ID.nl logo
Smartwares Wall switch converter - Maak ieder lichtknopje slim
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Smartwares Wall switch converter - Maak ieder lichtknopje slim

Slimme verlichting zoals Philips Hue is handig, maar een lichtknopje blijkt vaak onmisbaar. Als je een slimme lamp met een normale lichtschakelaar uitzet, is de lamp onbereikbaar voor het systeem. Smartwares belooft met de Wall switch converter een oplossingen te hebben die je normale wandschakelaar slim maakt.

Wanneer je bij een systeem als Hue een lamp via een wandschakelaar uitschakelt, staat er geen spanning meer op en is de lamp niet meer bereikbaar voor het systeem. En dat is lastig als je de lamp vervolgens wel wilt bedienen met je smartphone of een automatische actie geprogrammeerd hebt waarvoor het licht ingeschakeld moet worden. Nu kun je voor bijvoorbeeld Hue diverse losse schakelaars kopen, maar vaak zul je de normale wandschakelaars gewoon laten zitten. Of misschien vind je iets als een Hue Dimmer Switch niet bij je schakelmateriaal passen. Al is er vanuit schakelmateriaalfabrikanten steeds meer mogelijk in de vorm van Friends of Hue, maar dat zijn wel prijzige knopjes. Smartwares heeft met de Wall switch converter een relatief goedkope inbouwmodule gemaakt die normale schakelaars verandert in slimme schakelaars waarbij een slimme lamp altijd onder spanning blijft staan. De Smartwares Wall switch converter is een compacte module waar je een knoopcel in plaatst. Dat heeft als voordeel dat er geen nuldraad nodig is voor het aansluiten. De module werkt met Smartwares' eigen lampen én Hue-verlichting.

©PXimport

HomeWizard Link

De Smartwares-inbouwmodule maakt voor de communicatie gebruik van een protocol op de 868MHz-band, dezelfde frequentie als bijvoorbeeld Z-wave ook gebruikt. Het protocol is helaas gesloten en voor zover ik weet zijn er geen mogelijkheden om dit protocol met andere ontvangers te gebruiken waardoor je om de Wall switch converter te gebruiken een basisstation van Smartwares in de vorm van de HomeWizard Link nodig hebt. Gelukkig valt de prijs van dat basisstation met 35 euro mee. De HomeWizard Link vormt de basis van Smartwares’ eigen HomeWizard Pro domoticasysteem dat naast de in dit artikel besproken inbouwmodule onder andere eigen lampen, schakelaars en sensors omvat. Er is echter een beperkt aantal slimme producten van derde partijen te koppelen en laat Philips Hue nou net één van die producten zijn. Hierdoor is de Wall switch converter volgens Smartwares uitermate geschikt om in combinatie met Hue als slim lichtknopje te gebruiken, het verlichtingssysteem dat ik zelf gebruik.

©PXimport

Inbouwmodule met batterijtje

Inbouwmodules voor achter de wandschakelaar zijn op zich niks nieuws, maar vaak zijn ze een stuk duurder dan de 20 euro die Smartwares per module vraagt en een stuk lastiger in te bouwen. Die eenvoudige installatie komt doordat Smartwares gekozen heeft voor een batterij als voeding. Het voordeel van deze aanpak is duidelijk: je hebt geen blauwe nuldraad achter je inbouwschakelaar nodig om de zender van energie te voorzien. Zo vereisen de meeste Z-wave-inbouwmodules zowel een bruine fasedraad als een blauwe nuldraad. Achter lichtschakelaars vind je doorgaans alleen de bruine fasedraad omdat de blauwe draad die de stroomkring sluit bij de lamp zelf in de centraaldoos zit. Om een dergelijke inbouwmodule dan aan te sluiten, zul je zelf blauwe nuldraden vanaf de centraaldoos naar de lichtschakelaars moeten trekken en dat kan een lastig klusje zijn. 

©PXimport

Dankzij het batterijtje is dat bij de Smartwares-module niet nodig. Het enige nadeel dat ik van Smartwares’ aanpak kan bedenken is dat een batterij natuurlijk een keer leeg is. Op dat moment zul je de lichtschakelaar weer van de muur moeten schroeven om de batterij te vervangen. Al zou dat nadeel mee moeten vallen, want volgens Smartwares gaat de batterij maar liefst acht jaar mee. Het gebruikte type knoopcel CR2450 is gelukkig een gebruikelijk type batterij dat je op veel plekken zo kunt kopen.

