ID.nl logo
Buiten is het koud, binnen gezellig warm dankzij de airco
© Fokke Baarssen - stock.adobe.com
Energie

Buiten is het koud, binnen gezellig warm dankzij de airco

Bij een airco denken we aan snikhete zomers en plaknachten. Maar wist je dat je er in de winter of tussenseizoenen ook mee kunt verwarmen? Bij veel airco's ligt de nadruk op verkoeling en is het feit dat je er ook mee kunt verwarmen eerder een bijkomstigheid. ID.nl zoekt uit hoe efficiënt dit werkt.

🌨️Dit artikel in het kort: een airco is eigenlijk een lucht/luchtwarmtepomp die niet alleen kan koelen, maar ook kan verwarmen. De verwarmingsfunctie wordt meestal gebruikt in het tussenseizoen, maar er is nu ook een technologie waarmee je via de airco ook kamers kunt verwarmen wanneer het stevig vriest.

Lees ook: Airco in huis: alles over de verschillende modellen

Welke airco heb jíj nodig?

Doe de scan en vind de ideale airco

Airco en warmtepomp werken volgens hetzelfde principe

Een goede airco is eigenlijk een lucht/luchtwarmtepomp. In de zomer onttrekt dit apparaat warmte uit de binnenlucht om die energie af te geven aan de buitenlucht. Wanneer je ermee wilt verwarmen, gebeurt het tegenovergestelde. Bij de meeste gewone airco's daalt het rendement om te verwarmen naarmate het kouder wordt.

Dat is de reden waarom de airco meestal als bijverwarming wordt ingezet en niet als hoofdverwarming. Belangrijk is dat je een goed afgestelde airco hebt. Daarmee bedoelen we dat het vermogen correct is afgestemd op het volume dat hij moet koelen. Wees dus achterdochtig bij prijsknallers. In de zomer zullen ze te hard moeten werken om de koelbelofte waar te maken en in de winter doen ze niets, omdat ze niet krachtig genoeg zijn.

Airco inzetten om te verwarmen: voordelen en nadelen

Voordelen

  • Er is geen warmteafgiftesysteem nodig. Handig dus als je een slaap- of werkruimte wilt verwarmen waar geen radiator of vloerverwarming is. 

  • Zo’n toestel installeren is vrij eenvoudig en er is weinig breekwerk nodig.

  • Het apparaat neemt binnen weinig plaats in beslag.

  • Je kunt koelen en verwarmen met hetzelfde toestel.

  • Snelle reactietijd, het duurt niet lang om de kamer te koelen en te verwarmen.

  • Vooral interessant in woningen waar geen centrale verwarming aanwezig is. 

  • Heel eenvoudig te bedienen.

Nadelen

  • Zo'n toestel werkt met een binnenunit en buitenunit en je kunt maximaal vijf binnenunits op één buitenunit aansluiten. Maar zo'n multi-split airco is minder energiezuinig.

  • De airco blaast warme lucht uitsluitend in de kamer waar een binnenunit hangt. 

  • Het stroomverbruik: zo'n airco is eigenlijk alleen interessant als je zonnepanelen hebt.

  • De verwarming voelt minder comfortabel aan dan de stralingswarmte van radiatoren, vloer- of wandverwarming.

  • Je moet nog een andere oplossing vinden voor de verwarming van tapwater.

  • Het rendement ligt lager dan bij andere warmtepompen.

  • De buitenunit kan in de winter bevriezen. Dat is normaal, het apparaat lost dit zelf op met een ontdooicyclus, waardoor hij een paar minuten stopt met verwarmen. Hoe vaak dat gebeurt, is afhankelijk van de luchtvochtigheid en de buitentemperatuur. Reken op maximaal twee keer per uur. 

  • De buitenunit kan vooral tijdens het ontdooien brommen. 

Het rendement

Is verwarmen met een airco interessanter dan de gasketel? Dat hangt er van af. Hoe kouder de buitentemperatuur, hoe lager het rendement. Zolang het buiten niet kouder is dan 7 graden Celsius, is een airco als verwarmingstoestel voordeliger dan de gasketel, maar op echt koude dagen zal de gasketel goedkoper zijn. Je kunt wel verwarmen met de airco wanneer het vriest, maar dan zal het toestel veel harder moeten werken en te veel energie verbruiken. 

