ID.nl logo
Huawei P10 - Smartphone op koers
© Reshift Digital
Huis

Huawei P10 - Smartphone op koers

Wanneer je de P10 in handen krijgt merk je direct dat de Chinese smartphonemaker Huawei ondertussen de ‘made-in-China’-fase ver achter zich heeft gelaten. Op sommige fronten kunnen smartphonemakers als Apple zelfs nog wat opsteken. Waar de Huawei P10 op scoort lees je in deze review.

In feite is de Huawei P10 een voortzetting van de weg die ingeslagen werd met de Huawei P9. Het toestel was een startpunt van een samenwerking met cameramerk Leica en beschikt over een uitstekende dubbele camera. De bouwkwaliteit van de P9 was ook keurig. Helaas was ik echter niet wildenthousiast over de smartphone. Dat kwam vooral omdat het aan de software-kant niet goed zat. Slordigheden, taalfouten, onoverzichtelijk, bloatware en er werd onnodig veel over de schutting gekeken bij Apple.

iP10

Gelukkig is men bij Huawei niet doof geweest voor kritiek. Natuurlijk, roept het uiterlijk van de P10 vergelijkingen met de iPhone op, vooral nu de vingerafdrukscanner van de achterkant naar de voorkant is verplaatst. Maar omdat Huawei bijvoorbeeld weer in staat is geweest de camera wel netjes in de achterkant weg te werken, denk ik dat de designers van Apple op hun beurt ook even over de Chinese schutting mogen kijken. Het toestel van Huawei is daarentegen niet waterdicht, wat wel jammer is.

©CIDimport

©CIDimport

Ook de Android-skin van Huawei (Emui 5.1) verbetert. Dat is een koers die ze ten tijde van de Mate 9 al in hebben gezet, maar het is fijn dat je de mogelijkheid hebt om bijvoorbeeld een app-overzicht aan te zetten. Bovendien kwam ik minder iOS-inspiratie en slordigheden tegen. Maar nog steeds valt er nog behoorlijk wat te verbeteren. Ik stuitte op veel onnodige voorgeïnstalleerde apps en het instellingenmenu is bijzonder onoverzichtelijk. Het straalt nog niet de luxe uit die je verwacht van een topsmartphone met deze prijs, bouwkwaliteit en specificaties. Gelukkig is het toestel wel geoptimaliseerd qua stroomverbruik, dat met anderhalf à twee dagen gewoon dik in orde is.

Het besturingssysteem en bijbehorende skin zijn overigens wel bij de tijd: Android 7. Hopelijk neemt Huawei de moeite om het toestel minstens de komende twee jaar van (veiligheids)updates te voorzien.

Hopelijk neemt Huawei de moeite om het toestel minstens de komende twee jaar van veiligheidsupdates te voorzien.

-

Twee ogen zien meer

Waar Huawei vooral mee wil scoren zijn de camera’s. De dubbele camera van P9 scoorde vorig jaar opvallend goed in een vergelijkende cameratest. Bij de P10 is het concept hetzelfde gebleven: de twee camera’s werken samen om het beste plaatje op te leveren. Bij de dubbele camera van LG G6 en de iPhone 7 Plus worden een gewone lens en een groothoeklens gebruikt, waardoor toch een soort optische zoom mogelijk lijkt. Bij de P10 worden de kleurloze en gewone foto samengesmolten tot één eindfoto, die scherper moet zijn en met meer diepte. In theorie klinkt het leuk, maar het is de praktijk waar het om draait. Uiteraard heb ik daarom in meerdere situaties de camera’s het vuur aan de schenen gelegd.

Ik moet zeggen dat ik wederom weer behoorlijk onder de indruk ben van de foto’s die de camera schiet. Vergeleken met directe concurrentie van Samsung, Apple en LG lijken de foto’s op het eerste gezicht wat grauwer, maar dat komt omdat de kleuren juist erg natuurgetrouw zijn. Andere fabrikanten (en schermen) willen de kleuren nog wel eens overdrijven. Verder valt op dat de camera snel scherpschelt en foto’s schiet, mits er voldoende licht voorhanden is.

