ID.nl logo
Review Poco M3 - Grensverleggende budgetsmartphone
© Reshift Digital
Huis

Review Poco M3 - Grensverleggende budgetsmartphone

De Poco M3 is een 149 euro kostende smartphone met specificaties die passen bij een duurder toestel. Daarnaast heeft hij een reusachtige batterij. In deze Poco M3 review testen we of de budgetsmartphone een schot in de roos is.

Poco was een dochtermerk van Xiaomi en bracht in de afgelopen maanden onder andere de Poco F2 Pro en Poco X3 NFC uit. Poco claimt inmiddels op eigen benen te staan en met Xiaomi samen te werken voor de productie en software. Ik vind het een weinig overtuigend verhaal en vermoed dat Xiaomi nog steeds een stevige vinger in de pap heeft bij de ontwikkeling en verkoop van Poco-toestellen. De nieuwste Poco M3 is in ieder geval de eerste 'eigen' smartphone en in deze review lees je wat de voor- en nadelen van het toestel zijn. 

Ontwerp

Het uiterlijk van de Poco M3 is opvallend. Niet alleen omdat Poco de smartphone in de kekke kleuren blauw en geel verkoopt (er is ook een zwart model verkrijgbaar), maar ook omdat de kunststof achterkant als leer overkomt. Het ziet er zo uit en voelt ook redelijk zo aan, wat ik prettig vind omdat de afwerking geen vingerafdrukken toont. Wel is het materiaal wat glad. Het enorme camera-eiland met het Poco-logo had van mij niet gehoeven, maar stoort me ook niet. 

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Belangrijker vind ik dat de smartphone stevig aanvoelt, prettig in de hand ligt en voorzien is van een usb-c-poort en infraroodsensor. Met die laatste functie kun je je televisie bedienen. Poco installeert daarom ook een afstandsbediening-app op de smartphone. Verder heeft de Poco M3 smalle randen rond het scherm, een redelijk forse inkeping voor de (prima) selfiecamera en zit de vingerafdrukscanner in de aan- en uitknop op de rechterzijkant. De scanner is snel en accuraat en een fijne extra op zo’n betaalbare telefoon. 

©PXimport

Scherm

Het scherm van de smartphone is met 6,53 inch aan de grote kant en daarom niet tot nauwelijks met één hand te bedienen. Ik vind dat niet erg. Het grote formaat betekent namelijk ook dat je lekker veel ziet en prettiger met twee handen kunt typen. De schermkwaliteit is boven verwachting voor zo’n goedkope telefoon. De Poco M3 gebruikt een full-hd-display dat dus lekker scherp oogt. De kleurweergave is ook prima, het scherm reageert goed op aanrakingen en kan fel genoeg op een zonnige winterdag. 

©PXimport

Specificaties

De Poco M3 draait op een Snapdragon 662-processor, die ook in veel concurrerende budgetsmartphones zit. Poco stopt er 4 GB werkgeheugen en 64 of 128 GB opslaggeheugen bij, wat bovengemiddeld is. Het toestel draait populaire apps vlot genoeg en kan eenvoudigere games ook prima aan. Natuurlijk is de Poco M3 niet zo snel als duurdere smartphones, maar gezien de prijs heb ik niets te klagen.

Ook prettig is dat het toestel twee simkaarten én een micro-sd-kaartje slikt en overweg kan met het snellere wifi 802.11ac op de 5 GHz-frequentie. Veel goedkope smartphones bezuinigen hierop en leveren daarom langzamere internetsnelheden. De Poco M3 bezuinigt – net als veel concurrenten – wel op zijn camera’s. Achterop vind je een 48 megapixel hoofdcamera, aangevuld met een 2 megapixel macrolens en een 2 megapixel dieptesensor. 

©PXimport

De hoofdcamera maakt overdag en in het donker prima plaatjes. De nachtmodus helpt zeker. Al met al een aardige camera in zo’n goedkope smartphone, maar het nut van de dieptesensor en macrolens is zeer beperkt. Poco lijkt dat zelf ook te snappen, want de macrostand is zorgvuldig weggewerkt in de camera-app. De portretmodus is wel snel in te schakelen, maar is niet nauwkeurig genoeg om je foto’s écht te verfraaien. 

