ID.nl logo
iPhone X - Prachtig scherm met zonnebril
© Reshift Digital
Huis

iPhone X - Prachtig scherm met zonnebril

Vorige week plofte hij bij me op de deurmat: de iPhone X. Nou ja, plofte: hij werd me in de handen gedrukt. En dat is maar beter ook, want het blijkt dat van alle iPhones tot nu toe de X het snelste kapot gaat bij vallen. Ik heb er een paar dagen flink mee gestoeid en heb inmiddels een goed beeld kunnen vormen van het toestel.

Dat het een duur toestel is, hoef ik je niet te vertellen. De grote vraag is natuurlijk wat je daar precies voor terugkrijgt en of dit toestel je het Apple-gevoel teruggeeft dat de afgelopen jaren een beetje is weggezakt.

Design

Ik heb het er vorige week al even over gehad: het design van de iPhone is fantastisch. Het toestel voelt superluxe, de randen glanzen prachtig en de glazen voor- en achterkant maken het allemaal extra luxe. Interessant is de TrueDepth-camera aan de voorkant, die zorgt voor een uitsparing in het display. Ik gaf in de hands-on al aan dat ik dat een prachtig ontwerp vond en dat mijn vrouw het superlelijk vond. Interessant genoeg blijkt vrijwel elke man die ik deze week mijn iPhone heb laten zien die uitsparing mooi te vinden, terwijl vrouwen het in de regel niets vinden. Geen idee wat dat betekent, maar het is wél een interessant smaakverschil.

©PXimport

In combinatie met de prijs van het toestel zorgt het design wel voor een voortdurende angst. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zó bang ben geweest om mijn iPhone te laten vallen. Mijn kinderen vragen voortdurend of ze even op mijn iPhone mogen en het antwoord is steevast ‘Nee’. De iPhone 7 Plus was natuurlijk ook al niet heel goedkoop, maar die gaf ik (zonder hoesje én zonder angst) probleemloos aan mijn kinderen. De enige die hem ooit heeft laten vallen was ik zelf. Het uiterlijk is zó fraai dat het je voortdurend herinnert aan het feit dat je een peperduur toestel in je handen hebt. Betekent dat dat het design te luxe is? Integendeel, het betekent simpelweg dat je aan alles voelt dat dit toestel te duur is. Tel daarbij op dat uit tests blijkt dat je iPhone na één keer stuiteren waarschijnlijk niet meer te gebruiken is (het scherm werkt dan niet meer) én dat het bijna 600 euro kost om te repareren en je begrijpt dat je een toestel hebt dat je bijna niet eens uit je zakt durft te halen. Ik heb daar nooit last van gehad, maar behandel dit toestel al een week als de prinses op de erwt.

©PXimport

Display

De iPhone X is de eerste iPhone die wordt geleverd met een OLED-display. Van het idee werd ik razend enthousiast, want de displays van de Galaxy-toestellen maakten me altijd nogal jaloers. In alle eerlijkheid: dat doen ze nog steeds. Het display van de iPhone X is mooi (zéker omdat het van rand tot rand is) en superhelder, maar verder niet heel spectaculair . Ik moet eerlijk zijn: Samsung misbruikt contrast in het kwadraat en de displays zijn superhelder, waardoor het beeld van het scherm spat, maar erg realistisch zijn ze vaak niet. Apple geeft enorm veel om kleurechtheid en het zou kunnen dat het display daarom ietwat tegenvalt. Dat gezegd hebbende: waar Apple van houdt, daar lig ik niet zo wakker van. Het is mijn telefoon en mijn verwachting en ik denk dat veel meer mensen hier tegenaan zullen lopen. In dat opzicht lijkt Apple een beetje vergeten dat wij niet allemaal designers zijn die vinden dat kleurechtheid heilig is. Kortom: ik ben nog steeds een beetje jaloers op het display van de Galaxy S8, zelfs al is het display van Apple misschien realistischer.

