Het Oordeel
De Pluspunten
- Familiedrama grondt de ellendige situatie
- Tandenknarsende spanning
- Kom op, dino’s zijn gewoon tof…
De Minpunten
- … al zien ze er in het daglicht niet altijd overtuigend uit
- Familiedrama verliest na een tijdje wat gewicht
Het is al zo’n druk blockbusterseizoen, dus het is niet gek als The End of Oak Street bij veel mensen onder de radar vliegt. De combinatie van een Spielberg-achtige opzet met een vleugje familiedrama en natuurlijk bloedstollende actie met prima ogende dinosauriërs maakt nóg een bioscoopbezoekje echter zeker de moeite waard.
Zelfs wanneer de films praktisch slop zijn - we staren naar Jurassic World: Dominion - gaan mensen graag naar de bioscoop voor dinosauriërs. De prehistorische beesten blijven simpelweg smaakmakers. Dat is allemaal te danken aan Steven Spielbergs Jurassic Park uit 1993, niet enkel de beste dinofilm ooit gemaakt, maar simpelweg een van de beste blockbusterfilms ooit.
Het voelt dan ook lullig, alsmede onvermijdelijk, om The End of Oak Street met Spielbergs iconische film te vergelijken. Mitchell maakt het zichzelf daarbij niet makkelijk, maar door juist een beetje op onze verwachtingen rondom een Jurassic Park-achtige film te leunen, weet hij van deze film iets enigszins verrassends te maken.
Een ander Oak-punt
De opzet is al lekker out there. De Platt-familie, bestaande uit Greg (Ewan McGregor), Denise (Anne Hathaway) en hun kinderen Brian (Christian Convery) en Audrey (Maisy Stella), staat centraal. Het gezin - en dan vooral het huwelijk van Greg en Denise - gaat door een stroeve periode, wat nog erger wordt gemaakt wanneer hun huis, straat en omliggende buurt tweehonderd miljoen jaar naar het verleden worden gebonjourd. Een tijdperk waarin dinosauriërs vrijelijk rondlopen en nu een nieuwe soort prooi hebben om op te jagen.
Grappig genoeg levert Mitchell hiermee sterker op de belofte van Jurassic World: Dominion dan die film dat zelf deed. Hoe zouden mensen reageren als we ineens onze wereld moeten delen met prehistorische hagedissen? Waar de Jurassic-films een vrij gebalanceerd beeld schetst, met een wonderlijk gevoel om de terreur van T-Rexes en Velociraptors op af te kaatsen, toont The End of Oak Street een wat andere invalshoek: namelijk die van de hel op aarde.
De arme Platts worden namelijk belaagd door een eindeloze barrage aan ellendige situaties. Achtervolgingen door raptors, onzekerheid over hoe thuis te komen en een hele grote slang die mij de stuipen op het lijf heeft gejaagd: het is aanvankelijk heel tof om de dino’s te zien. Dinosauriërs zijn immers hartstikke cool. Maar hoe meer de benarde situaties zich opstapelen, des te meer je meeleeft met de familie. Dit is een brute blockbuster die de ongenadige gang van zaken in de prehistorie zeer smakelijk naar de Amerikaanse buitenwijken verplaatst. Dat zorgt voor een heerlijke bioscoopervaring.
En dan hebben we het nog niet eens over het familiedrama. Het begin van The End of Oak Street neemt redelijk de tijd met het opzetten van de Platt-familie. Wie ze zijn, wat zij willen in het leven en hoe die wensen tegen elkaar opbotsen. Het is maar goed dat die tijd genomen is, want zodra de familie zich tussen de dino’s begeeft, voelen dergelijke problemen al snel insignificant.
Er zijn een paar sterke, rustige scènes waarin het familiedrama de revue passeert, maar door de opgebouwde spanning is het makkelijk om te denken: “Mensen, vogel dit uit wanneer je uit de penarie bent.” Tegelijkertijd zou de film ook niet werken zonder die drama.
Prehistorische presentatie
Knap is hoe Oak Street zelf gedurende de film ‘verandert’, en daarin de ellendige mentale staat van diens personages reflecteert. Wanneer we de buurt aanvankelijk zien, is het een idyllische locatie. Een typische Amerikaanse suburb waar de zon schijnt en de hele straat samenkomt vormt een kleurrijk tafereel. Het vormt ook een goede juxtapositie van hoe het er in de Platt-familie aan toe gaat - er zijn niet eens dino’s nodig om de barsten in het gezin te laten zien.
Maar al helemaal indrukwekkend is hoe Oak Street in een oogopslag verandert, zodra we terug in de tijd gaan. In plaats van shots in vogelperspectief wordt de camera vaker dichter bij de grond geplaatst, wat de hele buurt imposanter laat overkomen. De kleur trekt ook weg, de straten zijn leeg, en imperfecties in de gebouwen springen sterker in het oog. Het idyllische beeld dat aanvankelijk werd geschetst is weg, nu overleven het enige doel is.
CG Ai-ai-ai
Wisselvallig is echter hoe de dino’s zelf in beeld worden gebracht. Veel fanaten zullen in ieder geval in hun nopjes zijn dat de meeste monsters met de befaamde veren zijn afgebeeld. Wanneer de beesten echter in volle glorie van het daglicht te zien zijn, ogen ze wat uncanny.
Een aantal technisch erg indrukwekkend gefilmde achtervolgingen verliezen enig momentum zodra je brein doorheeft dat het om een volledige CGI-creatie gaat. Het is lastig daaraan te ontkomen, en dergelijke scènes überhaupt overdag plaats laten vinden is al gewaagd. Daglicht is killing voor CGI, zekere wanneer je de details van al die veren meerekent, maar het voegt wel toe aan het unieke karakter van The End of Oak Street. De momenten waarop je de dinosauriërs niet ziet, maar weet dat ze wel aanwezig zijn, bouwen de spanning sterker op.
Ik ging er een beetje van uit dat alle juice al uit het zomerblockbuster-vat van 2026 was getapt na klappers als The Odyssey en Spider-Man: Brand New Day. En hoewel David Robert Mitchells dino-avontuur zeker niet zo’n hoogvlieger is als die titels door het oneven tempo, is het wéér een uiterst vermakelijke reden om in de bioscoopstoel plaats te nemen. Dino’s worden nu eenmaal nooit echt oud.
The End of Oak Street draait nu in Nederlandse bioscopen. De persvoorstelling toonde de film in IMAX-formaat.

















