ID.nl logo
4K, oled: welke tv moet jij kopen?
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

4K, oled: welke tv moet jij kopen?

Een nieuwe tv kopen gaat gepaard met het leren van tientallen nieuwe termen. De laatste tijd zie je bijvoorbeeld 4K, dvb-t2 en qled voorbijkomen. De hoogste tijd om even uit te leggen wat al deze dingen betekenen en waar je op moet letten als je je gaat vergapen aan een nieuwe hd-televisie. Voor welke televisie ga jij?

Tip 01: FullHD of niet?

Eigenlijk hadden we dit artikel ook gewoon 'Checklist: televisies’ kunnen noemen, want een televisie die niet hd is, kom je maar heel zelden tegen. Dikke beeldschermen hebben we tien jaar geleden al vaarwel gezegd en het aantal pixels en de beeldkwaliteit van je nieuwe televisie is sowieso erg goed; echt slechte modellen zijn simpelweg niet meer verkrijgbaar. De prijzen van een flatscreen-televisie zijn de afgelopen jaren enorm gedaald en voor een paar honderd euro heb je een geweldige hd-televisie die je op je blu-ray-speler, PlayStation, pc of Apple TV kunt aansluiten. De ene fullHD-televisie is echter de andere niet en er zijn veel dingen waar je op moet letten bij de aanschaf van je nieuwe breedbeeld-tv. Vooral wat betreft aansluitingen, want als je er bijvoorbeeld een satelliet-tuner of oude videoconsole op wilt aansluiten, heb je een beperktere keuze.

©PXimport

Voor een paar honderd euro heb je tegenwoordig al een geweldige hd-televisie

-

Tip 02: Beelddiagonaal

Voordat je naar de winkel rent, is het belangrijk dat je precies weet hoe groot je tv mag zijn. Pak het meetlint er dus bij en kijk wat de maximale grootte voor je wand kan zijn. De televisie moet natuurlijk niet te klein zijn, want dan lees je de ondertiteling niet meer. Te groot is ook niet goed, want dan krijg je nekpijn van het heen en weer bewegen van je hoofd. Het is ook handig om te kijken hoe ver je van je nieuwe televisie af gaat zitten. Kun je maximaal twee meter van de wand zitten, dan is een kleinere televisie natuurlijk veel handiger dan wanneer je zes of zeven meter van het apparaat gaat zitten. De grootte wordt aangegeven in inch. De standaardgrootte van een televisie is tegenwoordig 32 inch: dit betekent dat het van de hoek linksonder tot de hoek rechtsboven precies 32 inch is. Dit komt neer op zo’n 80 centimeter. De uiteindelijke grootte van de televisie is een beetje meer, omdat er nog een rand om de tv zit. Naast de beelddiagonaal is het formaat ook belangrijk. Eigenlijk hebben de meeste televisies een verhouding van 16:9, dit betekent dat de hoogte 9/16e van de breedte is. Sommige beeldschermen zijn ultra wide en hebben bijvoorbeeld een verhouding van 21:9.

Hoeveel inch?

Hoe groot moet je televisie zijn? Als je minder dan anderhalve meter van het apparaat af gaat zitten, is 29 inch meer dan genoeg. Bij twee meter is een televisie van 32 tot 40 inch aan te raden. Zit je meer dan drie meter van je scherm, dan kun je gerust een exemplaar van 55 inch aanschaffen.

Tip 03: Beeldresolutie

Als je weet hoe groot de televisie mag zijn, is het tijd om te kijken naar de beeldresolutie. De resolutie wordt uitgedrukt in pixels, net als bij je pc-monitor. Des te meer pixels je televisie heeft, des te gedetailleerder je beeld zal zijn. Je beeldresolutie hangt ook samen met de beelddiagonaal. Een kleinere televisie van 32 inch met een resolutie van 1280 x 720 pixels kijkt misschien wel beter dan een grote tv van 50 inch met een resolutie van 1920 x 1080 pixels. De meeste televisies hebben tegenwoordig een beeldresolutie van 1920 x 1080 pixels, dit wordt ook wel full hd genoemd. Staat er op een tv dat het full hd is, dan heeft het scherm dus minstens dit aantal pixels. Een stapje kleiner is hd ready: voor deze optie moet een televisie minstens een resolutie van 1280 x 720 pixels hebben. Veel kleinere televisies zijn hd ready. Een andere term voor hd ready is ook wel 720p, genoemd naar het aantal verticale pixels. Voor een full-hd-televisie is dit 1080 pixels; dit wordt ook wel 1080p genoemd.