Iets minder was ik onder de indruk wanneer ik een donkere ruimte betrad. Zo heb ik bijvoorbeeld tijdens een concert met de automatische stand wat foto’s geprobeerd te nemen, die veelal niet lekker uit de verf kwamen. Het toestel probeerde softwarematig hard om de afbeelding te verscherpen. Terwijl mijn eigen (oude) Nexus 6P, nota bene ook van Huawei, betere plaatjes schoot. Wellicht heeft Huawei hier nog wat af te stellen of ligt het aan het wat hogere diafragma (f/2.2), waardoor de camera iets minder in staat is licht af te vangen. Gelukkig kon ik met handmatige instellingen de foto’s een stukje opkrikken.

Je hebt namelijk veel camera-instellingen voorhanden. Wanneer je het camerabeeld naar rechts veegt kun je veel modi kiezen. De monochroomcamera is zeker de moeite waard om eens uit te proberen en levert mooiere foto’s op dan een gewone foto die je later met een zwartwit-filtertje bewerkt. Gevorderde fotografen kunnen ook hun hart op met rawfotografie en een pro-menu waarin gestoeid kan worden met onder andere de witbalans en sluitertijd.

©PXimport

©CIDimport

De selfiecamera kent ook opvallend veel instelmogelijkheden. Grappig is dat hij bij portretten automatisch de achtergrond vervaagt, waardoor een portret er al gauw opgepoetst uit ziet. Overigens valt dit natuurlijk ook gewoon uit te zetten als de resultaten je niet bevallen.

Maatje

Ondanks dat de P10 veel weg heeft van zijn voorganger heb ik in gebruik een zwakje gekregen voor het toestel. Natuurlijk, het is even behelpen met de software. Maar het toestel is handzaam, ligt uitstekend in de hand en tegelijk voelt luxe aan. Geduld wordt ook niet op de proef gesteld, alles werkt uiterst vlot en zelfs een tikje van een miliseconde op de vingerafdrukscanner is genoeg om het toestel te ontgrendelen. Een vingerafdrukscanner onder het scherm die verder geen enkele andere functie kent voelt echter wat onnatuurlijk aan.

Het scherm van de Huawei P10 lijkt vergeleken met andere smartphones wat doffer qua kleurweergave. In feite valt het wel mee, de P10 toont kleuren iets realistischer dan z’n concurrenten, die vaak kleuren iets op te blazen. Qua scherpte, kijkhoek en vooral helderheid van het scherm ben ik ook erg te spreken.

Conclusie

Zoals ik al liet doorschemeren heb ik een zwakje voor de Huawei P10 gekregen. Gewoonweg omdat het toestel (op wat software-slordigheden na) all-round goed is, handzaam en luxe tegelijk en nét even wat goedkoper geprijsd dan zijn directe concurrenten. Écht er uit springen doet de P10 niet, in zowel positief als negatief opzicht.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs:** € 599,- **Kleuren:** Zwart, zilver, goud, blauw **OS:** Android 7.0 **Scherm:** 5,1 inch LCD (1920x1080) **Processor:** 2,4 GHz octacore (Kirin 960) **RAM:** 4GB **Opslag:** 64 GB (uitbreidbaar met geheugenkaart) **Batterij:** 3.200 mAh **Camera:** 20 en 16 megapixel dual cam (achter), 8 megapixel voor **Connectiviteit:** 4G (LTE), Bluetooth 4.1, wifi, gps **Formaat:** 14,5 x 6,9 x 0,7 cm **Gewicht:** 145 gram **Overig:** Vingerafdrukscanner, usb-c **Officiële website:** [huawei.com](http://consumer.huawei.com/nl/mobile-phones/p10/index.htm) **Kopen:** [bol.com](http://bit.ly/2oV8Sb8)

Plus- en minpunten
  • Bouwkwaliteit
  • Camera
  • All-round goed
  • Android-skin
  • Voorgeïnstalleerde apps
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.