Kennelijk vond ook Signify (het bedrijf achter Philip Hue) de batterijmodule ook een goed idee, want onlangs kondigde Signify aan zelf met een vergelijkbare module te komen. Die is met een prijs van 40 euro per module wel een stuk duurder.

Eenvoudige installatie

De installatie van de inbouwmodule is geen heel ingewikkeld klusje. Uiteraard schakel je eerst de spanning van de groep in de meterkast uit. Je begint met het plaatsen van de knoopcelbatterij waarna je de inbouwmodule via een knopje koppelt met de HomeWizard Link. Die koppeling moet je in ieder geval doen voordat je alles weer terug op de muur schroeft, want dan kun je natuurlijk niet meer bij het knopje.

©PXimport

©PXimport

Vervolgens is het tijd voor de daadwerkelijke installatie en schroef je de wandschakelaar van de muur. Haal de bruine en zwarte draad vervolgens van de schakelaar los. Die bruine en zwarte draad moet je vervolgens met elkaar verbinden. Zo staat er altijd spanning op het lichtpunt waar de slimme lamp hangt. Hiervoor levert Smartwares een lasklem mee. Ik was aangenaam verrast dat het om een WAGO-variant met hendeltjes gaat. Die zijn vooral als je de draden ooit weer los wil maken echt veel handiger dan normale lasklemmen. Vervolgens sluit je de draadjes van de inbouwmodule aan op de contacten van de lichtschakelaar en schroef het geheel weer op de muur. Je kunt nu de groep weer inschakelen en je lamp en schakelaar softwarematig koppelen in de app.

©PXimport

©PXimport

Je hoeft natuurlijk niet per se de schakelaar van een lichtpunt aan een lamp op dat lichtpunt te koppelen. Zo heb ik in de keuken een wandlichtpunt met bijbehorende schakelaar die ik niet gebruik omdat ik daar geen lamp heb hangen. Wel heb ik een Hue-lichtstrip op de keukenkastjes gelegd. Die ongebruikte schakelaar is dankzij een Wall switch converter opeens wel te gebruiken en schakelt nu de lichtstrip.

©PXimport

©PXimport

Schakelen en scenes

In de HomeWizard-app koppel je de Hue Bridge waarna je zelf kunt besluiten welke van je Hue-lampen daadwerkelijk in de HomeWizard-app getoond worden. Handig, want het heeft wat mij betreft geen zin om al mijn lampen te ontsluiten. Voor mij is het voldoende om alleen de lampen te zien die ik via HomeWizard daadwerkelijk aan een fysieke lichtschakelaar wil koppelen. Vind je een automatiseringsfunctie in de app toch handig of wil je de lampen koppelen met Smartwares-producten, dan kun je natuurlijk wel alle Hue-lampen toevoegen. 

©PXimport

©PXimport

De koppeling tussen een lamp en een schakelaar is eenvoudig te maken en je kunt acties toekennen aan 1, 2 3 en 4 keer schakelen. Ik heb aan de 1x schakelen de actie schakel apparaat toegekend. Dat betekent dat als je op de normale manier je lichtschakelaar gebruikt, de status van de lamp verandert. Staat de lamp aan, dan gaat ie uit. En staat de lamp uit, dan gaat ie aan. Je kunt dus probleemloos de Hue-app of een andere schakelaar gebruiken, de schakelaar met daarachter de Wall switch converter doet altijd wat je ervan verwacht. Je kunt via de app instellen met welke tint of kleur en helderheid een lamp ingeschakeld moet worden via de schakelaar. Zolang je één lamp tegelijkertijd wilt in- of uitschakelen, werkt het geheel prima.

©PXimport

©PXimport

Het wordt echter een probleem als je meerdere lampen in één keer wil in- of uitschakelen. De kamers of zones waarmee je in de Hue-app lampen aan elkaar koppelt zijn niet zichtbaar in de HomeWizard-omgeving. Dat zou niet erg moeten zijn omdat je lampen binnen de HomeWizard-app ook in kamers kunt verdelen. 

