ID.nl logo
B&O PLAY Beoplay M3 – Stijlvolle trukendoos
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

B&O PLAY Beoplay M3 – Stijlvolle trukendoos

Multiroom is trending topic in de wereld van speakers. Door het succes van Sonos en de introductie van toegankelijke standaarden als Google Chromecast Audio doen steeds meer merken hun intrede in de wereld van multiroom. Zo ook B&O PLAY, die met de M3 het geluid van Bang & Olufsen naar de woonkamer brengt. Wij mochten de woonkamer inrichten met de Beoplay M3.

B&O PLAY heeft onlangs twee nieuwe multiroomspeakers op de markt gebracht, de Beoplay M3 en Beoplay M5. Deze modellen kunnen als individuele speaker gebruikt worden, maar kunnen ook worden gekoppeld tot een multiroomsysteem met behulp van Google Cast.

Bijpassend

De Beoplay M3 is een compacte speaker met een speakergril die de hele voorkant van de speaker beslaat. Deze is afneembaar en is in verschillende kleuren verkrijgbaar. De minimalistische behuizing is ovaalvormig en dus vrij smal. Op de achterkant vinden we drie knoppen waarmee het volume kan worden bediend en de muziek kan worden gepauzeerd en afgespeeld. De ingang voor de afneembare stroomkabel is mooi weggewerkt achter een soort uitklapbaar deksel aan de onderkant van de speaker. Hier vinden we ook de 3.5mm-ingang, een knop om de speaker aan of uit te zetten en een knop die gebruikt om de speaker met het thuisnetwerk te verbinden.

©PXimport

Het installeren van de speaker is vrij eenvoudig. Het enige wat je nodig hebt is een werkend WiFi-netwerk en de Beoplay-app voor Android of iOS. Bij het instellen van de speaker kun je aangeven of de speaker vrij staat, tegen de muur is geplaatst of in een hoek staat. Het geluidsprofiel – en met name het laaggebied – wordt hierop aangepast. Bijzonder genoeg is bluetooth vereist om instellingen van de speaker te wijzigen, je zou denken dat wijzigen via het thuisnetwerk worden doorgegeven.

Stream on

Om muziek draadloos naar de speaker te sturen, kun je gebruikmaken van AirPlay, bluetooth en de ingebouwde Google Chromecast Audio. Dankzij de Chromecast kun je de Beoplay M3 ook koppelen met andere Chromecast-speakers. In de Google Home-app kun je Chromecast-speakers groeperen om zo muziek naar meerdere speakers tegelijk te sturen. De groep die je maakt verschijnt samen met de individuele speakers in de lijst met beschikbare apparaten in streaming apps als TIDAL of Spotify. De Beoplay M3 ondersteunt geen Spotify Connect, waardoor je voor het streamen van Spotify-audio naar de losse speaker ook gebruik moet maken van de Chromecast.

©PXimport

De Beoplay M3 kan bijzonder hard voor zijn formaat en heeft als individuele speaker genoeg in zijn mars voor een kleine woonkamer. Het geluid is zwoel, met een bovengemiddeld aanwezig laaggebied – wat vaak ten koste gaat van de details in andere frequenties. De hi-hats in een nummer als Chocolate van The 1975 vallen een beetje weg tijdens het refrein. Bij nummers als Stranger in Town van Toto merk je hier weer minder van, aangezien de baspartij en zang wel prima tot hun recht komen.

Voor elk moment

In de app kun je het geluidsprofiel van de Beoplay M3 naar smaak aanpassen met behulp van Tone Touch. Hierbij wordt een matrix weergegeven met in de hoeken de termen Warm, Excited, Relaxed en Bright. Door de stip in het midden naar Warm te schuiven, wordt het laaggebied iets sterker en worden de hoge tonen (nog) minder aanwezig. Excited maakt de muziek energieker door de hoge en lage tonen te versterken. Relaxed maakt het geluid vrij hol door het middengebied en de lage tonen terug te schroeven en Bright maakt het geluid helder door de lage tonen iets terug te schroeven.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Tone Touch maakt de speaker flexibel en bruikbaar voor verschillende situaties. Zo is Warm handig als je niet wil dat de muziek te aanwezig wordt, terwijl Excited ideaal is als dat juist wel de bedoeling is. Toch kun je het zwoele geluid van de Beoplay M3 niet volledig omzeilen met Tone Touch, waardoor de speaker vooral geschikt blijft voor liefhebbers van lage tonen.

De functionaliteit van de app gaat verder. Hier kan namelijk ook worden bepaald of de speaker gebruikt wordt voor video door het vinkje bij ‘Use for video’ aan te zetten. Je kunt de Beoplay M3 via de 3.5mm-ingang aan je televisie hangen – mits die een analoge ingang heeft. Zo kun je de multiroomspeaker ook gebruiken voor je televisie – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Sonos One. Helaas is het niet mogelijk om twee Beoplay M3-speakers te gebruiken voor een stereo-beeld.

©PXimport

Op het moment dat je aangeeft dat de speaker voor video wordt gebruikt, wordt de analoge ingang ingeschakeld en worden de functies voor streaming uitgeschakeld. Om de Beoplay M3 weer als draadloze speaker te gebruiken moet je in de app het vinkje uitzetten. Gelukkig werkt de app vloeiend genoeg om hiervan een kleine moeite te maken.

Conclusie

De Beoplay M3 is een flexibele en stijlvolle speaker. Helaas is het geluidsbeeld door het te aanwezige laaggebied niet heel gebalanceerd, maar de hoeveelheid aan functies maken veel goed. De mogelijkheid om de speaker aan je televisie te hangen en de aanwezigheid van Tone Touch geven de Beoplay M3 net dat beetje extra ten opzichte van de concurrentie. Tel hier de streamingfuncties bij op dankzij AirPlay, bluetooth en Google Chromecast en je hebt een bijzonder veelzijdige speaker.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs:** 299 euro **Frequentiebereik:** 65Hz – 22kHz **Drivers:** 1 x 3,75-inch woofer, 1 x ¾-inch tweeter **Versterker:** Klasse D voor woofer, klasse D voor tweeter **Connectiviteit:** 3.5mm audiopoort, micro-USB-ingang, stroomkabel **Streaming:** Apple AirPlay, bluetooth, Google Chromecast **Streamingdiensten:** TuneIn, QPlay, Deezer **Afmetingen:** 11,2 x 15,1 x 14cm (B x H x D) **Gewicht:** 1,46 kg **Kleur:** Black, Natural **Overig:** Verwisselbare grill, afneembare stroomkabel, bedieningsknoppen op achterkant **Website** [www.beoplay.com](https://www.beoplay.com/en/products/beoplaym3)

Plus- en minpunten
  • Veel opties voor streaming
  • Analoge ingang voor gebruik met video
  • Tone Touch
  • Soms te veel bas
  • Geen Spotify Connect
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.