ID.nl logo
Review Motorola Moto G7 Plus - Rood zonder rood te staan
© Reshift Digital
Huis

Review Motorola Moto G7 Plus - Rood zonder rood te staan

De Moto G-serie van Motorola is al jaren de beste keuze als je een goede smartphone zoekt, voor een portemonnee-vriendelijke prijs. Ook deze nieuwste Motorola Moto G7 Plus is een goede keuze, maar je moet wel een paar concessies doen. Welke? Dat lees je in deze Moto G7 Plus review.

De Motorola Moto G7 Plus is het topmodel uit de Moto G-serie. Deze serie volgt de Moto G6 serie op, die in 2018 verscheen. Opvallend uit deze G6-serie was dat de Moto G6 flinke concessies deed ten opzichte van de Moto G6 Plus. De Plus uitvoering had betere prestaties, een betere camera, een beter scherm en een wat groter formaat. Motorola heeft er hard aan gewerkt in de G7-serie om de verschillen tussen de Moto G7 en deze Moto G7 Plus kleiner te maken. Het formaat en de luxe behuizing zijn hetzelfde gebleven. Deze behuizing is overigens niet waterdicht. Verder heeft de G7 Plus uitvoering wederom een iets snellere chipset, iets betere camera en een iets beter scherm. Maar de verschillen zijn minder merkbaar dan bij de G6-serie. Vorig jaar was nog het advies om altijd de paar tientjes meer te investeren in de Plus-uitvoering. Bij de G7-serie maakt het niet uit. De G7 is een uitstekende basis, die je met deze G7 Plus uitbreidt met een iets betere camera’s, prestaties en een 27 W-snellader.

©PXimport

©CIDimport

Waar voor je geld

De Motorola Moto G7 Plus kost 300 euro, een paar tientjes meer dan de gewone G7. Daarmee is de prijs-kwaliteitsverhouding gewoonweg uitstekend te noemen. De Moto G7 Plus oogt ontzettend luxe, dankzij een glazen behuizing en de voorzijde waarbij een groot 6,3 inch scherm is geplaatst met dunne randen en druppelvormige scherminkeping. Stiekem heb ik ook wel een zwakje voor de rode uitvoering die we te testen kregen. Fraai detail is dat de vingerafdrukscanner aan de achterzijde in het Motorola-logo verwerkt zit. Het ronde camera-eiland maakt de smartphone herkenbaar als Moto-smartphone, maar steekt wel een stuk uit de behuizing. Toegegeven, bij de Moto G6-smartphones was dit erger. Toch is het geen smartphone die je zonder hoesje gebruikt vanwege de camera die uit de behuizing steekt en de glazen behuizing die vingerafdrukken aantrekt.

Niet alleen de buitenkant doet je vermoeden dat je een smartphone van rond de 600 euro in handen hebt. Ook de binnenkant is dik in orde: de Snapdragon 636 chipset met 4GB breken natuurlijk geen snelheidsrecords, maar zijn voor deze prijsklasse dik in orde voor de belangrijkste taken van je smartphone. De accucapaciteit van 3.000 mAh is voldoende om de dag mee door te komen. Maar veel meer ook niet.

Groot scherm

De Moto G7 Plus heeft hetzelfde schermpaneel als de Moto G7: een 6,2 inch scherm met een full HD-resolutie. Net als bij andere moderne smartphones maakt Motorola gebruik van een druppelvormige inkeping, dunne schermranden en een afwijkende beeldverhouding. In dit geval van 19 bij 9. De beeldkwaliteit is dik in orde: het scherm oogt helder en de kleuren komen er mooi uit… Maar er is iets geks aan de hand. Onze testversie van de Moto G7 Plus had een mindere beeldkwaliteit dan de gewone Moto G7 die op de testbank ligt. Onze Moto G7 Plus had een wat grauwer beeld en minder goede kijkhoek. Dat is eigenaardig. Want navraag leerde me dat het toch echt om dezelfde schermpanelen gaat. We kunnen een afwijkend toestel hebben gekregen, maar het zou ook kunnen dat de beeldkwaliteit per toestel wisselt.

