ID.nl logo
Een goed ventilatiesysteem is belangrijk voor je gezondheid
© Kira_Yan - stock.adobe.com
Energie

Een goed ventilatiesysteem is belangrijk voor je gezondheid

We zijn veel binnen, maar helaas worden veel woningen en kantoren onvoldoende geventileerd. We realiseren ons vaak niet hoe vies de binnenlucht is. Zelfs in een omgeving met luchtvervuiling is de buitenlucht vaak schoner dan binnen. Gelukkig bestaan er ventilatiesystemen om de binnenlucht gezond te houden, al zijn de verschillen groot.

We isoleren onze huizen steeds beter, maar dat betekent dat de natuurlijke ventilatie afneemt. We bespreken verschillende ventilatiesystemen en geven de voor- en nadelen.

  • Onvoldoende ventileren is gewoon ongezond
  • Luchten versus ventileren
  • Gecontroleerde ventilatie: van A tot en met D+
  • Hoeveel kost een volledig mechanische ventilatiesysteem?
  • Onderhoud

Ook interessant: Energiezuinig ventileren in de winter, hoe doe je dat?

Onvoldoende ventileren is gewoon ongezond

De reden waarom mensen te weinig ventileren, is omdat dit energie kost. Hoe je het draait of keert, er gaat altijd warmte uit de woning verloren. Warme lucht verlaat het huis en frisse buitenlucht komt daarvoor in de plaats. Toch is goed ventileren echt belangrijk voor de gezondheid en daarom geen energieverspilling. Als je onvoldoende ventileert, krijg je last van een droge keel, droge neus en zelfs droge ogen. Bovendien is dit de oorzaak van hoofdpijn, benauwdheid en sufheid. En als je astma of andere longklachten hebt, worden je klachten erger door te weinig frisse lucht in huis. Het nut van een ventilatiesysteem merk je vooral als het er niet is. In een goed geïsoleerde woning zal het vocht zich snel opstapelen in de natte ruimtes waar het schimmels zal vormen.

Hoe schoon is de lucht in jouw huis?

Meet het met een luchtkwaliteitsmeter

Luchten versus ventileren Zet je af en toe een raam open, dan is dit lang niet genoeg voor een gezond binnenklimaat. Goed ventileren, is 24 uur per dag ventileren. Als je de ramen dichtdoet, is de lucht snel opnieuw vervuild. Bij luchten zet je enkele ramen open, liefst tegenover elkaar, zodat er een luchtstroom ontstaat. De vieze binnenlucht wordt op die manier naar buiten geblazen en frisse binnenlucht komt naar binnen. Bij ventileren wordt er continu frisse lucht aangevoerd en vervuilde lucht afgevoerd. Luchten is dus tijdelijk en is eerder een aanvulling op ventileren.

©Koldunova

Vaak zitten er in de ramen roosters om te ventileren.

Gecontroleerde ventilatie

We proberen onze woningen zo efficiënt mogelijk te maken door ze bijna hermetisch af te sluiten en te isoleren. Hoe zorg je voor een gezond en aangenaam binnenklimaat als je de ongecontroleerde natuurlijke ventilatie door kieren en naden zoveel mogelijk wilt vermijden? Isolatie en ventilatie gaan hand in hand. Je moet voorkomen dat lucht gewoon ontsnapt in de woning door gecontroleerde ventilatie toe te passen.

Van A tot en met D+

Wil je voor tijdens een verbouwing of nieuwbouw zorgen voor goede ventilatie, dan moet je rekening houden met verschillende ventilatiesystemen. De website Nederlandse BouwDocumentatie noemt vier systemen, van A tot en met D+. Het verschil tussen deze systemen zit hem in de manier waarop de lucht wordt aangevoerd en afgevoerd. 

  • A:  hier wordt de lucht op een natuurlijke manier via roosters aan- en afgevoerd.

  • B:  de verse lucht wordt op een mechanische manier aangevoerd, meestal met behulp van ventilatoren. De vervuilde lucht gaat wel op een natuurlijk manier naar buiten.

  • C en C+: hier is er een natuurlijke aanvoer van lucht, maar de afvoer gebeurt mechanisch via afvoeropeningen en ventilatoren. Soms verloopt de mechanische luchtafvoer vraaggestuurd via zelfregulerende roosters, dan spreekt men van ventilatiesysteem C+.

  • D en D+: zowel de aanvoer als de afvoer gebeurt op een mechanische manier. De warmte van de afgevoerde lucht wordt opgevangen en teruggewonnen via een warmtewisselaar. Als die energie de verse lucht verwarmt, spreekt met over een ventilatiesysteem D+.

Geen ventilatiesysteem thuis? Schaf dan een luchtreiniger aan

A en B

Het type dat je kiest, hangt af van de aard van het project en de factoren die het zwaarst wegen. Bij een eenvoudige renovatie zijn er minder mogelijkheden dan bij nieuwbouw. Wil je liever het goedkoopste systeem, dan kom je uit bij A. Dat is ook een stil systeem dat nauwelijks onderhoud nodig heeft. Bijna 7 op de 10 huizen hebben alleen natuurlijke ventilatie (dus geen mechanisch ventilatiesysteem). Systeem B wordt in de praktijk eigenlijk nooit in woningen toegepast. Daarom behandelen we dat verder niet. 

Ventilatieverliezen Iedere architect zal je aanraden om luchtdicht te bouwen om ongecontroleerde ventilatieverliezen te beperken. Tegenwoordig kun je met een blowerdoortest nagaan of de woning voldoende luchtdicht is. Met een speciale ventilator in de deur creëert men een drukverschil, waarna er metingen gedaan worden.  