Poco M3 accu: de beste batterijduur

Het belangrijkste verkoopargument van de Poco M3 is zijn accuduur. Het toestel is voorzien van een 6000 mAh-accu en dat is veel groter dan gebruikelijk (4000 tot 5000 mAh) voor dit type smartphone. Sowieso zijn er nauwelijks smartphones met een 6000 mAh-accu. In de praktijk levert de reusachtige accu een gebruiksduur van twee tot vier dagen op, afhankelijk van hoe intensief je de Poco M3 gebruikt. De uitstekende accuduur is helemaal noemenswaardig omdat de Poco M3 één van de goedkoopste smartphones van dit moment is. Een grote accu hoeft dus niet duur te zijn.

Het opladen van die enorme accu duurt een paar uur. Niet verwonderlijk en ook niet storend als je het mij vraagt. Het opladen kan immers prima een keer ’s nachts. Poco levert netjes een oplader mee die de smartphone met 18 Watt oplaadt. 

©PXimport

Software en updatebeleid

De Poco M3 draait bij zijn release op Android 10, de versie van 2019. Een Android 11-update volgt nog, maar wanneer is niet duidelijk. Android 11 is de versie van 2020 en had naar mijn mening standaard op de smartphone geïnstalleerd moeten zijn. Jammer is dat Poco geen verder updatebeleid communiceert. Het is dus niet duidelijk of de Poco M3 een Android 12-update krijgt en hoe lang en met welke frequentie er beveiligingsupdates beschikbaar komen. 

©PXimport

©PXimport

©PXimport

De softwareschil is ook noemenswaardig. Poco gebruikt de MIUI-schil van Xiaomi en die wijkt visueel en onder de motorkap nogal af van de standaard Android-software. Poco wilt graag dat je automatisch diagnostische gegevens doorstuurt, meedoet aan het gebruikersprogramma en zet standaard het vinkje aan bij gepersonaliseerde advertenties. Dit zou ik allemaal uitschakelen. Na de installatie blijkt dat er aardig wat commerciële apps geïnstalleerd zijn, onder andere van Facebook, Amazon, Netflix en LinkedIn. Gelukkig kun je die apps verwijderen als je ze niet nodig hebt. 

Conclusie: Poco M3 kopen?

De Poco M3 is een 189 euro kostende smartphone die naar mijn mening ongelooflijk veel waar voor zijn geld biedt. Van een degelijk ontwerp en scherp scherm tot complete hardware en een geweldige accuduur: dit toestel scoort op alle punten goed en komt met prima software. De MIUI-schil is wat ingrijpend en komt zonder duidelijk updatebeleid, maar gezien de prijs kan ik daar mee leven. Onder de streep imponeert de Poco M3 met zijn prijs-kwaliteitsverhouding en is hij een goede keuze als je minder dan 199 euro wilt uitgeven aan een smartphone. Zoek je een goedkoper model met de beste accuduur, dan kun je ook niet om de Poco M3 heen.

Fantastisch
Conclusie

**Adviesprijs** € 149,- **Kleuren** Zwart, geel en blauw **OS** Android 10 (MIUI-schil) **Scherm** 6,53 inch lcd (2340 x 1080, 60 Hz) **Processor** 2 GHz octacore (Snapdragon 662) **RAM** 4 GB **Opslag** 64 of 128 GB (uitbreidbaar) **Batterij** 6.000 mAh **Camera** 48, 2 en 2 megapixel (achter), 8 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi b/g/n/ac, gps **Formaat** 16,2 x 7,7 x 0,96 cm **Gewicht** 198 gram **Overig** Hoofdtelefoonpoort, vingerafdrukscanner, infraroodpoort **Website** [www.mi.com/nl/](https://www.mi.com/nl/poco-m3/)

Plus- en minpunten
  • Ontwerp en scherm
  • Prestaties
  • Accuduur
  • Prijs-kwaliteitverhouding
  • Software en updatebeleid
  • Nut extra cameralenzen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.