©CIDimport

Moto G7 Plus camera

Aan de achterzijde van de Moto G7 Plus zit een dualcam. Deze kan helaas niet gebruikt worden voor geavanceerde mogelijkheden zoals zoomen zonder kwaliteitsverlies. De tweede cameralens is puur bedoeld voor diepte-waarneming, die weer toegepast wordt in bijvoorbeeld de portretmodus (waarbij een scherptediepte-effect wordt gebruikt), uitsnedes en spotkleur (die een monochrome foto maakt, met uitzondering van één kleur die je zelf ingeeft). Desondanks voelt zo’n tweede lens altijd een beetje overbodig als het geen zoomfunctie biedt. Google kan de mogelijkheden die ik net noemde namelijk ook softwarematig uitvoeren met een enkele lens aan de achterzijde van de Pixel-smartphone.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Bij moeilijke lichtomstandigheden merk je al gauw dat de Moto G7 Plus (links) in staat is betere foto's vast te leggen.

De hoofdlens is in staat om goede foto’s te schieten. Smartphones in dezelfde prijsklasse laten vaak veel grauwere foto’s zien dan deze Moto G7 Plus. Dat is overigens ook het verschil tussen de G7 en G7 Plus. Wie een degelijke camera zoekt in een budgetsmartphone is beter af om die paar tientjes extra te investeren in de Plus-uitvoering, want vooral wanneer de lichtomstandigheden moeilijker worden, merk je het verschil duidelijk. De Moto G7 Plus schiet levendige foto’s, waarbij het dynamisch bereik groot genoeg is om zowel donkere als lichte oppervlaktes in een foto redelijk duidelijk weer te geven. Natuurlijk komt de Moto G7 met zijn foto’s niet in de buurt van de duurste Huawei, Samsung of Apple smartphone. Maar desondanks, de foto’s die je met de G7 Plus schiet zijn dik in orde.

Android 9.0 met Motosaus

Naast de prestaties en de betere camera’s is de G7 Plus gelijk aan de Moto G7. Uiterlijk, bouwkwaliteit, maar ook de software. De Motorola’s draaien op Android 9 (Pie), met een Motorola-sausje. Toevoegingen zijn bijvoorbeeld Moto Acties, waarbij je de smartphone handig bedient. Bijvoorbeeld door de zaklamp aan te zetten door de smartphone te schudden of de camera te starten met een polsbeweging. Motorola is een voorbeeld voor veel fabrikanten, door niet te ingrijpend zaken te veranderen in Android, gewoon de meest recente Androidversie op de smartphone te leveren en duidelijk te zijn over het updatebeleid. Toch laat Motorola op softwaregebied wat steken vallen. Het updatebeleid kan namelijk beter: je krijgt één grote versie-update en twee jaar lang veiligheidspatches. Veel andere budgetsmartphones draaien op Android One en zien daarmee betere ondersteuning tegemoet.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Alternatieven voor de Moto G7 Plus

Hoewel de Moto G7 Plus een van de beste budgetsmartphones is, zijn er genoeg alternatieven. Natuurlijk is er de Moto G7, die qua camera en prestaties iets minder scoort, maar wel wat goedkoper is. Maar ook Xiaomi’s Pocophone F1 is een interessant alternatief voor ongeveer dezelfde prijs. Qua prestaties loopt deze smartphone rondjes om de Moto G7 Plus, alleen kan de Pocophone niet tippen aan de Androidversie van Motorola. Wie juist het beste zoekt wat Android te bieden heeft kan beter in dezelfde prijsklasse op zoek naar een Android One smartphone, zoals de Nokia 6.1 en Nokia 7.1.

Conclusie: Motorola Moto G7 Plus kopen?

Net als bij de vorige generaties van de Moto G-serie is de Moto G7 Plus de beste budgetsmartphone die je kunt kopen. De smartphone oogt luxe en modern en het toestel heeft gewoonweg geen grote minpunten. Dat gezegd hebbende, er komt steeds meer serieuze concurrentie, qua beter presterende smartphones en smartphones met betere Android-support. Ook zijn de verschillen tussen de gewone Moto G7 en Plus-versie minder groot.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 299,- **Kleuren** Rood en blauw **OS** Android 9.0 **Scherm** 6,2 inch lcd (2270 x 1080) **Processor** 1,8 Ghz octacore (Snapdragon 636) **RAM** 4GB **Opslag** 64GB (uitbreidbaar) **Batterij** 3.000 mAh **Camera** 16 en 5 megapixel (achter), 8 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps, nfc **Formaat** 15,7 x 7,5 x 0,8 cm **Gewicht** 176 gram **Website** [www.motorola.com](https://www.motorola.com/nl/products/moto-g-plus-gen-7)

Plus- en minpunten
  • Prima camera
  • Luxe uitstraling
  • Goede prijs-kwaliteit
  • Schone Androidversie
  • Updatebeleid kan beter
  • Kwetsbare behuizing
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.