ID.nl logo
Huawei FreeBuds Pro 2 - In-ears met een asterisk
© Reshift Digital
Huis

Huawei FreeBuds Pro 2 - In-ears met een asterisk

Nee, dit zijn geen nieuwe AirPods Pro, maar draadloze oortjes van Huawei. De headset zit bomvol techniek en dat merk je op meerdere manieren. Je leest er meer over in deze Huawei Freebuds Pro 2 review.

Zoals het een Chinese techfabrikant betaamt is er bij dit product niet subtiel afgekeken bij de concurrent. De Huawei FreeBuds Pro 2 moeten een alternatief zijn voor de Apple AirPods Pro en dat zie je: een wit ovalen oplaaddoosje en witte oortjes met dito rubber tipjes waarbij zwarte vlakken de geplaatst zijn over de microfoontjes en andere externe sensoren. Onderscheid is er wel te maken: het steeltje is vlak afgewerkt en herbergt het Huawei-logo.

Gelukkig zijn de oortjes ook in het grijs en blauw verkrijgbaar, kleuren die het imitatie-gevoel wegnemen.

©PXimport

©PXimport

Devialet

Zoals het Chinese techfabrikanten óók betaamt heeft Huawei de samenwerking gezocht met een gerenommeerd bedrijf wiens bedrijfsnaam ook op het product pronkt: Devialet. Dit Franse audiobedrijf is in 2007 opgericht en brengt hoogwaardige speakers en versterkers op de markt. De samenwerking is vooral op het gebied van audio-afstelling. Huawei ontwerpt en produceert de oortjes helemaal zelf. Vaak zijn dit soort samenwerkingen meer voor de marketing, maar een merk als Devialet zal niet zomaar de goede naam te grabbel gooien. Overigens zagen we deze samenwerking eerder ook al terug in de Huawei Sound Joy bluetooth-speaker.

En dat is te horen ook! De geluidskwaliteit en afstelling van de Huawei Freebuds Pro 2 is uitmuntend. Geluidsdetails die andere draadloze in-ears vaak missen zijn met deze oortjes opeens hoorbaar. Voor draadloze in-ears hebben ze dan ook een relatief breed geluidsbereik van 14 tot 48.000 hertz. Bovendien is de geluidsafstelling in balans, zodat het geluid opvallend helder klinkt. Vooral bij de middentonen. 

De lage bastonen zijn wat mild afgesteld, om zo juist het heldere gedetailleerde geluid te behouden zonder dat het overstemd wordt. Persoonlijk kan ik de geluidskwaliteit van de Freebuds Pro 2 beter waarderen dan die van de AirPods Pro.

De geluidskwaliteit van de Freebuds Pro 2 is indrukwekkend goed, mits LDAC aan staat.

-

Luisteren en spreken

De Freebuds Pro 2 hebben ook verschillende luistermodi: ruisonderdrukking (ANC), omgevingsgeluidmodus (ambient noise) en natuurlijk een gewone luistermodus. Hoewel de microfoons ervoor zorgen dat je prima verstaanbaar bent bij telefoongesprekken en (video)conferenties, merk je dat ze voor de luistermodi niet alles goed verwerken. De ruisonderdrukking filtert veel weg, maar lang niet alles. De ambient aware modus laat omgevingsgeluid goed door, maar het klinkt wel wat mechanisch. Geluiden uit de omgeving zijn lastig van elkaar te onderscheiden.

De luistermodi zijn niet slecht te noemen, maar ben je op zoek naar in-ears waarmee je je echt afsluit van de buitenwereld afsluit of hele gesprekken volgt terwijl je muziek luistert… Dan zijn er betere alternatieven.

LDAC-geneuzel

Er is echter een vervelende adder onder het gras als je de oortjes aan een Androidtoestel koppelt. Om de uitstekende geluidskwaliteit te kunnen benutten wordt de LDAC-bluetoothcodec gebruikt. Deze staat echter standaard uit en kun je alleen in de app inschakelen. Dat is vervelend omdat de app (met de verwarrende naam AI Life) niet in de Play Store staat, maar handmatig buiten de Play Store om gedownload moet worden als APK-bestand. Deze installatiemanier is niet aan te bevelen omdat het veiligheidsrisico’s meebrengt. Toch dringt Huawei de app op, door dit soort functies zo aan te bieden.

