Nederland is een van de meest gedigitaliseerde landen ter wereld. Lang dachten we dat dit ons vooral sterker maakte, maar de veranderende wereld laat ook de risico’s zien. Wie digitale producten of diensten gebruikt van buitenlandse leveranciers, of systemen die in het buitenland draaien, kan de toegang daartoe verliezen. Daarmee verlies je niet alleen het gebruik, maar ook alle gegevens die je daar in de loop der jaren hebt opgeslagen.
Alleen ermee dreigen dat je de toegang zult verliezen, is daardoor al voldoende om je flink onder druk te zetten. Om digitaal weer baas in eigen huis te worden, zullen we moeten overstappen op alternatieven, bij voorkeur Europees of Nederlands en met vergelijkbare functionaliteit. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn, maar er is meer mogelijk dan vaak wordt gedacht.
Vervang Windows
De kans dat jouw pc of laptop draait op een besturingssysteem van Microsoft, Apple of Google is volgens Statcounter meer dan 75 procent. Daarvan is Windows met 61 procent veruit dominant. Linux heeft met 3 procent een klein aandeel, maar is voor digitale autonomie wel belangrijk. Het is het enige volwaardige alternatief voor Windows op de pc.
Linux is opensource, gratis, functioneel rijk en beschikbaar in meerdere varianten. Dat laatste is ook een nadeel: ook beginners moeten direct een belangrijke keuze maken. Overstappen van Windows naar Linux is een groeipad. Begin daarom met een gebruiksvriendelijke variant die lijkt op Windows, zoals Linux Mint (Cinnamon Edition) of Ubuntu; je kunt later altijd nog een andere versie nemen.
De installatiebestanden zijn te downloaden via www.linuxmint.com en www.ubuntu.com en kun je eventueel eerst installeren in een virtuele machine als Hyper-V (Windows 11 Pro) of het gratis VMware Workstation. Bereid de overstap goed voor: lees artikelen, bekijk video’s op YouTube en maak vooraf een back-up van je pc.
De naam Big Tech verwijst naar een groep grote en invloedrijke Amerikaanse technologiebedrijven die digitale infrastructuur, platformen en data op wereldschaal beheren en daarmee een grote economische en maatschappelijke impact hebben. De belangrijkste zijn Alphabet (Google), Amazon, Apple, Meta (Facebook, Instagram, WhatsApp) en Microsoft. Door hun omvang en invloed dicteren ze het aanbod, de gebruiksvoorwaarden en de prijs van onder meer cloudcomputing, besturingssystemen, applicatiesoftware, sociale media en onlinediensten. De mogelijkheid hen via wet- en regelgeving te sturen is beperkt.
Apple en Google werken niet mee
Op een Windows-laptop kun je eenvoudig Linux installeren, maar op een MacBook of Chromebook is het niet zomaar mogelijk het besturingssysteem te vervangen. Zowel Apple als Google hebben hun hardware zo ingericht dat deze eigenlijk alleen met hun eigen besturingssysteem gebruikt kan worden. Op oudere Apple-computers met een Intel-processor kun je Linux installeren, maar op alle nieuwe modellen met een Apple M-processor (Apple Silicon) werkt dit niet zomaar.
In de vorm van Asahi Linux is er wel een Linux-variant die werkt op Apples eigen processors, maar die is nog volop in ontwikkeling. Is het niet mogelijk om Linux te installeren, dan kun je overstappen naar een apparaat waar je wel Linux op kunt zetten. Is dat lastig, zet dan in elk geval de gebruikte standaarddiensten van Apple en Google zo veel mogelijk uit en gebruik vervangende apps gebruiken die niet afkomstig zijn van Big Tech.
Alternatieve cloudopslag
Dankzij cloudopslagdiensten als Microsoft OneDrive, Google Drive en Apple iCloud staat een heel groot deel van onze documenten en foto’s in de cloud en daarmee op servers van deze bedrijven. Zij weten: data is het echte goud, want waar de bestanden staan, daar zijn ook de gebruikers. Natuurlijk is het mogelijk alle bestanden weer op de eigen computer te bewaren, maar dit heeft duidelijk nadelen als het gaat om zekerheid en toegankelijkheid.