Thuisknop

Alles went, zo óók een ontbrekende Thuisknop. Toen ik het toestel net in handen had, ergerde ik me enorm aan het ontbreken van die knop en kon ik niet met de interface uit de voeten. Dat stoorde me enorm – en eigenlijk nóg – omdat Apple voor mij gelijkstaat aan een fijne intuïtieve interface. Na bijna een week ben ik aan de interface gewend. Gewend (want ik probeerde op de iPhone 7 Plus van mijn vrouw omhoog te vegen om haar toestel te ontgrendelen), maar intuïtief vind ik het echter nog steeds niet. Ik vind het nog steeds belachelijk dat je twee keer op je standby-knop moet drukken om de download van een appje te bevestigen.

Trouwens ... dat ding is dus stiekem helemaal geen standby-knop meer. Als je hem ingedrukt houdt, komt Siri je begroeten, maar je iPhone X start er niet opnieuw door op. Daarvoor moet je die knop in combinatie met de volume omhoog-knop indrukken (en sorry, dat vind ik beláchelijk). Zo zijn er meer kleine nadelige dingen: het stoort me dat ik niet kan weergeven hoeveel procent batterij ik nog heb (past niet in de interface) en is het sluiten van appjes echt ongelooflijk omslachtig. Hoewel ik na een week aan de interface gewend ben, kan ik maar één conclusie trekken: het weglaten van de Thuisknop is een noodgreep en Apple heeft dat niet goed opgelost. Over weglaten gesproken: de koptelefoonpoort ontbreekt nog altijd. En nog altijd zijn daar geen goede argumenten voor te vinden.

©PXimport

Face ID

Die Thuisknop is verdwenen omdat Apple graag een display wilde van rand tot rand. Dat betekent dat Touch ID, waar Apple de afgelopen jaren flink in geïnvesteerd heeft, plotseling van tafel moest worden geveegd. Face ID komt daarvoor in de plaats en eerlijk is eerlijk: de technologie werkt uitstekend. Met bril, zonder bril, mijn toestel herkent me zonder problemen … bij voldoende licht. Wel stoort het me dat ik goed recht in de camera moet kijken, terwijl het bij Touch ID voldoende was om mijn toestel vast te houden. En als je ’s nachts in bed even je iPhone wilt ontgrendelen, dan hoef je geen hulp van Face ID te verwachten (terwijl dat theoretisch wel zou moeten lukken, dankzij de infraroodsensor). Ergens wel begrijpelijk, maar een stap terug, want Touch ID werkte wél gewoon in het donker. En dan ga je je toch afvragen: hoe kan het dat ik méér betaal, maar functionaliteit moet inleveren.

Toen ik mijn iPhone X net had, dacht ik dat hij niet goed functioneerde. Wanneer ik notificaties ontving, stond er alleen melding; de inhoud werd niet getoond. Dit bleek dus een extraatje te zijn van Face ID: pas als je iPhone ziet dat jij je telefoon in handen hebt, wordt de inhoud van deze notificaties getoond. Tof idee, maar ook hier geldt: heb je weinig licht, dan zie je dus alleen melding staan. In de praktijk stoor ik me er dus meer aan dan dat het me helpt (uiteraard kun je het uitschakelen).

©PXimport

TrueDepth-camera

Die TrueDepth-camera heeft natuurlijk meer in z’n mars dan alleen maar Face ID. Het is in de basis dezelfde 7-megapixelcamera als in de vorige serie iPhones, met een aantal extra functionaliteiten. Die functionaliteiten zorgen bijvoorbeeld voor de mogelijkheid om Animoji’s te animeren en foto’s te nemen in Portrait Lighting-modus. Die Animoji’s, waarover ik vorige week al schreef in de hands-on, zijn hilarisch. Maar wat ik al vreesde bleek al snel waarheid: er is niemand die me zo’n geanimeerde emoticon kan terugsturen, want ik ben de enige idioot in mijn omgeving met een smartphone van 1329 euro, dus de lol is er snel vanaf. Héél snel. Door de TrueDepth-camera zouden ook de filters van Snapchat beter moeten werken, maar daar merk ik nog weinig van: de maskers wiebelen nog net zo over mijn hoofd als ik die in vreemde hoeken draai. Wellicht is dat een kwestie van tijd en moet Snapchat de app nog optimaliseren.

