ID.nl logo
Review: ASUS Zenfone 11 Ultra – Premiumtoestel met rustige look
© Wesley Akkerman
Huis

Review: ASUS Zenfone 11 Ultra – Premiumtoestel met rustige look

De ASUS Zenfone 11 Ultra deelt veel van dezelfde eigenschappen met de ASUS ROG Phone 8 Pro. Dat is wat ons betreft goed nieuws, omdat die gametelefoon een prima toestel is. De Zenfone 11 Ultra kun je daarom zien als een minder uitgesproken variant daarop.

Goed
Conclusie

Onderaan de streep laat de ASUS Zenfone 11 Ultra ons achter met twee duidelijke (gemengde) gevoelens. Enerzijds waarderen we dat de fabrikant de software zo kaal als mogelijk aanbiedt en dat het toestel zelf vrij is van onnodige of schreeuwerige ontwerpelementen. Houd je daarvan, dan past de Zenfone 11 Ultra bij je. Ook het scherm en de accu zijn pluspunten. Maar anderzijds begrijpen we ook wanneer je het design saai vindt. Tel daar een forse warmteontwikkeling en ondermaats updatebeleid bij op en dan worden we toch wat minder enthousiast.

Plus- en minpunten
  • Levendig oledscherm
  • Krachtige processor
  • Stijlvol ontwerp
  • Aanpassingsmogelijkheden software
  • Schiet prima kiekjes overdag
  • Karig updatebeleid
  • Toestel wordt snel warm
  • Camera kan nog beter

Jaarlijks brengt ASUS twee smartphones uit. Eén in de serie ROG Phone (waarvan de ROG Phone 8 Pro de recentste versie is) en de Zenfone. De ASUS Zenfone 11 Ultra is de nieuwste en heeft een prijskaartje vanaf 999 euro. Dat is niet goedkoop, maar ook niet zo duur als het vergelijkbare aanbod van bijvoorbeeld Samsung of Xiaomi. Je zou kunnen stellen dat het merk uit Taiwan meer de concurrentie aangaat met de OnePlus 12, die een adviesprijs van 949 euro heeft. Beide toestellen draaien op de Qualcomm Snapdragon 8 Gen 3-processor.

Die processor heeft 12 tot 16 GB werkgeheugen tot zijn beschikking en 256 tot 512 GB opslagruimte. De versie van 16/512GB kost je 100 euro meer, dan de 12/256GB-versie. Daarmee blijft ASUS qua prijs onder Samsung, Xiaomi en zijn eigen gametelefoon zitten.

De basisspecificaties zijn dus op topniveau, maar dat kunnen we niet helemaal zeggen van het ontwerp: hoewel we de strakke lijnen en de blauwe kleur achterop stijlvol vinden, oogt die vierkante cameramodule nogal achterhaald. Desondanks straalt het apparaat rust uit en dat waarderen we.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Groot helder scherm

Nu zijn we wel wat gewend van smartphonemakers, maar niet eerder beschikte de Zenfone-lijn over zo’n groot display. Dit is een amoledscherm van 6,78 inch met een resolutie van 1080 bij 2400 pixels. Hierdoor belandt het scherm qua pixeldichtheid onder de magische grens van 400 pixels per inch (388 ppi om precies te zijn), maar daar merk je gelukkig weinig van. Boven de 400 ppi merk je met het blote oog geen verschil meer op in kwaliteit. Ook hier is bewust gekozen voor een Full-HD+-scherm, zodat je als gebruiker langer met de accu kunt doen. Een hogere resolutie betekent immers een hoger energieverbruik.

De beeldverversing is met 144 hertz (in ondersteunde games) hoger dan op de S24 Ultra, maar lager dan ROG Phone 8 Pro. Dat is geen probleem. De huidige standaard van 120 hertz is meestal al overkill. Maar als je in hoge framerates wilt gamen op dit apparaat, dan kan dat.

De maximale helderheid bedraagt 2500 nits. Nu zul je daar niet snel aan zitten, maar dit houdt in dat je zelfs op de zonnigste dagen goed kunt zien wat er op dat prachtige, levendige en kleurrijke scherm gebeurt. Complimenten voor ASUS.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Zorgwekkende warmte-ontwikkeling

Qua prestaties presteert de ASUS Zenfone 11 Ultra niet anders dan andere toestellen met deze processor. Je zult bijna geen app of dienst tegenkomen die niet soepel draait op dit systeem. Maar toch zijn we er niet helemaal tevreden over en dat komt doordat het toestel, net als die ROG Phone 8, ontzettend heet wordt wanneer je er veel van vraagt (bijvoorbeeld tijdens het gamen). Je kunt de smartphone dan eigenlijk niet meer vasthouden. Dit moet bekend zijn bij ASUS en we hopen dat de fabrikant hier in de toekomst wat aan doet.

