ID.nl logo
Alles over soundbars: Dolby Atmos, HDMI-eARC en meer
© Reshift Digital
Huis

Alles over soundbars: Dolby Atmos, HDMI-eARC en meer

In de basis zijn alle soundbars hetzelfde: een lang toestel met daarin kleine speakertjes of drivers die de verschillende geluidskanalen van een filmsoundtrack afspelen. Toch zijn er wel degelijk zaken om op te letten als je zo'n soundbar overweegt te kopen. Dan kom je ineens met allemaal termen in aanraking als Dolby Atmos, DMI-eARC en meer eigenschappen. Wat moet je daarover weten?

Als je je een beetje verdiept in het aanbod van soundbars, ontdek je al snel dat er wel heel veel verschillende modellen bestaan. Dat de ene soundbar niet de andere is, merk je eveneens aan de prijs. Voor een soundbar beginnen de prijzen rond 150 euro en eindigen ze in de buurt van 2000 euro.

Waar komt die enorme spagaat vandaan? Zaken als streaming-opties, design en vermogen spelen een rol, maar wellicht de belangrijkste factor is de geboden surround-ervaring.

Waarom een soundbar

Wanneer heb je nu een soundbar nodig? Een soundbar kan een oplossing zijn voor een reëel probleem, zoals spraak die niet goed verstaanbaar is. Dit probleem doet zich bij een rustige talkshow zelden voor. Bij een film, waarbij er nog veel andere geluidseffecten of muziek speelt, kunnen die kleine tv-speakers overweldigd raken.

Ook kan het zijn dat je verlangt naar een meer meeslepende kijkervaring. George Lucas merkte het ooit op: geluid en beeld zijn even belangrijk om je een film in te sleuren, zodat je er echt in opgaat. Een mooi, groot scherm volstaat niet. Ondersteun de beelden met surround-geluid en je krijgt veel meer immersie. 

Dit geldt uiteraard ook voor gamen, waar surround-geluid of positionele audio niet enkel voor sfeer zorgt, maar ook tactische informatie biedt. In een battle royale-game kunnen die geweerschoten in de verte je op het spoor brengen van een tegenstander.

Geluid van de tv zelf

Is het geluid dat uit televisies komt nu echt zo slecht? Het antwoord op die vraag was heel lang ‘ja’, maar inmiddels ligt dat iets genuanceerder. Bij de absolute topmodellen onder de televisies kun je tegenwoordig wél rekenen op veel betere audioprestaties.

Sommige tv-fabrikanten zijn zelfs gaan samenwerken met hifi-merken om beter geluid te leveren. Deels is dat een marketingtruc, maar onder meer de samenwerking tussen Philips en Bowers & Wilkins levert toch echt knappe resultaten op. Zoals je leest in deze Philips 65OLED936/12 review.

Helaas zijn die goede audioprestaties er enkel bij televisietoestellen van duizenden euro’s. Het merendeel van de budget- en mid-range-televisies blijft uitgerust met kleine speakers die niet in staat zijn om het volledige frequentiebereik weer te geven.

©PXimport

Soundbar met Dolby Atmos

De hypeterm van 2021 is zonder twijfel Dolby Atmos. De meeste soundbars pakken uit met deze surround-technologie die de klassieke surround-kanalen op oorhoogte aanvult met speakers die hoger geplaatst zijn. Of, in het geval van soundbars, luidsprekers die naar boven gericht zijn en geluid laten weerkaatsen via het plafond. Dankzij die zogenaamde hoogtekanalen kunnen geluidseffecten zowel in de breedte als in de hoogte worden gepositioneerd.

Dat is om twee redenen positief. Om te beginnen krijg je realistischere geluidseffecten. Helikopters vliegen naadloos over je heen, in plaats van plots te verspringen van voor je naar achter je. Dat merk je meteen. 

Subtieler is dat die hoogtekanalen de ambiance of ruimtelijke audio weergeven. Een scène in een betegelde badkamer, een drukke winkelstraat of een grote kathedraal klinkt daardoor natuurlijker en realistisch. Dit is ook de meerwaarde bij films en tv-reeksen die niet propvol spectaculaire scènes zitten. Een Scandinavische crimi of een historisch drama wordt er nog echter door.