©PXimport

Tip 04: 4K en 5K

Full hd was een aantal jaren geleden nog het summum, maar tegenwoordig moet je voor een briljante kijkervaring naar de termen 4K of 5K kijken. Officieel betekent 4K dat er minstens 4096 horizontale pixels op het scherm moeten zitten, maar voor televisies komt dit vaak neer op 3840 pixels. 4K kan ook uhd or ultra high definition heten. Wil je helemaal een perfecte resolutie en heb je net een zak geld gekregen, ga dan voor een 5K-televisie. Dergelijke toestellen, met een resolutie van ten minste 5120 horizontale pixels, zijn nog wel zeldzaam. En duur: reken al snel op enkele duizenden euro’s.

©PXimport

Het allernieuwste? 5K-televisies, met ten minste 5120 horizontale pixels

-

Tip 05: Led, oled, qled

Een standaard televisie werkt met led, precies gezegd kleine led-lampjes die het beeldscherm van achteren verlichten. Zonder led-lampjes zou je geen beeld zien. Niet elke pixel heeft zijn eigen ledverlichting: meerdere pixels worden door één led-lampje verlicht. In een standaard televisie zitten een paar honderd leds. Bij een oled-televisie is dit anders. Oled staat voor organic led en dat betekent dat elke pixel individueel licht geeft. De zwartwaarden zijn daarom een stuk beter, omdat elke pixel afzonderlijk uitgezet kan worden. Omdat er zoveel led-lampjes in een oled-tv zitten, zijn deze apparaten een stuk duurder dan normale led-televisies. Een oled-televisie kan wel een stuk minder diep zijn dan een normale led-televisie omdat er geen led-lampjes achter het beeldscherm hoeven worden geplaatst. Ook het energieverbruik kan lager liggen dan bij een normale led-tv. Een qled-televisie werkt met zogenaamde quantom dots. Kort gezegd kan één pixel alle kleuren van de regenboog individueel weergeven. Dit zorgt voor extreem realistische kleuren. Een nadeel ten opzichte van oled is dat pixels niet aan- of uitgezet kunnen worden; daardoor zijn de zwartwaarden iets minder dan bij een oled-televisie.

©PXimport

De zwartwaarden bij een oled-tv zijn erg goed, omdat elke pixel afzonderlijk uit kan

-

Gebogen schermen

Een van de nieuwste trends is een licht gebogen scherm. Er zijn nog niet heel veel televisies met een gebogen scherm op de markt en in de meeste gevallen zijn dit soort televisies groot en duur. Het voordeel is wel dat je het gevoel hebt midden in de actie te zitten. Een nadeel is dat je recht voor de tv moet zitten: als je er vanaf de zijkant naar kijkt, zie je veel minder dan bij een recht scherm.

©PXimport

Tip 06: Hdmi

Het is tegenwoordig vrij normaal dat je apparatuur over hdmi beschikt. Daarom is hdmi ook een aansluiting die je op alle televisies terugvindt. Alleen enkele kleine en goedkope televisies hebben nog een oude analoge scart-aansluiting. Je settopbox van je televisieprovider, je PlayStation, je pc, je Apple TV: allemaal hebben ze een hdmi-aansluiting. Een hdmi-kabel is goedkoop en het aansluiten van je apparaat op je televisie moet dan ook een fluitje van een cent zijn. Mocht je apparaat geen hdmi-aansluiting hebben (zoals bijvoorbeeld de nieuwste MacBook Pro’s), dan kun je in de meeste gevallen een adapter gebruiken.

