ID.nl logo
Review Xiaomi Pocophone F1 - Smartphone-budgetkoning
© Reshift Digital
Huis

Review Xiaomi Pocophone F1 - Smartphone-budgetkoning

De Xiaomi Pocophone F1 is een Chinese smartphone, die topspecificaties biedt voor een vriendelijke prijs. Voor zo’n 350 euro heb je specificaties die meekomen met toestellen van twee keer deze prijs. Dat verhaal hebben we eerder gehoord...

De Pocophone doet denken aan de OnePlus One, de eerste OnePlus-smartphone die in 2014 verscheen. Voor 299 euro had je een toestel dat ongeveer hetzelfde bood als de topsmartphones van destijds. Intussen is OnePlus van koers gewijzigd en zijn de smartphones niet te onderscheiden qua prijs en onderdelen. Dat wil niet zeggen dat er geen vraag meer is naar goede, betaalbare smartphones. Xiaomi probeert met het online merk Pocophone in het vacuüm te springen dat OnePlus achterlaat. De Pocophone F1 is wat duurder dan de OnePlus One destijds: rond de 349 euro. Je moet daarbij wel opletten dat de smartphone uit China geïmporteerd moet worden, dus je moet rekening houden met mogelijke importtarieven. Eventueel kun je de Pocophone F1 smartphone ook bij Europese webshops verkrijgen, dan betaal je geen importheffing, maar ligt de aanschafprijs vaak wat hoger. Ook bieden deze webshops vaak wat meer duidelijkheid als het op garantie aankomt.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Topspecificaties

Voor die 350 euro krijg je heel wat terug: de krachtigste Snapdragon 845-processor, 6GB werkgeheugen en 64GB opslaggeheugen, dat je desgewenst uitbreidt met een geheugenkaart... Of een tweede simkaart. Ook is er een enorme 4.000 mAh-accu in de smartphone geplaatst en zit er op de achterzijde een dualcam. Wie een beetje thuis is in de specs, weet dat dit behoorlijk indrukwekkend is. Smartphones met vergelijkbare specificaties vallen in de prijsklasses van 500 tot 800 euro. Een consolidatie heeft Xiaomi wel moeten doen in de specs: er is geen NFC-chip aanwezig, die je bijvoorbeeld gebruikt voor mobiel betalen. Maar specificaties zijn slechts theorie, hoe werkt het toestel in praktijk?

De Pocophone F1 oogt in ieder geval niet als een budgetsmartphone. Aan de voorzijde is een groot scherm geplaatst, met een iPhone X-achtige scherminkeping (ook wel notch genoemd) aan de bovenzijde. De schermranden aan de zij- en bovenkant zijn klein gebleven, maar aan de onderzijde is de schermrand helaas wel erg dik. De achterzijde is van kunststof, waardoor de Pocophone F1 niet zo’n vingerafdrukmagneet is als al die generieke glazen smartphones. Rondom het toestel is een stevige metalen rand geplaatst en qua aansluitingen vind je gewoon een usb-c-poort en een koptelefoonaansluiting.

De Pocophone is niet overdreven groot, ondanks dat het scherm op papier een doorsnee heeft van 6,2 inch. Door een alternatieve schermverhouding van 19 bij 9 is het formaat een fractie kleiner dan de meeste andere topsmartphones. Het LCD-scherm heeft een full-HD resolutie en is kwalitatief acceptabel. Het is helder genoeg en de kleurweergave is goed genoeg. Minpunt van het scherm is het contrast, witte vlakken ogen ook wat grauw. Het is qua weergave nou eenmaal niet zo indrukwekkend en levendig als de amoledscherm van duurdere smartphones. Maar het kan zich kwalitatief uitstekend meten met de betere schermen in dezelfde prijsklasse, zoals de Moto G6 Plus.

Voor sommigen kan het in gebruik wel een flink nadeel zijn dat Netflix en Amazon Prime niet in full HD afspelen, wat wellicht te herleiden is tot de DRM-vereisten van deze apps.

Dat de Pocophone F1 krachtig is, dat bewijzen de benchmarks wel. De krachtigste apps en games draaien prima.

-

Duurloper

Dat de Pocophone F1 krachtig is, dat bewijzen de benchmarks wel. De krachtigste apps en games draaien prima op de Pocophone F1, alhoewel het toestel wel vrij heet kan worden als je hem zwaar belast. Ook qua uithoudingsvermogen scoort de smartphone indrukwekkend goed, een dag of twee is prima haalbaar. In de doos van de Pocophone F1 vind je een snellader, die in een half uur tijd tot een procent of veertig oplaadt. Dat breekt geen snelheidsrecords, maar dat er überhaupt een snellaadfunctie in zit, is voor deze prijsklasse ongewoon.

