ID.nl logo
Review Anker Soundcore Liberty 3 Pro – Meer dan midrange
© Reshift Digital
Huis

Review Anker Soundcore Liberty 3 Pro – Meer dan midrange

Anker maakt al jaren furore met zijn Soundcore-oordoppen en laat met de Soundcore Liberty 3 Pro nog eens zien wat het bedrijf in huis heeft. De oordoppen hebben een adviesprijs van rond de 160 euro, maar zijn vaak voor een paar tientjes minder te scoren.

Ondanks de midrange prijs kan de Anker Soundcore Liberty 3 Pro het gemakkelijk opnemen tegen de jongens uit het hogere segment. En dan doelen we bijvoorbeeld op de Sony WF-1000XM4-oordoppen, die meestal vijftig euro of meer kosten in vergelijking met dit setje. Dat is een behoorlijk statement, dat als het goed is al een hoop over de oordoppen vertelt. 

Betekent dit dan dat dit de perfecte set oortjes is? Dat kan natuurlijk niet, maar er is een hoop om van te houden.

©PXimport

Een goede eerste indruk

De goede indruk begint bij het openen van de fijn ontworpen doos. Je ziet meteen een selectie oortjes en vleugeltjes liggen, waarmee je de draagervaring personaliseert. Probeer ze allemaal een keertje uit om de juiste pasvorm te vinden; er zit ongetwijfeld een fijn formaat voor je tussen. Daarnaast valt het oplaaddoosje meteen op. De ovale vorm is net even anders genoeg dan wat de concurrentie aanbiedt en heeft een soepel glijmechanisme voor het openen van de bovenkant. Het doosje heeft een usb-c-poort voor het opladen; maar dat kun je ook draadloos doen via Qi.

Zodra je het doosje opent zie je de oordoppen liggen, die verlicht worden door kleine led-lampjes aan de binnenkant. Dit geeft de ervaring al een premium gevoel mee; dat lijken ze bij Anker goed begrepen te hebben. De oordoppen zelf zijn vrij fors en log, maar zijn gelukkig niet zwaar en zitten – belangrijker nog – comfortabel in de oren. De siliconen tips zijn niet jé-van-hét, maar we kunnen tegelijkertijd niet verwachten dat Anker geheugenschuim aanbiedt op dit prijspunt (zoals we wel zijn bij de veel duurdere Sony-oordoppen). Een smet op de ervaring, maar gelukkig geen grote.

©PXimport

Muziek in hoge kwaliteit

De Anker Soundcore Liberty 3 Pro beschikt over drivers van 10,6 millimeter groot, evenals bluetooth 5.2. Ze zijn direct te koppelen aan twee verschillende apparaten, waardoor je moeiteloos wisselt tussen bijvoorbeeld je smartphone en laptop, zonder al teveel gedoe. Ze ondersteunen drie codecs: aac, sbc en ldac, van Sony. De voorganger ondersteunt eveneens die codec, al arriveerde die support later middels een software-update. Helaas is er geen (versie van) aptX aanwezig, maar waarschijnlijk mis je die niet dankzij de superieure ldac van Sony.

Waarom is ldac zo’n big deal? Nou, dankzij die audiocodec kun je muziek in hoge kwaliteit streamen. Gebruik je dus de duurdere abonnementen van Spotify, Tidal of Qobuz, dan kun je volop genieten van hi-res-audio. 

Op de oortjes zelf zitten aanraakgevoelige oppervlakten. Daarmee bedien je de muziek, beheer je het volume en spreek je een stemassistent aan. Ook kun je hiermee direct de actieve ruisonderdrukking of de omgevingsmodus activeren, aangezien de Anker Soundcore Liberty 3 Pro die allebei aanbiedt. Binnen de app stel je zelf in wat bepaalde taps op de zijkant doen.

Verder is het zo dat de oordoppen een ipx4-beoordeling hebben. Dat betekent dat ze best tegen wat spatten water kunnen, maar dat je zie niet mag onderdompelen. Er zijn anc-oordoppen die een beter certificaat hebben; dit voelt dan ook als een minimale toevoeging. 

De accu gaat ongeveer zeven tot acht uur mee in de oordoppen. Maar wanneer je ze tussentijds oplaadt, dan rek je dat aantal op tot zo’n dertig tot 32 uur. Dat is in beide gevallen meer dan gemiddeld. De meeste oordoppen bieden vaak vijf tot zes uur luistertijd aan, dat je kunt oprekken tot zo’n 24 uur gebruiksduur.

©PXimport

©PXimport

Audiokwaliteit uit het hogere segment

Door een goede combinatie van hardware en software is de Anker Soundcore Liberty 3 Pro in staat een indrukwekkende geluidskwaliteit af te leveren; eentje die overeenkomt met wat we in een hoger segment tegenkomen. Zoals bij meer anc-oordoppen het geval is, ligt ook hier de nadruk op de lagere tonen. Maar verrassend genoeg komen de hogere tonen ook aantrekkelijk uit de verf. Nergens kregen we het idee dat die hogere tonen ergens afgemeten of vroegtijdig afgesneden werden. En zorgt eigenlijk voor een prettige luisterervaring die niet gaat vervelend.

