ID.nl logo
Buitenshuisdekking bij je woonverzekering, wel of niet doen?
© Evgen - stock.adobe.com
Zekerheid & gemak

Buitenshuisdekking bij je woonverzekering, wel of niet doen?

Als je een woonverzekering hebt, kun je daarbij vaak een aanvullende dekking kiezen voor spullen die je mee naar buiten neemt. Denk aan een mobiele telefoon, sieraden of een laptop. Zo’n buitenhuisdekking kan een nuttige aanvulling zijn, maar geeft niet in alle gevallen een volledige vergoeding. Wat is een slimme keuze voor jou? ID.nl helpt je graag!

Na het lezen van dit artikel heb je antwoord op de volgende vragen:

  • Voor welke spullen en gebeurtenissen geldt buitenshuisdekking?
  • Wat zijn de beperkingen van de dekking buiten de deur?
  • Wat zijn de alternatieven voor buitenshuisdekking?

Ook interessant voor jou: Voorkom deze 9 tegenvallers bij je woonverzekering

Een woonverzekering met buitenshuisdekking kan een veilig gevoel geven. Persoonlijke eigendommen die je meeneemt zijn daarmee in principe beschermd tegen verlies, diefstal of beschadiging. Draag je een dure halsketting of armband en verlies je die op het station? Of valt je iPhone in het water tijdens een zeiltochtje? Dan is het fijn als je een vergoeding krijgt voor een nieuw exemplaar of voor reparatie.

Wat vergoedt de buitenshuisdekking?

Buitenshuisdekking breidt de dekking van je inboedelverzekering uit tot buiten je woonhuis, bijvoorbeeld als je onderweg of op een andere locatie bent. De verzekering geldt voor spullen je kunt meenemen, zoals laptops, smartphones, tablets, foto- en filmapparatuur, sieraden en horloges. Maar je kunt ook denken aan muziekinstrumenten, medische apparatuur, een sportuitrusting, rollators, kinderwagens, brillen, contactlenzen en hoortoestellen, verrekijkers en contant geld.

Wat precies onder de dekking valt, staat in de polisvoorwaarden. Wat in ieder geval nooit is gedekt, is schade aan en diefstal van een fiets, bromfiets, snorfiets of gemotoriseerd voertuig.


Wat zijn de voordelen van buitenshuisdekking?

Als je vaak kostbare spullen meeneemt van huis, is het fijn om te weten dat ze verzekerd zijn. Dat maakt het makkelijker om zonder stress naar een muziekrepetitie te gaan met je eigen instrument of om met een dure camera op pad te gaan bijvoorbeeld. Soms kun je ook kiezen voor welke waarde je dekking wilt.

Wat zijn de beperkingen van buitenhuisdekking?

  • Mobiele elektronica. Wil je de buitenshuisdekking vooral als bescherming voor de apparaten die je onderweg meeneemt, let dan goed op. Juist mobiele elektronica kunnen uitgesloten zijn van buitenshuisdekking, omdat je daar bij sommige verzekeraars een andere aanvullende verzekering voor nodig hebt. Het kan dan slimmer zijn om alleen de aanvullende dekking voor mobiele elektronica te kiezen.

  • Lager verzekerd bedrag. Spullen die wel onder de buitenshuisdekking vallen, zijn buitenshuis vaak tegen een lager bedrag verzekerd dan in huis. In de polisvoorwaarden staan dan maximale vergoedingen voor de verschillende categorieën, bijvoorbeeld duizend euro voor lijfsieraden of 500 euro voor een smartphone of tablet. Ook het totaalbedrag dat je kunt claimen voor schade buitenshuis is doorgaans lager dan voor schade in huis.

  • Eigen risico. Voor schade buitenshuis geldt meestal een eigen risico, dat je bij iedere gebeurtenis opnieuw moet betalen. Dat eigen risico kan 50 euro per keer zijn, maar ook 250 euro of meer. Het eigen risico kan verschillen per categorie en kan voor schade buitenshuis hoger liggen dan voor schade in huis. Soms kun je zelf kiezen voor een hoger of lager eigen risico.

  • Niet goed opgelet. Buitenshuis stellen verzekeraars strengere voorwaarden. Heb je bijvoorbeeld je laptop of telefoon even onbeheerd achtergelaten of heb je een sieraad in een tas in de kleedkamer laten zitten, dan kan de verzekeraar bij diefstal vergoeding weigeren.

  • Alleen in Nederland. Buitenshuisdekking kan beperkt zijn tot schade in Nederland. Er zijn ook verzekeraars die wereldwijd schade vergoeden. 

©butus

Hoeveel kost buitenshuisdekking?

De kosten van een inboedelverzekering met buitenshuisdekking lopen erg uiteen en hangen onder andere af van de dekking die je kiest, de waarde die je wilt verzekeren en het eigen risico. De extra premie voor buitenshuisdekking als aanvulling op je inboedelverzekering is vaak relatief hoog, omdat het risico van diefstal en verlies buitenshuis hoger is dan binnenshuis. Reken op 20 tot wel 100 procent extra premie voor de buitenshuisdekking. Het is dus belangrijk om goed te kijken of je de extra zekerheid die je hiervoor krijgt de extra premie waard vindt.

Wat zijn de alternatieven voor buitenshuisdekking?

Een doorlopende reisverzekering kan in bepaalde gevallen ook dekking bieden voor spullen die je van huis meeneemt. Een doorlopende reisverzekering keert alleen uit als je op reis bent en dat betekent dat er een overnachting geregeld moet zijn. Ga je dus een dagje uit in eigen land of ben je op je werk, dan vergoedt een doorlopende reisverzekering niets. Bovendien vergoeden woonverzekeringen met buitenshuisdekking vaak langer de nieuwwaarde van je spullen. Een buitenshuisdekking die ook in je vakantieland geldig is, kan dus gunstiger zijn dan bagagedekking op je reisverzekering. 

©kasarp

Heb ik buitenshuisdekking nodig voor diefstal uit mijn auto?

Niet altijd. Diefstal van losse spullen uit een auto kan ook onder je gewone inboedelverzekering vallen, in ieder geval zolang je auto in Nederland is. Handig om even na te kijken in je polisvoorwaarden. Maar reken je niet rijk, want verzekeraars zijn vaak terughoudend in de vergoeding. Je moet sowieso altijd aangifte doen en er moeten braaksporen zijn. Soms krijg je alleen een vergoeding als het gestolen voorwerp niet zichtbaar was van buitenaf en/of als er op dat moment geen veiligere plek was om het op te bergen. Ook geldt er vaak een maximum vergoeding van bijvoorbeeld 250 euro. 

💡 Tips Combineer verzekeringen Het kan voordeel opleveren om verschillende verzekeringen bij één verzekeraar af te sluiten. Vaak krijg je dan korting op de premie. Kijk wel goed of de korting de moeite waard is. Soms kan het toch voordeliger zijn om je woonpolis bij een andere verzekeraar onder te brengen dan je autopolis bijvoorbeeld, omdat je daarmee de beste prijskwaliteitverhouding krijgt. Controleer overlapping Ga na of je overlappende dekkingen hebt in je verzekeringen, zoals buitenshuisdekking die wereldwijd geldig is en bagagedekking op je doorlopende reisverzekering. Ook een speciale verzekering voor je mobiele telefoon of laptop kan overlappen met de buitenshuisdekking op je woonpolis. Probeer overlappingen zoveel mogelijk te voorkomen. Dan betaal je niet onnodig veel premie. Lees ook: 7 tips om te besparen op je inboedelverzekering

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.