Android 8.1

De Pocophone F1 is qua telefoon de nieuwe budgetkoning, maar helaas troeft de concurrentie de Pocophone op software af. Op dit moment draait de smartphone nog altijd op Android 8.1 (Oreo), gelukkig wel met een redelijk recente veiligheidspatch (oktober 2018). Wanneer een update naar Android 9 verschijnt, dat is nog maar de vraag. Ook is het nog maar de vraag wat we van het updatebeleid kunnen verwachten. Xiaomi’s updatebeleid is redelijk, maar voeren ze dit door bij het submerk Pocophone?

Steeds meer concurrenten kiezen in de lagere prijsklasse voor Android One, een schone versie van Android, die door Google zelf ondersteund wordt met snelle updates. Helaas is dat niet het geval bij de Pocophone F1: over Android zit een eigen schil verwerkt MIUI Global 10.0. Heel erg ingrijpend is de skin niet, maar een vooruitgang ten opzichte van een kale Android? Dat ook niet. Het instellingenmenu is rommelig, de icoontjes wat kinderlijk en er is veel te veel bloatware, van Microsoft, Facebook en Xiaomi zelf, zoals een dubbele browser of zelfs een Beveiligings-app die zich niet laat verwijderen en daarmee wel misleidende antivirus op je smartphone smokkelt. Hopelijk kiest Xiaomi ervoor om de Pocophone F2 ook uit te rusten met Android One.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Camera

an de achterzijde van de Pocophone F1 vind je een dualcam terug. Verwacht niet dezelfde functionaliteit als de duurste iPhones en Samsung Galaxy’s. Zo kun je de tweede lens bijvoorbeeld niet gebruiken om in te zoomen zonder kwaliteitsverlies. Deze is er enkel voor portretfotografie, zodat je foto’s met een scherptediepte-effect maakt (ook wel bokeh genoemd). Het is jammer dat je wat geavanceerde functies mist van de dubbele camera en dat de camera-app is bijna één op één overgenomen van Apple. De camera schiet helemaal geen verkeerde foto’s, maar wanneer je ze naast foto’s legt van duurdere smartphones, zoals de OnePlus 6 zie je wel verschillen. De foto’s van de Pocophone zijn wat fletser en minder gedetailleerd. Maar over het algemeen: echt niet verkeerd! Vergeleken met de andere smartphones in de prijsklasse heeft de Pocophone een van de betere camera’s.

De selfiecam is over het algemeen ook wat flets en heeft daarbij veel last van felle lichtbronnen en een wat lage resolutie. Niet echt geschikt voor de mooiste selfies helaas. Zoals met veel Chinese smartphones het geval is, heb je wat schoonheidsfilters in de camera-app die je gezicht ontzettend plastic eruit laten zien.

©PXimport

©PXimport

Alternatieven

Als je kijkt naar de specificaties is de Pocophone ongeëvenaard snel voor zijn prijsklasse en hetzelfde geldt voor de accuduur. Nadeel is echter de software, mocht dat erg belangrijk voor je zijn kun je kiezen voor alternatieven als de Motorola Moto G6 Plus of de Nokia 7 Plus. Een iets luxere uitstraling krijg je met smartphones van Huawei (zoals de Mate 20 Lite), maar ook deze kunnen de snelheid van de Pocophone F1 niet bijbenen

Conclusie

De verkrijgbaarheid is wellicht problematisch, maar los daarvan: voor het prijskaartje van zo’n 350 euro kun je momenteel geen betere, krachtigere smartphone krijgen dan de Pocophone F1. Op specificaties komt het toestel mee met smartphones van zo’n 800 euro. Concessies zijn er wel, het scherm en de camera en bouwkwaliteit zijn bijvoorbeeld prima. Maar niet even indrukwekkend als de duurste smartphones, en natuurlijk geeft dat ook helemaal niks. Alleen laat de MIUI-software met Android 8 een steekje vallen. Hopelijk weet Xiaomi dat met de Pocophone F2 op te lossen, bijvoorbeeld met Android One.

Met dank aan Gearbest voor het beschikbaar stellen van een testexemplaar van de Xiaomi Pocophone F1.

Fantastisch
Conclusie

**Prijs** circa € 349,- **Kleur** Grijs **OS** Android 8.1 (Oreo) **Scherm** 6,2 inch amoled (2246x1080) **Processor** 2,8 GHz octacore (Snapdragon 845) **RAM** 6 GB **Opslag** 64 GB **Batterij** 4.000 mAh **Camera** 12 megapixel dualcam (achter), 5 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps **Formaat** 15,6 x 7,5 x 0,9 cm **Gewicht** 182 gram **Overig** vingerafdrukscanner, usb-c, dualsim, koptelefoonpoort **Website** [www.poco.net](https://www.poco.net/global/)

Plus- en minpunten
  • Prijs-kwaliteitverhouding
  • Specificaties
  • Accuduur
  • Scherm
  • Geen NFC
  • Android 8 met MIUI
▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

▼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.