De middentonen zijn aanwezig, maar kunnen nog wel eens een klein beetje overdonderd worden door het geweld aan de hoge en lage kant. Hoewel je dus veel detail waarneemt tijdens het luisteren, kan het zijn dat kleinere of subtielere details soms een beetje wegvallen. Gelukkig kun je dit oplossen door gebruik te maken van de equalizer. Je kunt uit een vooraf ingesteld profiel kiezen of er zelf eentje aanmaken. Dat kan handmatig (voor als je weet wat je wil) of via een hoortest. Die test bepaalt wat je wel en niet (goed) hoort en kan de luisterervaring dus volledig personaliseren.

Iedereen die de Anker Soundcore Liberty 3 Pro op het oog heeft raden we aan die test uit te voeren. Want dat kan een hoop hoofdpijn schelen, voor wanneer je niet begrijpt waarom je bepaalde onderdelen van je favoriete tracks niet helemaal kunt horen. 

Over het algemeen komen de oordoppen goed tot hun recht bij muziek waar de bas centraal staat. Maar met een beetje instellen kun je ook meer dan prima genieten van andersoortige muziek, gelukkig. Dit is geen pony die slechts één trucje kan en daar heel goed in is; de oordoppen zijn bedoeld voor verschillende genres.

©PXimport

Zes microfoons

Tot slot kijken en luisteren we nog even naar de zes aanwezige microfoons. Elke oordop heeft er drie, die je bijvoorbeeld tijdens het bellen kunt gebruiken. Je stem is volledig ontdaan van enige warmte of subtiele details, maar dat ligt in de lijn der verwachting. Ook pikken ze nog wel eens achtergrondgeluiden op tijdens het bellen, wat we meermaals hoorden tijdens het testen. Maar in een rustige omgeving werken ze gewoon goed, al is de geluidskwaliteit dus niet van hoog niveau. De Anker Soundcore Liberty 3 Pro gebruikt die microfoons natuurlijk voor nog een ander onderdeel.

En dan doelen we natuurlijk op de actieve ruisonderdrukking. Ook hier moeten we concluderen dat we op andere oordopjes beter hebben gehoord, al is het ook zo dat de prestaties vergelijkbaar zijn met setjes uit hetzelfde segment. 

Combineer de actieve ruisonderdrukking met een goed stel vleugels voor het betere resultaat, maar dan nog meer je dat er af en toe wat geluid binnen sijpelt. Gelukkig kun je wel redelijk rustig werken in een drukke omgeving, aangezien veel geluiden gewoon gefilterd worden. Je wordt in elk geval niet constant meer afgeleid door allerlei omgevingsgeluiden.

©PXimport

Anker Soundcore Liberty 3 Pro – conclusie

De Anker Soundcore Liberty 3 Pro laat aanvankelijk een positieve indruk achter, die uiteindelijk heel dichtbij de premium ervaring komt van soortgenoten uit een duurder segment. Maar er zijn ook dingen die wat tegenvallen. De actieve ruisonderdrukking kan beter en de microfoonkwaliteit ook. Verder is het zo dat het brede geluidsprofiel aanvankelijk meer naar de baslaag neigt, maar dat kun je prima oplossen met de equalizer. Over het algemeen kunnen we wel stellen dat de Anker Soundcore Liberty 3 Pro voldoet aan de eisen die consumenten minimaal stellen aan oordoppen.

Want na wat gespeeld te hebben met die equalizer, laat de Anker Soundcore Liberty 3 Pro een muzikale indruk achter die je niet snel vergeet. De audioprestaties zijn zeer indrukwekkend, wat onder meer komt door de ldac-ondersteuning. Daarnaast is het fijn dat er draadloos opladen is, dat de oordopjes lekker lang meegaan en dat er een ruime selectie beschikbaar is qua oortjes en vleugels. Het doosje ziet er verder fris en futuristisch uit en de oortjes zelf zitten ook niet verkeerd. Kortom, voor een prijs van 100 tot 150 euro, is dit het setje waar je naar op zoek bent.

Uitstekend
Conclusie

**Adviesprijs** € 159,90 **Verbinding** bluetooth 5.2 **Bereik** 20 tot 40.000 Hz **Compatibiliteit** Computers, smartphones, tablets, Nintendo Switch **Batterijduur** Acht tot 32 uur **Overig** IPX4, draadloos laden **Website** [soundcore.com](https://eu.soundcore.com/products/a3952011)

Plus- en minpunten
  • Audiokwaliteit uit hoger segment
  • Draadloos opladen
  • Futuristisch hoesje
  • Overzichtelijke app met equalizer
  • IPX4-certificaat
  • Microfoonkwaliteit
  • Actieve ruisonderdrukking valt wat tegen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.