©PXimport

5.1.2, 3.1, 7.1.4...

Bij soundbars krijg je vaak een reeks cijfers met punten ertussen naar je hoofd geslingerd. Hieraan kun je meteen zien of een soundbar klaar is voor Atmos. Een conventionele surround-opstelling is bijvoorbeeld 5.1. Dat zijn vijf kanalen op oorhoogte (links-center-rechts-linksachter-rechtsachter) plus één subwoofer (LFE of Low Frequency Effects). 

Voeg er twee Atmos-kanalen bij en je krijgt 5.1.2. Er zijn nog andere opstellingen mogelijk, zoals 2.0 (stereo), 3.1 (stereo plus een centerkanaal voor dialogen én een subwoofer) of 7.1.4.

Deze cijfers staan bij een surround-opstelling voor kanalen die uit aparte speakers komen. Bij een soundbar is dat niet altijd zo. Dankzij complexe algoritmes kunnen speakers meerdere rollen op zich nemen, zodat een soundbar met slechts drie speakers toch Atmos zou leveren.

Het is behoorlijk indrukwekkend hoe software geluid kan richten, onder meer door in te grijpen op de fase, maar toch blijft het resultaat bij deze (goedkopere) Atmos-soundbars achter op toestellen met afzonderlijke speakers per kanaal.

©PXimport

Dolby Atmos is een technologie die vanuit de bioscoop naar de consument werd gebracht. Onvermijdelijk is daarbij iets verloren gegaan. Je kunt nu eenmaal niet 64 speakers aangestuurd door slimme processors vervangen door enkele kleine speakers vooraan in de kamer.

Het is mogelijk om thuis een goede Atmos-ervaring te krijgen, maar dan moet je gaan voor een surround-opstelling of een high-end-soundbar met losse draadloze speakers die je naast en achter je zetel plaatst. Meestal zullen die losse speakers trouwens enkel de achterste kanalen weergeven, niet de twee Atmos-kanalen. Samsung is ongeveer de enige die een soundbar biedt met dubbele satellietspeakers.

De meeste soundbars bieden eerder een benadering van Atmos dan echt een accurate weergave. Dat is niet per se iets slechts. Door de nadruk te leggen op een indrukwekkende beleving krijg je wel een meeslepende onderdompeling in een film of game. En dat is waar het om draait.

Wat is HDMI-eARC?

Nieuwe tv’s en soundbars pakken uit met HDMI-eARC. Dit is een nieuwe versie van HDMI-ARC, een standaard om geluid van de tv naar een audiotoestel te brengen. “Logisch”, denk je misschien, maar eigenlijk gaat audio op dat moment ‘tegen de stroom in’. HDMI werd immers oorspronkelijk ontworpen om beeld en geluid naar de televisie te brengen, niet andersom. Pas toen de soundbar werd uitgevonden, bleek er nood aan een audiokanaal dat in de andere richting werkte.

eARC doet hetzelfde, maar dan via een andere techniek, zodat ook surround-geluid in de hoogste kwaliteit (te vinden op Ultra-HD-blu-rays) over kan worden gebracht. In de praktijk is dit niet zo belangrijk. HDMI-eARC biedt daarnaast betere lipsynchronisatie.

Met HDMI-eARC houden tv-bouwers rekening met een nieuwe realiteit: streaming is nu het belangrijkste, tv-decoders en schijfjesspelers worden massaal gedumpt. Dat is een grote kentering. Vroeger gold bovendien dat je een videobron (zoals een console of blu-ray-speler) het best aansloot op je audiotoestel. Dat leverde de beste audiokwaliteit.

©PXimport

Dankzij eARC is dat niet langer zo. Het is nu gebruikelijk om je bronnen rechtstreeks aan je televisie te koppelen. Bovendien kijken velen via de apps op hun televisie. Kortom, er is weinig vraag naar extra HDMI-ingangen op een soundbar. Je ziet zelfs high-end modellen zonder een extra HDMI-poort.