Vermoedelijk heeft ASUS het toestel niet goed geoptimaliseerd. Maar of dit een hard- of softwareprobleem is, kunnen we nu moeilijk zeggen. Het kan in elk geval gebeuren dat de ASUS Zenfone 11 Ultra zijn hoge prestaties niet constant volhoudt en dat die gedurende het gebruik meer energie nodig heeft om actief te blijven. Nu zit er een flinke accu in van 5500 mAh waar je anderhalve dag mee kunt doen, maar dan nog maken we er ons wat zorgen over. Opladen gaat met een maximaal vermogen van 65 watt; de batterij is binnen drie kwartier helemaal gevuld.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Toffe software, matig updatebeleid

Daarnaast plaatsen we nog altijd vraagtekens bij het softwarebeleid van ASUS. Begrijp ons niet verkeerd: een deel van dat beleid waarderen we enorm. Wanneer je het toestel instelt, dan krijg je de keuze voor een kale of aangepaste Android-ervaring. Wij hebben gekozen voor de eerste variant, waardoor de Android-ervaring ontdaan is van onnodige extra’s. Dat betekent niet dat er geen apps vooraf geïnstalleerd worden, maar dat aantal is zeer gering en kun je indien gewenst verwijderen. De interface, knoppen en indeling komen dicht in de buurt van de ervaring van een Pixel-toestel.

Het is daarom jammer om te zien dat ASUS slechts twee Android-upgrades en vier jaar beveiligingsupdates krijgt. Je betaalt een premiumprijs voor dit toestel, dan mag je ook minimaal een premiumsupport verwachten. Op dit vlak winnen Samsung en Google makkelijk van ASUS, die tot zeven jaar ondersteuning bieden op nieuwe smartphones. De ASUS Zenfone 11 Ultra draait gelukkig wel op Android 14, maar Android 16 is dus de laatste versie. Android 15 staat al om de hoek, waardoor het toestel dus al bijna op de helft van z’n upgrades zit.

ASUS biedt wel wat toffe softwarefuncties aan. Zo kun je met Twin Apps inloggen met twee accounts binnen één app. Daarnaast kun je de interface van het snelle menu aanpassen naar een ontwerp dat lijkt op die van Oppo en OnePlus, of het ouderwetse Android (voordat Google die pilvormige knoppen introduceerde). Verder zijn er nog wat AI-opties. Zo kun je achtergronden genereren en achtergrondgeluid voor telefoongesprekken verminderen. Daar blijft het echter bij (naast wat je kunt met Google Foto’s), waardoor de Zenfone dus wat achterloopt op de rest.

0,7x.
1x.
2x.
3x.

Verbeterde camera’s

Het camerasysteem achterop is precies hetzelfde als dat van de ROG Phone 8 Pro. Net als op de smartphones van OnePlus, zijn de camera’s nooit de sterkste punten geweest van ASUS-telefoons. Maar de ROG Phone 8-serie bewees eerder dat de fabrikant dit onderdeel serieuzer neemt dan eerst. Met een hoofdcamera van 50 megapixel, een telelens van 32 megapixel, een groothoeklens van 13 megapixel en een selfiecamera van 32 megapixel, schiet de ASUS Zenfone 11 Ultra in elk geval acceptabele kiekjes. De hoofdlens heeft daarnaast gimbalstabilisatie, waarmee je zorgeloos video’s maakt.

Over het algemeen ogen de foto’s trouw aan je omgeving, terwijl ze niet ontdaan zijn van kleur of enige bezieling. Het contrast is duidelijk en de fijnere details komen vaak goed naar voren. Het kan zijn dat sommige foto’s wat donkerder ogen dan je zou willen, maar qua scherpte en diepte hebben we weinig te klagen. Daarnaast zijn de beelden niet puntig of bijtend, en zelfs vrij zacht. En dat ziet er op een ander beeldscherm (bijvoorbeeld je pc) ook nog steeds mooi uit. Dit is echt niet de beste camera van dit moment, maar voor ASUS een mooie stap voorwaarts.

Portretmodus.
1x.
1x.

ASUS Zenfone 11 Ultra kopen?

Onderaan de streep laat de ASUS Zenfone 11 Ultra ons achter met twee duidelijke (gemengde) gevoelens. Enerzijds waarderen we dat de fabrikant de software zo kaal als mogelijk aanbiedt en dat het toestel zelf vrij is van onnodige of schreeuwerige ontwerpelementen. Houd je daarvan, dan past de Zenfone 11 Ultra bij je. Ook het scherm en de accu zijn pluspunten. Maar anderzijds begrijpen we ook wanneer je het design saai vindt. Tel daar een forse warmteontwikkeling en ondermaats updatebeleid bij op en dan worden we toch wat minder enthousiast.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.