©PXimport

Tip 07: Nog meer video

Naast een hdmi-aansluiting vind je op de meeste televisies nog allerlei andere connectoren. Een composiet-aansluiting komt regelmatig voor, net als een componentingang. De eerste is een analoge gecombineerde video- en audioaansluiting, die meestal gebruikt wordt voor oudere apparatuur, zoals de eerste Nintendo Wii uit 2006. De aansluiting bestaat uit drie tulp-ingangen: een gele voor het videosignaal en een rode en witte voor de twee audiokanalen (rechts en links). De componentingang is bijna hetzelfde, maar bestaat uit vijf tulp-aansluitingen: drie voor video en twee voor audio. In de meeste televisies kun je composietkabels aansluiten op drie van de vijf tulp-aansluitingen van de component-ingang.

©PXimport

Sommige televisies kun je met een hdmi-kabel aansluiten op je versterker

-

Tip 08: Audio

Je kunt natuurlijk de interne luidsprekers van je televisie gebruiken, maar voor een goede thuisbioscoopervaring sluit je je televisie aan op je audioversterker. Dit kan op twee manieren. De beste manier is digitaal, via een optische kabel. Je versterker moet dan wel een digitale optische ingang hebben. Je herkent dit aan de vierkante aansluiting met het rode lampje binnenin. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is dit geen laser, maar een led-lampje. Via een glasvezelkabel wordt het geluid digitaal naar je versterker gestuurd. Een andere optie is via de analoge aansluiting. Dit zijn twee tulp-aansluitingen: wit voor links en rood voor rechts. De optische audio-aansluiting kan ook toslink heten of digital audio out. Sommige televisies kun je ook op je versterker aansluiten met een hdmi-kabel. Denk er dan wel om dat je de hdmi-uitgang van je televisie met de hdmi-ingang van je versterker verbindt. Als er slechts één of twee hdmi-poorten op je televisie zitten, is de kans groot dat dit ingangen zijn. Deze kun je dus niet gebruiken om audio uit je televisie te sturen.

©PXimport

In Nederland kun je vooralsnog gewoon je dvb-t-tuner gebruiken

-

Tip 09: Tuners

Een hd-televisie heeft ook een paar aansluitingen voor tuners. Een tuner, soms ook wel encoder of decoder genoemd, is een apparaat dat je gebruikt om een tv-signaal om te zetten naar een videosignaal dat door je televisie begrepen wordt. Elke tuner-standaard begint met dvb (digital video broadcasting), maar het belangrijkste is wat er achter die letters dvb staat. Een dvb-t-tuner is een apparaat waarmee je digitaal tv-zenders kunt ontvangen via de lucht. NPO 1, 2 en 3 kun je gratis ontvangen met een dvb-tuner; via een aanbieder als KPN, CanalDigitaal of Telfort kun je tegen betaling meer zenders ontvangen. De nieuwste standaard is dvb-t2: hiermee is hd-televisie via de ether mogelijk. In Duitsland is het hele dvb-t-netwerk al overgezet naar dvb-t2. De twee systemen zijn niet compatibel met elkaar: met een dvb-t-tuner kun je dus geen dvb-t2-zenders ontvangen. In Nederland kun je vooralsnog gewoon je dvb-t-tuner gebruiken. Een andere dvb-standaard is s, dit staat voor satelliet. Hier kun je meteen je schotel op aansluiten via een F-stekker, ook wel lnb genoemd. De nieuwste versie van dvb-s is dvb-s2. Je kunt nu alleen de gratis satellietzenders ontvangen; wil je al je zenders uit je CanalDigitaal-abonnement kunnen kijken zonder tussenkomst van een satelliettuner, dan heb je een televisie met ci+-sleuf nodig. Hier stop je dan je CanalDigitaal ci-kaart in. Dvb-c staat voor cable en hier kun je gewoon je kabeltelevisie op aansluiten zonder tussenkomst van een kastje. Of jouw tv-aanbieder dit ondersteunt, moet je eerst even navragen. Sommige providers bieden ook een mogelijkheid om een tweede ci+-kaartje (of SmartCard) voor weinig geld aan te schaffen. Deze stop je dan in de ci+-sleuf; de kabel gaat in de dvb-c-aansluiting.