©PXimport

Portrait Lighting vind ik in alle eerlijkheid een aanfluiting. Ik ben groot fan van de Portretmodus die werd geïntroduceerd bij de iPhone 7 Plus. Die modus maakt fenomenale foto’s waardoor ik regelmatig de vraag krijg: 'Schiet je die gewoon met je smartphone?' Dezelfde verwachting had ik voor de Portrait Lighting-modus, al wist ik door het testen van de iPhone 8 Plus al dat het weinig spectaculair was. Ik heb het dan vooral over de theatermodus, die ervoor zorgt dat de persoon op de voorgrond wordt geïsoleerd op een zwarte achtergrond. De iPhone 7 en 8 Plus hebben daar twee camera’s voor nodig, de iPhone X kan het dankzij de TrueDepth-camera met infrarood. Kunnen is echter een groot woord. Het ziet er gewoon niet uit – en dat wordt benadrukt omdat Portretmodus zo briljant is. Het ziet er letterlijk uit alsof iemand iets te hard heeft geknipt in Photoshop. Delen van het gezicht vallen weg terwijl delen achtergrond juist met een klein randje zichtbaar blijven, waardoor het er gewoon slordig geknipt uitziet. Wat natuurlijk wel gaaf is, is dat Portretmodus ook in de TrueDepth-camera zit. Het werkt nét iets minder goed dan de gewone camera, maar nog steeds goed genoeg om indruk te maken met je selfies.

©PXimport

Camera’s aan de achterkant

Interessant is dat Apple niet meer verwijst naar de camera’s aan de achterkant als iSight-camera’s, maar als ‘camera’s aan de achterkant’. Op z’n website (en in de presentatie) gaf Apple hoog op over de camera’s, die een grotere en snellere 12 MP-sensor zouden hebben, een nieuwe kleurenfilter en diepere pixels. Ik heb de camera uiteraard uitvoerig getest. Het belangrijkste verschil zit hem wat mij betreft in de optische beeldstabilisatie van de telelens. Als het buiten flink zonnig is en je foto’s neemt van een kleurrijke situatie, zul je verschil zien tussen de foto’s die je neemt met een iPhone X en een iPhone 7 Plus, maar niet schokkend veel. Het is in situaties met minder licht dat de X laat zien wat hij in z’n mars heeft. Zelfs bij erg weinig licht kun je nog goede foto’s schieten. Hier zie je wél duidelijk verschil met de 7 Plus – en die was ook al niet slecht.

©PXimport

Eerder in deze recensie heb ik al aangegeven hoe blij ik ben met de Portret-functie, en die is alleen nog maar beter geworden. Waarom? Door optische beeldstabilisatie dus. Wanneer je een portretfoto schiet, dan moet je je toestel uiteraard wel goed stilhouden voor een goed resultaat, waardoor het soms ook even duurt voor je je foto kunt schieten (en je eerder geneigd bent om voor de gewone modus te gaan). Omdat de telelens nu optische beeldstabilisatie heeft, is het nemen van goede foto’s in de portretmodus veel eenvoudiger en dat levert echt prachtige plaatjes op. Ik wás al verliefd op deze functie, maar nu wil ik ermee trouwen. Verder is het gewoon een fantastische camera, maar dat was het ook al in de iPhone 7 Plus en natuurlijk de 8 Plus.

©PXimport

AR

De iPhone X wordt door Apple gepresenteerd als het ultieme apparaat voor Augmented Reality, dankzij de dubbele camera en de A11 Bionic Chip. Ik ben geen programmeur en geen data-analist maar ik geloof absoluut dat, als je er diagnostische tests op loslaat, de iPhone X op het gebied van AR beter scoort dan de iPhone 7 en 8. Maar als consument merk je daar op dit moment niets van. Niet weinig: nee, niets! Welke AR-game of app ik ook installeerde, hij werkte net zo goed op mijn X als op mijn 7 Plus. Het kan natuurlijk zo zijn dat dat over een paar maanden anders is en dat de apps zo zwaar en geavanceerd worden dat de iPhone 7-serie dat niet meer trekt. Maar laten we eerlijk zijn: als dat een half jaar duurt (en dat duurt het zeker), dan zitten we al in mei / juni en staat het nieuwe toestel alweer voor de deur. Een iPhone X kopen voor AR? Het is dikke vette onzin.

