ID.nl logo
Huawei presenteert premium P40 en P40 Pro zonder Google-certificering
© Reshift Digital
Huis

Huawei presenteert premium P40 en P40 Pro zonder Google-certificering

Huawei heeft de P40 en P40 Pro aangekondigd, twee high-end smartphones zonder Google-certificering. De Huawei P40 prijs bedraagt 799 euro, terwijl de grotere en betere Pro-variant een adviesprijs van 999 euro krijgt. De P40 Lite en P40 Pro+ komen hier ook op de markt.

De P40 en P40 Pro zijn vanaf 7 april te koop in Nederland in de kleuren zilver (Silver Frost) en zwart (Blush gold Black). Vanaf die datum is ook de P40 Lite te koop. Dit midrangemodel kost 299 euro en komt in het zwart (Midnight Black) of groen (Crush Green). Huawei presenteerde ook een P40 Pro+ met nog krachtigere hardware. Deze smartphone verschijnt pas in juni in Nederland en gaat 1399 euro kosten.

Wie de P40 of P40 Pro tussen 7 april en 3 mei koopt, krijgt een gratis setje Huawei FreeBuds 3-draadloze oordopjes cadeau. Deze oordopjes kosten los zo'n 150 euro. Huawei geeft vroege beslissers ook 50GB opslagruimte cadeau voor zijn Huawei Cloud-dienst, een alternatief voor Microsoft OneDrive, Google Drive en Apple iCloud.

Scherm, accu en opladen

Net als de P30 en P30 Pro van vorig jaar verschillen de P40 en P40 Pro op diverse vlakken. Zo heeft de P40 een 6,1-inch full-hd oled-scherm met 60Hz-ververssnelheid, terwijl het full-hd oled-display van de Pro-versie 6,58-inch meet en een 90Hz-ververssnelheid toont. De hogere ververssnelheid levert vloeiender, rustiger beeld maar drukt ook meer op de accuduur. Daarom beschikt de P40 Pro over een grotere 4200 mAh-accu en zit er een 3800 mAh-accu in de reguliere P40. Waar de Pro-variant via een usb-c-kabel oplaadt met een vermogen van 40W, gaat de P40 niet verder dan 22,5W. De P40 Pro kan ook draadloos opladen met 40W; sneller dan alle andere smartphones. Draadloos opladen ontbreekt op de reguliere P40.

©PXimport

Selfiecamera's

De smartphones zijn gemaakt van glas en aluminium en missen een 3,5mm-hoofdtelefoonaansluiting. De P40 is IP53 spatwaterbestendig, terwijl de Pro-versie dankzij zijn IP68-certificering volledig water- en stofdicht is.

In het scherm van de P40 en P40 Pro zit links een breed gat voor de selfiecamera. Op de P40 gaat hier een 32 megapixel achter schuil, maar de P40 Pro vult die aan met een dieptesensor en infraroodsensor. Dit toestel biedt daarom veilige 3D-gezichtsbeveiliging.

5G-internet

Beide smartphones draaien op een Kirin 990-processor en ondersteunen 5G-internet. Nederlandse providers lanceren naar verwachting in de zomer hun 5G-netwerken. De P40-modellen hebben 8GB werkgeheugen, ondersteunen dual-sim én e-sim. Het opslaggeheugen kun je uitbreiden via een NM-kaartje. In de P40 zit 128GB opslaggeheugen, in de P40 Pro is dit 256GB.

Huawei P40 (Pro) heeft zoomcamera

Op cameragebied verschillen de smartphones ook. De P40 heeft een 50 megapixel hoofdcamera, een 16 megapixel groothoeklens en een 8 megapixel zoomcamera. De P40 Pro gebruikt dezelfde hoofdcamera, maar met optische beeldstabilisatie voor betere foto’s. Het toestel heeft een 40 megapixel groothoeklens en een 13 megapixel periscoopcamera voor meer zoom. Huawei belooft op de P40 drie keer zoom zonder kwaliteitsverlies en liefst tien keer op de Pro-uitvoering.

Geen Google-certificering: dit merk je

Noemenswaardig is dat de P40 en P40 Pro niet door Google gecertificeerd zijn. Google mag dit namelijk niet doen omdat Huawei op een sanctielijst van de Amerikaanse overheid staat. Het gebrek aan die certificering betekent dat de P40 (Pro) zonder Google-apps komt. Diensten als Maps, YouTube, Gmail en de Play Store-appwinkel zijn niet op de Huawei-telefoon geïnstalleerd en kunnen alleen via onbetrouwbare omwegen gedownload worden. Google en Huawei raden dit met klem af. Niet alleen Google-apps ontbreken; Google’s software voor beveiliging en andere diensten is ook afwezig. Veel populaire Android-apps en -games zijn ontwikkeld met deze software in het achterhoofd en werken niet tot nauwelijks op een smartphone zonder. Dit kunnen we uit eigen ervaring zeggen omdat we onlangs de Honor 9X Pro en Huawei Mate 30 Pro getest hebben, toestellen die ook geen Google-certificering dragen.

©PXimport

Huawei probeert de ontbrekende Google-diensten te compenseren met een eigen appwinkel (AppGallery), maar die bevat nog maar een fractie van de apps uit de Play Store. Een deel van de in Nederland populaire apps werkt bovendien nog niet goed. Ontwikkelaars krijgen van Huawei ondersteuning om dit te verhelpen – een proces dat tijd nodig heeft. Huawei raadt gebruikers aan Google-apps en niet-werkende apps te gebruiken als website, bijvoorbeeld youtube.com.

De P40-serie draait op een open versie vanAndroid 10 met de EMUI 10-schil van Huawei. Het is nog niet duidelijk hoe Huawei – zonder hulp van Google – tijdig en langdurig Android-updates wil uitbrengen.

Computer!Totaal publiceert binnenkort een uitgebreide review van de Huawei P40 Pro.

P40 Lite en P40 Pro+

Huawei maakt ook bekend dat de P40 Lite in Nederland uitkomt. Deze smartphone werd al in februari aangekondigd en heeft een 6,4-inch full-hd-scherm, vier camera's achterop en 6GB werkgeheugen. Het opslaggeheugen meet 128GB. De 4200 mAh-accu laadt via de 40W-stekker binnen dertig minuten van nul naar zeventig procent, aldus Huawei. Ook dit toestel mist een Google-certificering.

De nieuwe P40 Pro+ verschijnt pas in juni, maar Huawei deelt wel alvast details van de smartphone. In essentie is de P40 Pro+ identiek aan de P40 Pro, met enkele verschillen. Zo laadt de accu sneller op, heeft het toestel een extra zoomcamera voor totaal tien keer optische zoom (vijf keer op de P40 Pro) en is het opslaggeheugen dubbel zo groot: 512GB in plaats van 256GB.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.