©PXimport

Wat is er met 3D gebeurd?

Een paar jaar geleden had iedereen het erover en in elke elektronicazaak zag je een tv waarop een 3D-film werd vertoond. Je moest er wel een aparte 3D-bril voor op. In de bioscoop werkt het prima, maar voor thuis heeft de consument het nooit echt zien zitten. Gevolg: tv-fabrikanten zijn gestopt met het maken van 3D-televisies. Je zult dus echt naar de bioscoop moeten voor de extra diepte.

Tip 10: Slimme televisie

Bijna elke televisie is tegenwoordig slim. Dit betekent dat je er niet alleen tv mee kunt kijken, maar dat je er via een ingebouwde internetverbinding apps op kunt draaien, inhoud van een netwerkschijf of nas kunt afspelen en je smartphone of tablet gemakkelijk met je televisie kunt verbinden. Elke tv-fabrikant heeft een ander systeem, maar er zijn een paar bekende opties. Samsung heeft op al zijn televisies Tizen geïnstalleerd, terwijl Sony en Philips een aangepaste versie van Android draaien. Panasonic heeft een speciale versie van Firefox OS en op een LG-televisie vind je WebOS. Je kunt in de meeste gevallen zelf apps zoals Netflix of NPO op je televisie installeren en meteen je favoriete film of documentaire kijken.

©PXimport

Chromecast en Apple TV

Ook zonder slimme televisie kun je inhoud van Netflix of elke andere app van je smartphone op je tv tevoorschijn toveren. Soms kan dit zonder tussenkomst van een ander apparaatje, maar anders kun je een Google Chromecast of Apple TV gebruiken. Deze apparaten sluit je aan op hetzelfde wifinetwerk als je smartphone. Je streamt de inhoud van je app naar het apparaat, de Chromecast of Apple TV verbind je met een hdmi-kabel aan je televisie.

©PXimport

Kooptips

Van de duizenden beschikbare hd-televisies hebben we drie prima keuzes voor je uitgezocht. De eerste is een budget-televisie met goede specificaties, de tweede is een hd-tv van hoge kwaliteit voor een goede prijs. En als je echt helemaal los wilt gaan, kun je voor de derde optie kiezen.

SAMSUNG UE32J5200A

Prijs: € 299,– Een full-hd-televisie van 32 inch voor minder dan 300 euro? Jawel, met de Samsung UE32J5200A heb je een resolutie van 1920 x 1080 pixels. Om je apparatuur aan te sluiten, heb je naast een hdmi-ingang ook een oude scart-aansluiting tot je beschikking. Je sluit je televisie aan op je digitale versterker via de optische audio-uitgang en de televisie heeft naast een ci+-aansluiting ook dvb-t- en dvb-c-aansluitingen.

©PXimport

SONY Bravia KD-55XD7005

Prijs: € 799,– Deze televisie heeft een beelddiagonaal van 55 inch en neemt een groot deel van je wand in beslag. De televisie heeft een resolutie van 3840 x 2160 pixels en mag zich daarom een 4K-televisie noemen. De slimme tv draait op Android TV en heeft verschillende tuners aan boord. Als je de televisie aan de wand monteert, zorg dan wel voor stevige muren: het apparaat weegt maar liefst zeventien(!) kilo zonder voet.

©PXimport

LG OLED55C6V

Prijs: € 1.899,– Voor de ultieme thuisbioscoop haal je een oled-of qled-televisie in huis. De LG OLED55C6V heeft een beelddiagonaal van 55 inch en is uiteraard ultra hd (4K). Het gebogen scherm zorgt voor een intense videobeleving en natuurlijk vind je alle aansluitingen die je je maar kunt wensen. Er is ook een 65inch-variant beschikbaar; hier moet je ongeveer het dubbele voor neertellen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.