Batterij

Apple geeft altijd netjes op hoe lang je doet met de batterij van je smartphone. Dat is allemaal leuk en aardig, maar je hebt niets aan die statistieken. Ja, als je tien uur achter elkaar actief bent op wifi, of veertien uur alleen maar aan het bellen bent. In werkelijkheid is dat niet hoe je een iPhone gebruikt. Je gebruikt immers álles door elkaar heen. Spelletjes, mail, internet, Netflix (waarbij video en internet dus worden gecombineerd) enzovoort. Dat verklaart dus ook waarom je iPhone veel sneller leeg is dan die tien à veertien uur die Apple je belooft. Ik heb mijn iPhone X nu een kleine week gebruikt en tot nu toe ben ik erg enthousiast. Het is nog steeds niet zo dat ik vier uur in de trein kan zitten en daarna met een halfvolle batterij zit. Wél is het zo dat ik met mijn iPhone X die reis durf te maken zonder een powerbank, omdat ik weet dat ik het wel ga redden. Combineer dat met het feit dat er steeds meer draadloze oplaadpunten zijn, en je batterijzorgen zijn voorbij. Saillant detail: wist je trouwens dat je met een draadloze oplader niet kunt Candy Crushen tijdens het opladen? Het ding moet namelijk op de lader liggen. Nooit over nagedacht, maar bloedirritant. Stiekem gebruik ik dus af en toe nog een kabeltje.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Processor

Dit is een recensie van de iPhone X en dus ontkom je niet aan benchmarks. Die heb ik heb gedraaid en het zal je niet verrassen: de iPhone X is supersnel (maar opmerkelijk genoeg niet sneller dan de iPhone 8 Plus). Maar boeit dat? Totaal niet. De iPhone 7 Plus heeft het afgelopen jaar bij geen enkel spel gehaperd en ik verwacht niet dat hij dat komend jaar zal doen. De iPhone X is super, supersnel, maar dat is dus wel een gevalletje naar de supermarkt in je Ferrari: je hebt die snelheid (voorlopig) totaal niet nodig.

Conclusie

Wanneer je alles zo op een rijtje zet, zou je de indruk kunnen krijgen dat ik de iPhone X geen goede telefoon vind. Het tegendeel is waar: ik vind het een fantastisch toestel. Maar daar zit direct de crux: ik vond mijn iPhone 7 Plus ook een fantastisch toestel. Ik keek uit naar de Animoji, maar die ben ik inmiddels zat. De camera is fantastisch, maar dat was de vorige camera ook. TrueDepth voegt weinig toe en hoewel Face ID echt heel goed werkt, is het niet gemakkelijker dan Touch ID. Sterker nog: in sommige gevallen is het zelfs minder gemakkelijk. De iPhone X is een fenomenaal toestel met een mooi (maar niet briljant) display en een prachtig design. Maar de enige reden die ik kan verzinnen om hem te kopen is dat het een cool ding is om te hebben. Functioneel heb je er op dit moment namelijk totaal geen reden om hem aan te schaffen.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 1159,- (64GB), € 1329,- (256GB) **OS** iOS 11 **Scherm** 5,8 inch **Processor** Apple A11 Bionic **RAM** 3GB **Opslag** 64GB/256GB **Batterij** 2716 mAh **Camera** 12 megapixel dualcam (achter), 7 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps **Formaat**14,4 x 7,1 x 0,8 cm **Overig** Fast charge, draadloos opladen via Qi **Kopen** [Kieskeurig.nl](https://www.kieskeurig.nl/smartphone/product/3659843-apple-iphone-x)

Plus- en minpunten
  • Fraai display
  • Optische beeldstabilisatie in telelens
  • Prachtig design
  • Ontzettend breekbaar
  • 1329 euro!
  • Display is mooi, maar niet meer dan dat
  • TrueDepth voegt niets toe
  • Geen koptelefoonpoort
▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!