Vanwege het handelsembargo mag Huawei de app niet in de Play Store aanbieden. Gek genoeg heeft Huawei nog wel toegang tot de App store. Gebruik je een iPhone of iPad, dan kun je de oortjes gewoon koppelen en de app gebruiken. Alleen ondersteunt Apple geen LDAC en wordt er sowieso een andere codec gebruikt.

De app kun je verder onder meer gewoon gebruiken om een geluidsprofiel te kiezen of zelf met schuifjes aan de equalizer te zitten, de bediening in te stellen, afspeelmodi te configureren of de oortjes te updaten. Die bediening van de oortjes gebeurt door in het steeltje te knijpen, niet door op het oortje te tikken. In praktijk niet bepaald een betere bedieningsmogelijkheid.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Pasvorm

Er zit veel technologie in de Freebuds Pro 2. En dat merk je ook aan het gewicht, dat relatief hoog ligt en redelijk gecentreerd in de oortjes verwerkt zit. Ondanks dat is de pasvorm prima, mede dankzij de verwisselbare tipjes zodat je ze op maat afstelt. De oortjes draag je daardoor gerust langere tijd, maar zitten door de gewichtsverdeling niet heel stabiel als je beweegt. Dat maakt de Freebuds Pro 2 geschikt voor op het werk, onderweg of op de fiets… Maar ongeschikt voor sportieve activiteiten of andere situaties waarbij je veel beweegt. Overigens hoef je je geen zorgen te maken over een regenbui of een andere spat water, dankzij de IP54 rating.

Je kunt de oortjes lange tijd dragen vanwege de pasvorm, alleen niet vanwege de accuduur. Een volle accu houdt in dat je zo’n zes uur kunt luisteren zonder ruisonderdrukking. Ruim twee uur minder als je de ruisonderdrukking of omgevingsgeluid aan hebt.

Het oplaaddoosje kan de oortjes zo’n vijf keer volledig opladen. Het doosje zelf kun je opladen via de usb-c-poort of door deze draadloos op te laden.

©PXimport

Alternatieven voor de Huawei Freebuds Pro 2

De Huawei Freebuds Pro 2 blinken uit in de geluidskwaliteit, bepaald geen onbelangrijke eigenschap. In deze prijsklasse kun je momenteel geen beter klinkende oortjes krijgen. Zijn de accuduur en ruisonderdrukking echter belangrijke eigenschappen voor je, dan kun je ook kijken naar Galaxy Buds 2, de Jabra Elite 85t. De Sony Linkbuds S en Apple AirPods Pro bieden ook betere ruisonderdrukking en hebben een gelijkwaardige accuduur.

Conclusie: Huawei Freebuds Pro 2 kopen?

Waar veel Huawei-oortjes in beetje in de grijze middenmoot vielen, weten de Freebuds Pro 2 op te vallen qua geluidskwaliteit. Op alle andere vlakken, zoals de ruisonderdrukking en pasvorm, is alles zoals je verwacht. Het grote nadeel is de app en de manier waarop deze opgedrongen wordt voor Android-gebruikers.

Uitstekend
Conclusie

**Adviesprijs** € 199,- **Kleur** zwart, wit, blauw **Verbinding** bluetooth 5.2 **Accu** 55 mAh (oortje), 580 mAh (oplaaddoosje) **Gewicht** 6 gram (oortje), 52 gram (oplaaddoosje) **Features** microfoon, IP54 **Opladen** Usb-c, draadloos **Website** [https://consumer.huawei.com/nl](https://consumer.huawei.com/nl/headphones/freebuds-pro-2)

Plus- en minpunten
  • Geluidskwaliteit
  • Draagcomfort
  • App-installatie
  • Knijpbediening
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.