Gelukkig zijn er ook Europese alternatieven. Een eerste optie is Nextcloud. Dit Duitse bedrijf biedt online opslag en breidt die gestaag uit met Office 365-achtige functionaliteit. Behalve opslag bij Nextcloud kun je ook opslag nemen bij een van de partners, zoals het Nederlandse The Good Cloud. Heb je voldoende technische kennis, dan kun je de Nextcloud-serversoftware ook op eigen hardware installeren en je eigen cloud inrichten.
Europese cloudopslag
Vereist Nextcloud nog wel wat technische kennis, dat geldt niet voor de Europese cloudopslag van het Zwitserse Proton en het Duitse Strato. Hun Proton Drive en Strato HiDrive lijken als twee druppels water op de bekende cloudopslag van Big Tech, maar dan zonder de nadelen daarvan. Dus wel software die de opslag eenvoudig toegankelijk maakt en bestanden synchroniseert tussen al je apparaten, toegang via het web en tal van protocollen. De daarbij benodigde software is beschikbaar voor Windows, macOS, Linux en alle smartphone- en tablet-platformen.
Al je gegevens worden veilig binnen Europa geplaatst in gecertificeerde datacenters. Als extra bescherming is het versleutelen van de eigen bestanden bij beide mogelijk, maar wees voorzichtig: niet de sleutel verliezen! Cloudopslag is niet gratis, beide aanbieders rekenen enkele euro’s per maand voor opslag vanaf 1 GB tot enkele TB’s. Proton en Strato bewijzen: wie zijn gegevens uit de Amerikaanse cloud wil halen, kan dit nu al doen.

Chat
De verkoop van WhatsApp aan Meta gaf jaren geleden een flinke boost aan het bewustzijn rondom privacy. Signal wordt sindsdien vaak geroemd als het betere alternatief en voor privacy is het dat ook zeker. Signal is opensource, slaat nauwelijks data op en versleutelt gesprekken end-to-end. Wat de soevereiniteit betreft, is het niet zo makkelijk. Want hoewel Signal een organisatie zonder winstoogmerk is, is het wel Amerikaans.
Europese alternatieve chat-apps zijn er wel, maar staan duidelijk nog in de kinderschoenen. Threema is een Zwitsers alternatief. Het is opensource, biedt end-to-end-versleuteling van alle communicatie en publiceert jaarlijks een transparantierapport over de omgang met de gebruikers en hun data. De app kost voor gewone consumenten eenmalig 7,99 euro. Veranderen van chat-app is lastig. Het werkt pas echt als je contacten ook overstappen. Lukt dat (nog) niet, bel dan in plaats van een chatbericht te sturen.
Bij e-mail bepalen zender en ontvanger voor hun eigen deel welke maildienst ze gebruiken en of dat bijvoorbeeld Gmail of Outlook.com is. Gebruik je zelf nog een van die laatste, dan zijn er opties genoeg om daarmee te stoppen. Zo biedt eigenlijk elke Nederlandse internetprovider zijn klanten e-mail aan om in een apart mailprogramma of via webmail te gebruiken. In elk geval Ziggo en KPN doen dat met eigen servers binnen Nederland.
Wil je specifieke functionaliteit, zoals een eigen domeinnaam of niet van mailadres hoeven veranderen als je van internetserviceprovider wisselt, dan zijn er opnieuw Europese aanbieders zoals Strato en ook Proton. Beide bieden mailfunctionaliteit aan op eigen servers, gehost in Europa. Mail van Proton is gratis, maar beperkt in mogelijkheden en opslagruimte. Proton biedt bij de betaalde abonnementen ook een eigen mailapp naast de webtoegang. Strato doet dat niet, maar vraagt gebruikers een van de standaard mail-apps te gebruiken.
Volgens de Dikke Van Dale hebben de begrippen ‘autonomie’ en ‘soevereiniteit’ dezelfde betekenis. In de discussie rond het gebruik van Big Tech is dat niet zo. Autonomie staat daarbij voor het volledig onafhankelijk en zelfvoorzienend kunnen uitvoeren van de eigen taken. Je beschikt zelf over de benodigde systemen en kennis en bent niet afhankelijk van anderen voor het gebruik ervan.
