ID.nl logo
Een ton CO₂, wat moeten we ons daar nou weer bij voorstellen?
© blacksalmon - stock.adobe.com
Energie

Een ton CO₂, wat moeten we ons daar nou weer bij voorstellen?

Of we nu reizen, spullen produceren, eten, sporten of lui op de bank liggen te zappen, altijd stoten we CO₂ uit. De reden waarom dit gas zo in de aandacht staat, is omdat het de opwarming van de aarde versterkt en zo de klimaatverandering versnelt. Om een idee te krijgen van de hoeveelheid CO₂-emissie die we produceren, gebruiken we de metrische eenheid 'ton'. Toch blijft het lastig om ons voor stellen waar zo’n ton CO₂ werkelijk voor staat. Laten we het toch eens proberen met een paar vergelijkingen.

In het kort… Waar komt CO₂ vandaan? En wat moeten we ons voorstellen bij een ton CO₂? Bovendien zijn er manieren om dit gas te neutraliseren.

Verbranding in de breedste zin van het woord

Koolstof zit in fossiele brandstof zoals hout, steenkool, aardolie, aardgas. Door deze stoffen te verbranden ontstaat er koolstofdioxide. Maar CO₂ vormt zich ook in de natuur; denk maar aan bosbranden en vulkaanuitbarstingen. Zelfs ons eigen lichaam produceert koolstofdioxide, want het verbrandt voedsel waarin koolstof zit, zoals vlees en groenten. Dat koolstofdioxide ademen mens en dier weer uit.  

Het CO₂-equivalent

Koolstofdioxide of CO₂ is het meest voorkomende broeikasgas in onze atmosfeer dat onder meer door menselijke activiteiten wordt geproduceerd. Het is onzichtbaar, geurloos en heeft een dichtheid van 1,964 kilogram per kubieke meter bij 0 graden Celsius. Er zijn meerdere broeikasgassen in de atmosfeer, zoals lachgas, methaan en fluorhoudende gassen (F-gassen). Om te weten hoeveel ze bijdragen aan het broeikaseffect worden de uitstootcijfers van al die gassen omgerekend naar de CO₂-equivalent.

Eén kilogram CO₂-equivalent komt overeen met de broeikaswerking van 1 kilogram CO₂. De uitstoot van 1 kilogram lachgas staat gelijk aan 298 kilogram CO₂-equivalent. Om nog maar te zwijgen van de F-gassen die in koelinstallaties en warmtepompen werden gebruikt. Bijvoorbeeld, 1 kilogram zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 22.800 kilogram CO₂-equivalent. Dit F-gas heeft dus een 22.800 keer sterker broeikaseffect dan CO₂. 

©Realworldvisuals.com

Je zou een ton CO₂ kunnen vatten in een bubbel van 10 meter doorsnede.

Is CO₂ giftig?

CO₂ maakt ook deel uit van de normale lucht die we inademen. Onze omgevingslucht bevat 0,041 procent CO₂. Dat kunnen we probleemloos inademen, maar ons lichaam voegt ook zelf CO₂ aan de lucht toe. Wanneer je lucht inademt die meer dan 1 procent CO₂ bevat, word je suf. Bij 2 procent krijg je hoofdpijn en stijgt de bloeddruk. Vanaf 5 procent ontstaat er duizeligheid en ademnood. Concentraties van 10 procent of meer zijn dodelijk. 

Een ton CO₂ staat gelijk aan…

Het is moeilijk om iets te visualiseren dat onzichtbaar is. Toch kunnen we één ton CO₂ vergelijken met dingen die we doen en kennen. Dit zijn een paar vergelijkingspunten. 

  • De Nederlander met een gemiddelde levensstijl stoot in minder dan twee maanden een ton CO₂ uit. 

  • 500 dagen ademhalen

  • Het eten van 250 Big Macs

  • 6000 km rijden met een dieselwagen

  • 4300 kWh elektriciteitsverbruik

  • De inhoud van 500 CO₂-brandblussers

  • 121.643 keer je smartphone opladen

  • 138 maaltijden op basis van vlees

  • 1961 vegetarische maaltijden

  • Eén enkele vliegtuigreis Amsterdam-New York per passagier

©Realworldvisuals.com

Visualisatie van één dag CO₂-uitstoot bekeken vanuit New York.

