ID.nl logo
Zo check je of je pc een TPM-chip heeft
© Reshift Digital
Huis

Zo check je of je pc een TPM-chip heeft

Je hebt er vast al over gelezen: de toekomstige versie van Windows 11 vereist dat je computer beschikt over een zogeheten TPM-chip. Deze chip biedt onder meer versleuteling aan en beveiligde opslag van je bestanden. Maar hoe weet je nu of je huidige computer beschikt over een TPM-chip? Dat laten we je hier zien.

Vlak nadat Microsoft op 26 juni de opvolger van Windows 10 bekend maakte, verschenen al snel de systeemeisen online. Daarnaast bood Microsoft ook een tool aan waarmee je direct kon zien of jouw computer qua systeemeisen geschikt was voor Windows 11, en ook of deze beschikt over de vereiste TPM-chip. De tool heeft Microsoft echter offline gehaald, omdat niet alle getoonde systeemeisen klopte en je niet kon zien waarom je computer was afgekeurd qua hardware. Maar gelukkig kun je ook zelf eenvoudig in Windows 10 checken of jouw computer beschikt over een TPM-chip, en welke versie dat is: 1.2 of 2.0. 

Systeemeisen omhoog geschroefd

In eerste instantie waren de systeemeisen voor het draaien van Windows 11 ietsje lager. Zo hoefde een pc minstens te beschikken over een TPM-chip met versie 1.2. Inmiddels zijn de eisen verhoogd, en is nu een TPM 2.0-chip de minimale vereiste om Windows 11 te kunnen draaien. De overige systeemeisen blijven vooralsnog gelijk: 

Processor: 64-bits-processor van 1 GHz of sneller met 2 of meer cores
Geheugen: 4 GB
Opslagcapaciteit: 64 GB
Systeemfirmware (BIOS): Geschikt voor UEFI Secure Boot
TPM-module: Trusted Platform Module (TPM) versie  2.0
Grafische kaart: DirectX 12-compatibele grafische kaart / WDDM 2.0

Check voor de TPM-module

Je kunt in Windows 10 checken of jouw computer beschikt over een TPM-chip en welke versie dat is. Daarvoor zijn verschillende manieren, zoals via een PowerShell-commando, een beheermodule of via Apparaatbeheer. Let wel: voor de huidige beschikbare previewversie van Windows 11 is TPM nog geen vereiste, en kan dus ook zonder de aanwezigheid van deze chip worden geïnstalleerd. 

PowerShell-commando

Met PowerShell-commando's kun je systeembeheertaken in Windows 10 uitvoeren. Een van de opdrachten is de mogelijkheid om te achterhalen of je computer over een TPM-chip beschikt. Dat is een heel kort commando, deze voer je als volgt uit. Klik op Start en typ de opdracht PowerShell. Klik vervolgens met de rechtermuisknop op PowerShell en kies voor Als Administrator uitvoeren.

©PXimport

Er verschijnt nu een PowerShell-commandpromt (met blauwe achtergrond). Typ nu het volgende commando in, gevolgd door Enter:

Get-Tpm

Er verschijnt vervolgens een overzicht, waarin je kunt zien of jouw computer beschikt over een TPM-chip en of deze ook is ingeschakeld. Staat er bijvoorbeeld TpmPresent: True maar TpmActivated: False, dan heeft je computer wel een TPM-chip, maar is deze in de BIOS uitgeschakeld. Als er bij een aantal regels staat Not Supported for TPM 1.2, dan betekent het dat jouw computer beschikt over versie 1.2 van de TPM-chip; bij een computer met een TPM 2.0-chip staan achter de betreffende regels andere informatie. 

©PXimport

Beheermodule

Je kunt ook via een beheermodule achterhalen of jouw computer beschikt over TPM en of deze is ingeschakeld. Klik op Start en typ vervolgens het volgende commando, gevolgd door Enter: TPM.msc. Je zie dan direct of TPM aanwezig is, en is ingeschakeld. 

©PXimport

Via apparaatbeheer

Een andere mogelijkheid tot slot om te checken of jouw computer een TPM-chip heeft, is het apparaatbeheer in Windows 10. de TPM-chip is net als alle andere processors op je moederbord gewoon een stukje hardware, en die wordt dan ook als zodanig weergegeven tussen alle andere apparaten. Ga naar Start en typ Apparaatbeheer om het apparaatbeheer van Windows te openen. Scroll vervolgens in de lijst met apparaten naar het onderdeel Beveiligingsapparaten. Klap dit onderdeel uit, en je ziet de TPM-chip weergegeven en welke versie er wordt gebruikt. 

©PXimport

©PXimport

Bios checken

Als je zeker wil weten of jouw computer beschikt over een TPM-chip, kun je altijd nog het BIOS raadplegen. Het feit dat Windows geen TPM-chip ziet, betekent niet dat die dan ook per definitie niet op je moederbord aanwezig is. Soms moet je de TPM-functionaliteit namelijk zelf aanzetten. Start hiervoor de computer opnieuw op, en zorg dat je met de speciale sneltoets in het BIOS komt. Welke toets dat is, verschilt per fabrikant, maar de meest voorkomende toetsen zijn  Del, F8 of F12.

Waar je de instellingen voor TPM vindt, verschilt per merk computer of moederbord. In de meeste gevallen staan de instellingen onder het onderdeel 'Security' of 'System security'.  Hoe het TPM-onderdeel precies wordt genoemd is ook verschillend, maar op recentere modellen zal er in ieder geval iets met 'TPM' in de omschrijving worden genoemd, maar veelvoorkomend is ook de term 'Embedded security chip' of 'Embedded security device'. 

©PXimport

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.