ID.nl logo
Slimme verlichting voor binnen: dit zijn je opties
Zekerheid & gemak

Slimme verlichting voor binnen: dit zijn je opties

We kunnen ons goed voorstellen dat er een hoop op je af komt wanneer je van plan bent te investeren in slimme verlichting voor in huis. Er bestaan namelijk veel soort lampen en armaturen, die allemaal net even op een andere manier werken. En dan zijn er ook nog de opties met betrekking tot connectiviteit, apps en smarthomeplatformen. Kortom: genoeg om te bespreken.

Slimme verlichting en slimme thermostaten hebben één ding gemeen: ze vormen vaak de eerste stap in de richting van een smarthome (een slim huis). Beide apparaten bieden slimme opties aan waar mensen snel bekend mee raken én aan wennen, waardoor dat vaak naar meer smaakt.

In het geval van slimme lampen kun je ze met je smartphone of stem bedienen. Daarnaast werken ze via vaste schema’s en is het mogelijk ze op afstand uit te schakelen. En wanneer je ze opneemt in een smarthomenetwerk, dan krijg je toegang tot meer functies en mogelijkheden.

De basis van slimme verlichting

Maar voor we bij dat soort functies aankomen, kan het geen kwaad om nog even de basis van slimme verlichting te bespreken. We kijken in dit geval specifiek naar de opties met betrekking tot verlichting voor binnen. Daarnaast bestaat er ook slimme verlichting voor buiten, mocht je daar interesse in hebben.

Slimme lampen voor binnen heb je tegenwoordig in allerlei soorten in maten. We beginnen bij de standaard lamp; de simpele doch slimme peer die je in bestaande houders draait.

De slimme peer bestaat in twee soorten, met verschillende fittingen. Je moet eerst kijken naar die aansluitingen (denk dan bijvoorbeeld aan E14, E27 of GU10) om te checken of de lamp wel past in de houder die je hebt staan of op het oog hebt. Daarna kijk je naar het verbindingstype. Want de ene lamp sluit je direct aan op je wifi-netwerk, terwijl je voor een andere lamp een Zigbee- of Z-Wave-hub nodig hebt. Sommige fabrikanten bieden starterspakketten aan waarin enkele lampen en zo’n smarthomehub zit. Tot slot zijn er ook lampen die alléén bluetooth ondersteunen.

Er bestaan ook slimme lampen voor specifieke kamers of situaties. Denk dan bijvoorbeeld aan de plafonnière, een hanglamp, de ouderwetse tafellamp en een wandlamp. Daarnaast zijn er ook vloerstaanders, spotlampen en sierlijke verlichtingsopties. De laatste categorie is een bijzondere, aangezien je daarmee heuse kunstwerken aan de muur kunt ophangen. Dergelijke lampen nemen de vorm aan van een led-paneel in de vorm van een vierkant of hexagon, waarmee je zelfs vormen kunt maken aan de muur. Niet de handigste optie voor dagelijks gebruik, maar wel erg sfeervol.

Daarnaast zijn er bijvoorbeeld nog led-strips. Die zijn strips met daarin kleine led-lampen, die je bijvoorbeeld onder een kast of bank kunt hangen. Sommige mensen hangen dergelijke producten ook achter een televisie, allemaal met hetzelfde doel: sfeervolle verlichting aanbrengen.

Tot slot zijn er nog wat kleinere categorieën, die enkele producten soms combineren. Denk dan een make-upspiegel met daaromheen een led-rand, die voor optimale lichtinval zorgt tijdens het opmaken. Zo zie je altijd perfect wat je aan het doen bent en wat het resultaat is van je werk.

©PXimport

Slimme verlichting bedienen

Wat de bovenstaande lampen allemaal gemeen hebben is dat ze via apps te bedienen zijn; ongeacht de installatiemanier. In de meeste gevallen is het zo dat je die lampen bedient per groep of kamer, maar soms moet je ze per stuk aansturen. Voordat je zo’n groep beschikbaar is, moet je die nog wel even aanmaken. Maar wanneer je slimme verlichting voor het eerst installeert, dan laat een app zien hoe de belangrijkste functies werken. Wees dus gerust: er komt inderdaad soms veel op je af, maar de software neemt je aan de hand, waardoor je snel weet waar je aan toe bent.

