ID.nl logo
Review Samsung QE65S95B – Geslaagde start voor OLED-tv
Huis

Review Samsung QE65S95B – Geslaagde start voor OLED-tv

Samsung gebruikt al jaren naast LCD ook OLED voor zijn smartphones, maar niet voor zijn tv’s. We hebben dan ook reikhalzend uitgekeken naar de QE65S95B, de eerste Samsung OLED-tv sinds 2013. En Samsung heeft zijn start niet gemist.

Legendarisch
Conclusie

Samsung zet hoog in met deze QE65S95B. De nieuwe QD-OLED-technologie neemt de koppositie in voor helderheid, vergeleken met de andere OLED-modellen. Het verschil is echter niet zo groot, en LCD doet het nog steeds beter. Maar gecombineerd met dat perfecte OLED-contrast en het indrukwekkende kleurbereik van de quantum dots zet hij een fantastische prestatie neer. Films, zekere in HDR zijn een echt feest voor het oog. Vermijd sterk invallend omgevingslicht, daarmee benadeel je de zwartweergave. Het is een tip die voor alle tv’s geldt, maar zeker voor deze. We zijn nog steeds niet gelukkig met de nieuwe Smart Hub layout, maar aan functionaliteit is er geen gebrek. De HDMI 2.1-aansluitingen en de uitstekende bewegingsscherpte zijn dan weer troeven voor sport en games. Voor een nieuwe technologie is deze Samsung bovendien helemaal niet te duur geprijsd.

Plus- en minpunten
  • Hogere helderheid dan de huidige top OLED-tv’s
  • Nagenoeg perfect contrast
  • Bijzonder indrukwekkend kleurbereik
  • Bijna perfecte kijkhoek
  • Uitstekende bewegingsscherpte
  • Zeer goede beeldverwerking
  • HDMI 2.1-aansluitingen met veel gaming features
  • Rechtstreeks invallend licht beïnvloedt de zwartweergave
  • Geen Dolby Vision ondersteuning
  • Nieuwe Tizen Smart Hub is minder gebruiksvriendelijk

Samsung QE65S95B

  • Adviesprijs: 3.499 euro
  • Wat: Ultra HD QD-OLED-tv
  • Schermformaat: 65 inch (165 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (4x v2.1 (48 Gbps), eARC, ALLM, VRR, HFR 4K120), 1x optisch digitaal uit, 2x USB, 3x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: HDR10, HLG, HDR10+, WiFi (802.11ac) ingebouwd, Tizen 7.0, AirPlay 2, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, dual tuner, CI+-slot, Neural Quantum 4K Processor, Smart Calibration
  • Afmetingen: 1.444 x 898 x 288 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 25,5 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 132 (G) / HDR 252 watt (G)

QD-OLED is, zoals de naam doet vermoeden, een combinatie van quantum dots en OLED-technologie. Een blauwe OLED-laag zorgt voor het licht, dat op pixelniveau gedimd kan worden, net zoals de OLED-tv’s die we al kennen. Op subpixelniveau wordt dat blauwe licht dan door quantum dots omgezet (niet gefilterd) naar rood en groen, blauw wordt doorgelaten. Dat is anders dan de bestaande OLED-technologie die kleur maakt door het witte OLED-licht door een kleurfilter te sturen.

Die nieuwe aanpak zou helderder moeten zijn, omdat de kleuren ontstaan door conversie, niet door filteren. De bestaande OLED-tv’s gebruiken een extra witte subpixel om de helderheid te verbeteren, maar dat gaat ten kosten van kleurintensiteit in zeer heldere kleuren. Dat probleem heeft QD-OLED niet, het gebruikt een RGB-subpixelstructuur en zal kleuren dus veel helderder met volle kleurintensiteit kunnen tonen. Omdat er minder lagen voor de lichtgevende pixels zitten flirt de kijkhoek met perfectie.