©Blowerdoortest Twente

Een laptop berekent ventilatieverlies.

C of C+

Bij ventilatiesysteem C wordt verse lucht naar binnen gezogen via roosters in ramen of muren. De vervuilde binnenlucht wordt mechanisch afgevoerd door de centrale ventilatie-unit. De toevoer van verse lucht in de droge ruimtes gebeurt via roosters. Hiermee bedoelen we de leefruimtes, slaapkamers en werk- of studeerkamers.

De afvoer van gebruikte binnenlucht in natte ruimtes (keuken, badkamer, toilet, washok) gebeurt mechanisch via luchtroostertjes … Een C+-systeem werkt vraaggestuurd en kan per ruimte apart ventileren. Wanneer de sensor in de badkamer een hoger vochtpercentage detecteert, zal de ventilatie een stand hoger schakelen. Zo’n C+-systeem vraagt weinig onderhoud, heeft een laag verbruik en is goedkoper dan een D-systeem. Een nadeel is dat het werkt met roosters in de ramen. Dat is soms niet zo fraai en je hebt te maken met tocht en eventuele geuren die van buiten naar binnen komen. Met een C+-systeem gaat dus een deel van het effect van isolatie verloren. Je laat immers in de winter koude lucht in de woning en warme lucht in de zomer.

D of balansventilatie

Het meest efficiënte ventilatiesysteem is D. Hier blijft de aan- en afvoer van lucht constant. De luchtstroom gebeurt volledig mechanisch door twee ventilatoren in de centrale ventilatie-unit. Om deze reden wordt een D-systeem ook wel balansventilatie genoemd.

In dit systeem vind je dus geen roosters in de muren of ramen. De verse buitenlucht wordt aangezogen via een doorvoer die zich op het dak of in de muur bevinden. In de droge ruimtes komt op die manier verse buitenlucht terecht. In de natte ruimtes verdwijnt de gebruikte binnenlucht via ventielen in het plafond. Het belangrijkste voordeel van systeem D is de gunstige energiescore door de warmteterugwinning met een warmtewisselaar. Die zal de energie uit de afvoerlucht overdragen aan de toevoerlucht om die tijdens de koude maanden voor te verwarmen. In de zomer wordt de warmtewisselaar door een bypass omzeild. In de ventilatie-unit zit bovendien een filter dat zorgt dat er zuivere lucht de woning wordt ingestuurd. Zo’n systeem is vrij geruisloos en extra geluiddempers reduceren eventuele trillingen tot een minimum. 

Zo werkt balansventilatie.

Prijskaartje

Hoeveel kost een volledig mechanische ventilatiesysteem? Voor systeem C mag je rond de 3500 euro verwachten. Voor type D reken je op een gemiddelde prijs tussen 5000 en 7000 euro. Een ventilatiesysteem kan worden uitgerust met sensoren. Die zorgen dat je uitsluitend ventileert waar en wanneer het nodig is. Die sensoren meten de luchtkwaliteit, CO₂-gehalte en luchtvochtigheid, zodat het systeem automatisch wordt bijgestuurd. Wil je het ventilatiesysteem verder optimaliseren met sensoren, dan kost dit nog eens tussen 400 en 600 euro extra. Voor een onderhoudsbeurt betaal je zo’n 200 euro.

©Kinek00

Een warmteterugwinsysteem is best groot.

Natuurlijke intensieve nachtventilatie Het is niet vergelijkbaar met systeem C+ of D, maar je kunt je huis ook op een goedkope, natuurlijke manier een intensieve nachtventilatie geven. Hierbij maak je gebruik van de natuurlijk luchtstroming. De meest efficiënte techniek is door het schoorsteeneffect te gebruiken. Zet, als je die hebt, de dakramen open, waardoor er verticale trek ontstaat. Beneden komt koele lucht binnen die door het huis heen stijgt en ontsnapt via de dakramen. Je kunt ook gebruikmaken van dwarsventiliatie waarbij je ramen tegenover elkaar openzet. Koele lucht komt de woning binnen via het openstaande raam aan de ene gevel en ontsnapt via de openstaande ramen aan de andere gevel.

©Ronstik

Heb je geen mechanische ventilatie, dan kun je toch voor intensieve natuurlijke nachtventilatie zorgen.

Onderhoud

Het onderhoud van ventilatiesysteem A is eenvoudig. Maak de roosters gewoon schoon met een vochtige doek. Bij de systemen C en D liggen de zaken anders. Vaak is geluidsoverlast een signaal dat het systeem door een installateur moet worden nagekeken. 85% van het stof wordt geëlimineerd door een nieuw filter te plaatsen. Dat kun je zelf, maar zorg dat je zeker het juiste type koopt.

Om de kanalen, de toevoer- en de retourregisters grondig schoon te maken, hebben de ventilatiebedrijven speciale apparatuur. Ook het demonteren en reinigen van de ventilator en de warmteterugwin-unit laat je beter over aan de servicemedewerkers. Begin er beter niet zelf aan door bijvoorbeeld de ventielen al in een sopje te gooien. Je riskeert dat je ventielen verwisselt of dat een ventiel niet meer in de juiste stand staat. Omdat je dit maar om de vijf jaar hoeft doen en omdat dit niet zoveel werk is, valt de prijs best mee. 

Vraag een offerte aan voor aannemers:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.