CO₂ in pellets Kun je CO₂ aanraken? Jazeker! De meeste mensen kennen droogijs in blokvorm vast wel, en er bestaan ook droogijs-pellets. Dat zijn kleine, cilindrische stukjes bevroren koolstofdioxide in vaste toestand. Ze hebben een temperatuur van -78,5°C. Het begint bij koolstofdioxide in vloeibare toestand. Die vloeibare CO₂ wordt onder druk gezet waardoor het gedeeltelijk afkoelt en stolt. Dat geeft een sneeuwachtig product dat wordt omgevormd tot pellets. Droogijs wordt gebruikt voor koeling van levensmiddelen of medische benodigdheden, voor het reinigen door middel van het zogenaamde droogijs-stralen, voor het carboniseren van drank (het toevoegen van prik) en voor misteffecten in theaters en pretparken. Je moet wel opletten, want bij huidcontact kan dat bevriezing veroorzaken. Bovendien komt er bij sublimatie (de overgang van vast naar gas) CO₂-gas vrij, wat verstikkingsgevaar oplevert.

©MEDIENDIENER - Detmold

Droogijspellets bestaan uit diepgevroren CO₂.

CO₂ uit de atmosfeer verwijderen

De toenemende koolstofdioxide in de atmosfeer is funest voor het klimaat. Toch zijn er manieren om CO₂ uit de atmosfeer te verwijderen. Sommige processen gebeuren spontaan, andere door toedoen van de mens.  

Bossen

Via fotosynthese slaan bossen de koolstof uit de atmosfeer op. Dus bossen uitbreiden, herstellen en verstandig beheren helpt zeker in de strijd tegen klimaatverandering. Een beuk absorbeert tijdens een groeiperiode van 80 jaar een ton CO₂. En om 1 ton CO₂ op te vangen, moeten 50 bomen een jaar lang groeien. 

Landbouw

Groenbemesting is het telen van planten op een stuk grond om deze vervolgens onder te ploegen of te 'mulchen'. De bodem slaat van nature koolstof op en door de bodem intensief te gebruiken, ontstaat er een tekort. Door groenbemesters te planten wanneer de velden kaal zijn, wordt de fotosynthese het hele jaar door verlengd. De bodem in Nederland kan op die manier 1 megaton (1 miljoen ton) CO₂ per jaar vastleggen. Groenbemesters kosten de boer of tuinder tijd en geld, want alleen met hoofdgewassen kan hij geld verdienen. Bovendien moet elke teelt, inclusief de groenbemester, in het jaarlijkse bouwplan worden ingepast. 

Afvangen

Bij industriële processen, zoals bij de productie van staal en beton, kan men CO₂ opvangen en scheiden van andere atmosferische gassen. Die CO₂ wordt dan via pijpleidingen, wegtransport of schepen vervoerd naar een opslaglocatie. Tenslotte wordt de CO₂ diep onder de grond geïnjecteerd en permanent opgeslagen. Er zijn wereldwijd grootschalige CCS-installaties (Carbon Capture and Storage) in bedrijf of in aanbouw die de CO₂ opvangen.  

Oceanen

Slechts 5 procent van de biologisch beschikbare koolstof circuleert in de atmosfeer, de biosfeer (planten en dieren) en de bodem samen. De rest circuleert in de oceanen. De oceanen spelen de hoofdrol bij CO₂-opslag. Daarbij kunnen de oceanen de CO₂ uit de atmosfeer ontzettend lang bufferen. Het grootste gedeelte van de actieve koolstof gaat volgens het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) naar de diepzee, waar het honderden jaren blijft. Het NIOZ verwacht dat wetenschappers zullen proberen om de natuurlijke processen waarmee oceanen CO₂ opnemen en afgeven te beïnvloeden, om zo de hoeveelheid CO₂ in de atmosfeer te reguleren. 

©Nioz.nl

Zo'n 95 procent van de biologisch beschikbare koolstof op aarde circuleert in de oceanen.

Bouwen op CO₂ De Belgische baksteenproducent Vandersanden heeft een nieuw soort gevelsteen ontwikkeld die niet alleen CO₂-negatief is. Het bedrijf gebruik de uitstoot van koolstofdioxide van andere bedrijven om de stenen hard te maken, als vervanging van cement. De gevelstenen worden in een ruimte geplaatst waarin koolstofdioxide wordt gespoten die door andere bedrijven werd uitgestoten. De CO₂ bindt zich dan aan calcium in de stenen, waardoor ze verharden. Bovendien bestaan de stenen zelf ook grotendeels uit reststoffen van de staalindustrie. De stenen hebben hetzelfde uiterlijk als bakstenen. Er zit zelfs een nerf op, net zoals een handvormsteen. Het is misschien een druppel op een gloeiende plaat, maar alle beetjes helpen.

©Vandersanden.com

De Pirrouet-baksteen wordt gemaakt met behulp van CO₂.

Vraag een offerte aan voor verduurzaming:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.