Helaas blijkt het niet mogelijk te zijn om in één keer alle lampen in een kamer te schakelen. Het enige dat je kunt doen om lampen te koppelen is een scene maken. Het is prima mogelijk om een scene te maken die de gewenste lampen inschakelt. Maar als je die scene aan de normale 1X-schakelactie toekent, kun je die scene alleen inschakelen oftewel: je kunt de verlichting dan niet uitschakelen met de normale schakelactie. Daarvoor kun je weer een tweede scene maken waarin je de lampen weer uitschakelt, maar die scene zul je dan moeten toekennen aan de 2X-schakelactie. Dat wordt wat mij betreft al snel onhandig. Ik wil gewoon op de knop drukken om het licht aan en vervolgens weer uit te doen. De scenes waarmee je verschillende lampen in één keer op gewenst kleur en helderheid zet zie ik zelf echt als aanvulling hierop. Het koppelen van meerdere lampen tot één licht is immers geen gek idee, er zijn genoeg armaturen waar je meerdere lampen in draait. Als gebruiker van Hue is het overigens niet mogelijk om scenes die je binnen de Hue-app gemaakt hebt te gebruiken, je zult eventuele scenes voor de wandschakelaar in de HomeWizard-app moeten (na)maken.

Beperkte koppelingsmogelijkheden

Wat jammer is aan de HomeWizard Link is dat er naast de koppeling met Hue, Google Home en Amazon Alexa niks van derde partijen te koppelen valt. Op zich begrijpelijk vanuit Smartwares, want uiteraard is de HomeWizard Link ontworpen om dienst te doen als basis voor een slim huis. Maar vanuit het oogpunt van iemand die het vooral als aanvulling op Hue gebruikt en ook andere slimme apparaten in huis heeft, is het jammer dat je de knoppen niet kunt ontsluiten in bijvoorbeeld systemen als Home Assistant of Domoticz.

Conclusie

Smartwares heeft met de Wall switch converter een handig product in het assortiment. In eerste instantie is de inbouwmodule bedoeld voor het eigen verlichtingssysteem, maar er is een eenvoudige koppeling met Philips Hue voorhanden. De prijs van 20 euro per inbouwmodule is goed, wel heb je een HomeWizard Link-basisstation nodig. Die is met een prijs van 35 euro betaalbaar, en zeker als je een paar lichtknopjes in huis slim wilt maken overkomelijk.

Het geheel is eenvoudig te installeren en werkt zolang je met één schakelaar één lamp wilt schakelen uitstekend. De hardware is dus prima in orde, maar helaas geldt dat niet voor de software. Het probleem begint als je meerdere lampen met één schakelaar wilt bedienen want lampen groeperen tot één lamp is niet mogelijk. En dat is toch echt wel een belangrijk nadeel waar scenes wat mij betreft niet helemaal de oplossing voor zijn.

Een ander nadeel voor vooral Hue-gebruikers is dat HomeWizard Lite een eigen ecosysteem is waar je verder eigenlijk alleen slimme producten van SmartWares zelf op kunt aansluiten. Nu heb je daar als je het systeem puur als Hue-knoppen gebruikt natuurlijk geen last van, maar een koppeling met bijvoorbeeld een open platform als Home Assistant zou handig zijn om meer met de slim gemaakte schakelaars te kunnen doen.

Ben je overigens al een gebruiker van het HomeWizard Link-systeem, dan raad ik je de Wall switch converter zeker aan. De genoemde nadelen van het systeem gelden dan immers veel minder sterk voor jou.

Oké
Conclusie

**Prijs** € 20,- **Prijs HomeWizard Link** € 35,- **Protocol** Smartwares 865 Mhz **Draadloos bereik** Maximaal 40 meter tot HomeWizard Link **Aantal** Maximaal 8 stuks **Batterij** CR2450 (8 jaar levensduur) **Afmetingen** 4,4 x 3 x 1,2 cm **Extra’s** Inclusief lasklem **Website** [www.homewizard.nl](https://www.homewizard.nl/shop/wallswitch-converter)

Plus- en minpunten
  • Eenvoudige installatie
  • Relatief goedkoop
  • Werkt goed met één lamp
  • Geen lampen groeperen
  • Beperkte koppeling domoticasystemen
  • Scenes Hue niet aanroepbaar
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.