Binnen de app kun je heel veel zaken regelen. Ondersteunen je lampen kleur? Dan kun je precies de kleuren selecteren die je mooi of handig vindt. Door middel van steekwoorden kun je vaak een sfeer uitkiezen die bij een moment past. En anders heb je de handmatige kleurenkiezer. Je kunt de lampen allemaal eenzelfde kleur meegeven of je geeft ze allemaal een andere kleur. Middels thema’s stel je meerdere lampen in één keer in en kun je een avondje Dungeons and Dragons ineens heel bijzonder en meeslepend maken. Als je het kunt bedenken, is het vaak wel mogelijk met zo’n system.

Sommige lampen bieden alleen verschillende wittinten aan. Dergelijke informatie wordt goed gecommuniceerd via de doos van het product; dus let daar goed op wanneer je iets aanschaft. De kleurtemperatuur (zoals dat ook genoemd wordt) wordt uitgedrukt in Kelvin. Meestal ligt die temperatuur ergens tussen de 2.600 en 6.500 K. Dat is vergelijkbaar met lichtbronnen als gloeilampen en TL-buizen. Sommige lampen gaan nog iets verder daarin en bieden opties voor kaarslicht (1.500 K) en daglicht (tot 7.000 K) aan. Dit stel je gewoon in via de app.

Binnen diezelfde app regel je vaak ook de ondersteuning voor smarthomeplatformen (en anders moet je dat via externe partijen regelen). Zo bieden veel systemen voor slimme verlichting ondersteuning aan voor Google Home, Apple HomeKit en IFTTT, om maar wat voorbeelden te geven. Dit zijn tevens toegankelijke opties om te experimenteren met routines en automatiseringen; doorgewinterde smarthomegebruikers hebben wellicht al andere opties voor zichzelf ingebouwd. Met een systeem als Fibaro heb je bijvoorbeeld al veel meer opties tot je beschikking.

Geld besparen met slimme lampen?

Een vraag die vaak naar voren komt is of je geld kunt besparen met slimme lampen in huis. Het antwoord is eigenlijk altijd ja, maar we kunnen enkele feiten hieromtrent niet negeren. Zo merk je wellicht weinig tot geen verschil wanneer je ‘domme’ led-lamp vervangt met slimme varianten. Heb je in huis nog allerlei oude peertjes in gebruik, zoals de ouderwetse gloeilamp, dan merk je al snel een groot verschil op je energierekening. Led-lampen (slim of dom) zijn namelijk al gauw negentig procent energiezuiniger dan gloeilampen. Dat is toch een fijne wetenschap.

Maar wat we hier niet kunnen negeren, is de vaak hoge instapprijs. Natuurlijk heb je zelf in de hand wat je aan een slimme lamp uitgeeft en kun je altijd kiezen voor goedkopere alternatieven. Wil je niet teveel betalen, check dan de laagste prijzen voor slimme lampen via Kieskeurig.nl.

De allergoedkoopste opties bieden wellicht niet altijd de mogelijkheden aan waar je naar op zoek bent. Sommige lampen ondersteunen bepaalde platformen niet (al kan daar met Matter gelukkig verandering in komen), terwijl andere lampen specifieke functies missen waar je naar op zoek bent. Kortom: ook hier is het belangrijk goed te kijken naar de opties van zo’n lamp.

Daarnaast dien je vaak te moeten investeren in hulpmiddelen en accessoires. Denk dan aan zo’n eerdergenoemde smarthomehub en wellicht zelfs nieuwe lichtschakelaars (die de lampen kunnen bedienen via dezelfde hub). Sommige systemen kennen een hoge instapprijs, maar bieden daarentegen ook enorm veel opties en functies aan. Je kiest dan duidelijk voor gemak en daardoor kun je mogelijk – op de langere termijn – veel geld besparen. Je kunt in elk geval altijd de lampen uitdoen wanneer je dat vergeten bent – tenzij ze alleen bluetooth ondersteunen.