Dit creëert wel een probleem voor mensen met een oudere tv die Dolby Atmos willen ervaren. Toestellen die gebouwd werden vóór circa 2017 bieden zelden Atmos via Netflix, Disney+ en andere streamingaanbieders. De benodigde apps zijn er misschien wel, maar leveren op die oudere toestellen enkel Dolby Digital Plus 5.1.

Ook als je een moderne bron, zoals een Apple TV 4K of Xbox, aan je oudere tv koppelt, heb je nog steeds een probleem. De televisie zal de Atmos-stream die de Apple TV aanlevert niet doorsturen naar de soundbar. De audio wordt dan omgevormd tot stereo. De enige optie die je in dat geval hebt, is om je bron rechtstreeks aan het audiotoestel te koppelen. Maar als er geen extra HDMI-ingang is op de soundbar, kan dat niet.

Heb je een nieuwe televisie, eventueel uitgerust met HDMI-eARC, dan zijn de tv-apps mogelijk wel in staat Atmos te leveren en wordt de audio van een bron die aan een televisie hangt volledig doorgestuurd (passthrough).

Geluidskalibratie voor soundbars Geluid is iets heel merkwaardigs. Hoe goed je soundbar ook mag zijn, hij kan toch slecht klinken als je hem thuis installeert. Dat komt omdat de kamer een storende invloed kan zijn. Het type vloer, de hoogte van het plafond en zelfs de vorm kunnen bepaalde frequenties versterken of net dempen. Gelukkig kan het geluidssignaal digitaal worden aangepast om te compenseren voor de specifieke akoestische problemen in je woonkamer. Dat kan via kamerkalibratie, een waardevolle functie die je op steeds meer soundbars vindt.  Kalibreren houdt in dat je eenmalig testtonen laat afspelen om de kamer te ‘meten’, waarna het geluid wordt aangepast. Meestal is het gewoon een kwestie van iets aantikken in de app van een soundbar en een minuut of twee wachten.

Muziek streamen op soundbar

Verschillende soundbars in dit dossier hebben eigen apps waarmee je eigen muziek of gestreamde muziek kunt afspelen. Leuk, maar veel mensen verkiezen om te werken met hun vertrouwde muziek-apps.

Dat kan bij de meeste modellen via Chromecast en/of AirPlay 2. De eerste technologie komt van Google, de tweede van Apple, en heel wat soundbars hebben beide aan boord. Ze bieden ongeveer hetzelfde: je kunt in een app van een dienst gewoon op een pictogram tikken om de muziek via de soundbar af te spelen.

Het grote voordeel van Chromecast is dat de muziekstream direct naar de soundbar loopt, zonder de smartphonebatterij leeg te trekken. Je kunt zelfs een afspeellijst kiezen en dan je telefoon afsluiten: de muziek blijft spelen. AirPlay is dan weer veelzijdiger en laat je bijvoorbeeld ook audio van een YouTube-video of een game naar een soundbar sturen.

©PXimport

AirPlay 2 en Chromecast bieden beide ondersteuning voor het groeperen van verschillende luidsprekers. Je kunt bijvoorbeeld dezelfde track synchroon afspelen op je soundbar en een Chromecast- of AirPlay 2-speaker in de keuken. Handig is dat Chromecast en AirPlay het makkelijk maken om een soundbar met het wifi-netwerk te verbinden. Via de Google Home-app of de wifi-instellingen van een iPhone of iPad regel je dat met enkele tikken.

Spotify-gebruikers zien trouwens dankzij Spotify Connect hun soundbar (als die met het netwerk verbonden is) gewoon opduiken in de Spotify-app zelf. Dit werkt heel goed en deze functie is tegenwoordig op nagenoeg elke soundbar met wifi aanwezig.

Je tv-geluid doorsturen met Chromecast of AirPlay 2 kan niet. Daarvoor moet je een echte multiroom-soundbar hebben, zoals van Denon, Sonos of Bluesound. Bij hun producten staat het softwareplatform centraal en is er meer flexibiliteit om geluid door te sturen naar andere toestellen elders in de woning. Zo kun je bijvoorbeeld ook een platenspeler aansluiten op een aux-ingang van de soundbar en het geluid daarvan beluisteren via een speaker in de eetkamer.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.