Nadelen zijn er echter ook. De subpixelstructuur is driehoekig, groen bovenaan, en rood en blauw onderaan. Daardoor kan je licht gekleurde randen zien rond voorwerpen met een scherp contrast, bijvoorbeeld witte tekst op een zwarte achtergrond. Voor tv kijken op een normale afstand is dat effect onzichtbaar. Wie hoopt een QD-OLED-monitor in huis te halen, test beter eerst of hij die randen niet storend vindt.

Daarnaast is dit ook een OLED-scherm en is er daarom risico op inbranden. Ondertussen hebben fabrikanten al heel wat jaren ervaring met OLED, dus mogelijk is dat risico beperkt. Tot slot, omdat de quantum dots helemaal aan de voorzijde van het scherm zitten, kan ook sterk omgevingslicht deze dots activeren. De zwartwaarde verwatert dan wat, en het scherm krijgt een zachte magentaroze tint. Het is duidelijk zichtbaar in donkere beelden, die daardoor sterk aan kwaliteit verliezen, maar heeft nauwelijks effect bij heldere content (sport bijvoorbeeld).

Vermijd dus spotlicht of sterk zonlicht dat rechtstreeks op het scherm schijnt. We kunnen je wel al gerust stellen, bij beperkt omgevingslicht viel het probleem niet op, enkel bij extreme omstandigheden was het goed zichtbaar, maar dan doet geen enkele tv het goed.

Hoe slank kan een tv zijn?

Als het van Samsung afhangt, erg slank. Het scherm zelf is zo dun, en deze 65 inch-versie is zo groot, dat het scherm zelf licht begon te buigen, en sterk wiebelt als je het verplaatst. Wat extra voorzichtigheid is dus geboden. De afwerking is piekfijn in orde. Een fijn zilverkleurig kader omlijst het beeld. De tv staat op een vrij grote centrale voet, met een brede nek die voldoende stabiliteit biedt.

De aansluitingen wijzen naar onder en opzij, we zijn er zeker van dat de S95B er fantastisch uit zou zien aan de muur. Met zijn vier HDMI 2.1-aansluitingen die allemaal 48 Gbps leveren heb je aansluitmogelijkheden genoeg. Er is ondersteuning voor eARC, ALLM, 4K120 en VRR (HDMI VRR en AMD Freesync). De input-lag van 10,1 ms (voor 4K60) en 5,4 ms (voor 2K120) maakt duidelijk dat ook gamers het doelpubliek zijn. 

Verder krijgt je twee usb-aansluitingen, een optisch digitale audio-uitgang, ethernetaansluiting, wifi en bluetooth. De S95B heeft en dubbele tv-tuner, met een usb harde schijf kan je opnemen en tegelijk een ander kanaal bekijken.

Spetterende kleuren

We schakelen de S95B in Filmmaker Mode voor de beste resultaten. Het OLED-contrast springt onmiddellijk in het oog. Pixelfijne lichtaccenten kunnen perfect bestaan op een pikzwarte achtergrond. Het scherm levert veel zwartdetail, je ziet moeiteloos elke nuance en elk detail in donkere scènes. 

De kleurweergave is dankzij een neutrale grijsschaal uitstekend, met foutwaardes die klein genoeg zijn om in de richting van een referentiebeeld te gaan.

Maar de echte test, dat is HDR-weergave. OLED-schermen kunnen hun absolute piekhelderheid maar leveren in een beperkt deel van het beeld. Naarmate de gemiddelde helderheid van het beeld toeneemt, moet de processor de maximale helderheid verlagen. Hier kan de Samsung laten tonen dat QD-OLED-technologie betere prestaties levert, maar de voorsprong is klein ten opzichte van de beste OLED-modellen van 2022.

De piekhelderheid op een 10% venster haalt ongeveer 1.020 nits, en op een volledig wit scherm tikt hij nog 215 nits aan. We zien vooral dat het QD-OLED-scherm de helderheid minder sterk moet verlagen dan de andere OLED-tv’s. Dat is alvast een win. Het kleurbereik oogt misschien niet zo veel groter, al haalt hij wel 99,4% P3. Maar het kleurvolume, de combinatie van helderheid én kleurintensiteit, is wel aanzienlijk groter. 