▼ Volgende artikel
Code geel en oranje wegens ijzel: zo check je of jouw route al gestrooid is
© Rijkswaterstaat
Huis

Code geel en oranje wegens ijzel: zo check je of jouw route al gestrooid is

Het is weer #codegeel en #codeoranje wegens gladheid door ijzel. Moet je toch de weg nog op? Via een online kaart van Rijkswaterstaat zie je live waar strooiwagens rijden en op welke wegen net is gestrooid.

Ga je naar Rijkswaterstaatstrooit.nl, dan krijg je een interactieve kaart van Nederland te zien. Op die kaart bewegen kleine icoontjes die de actieve strooiwagens voorstellen. De gegevens worden voortdurend bijgewerkt, waardoor je vrijwel live ziet waar op dat moment wordt gestrooid.

Naast de voertuigen vallen de gekleurde lijnen op de wegen op. Een paarse lijn betekent dat er in de afgelopen zes uur zout is gestrooid. Zo kun je zelf een inschatting maken of jouw route redelijk begaanbaar zal zijn of dat je éxtra moet opletten.

©Rijkswaterstaat

Zo lees je de strooikaart

De kaart laat zien wat er nu en in de afgelopen zes uur op de weg is gebeurd, inclusief strooiacties, wegdektemperaturen en radarbeelden. Kijk je vooruit, dan toont de kaart een verwachting tot twee uur met de voorspelde verwachte radarbeelden en wegdektemperaturen. Goed om te weten: je kunt niet vooruitkijken om te zien waar de strooiwagens gaan rijden.

Wegtemperatuur

De kaart laat meer zien dan alleen strooiwagens. Op veel plekken vind je ook de actuele wegdektemperatuur. Die metingen komen van 330 meetpunten verspreid over het hele land. Dat is relevant, omdat het asfalt vaak al onder nul kan zijn terwijl de buitentemperatuur dat nog niet is. Gaat het sneeuwen of regenen op wegdek dat al beneden nul is, dan neemt de kans op gladheid toe. Is de temperatuur nu nog boven het vriespunt? Kijk dan zeker even vlak voordat je vertrekt. Vanaf een uur of drie 's middags daalt de temperatuur namelijk meestal. En een wegdek dat nu net boven nul is, kan dan ineens zomaar weer kouder zijn. Als het dan gaat regenen, moet je echt uitkijken.

©Rijkswaterstaat

Dinsdag 3 februari, 14:30 uur: in het noordoosten van Groningen duikt de temperatuur van het wegdek al onder het vriespunt.

Neerslag

Links op de kaart zie je ook nog een icoontje van een regenwolk met een zonnetje erachter. Klik je daar op, dan krijg je actuele beelden te zien van de neerslagradar van het KNMI. Je ziet niet alleen waar de neerslag valt, maar ook of er veel of weinig valt. Dit neerslagbeeld wordt elke vijf minuten opnieuw samengesteld.

De weg op? Doe het veilig!

Door voor vertrek de strooikaart te checken, vergroot je de veiligheid onderweg. Of, anders gezegd, je verkleint het risico. Wat je zelf nog kunt doen? Controleer de bandenspanning. Bij kou daalt de luchtdruk, niet alleen buiten maar ook in je banden, wat invloed heeft op de grip. Kijk daarnaast of je voldoende ruitensproeiervloeistof hebt en of die bestand is tegen vorst; daar bestaan verschillende gradaties in. Leg voor de zekerheid ook een zaklamp en een warme deken in de auto. Een powerbank is eveneens handig. Mocht je vast komen te staan, dan blijf je in ieder geval warm en heb je genoeg stroom om je smartphone een paar uur te gebruiken.