Soevereiniteit gaat nog een stap verder. Daarbij ben je ook juridisch volledig vrij en kan een ander je ook niet het gebruiksrecht op zijn producten ontzeggen. In eenvoudige taal: voor autonomie kun je op je eigen systemen nog wel buitenlandse software gebruiken, voor soevereiniteit niet. In het laatste geval moeten hard- en software volledig vrij zijn van invloed van anderen en ook volledig door jezelf worden beheerd.
Zelf met een NAS
Behalve verhuizen van Amerikaanse naar Europese aanbieders is er nog een manier om flink aan autonomie te winnen, en dat is door je eigen clouddiensten te hosten. De meest eenvoudige manier hiervoor is met een eigen NAS. Aanbieders als QNAP, Asustor en Ugreen, maar vooral Synology, bieden aanvullend op hun hardware een groot aantal zeer volwassen softwareproducten die bijna altijd gratis te gebruiken zijn.
Zo bouw je met Synology Drive en Synology Office in weinig stappen een alternatief voor OneDrive én Microsoft 365 met webvarianten van Word, Excel, PowerPoint en OneNote. De documenten staan op de NAS en zijn via web en de Synology-apps te bekijken, bewerken en te delen. Ook samen aan een document werken is mogelijk. Met Synology Chat activeer je een alternatief voor Teams, WhatsApp en Signal, ook weer veilig op je eigen NAS. Foto’s laten zich met Synology Photos snel en onbeperkt uploaden naar de opslag op de NAS, waar ter wereld je ook bent.
En ook zakelijke functionaliteit is beschikbaar met Synology DS Mail en MailPlus waarmee je de NAS als mailserver gebruikt. Andere aantrekkelijke functies zijn die van VPN-server, ip-cameramanager en nog wel meer. Selecteer wel een voldoende krachtige NAS met een stevige processor en voldoende geheugen om de verschillende functies tegelijk te kunnen uitvoeren voor mogelijk ook meerdere gelijktijdige gebruikers.
Desktop- en andere software
Behalve het besturingssysteem is er nog een onderdeel software dat belangrijk is, en dat is de software die verder wordt gebruikt. Op smartphone en tablet zijn dat apps van de leverancier, veelal Google of Apple, of apps uit de appstores. Dit beperkt de keuze wel wat, maar het aanbod is groot.
Op pc en notebook is er meer vrijheid. Zowel voor Windows als macOS als Linux is er veel software verkrijgbaar en een deel daarvan is prima geschikt als alternatief voor bekende programma’s van de Big Tech. Denk aan Firefox en Vivaldi als alternatieve browser, Thunderbird voor e-mail, LibreOffice en OpenOffice voor kantoorapplicaties, Komoot en Osmand voor navigatie, Proton VPN en Goose VPN voor onbespied veilig browsen, Bitwarden, Proton Pass of KeePass voor wachtwoordmanagement, Mastodon voor sociale media en nog veel meer. Kijk op https://european-alternatives.eu voor inspiratie. Je kunt er zelfs zoeken door het Amerikaanse product te selecteren. De site toont dan Europese alternatieven.
Smartphone en tablet
Als het gaat om smartphones is de situatie lastig. Die markt is volledig in handen van Apple, Google en Samsung. Apple en Samsung voor de hardware, Apple en Google voor de software. Dus zelfs als je géén smartphone van Apple of Google hebt, is de software wel van één van deze twee Big Tech-fabrikanten. Alternatieven zonder Apple en zonder Google zijn er maar mondjesmaat en degene die er zijn, lopen qua hardware bijna altijd achter bij de marktleiders aan.
Het Nederlandse Fairphone biedt naast de gewone Fairphone (Gen6) met Android en Google-services ook hetzelfde model met /e/OS. Dit is een op Android gebaseerd besturingssysteem voor mobiele apparaten, maar dan geheel Google-vrij. Het gebruikt microG als replica voor de Google-services.
Ook Jolla (www.jolla.com) maakt smartphones die niet afhankelijk zijn van Amerikaanse diensten. Dit Finse bedrijf heeft op basis van het rond 2010 door Nokia en Intel ontwikkelde MeeGo besturingssysteem een Linux-versie voor smartphones gemaakt. Dit Sailfish OS staat nu op de Jolla Phone, die in batches wordt geproduceerd en uitgeleverd. In de pre-order zijn er meer dan 12.000 verkocht, de levering start in juli.