Er is geen witte subpixel die de kleuren verwatert, en de S95B kan zijn volledige gesatureerde kleuren gemakkelijk twee maal helder weergeven dan een gewone OLED. Dankzij een goede kalibratie van de HDR Filmmaker Mode springen HDR-beelden dan ook echt in het oog, vooral als die erg intens en kleurrijk zijn. Lichtsabelgevechten in Obi-Wan Kenobi bijvoorbeeld, of de spetterende kleuren van Mad Max:Fury Road. 

De processor zorgt voor prima HDR-tonemapping. Hij houdt rekening met de HDR-metadata en toont heel veel schaduwnuances maar net niet alle witdetail. Die neiging om het beeld toch wat extra impact te geven door een minimale hoeveelheid witdetail te clippen kan er vermoedelijk met een goed kalibratie uitgehaald worden. Maar echt storend is het zeker niet.

De Samsung ondersteunt HDR10, HDR10+ adaptive en HLG. Dolby Vision zou de kers op de taart geweest zijn, maar die boot houdt Samsung nog steeds af.

AI-beeldverwerking

De S95B heeft dezelfde processor aan boord als de QN95B, de resultaten liggen dan ook perfect in lijn met elkaar. Zeer mooie upscaling met goede ruisonderdrukking resulteert in erg scherp gedetailleerde beelden. Af en toe gaat de ruisonderdrukking iets te sterk te werk, en verdwijnt er wat heel fijn detail. Het enige zwakke punt van de processor is het wegwerken van kleurbanden in zachte kleurovergangen. Die blijven in sommige donkere beelden met bredere kleurbanden vrij goed zichtbaar.

Voor sport- en gameliefhebbers levert het QD-OLED-paneel uitstekende bewegingsscherpte. Dankzij de snelle pixelresponstijd worden vage of dubbele randen goed vermeden. Enkel het allerfijnste detail in snelle actiescènes verbergt het scherm nog, net zoals andere OLED-tv’s. 

De processor kan een 60 Hz Black Frame Insertion gebruiken om nog wat extra detail te tonen, maar je verliest er veel helderheid door en het 60 Hz-flikkeren van het beeld is irritant. Wil je vloeiende pan-beelden dan kan je ‘Trilvermindering’ activeren. De motion interpolation werkt gestotter goed weg, en laat vrij weinig beeldartefacten achter.

Prettige audio

Levert de QE65S95B genoeg audioprestaties om die knappe filmbeelden nog meeslepender te maken? 60 Watt in een 2.2.2 kanaalconfiguratie en Dolby Atmos ondersteuning, dat lijkt voldoende. De S95B pompt flink wat volume in de kamer, met een degelijk gebalanceerde klank inclusief wat bas. De processor houdt vervorming goed onder controle, dat wordt pas hoorbaar bij erg hoog volume. Maar die slanke behuizing heeft zijn beperkingen. Echt rollende bassen zijn er niet, en het surroundbeeld is erg beperkt, vermoedelijk omdat alle luidsprekers diep achter het toestel zitten. Voor een echt epische filmtrack wijk je beter uit naar een goede soundbar.

Conclusie

Samsung zet hoog in met deze QE65S95B. De nieuwe QD-OLED-technologie neemt de koppositie in voor helderheid, vergeleken met de andere OLED-modellen. Het verschil is echter niet zo groot, en LCD doet het nog steeds beter. Maar gecombineerd met dat perfecte OLED-contrast en het indrukwekkende kleurbereik van de quantum dots zet hij een fantastische prestatie neer. Films, zekere in HDR zijn een echt feest voor het oog. 

Vermijd sterk invallend omgevingslicht, daarmee benadeel je de zwartweergave. Het is een tip die voor alle tv’s geldt, maar zeker voor deze. We zijn nog steeds niet gelukkig met de nieuwe Smart Hub layout, maar aan functionaliteit is er geen gebrek. De HDMI 2.1-aansluitingen en de uitstekende bewegingsscherpte zijn dan weer troeven voor sport en games. Voor een nieuwe technologie is deze Samsung bovendien helemaal niet te duur geprijsd.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.