de Google Home app. De remote licht dan op en maakt geluid.

De Bravia Cam

In de doos vind je ook de Bravia Cam, een camera die je magnetisch bovenaan het scherm bevestigd. Die gebruik je als webcam om te videochatten via Google Duo. Sony geeft hem ook andere functies, al lijken die ons niet echt belangrijk of nuttig. De camera kan je waarschuwen als je te dicht bij het scherm zit, of geluid en beeld aanpassen op basis van je zitplaats. Later zullen daar nog functies bijkomen, zoals gebaarcontrole of het scherm dimmen als er niemand voor zit. 

Aan privacy is er gelukkig wel gedacht. De camera stuurt geen extra gegevens door voor die functies, en met een schuifknop bovenaan schuif een je een lenskap voor de camera.

Conclusie

Deze Sony mag zonder enige twijfel bovenaan de verlanglijst van elke filmliefhebber staan. Gamers hadden ongetwijfeld liever gezien dat Sony wat ruimere mogelijkheden bood op HDMI-vlak, maar als de beperkingen je niet storen, is de XR55A95K ook voor hen een uitstekende keuze. De A95K haalt elke gram potentieel uit het nieuwe QD-OLED-paneel. Het geeft ten opzichte van de Samsung S95B een minimum aan terrein prijs op vlak van piekhelderheid, maar toont wel elke nuance in kleur, schaduwen en licht. De beeldverwerking zorgt dat al je bronnen er op hun best uitzien. Kortom, topbeelden om van te smullen. 

De Acoustic Surface oplossing onderlijnt het beeld met prima geluid. Google TV en de nieuwe afstandsbediening staan garant voor uitstekend gebruiksgemak. Enkel de prijs vinden we nogal zwaar, zeker vermits het verschil met de Samsung S95B niet zo groot is.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.