Slimme verlichting voor binnen: de systemen

Nu je weet welke soorten lampen er zijn en waar je zoal rekening mee moet houden, is het tijd om de bekendste systemen onder de loep te leggen. Hieronder volgt een overzicht van bestaande systemen die slimme verlichting voor binnen aanbieden. Ook plaatsen we hier relevant nieuws, tests en reviews en aanverwante achtergrondartikelen.

Philips Hue

Dit is waarschijnlijk het merk dat iedereen kent wanneer die het over slimme lampen heeft. Maar het is ook één van de duurste, bestaande uit tal van lampsoorten en accessoires. Aan opties dus geen gebrek en datzelfde geldt voor de ondersteuning van smarthomesystemen. Daarnaast bepaal je zelf of je de bediening wil regelen via wifi (maar in feite Zigbee via de hub) of bluetooth. Via de app kun je alles regelen: van kleuren tot helderheid en van bediening tot schema’s.

Review: Philips Hue Centris

Review Philips Hue Wall Switch

Wiz

Het moederbedrijf van Signify biedt nog een merk aan voor slimme verlichting: Wiz. Dit merk heeft eveneens een uitgebreid aanbod van verschillende slimme lampen voor binnen. De overzichtelijke app is uitgebreid en je hebt volop keuze uit verscheidene accessoires. In vergelijking met Philips Hue zijn deze producten net even wat goedkoper, waardoor je niet helemaal dezelfde kwaliteit kunt verwachten. Desondanks kan dit een prima alternatief vormen. Je bedient de lampen via wifi (zonder tussenkomst van een hub) of bluetooth. Ook is er volop smarthome-ondersteuning.

Nieuws: SpaceSense van Wiz doet lampen zelf aan of uit

Nanoleaf

We benoemden net al even lichtpanelen die je aan de muur kunt hangen, waarmee je zelf vormen kunt maken. Eén van die systemen komt van Nanoleaf af. Dit is een modulair lichtsysteem, waar je zelf dus extra panelen aan kunt toevoegen. Hoewel de starterkits vrij prijzig zijn, kun je hiermee wel een fijne sfeer creëren in een kamer. Bovendien is het goed om te weten dat Nanoleaf ook externe systemen ondersteunt, zoals platformen als Google Home en Apple HomeKit.

Lifx

Lifx is een merk dat traditionele lampen en modulaire sfeerverlichting aanbiedt. Daarmee concurreert het bedrijf dus met de bovenstaande merken. Via de app kun je allerlei zaken regelen: zo kies je één van de duizenden soorten wittinten uit (de kleurentemperatuur) of één van de miljoenen kleuren. Je kunt veel van deze lampen direct koppelen aan je wifi-netwerk; dan hoef je dus géén smarthomehub aan te schaffen, maar het nadeel is wel dat het wifi-netwerk dan snel volloopt.

Innr

Het Nederlandse merk Innr zet zichzelf in de markt als een goedkoper alternatief voor Philips Hue. Je bedient dit systeem via Zigbee, waardoor je dus wel een hub nodig hebt. Mocht je eerder al geïnvesteerd hebben in Philips Hue en zo’n hub hebben, dan kun je de lampen daar gewoon aan koppelen. Mocht je nog niets in huis gehaald hebben, dan is het goed om te weten dat dit merk ook zijn eigen hub aanbiedt, waardoor je die dus ook voor een lagere prijs kunt scoren.

Ikea

Tot slot kijken we nog even naar Ikea. De Zweedse meubelmaker investeert hevig in het smarthomesegment, met onder meer de Tradfri-lampen. Je kunt deze lampen opnemen in bestaande Zigbee-netwerken en dat is goed nieuws: want ze zijn zeer goedkoop. Check wel even eerst van tevoren of ze alle functies aanbieden die je zoekt, want wellicht bieden ze net niet genoeg aan voor die prijs. Maar voor simpele bediening en opties, is dit een prima alternatief.

Ben je benieuwd geworden naar slimme verlichting voor in huis? Bij Bol.com vind je een hoop interessante producten!

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.