Volgens Sami Pienimäki, oprichter en verantwoordelijk voor de technische kant bij Jolla, is het doel dit jaar 20.000 Jolla Phones te verkopen. Dat levert dan voldoende inkomsten op voor verdere expansie in 2027. Heb je nog geen zin om afscheid te nemen van je huidige smartphone, vervang dan zoveel mogelijk de standaardfuncties en apps door Europese alternatieven.
Betalen als bijdrage
Een kwalitatief, gevarieerd en duurzaam aanbod van autonome en soevereine soft- en hardware kan niet zonder voldoende financiële middelen. Betalen voor de producten die je als alternatief voor de Big Tech-diensten en producten gebruikt, helpt daarbij. Door te betalen voor digitale producten steun je ontwikkelaars en help je de kosten ervan te dekken. Zo blijven diensten duurzaam en onafhankelijk.
Gratis modellen leiden vaak tot reclame of verkoop van data. Betalen geeft uiteindelijk een betere kwaliteit, meer privacy en minder verborgen afhankelijkheden. Neem een betaald familieplan voor de cloudopslag van de documenten en foto’s van al je gezinsleden of betaal voor het gebruik van een wachtwoordmanager of chatprogramma.
In januari promoveerde de Nederlander Paul van Vulpen met het proefschrift ‘Debat over digitale dominantie: Decentraal technologiebestuur voor strategische autonomie’, een onderzoek naar digitale soevereiniteit. Centraal in het onderzoek staat de vraag hoe de macht van een paar dominante IT-partijen kan worden verkleind, zonder de maatschappelijke voordelen van IT te verliezen.
Van Vulpen waarschuwt voor bedrijven die wel claimen dat hun producten vrij zijn van buitenlandse wet- en regelgeving, maar dat uiteindelijk toch niet waar kunnen maken, bijvoorbeeld doordat ze toch gebruikmaken van bijvoorbeeld Amerikaanse clouddiensten. Hij spreekt van 'soevereiniteitswashing' (analoog aan greenwashing en sportswashing) en moedigt iedereen aan die zijn digitale autonomie wil verkrijgen vooral door te vragen naar de achterliggende techniek en platformen bij het bepalen van welke bedrijven en producten écht aan de soevereiniteitseisen voldoen.
Data is een belangrijke factor in het gebruik van clouddiensten. Eenmaal gebruiker van zo’n dienst neemt de hoeveelheid gegevens die er staat en die voor jou belangrijk zijn al snel toe. Daarbij gebruiken ook besturingssystemen en andere software steeds vaker de cloud om bijvoorbeeld persoonlijke instellingen te synchroniseren of als historie voor bewerkte documenten. Dit alles maakt de stap naar onafhankelijkheid van juist die cloud en de achterliggende Big Tech uitdagend.
Een veelgebruikte strategie is offline-first, waarbij je eerst de data naar een eigen apparaat kopieert en daarna verwijdert uit de cloudomgeving. Opnieuw kan een NAS uitkomst bieden. Alle grote merken bieden de mogelijkheid om de NAS als extra apparaat toe te voegen aan de synchronisatie van gegevens tussen verschillende apparaten. Behalve dat alle documenten en foto’s dan dus in de cloud staan en mogelijk op een pc, komen ze ook realtime op de NAS. Stel de richting van de synchronisatie zo in dat wijzigingen in de cloud op de NAS worden genegeerd. Hierdoor heb je altijd een volledige extra kopie van al je cloudgegevens op een eigen apparaat.
Digitale autonomie betekent dat je minder afhankelijk wordt van Big Tech, terwijl je dagelijkse functionaliteit zoveel mogelijk behoudt. Volgens de artikeltekst draait Windows op 61 procent van de pc’s en is Linux het belangrijkste volwaardige alternatief op de desktop. Europese cloudopslag, privacygerichte chat-apps, alternatieve e-maildiensten en een eigen NAS kunnen veel functies van Amerikaanse platforms vervangen. Volledige soevereiniteit is moeilijk, vooral op smartphones, maar stap voor stap overstappen verkleint de afhankelijkheid al duidelijk.