©Leopoldine - stock.adobe.com

SCOP

De efficiëntie van de warmtepomp wordt gemeten volgens de Europese norm EN14825 en het rendement wordt weergegeven met een getal, de SCOP (Seasonal Coëfficient of Performance). In mensentaal is dit het seizoensgemiddelde van de verhouding tussen de energie die de warmtepomp verbruikt en de energie die de warmtepomp produceert. Een SCOP van 4 betekent dat het apparaat, gemeten over het volledige stookseizoen, met 1 kWh toch 4 kWh warmte produceert. Zo'n toestel heeft dus een rendement van 400 procent. Het Nederlandse klimaat is eigenlijk iets milder dan de EN14825-norm. Dat betekent dat de SCOP voor moderne airco's zelfs iets hoger ligt.

❄️Lees ook: Het verbruik van de warmtepomp, zelfs als het buiten vriest

FILTEREN VERSUS VENTILEREN

Een extra pluspunt is dat de airco ook lucht filtert en terug in de ruimte blaast. Met een airco zuiver je de binnenlucht dus van pollen. Let wel op, want filteren is niet hetzelfde als ventileren. Bij ventileren vervang je de vieze lucht van binnen door schone lucht van buiten. Het is dus verstandig om zelfs met een airco te blijven ventileren.

Prijzen

Zoals steeds hangt de prijs af van het type. Een monoblock-airco heeft geen buitenunit en kun je kopen als vast en mobiel toestel. De monosplit heeft een binnen- en een buitenunit en is bedoeld om één bepaalde ruimte te koelen en te verwarmen. Ten slotte is er de multisplit, waarbij je meerdere binnenunits kunt aansluiten op dezelfde buitenunit. Bovendien kun je elke binnenunit afzonderlijk aansturen. Een monosplit heb je al voor 1000 tot 2000 euro. Voor een multisplit mag je rekenen op 7000 tot 10.000 euro. 

Hyper Heating zelfs bij -25 graden Celsius

Mitsubishi Electric introduceert Hyper Heating, een airco-technologie waarbij de focus eerder op verwarmen ligt. Dit lucht/luchtsysteem is al langer bekend in Scandinavië en komt nu ook in Nederland in de aandacht. Net als bij iedere airco kun je met deze units koelen, maar ze zijn ook ontworpen om te verwarmen. Zelfs in erg koude situaties en dan spreken we over een buitentemperatuur tot -25 graden. Bij ieder ander aircosysteem dat ook kan verwarmen vermindert het verwarmingsvermogen vanaf plus 7 graden, zodat bij 15 graden vorst slechts de helft van het vermogen overblijft. Hyper Heating kan zelfs bij heel lage temperatuur nog steeds 100 procent van zijn verwarmingsvermogen leveren. 

© Mitsubishi Electric

Welke airco past het best bij jou?

Maak gratis een afspraak met LG voor advies en een vrijblijvende offerte

Dezelfde binnenunit, andere buitenunit

De binnenunit van een Hyper Heating-airconditioner is identiek aan een gewoon airco-systeem, het verschil zit hem in de buitenunit. Daarvoor gebruiken deze toestellen speciale compressors met een verhoogd compressievolume en een kleinere behuizing. Bovendien hoeft de buitenunit zich minder vaak te ontdooien. De compressorlekbak is voorzien van een elektrisch verwarmingselement dat bevriezing voorkomt.

Zo'n Hyper Heating-systeem is duurder dan een gewone airco, maar als je bij 10 graden vorst zou willen verwarmen met een gewone airco, dan moet je een oversized systeem aanschaffen en dan kom je duurder uit. Hyper Heating is beschikbaar als single- en multisplit-systeem. Afhankelijk van het vermogen kan met Hyper Heating een SCOP tot 5,2 worden gehaald. 

Aanvulling op een centraal verwarmingssysteem

Het is niet de bedoeling om een woning van het gas te halen en over te stappen naar dit Hyper Heating lucht/luchtsysteem. Voor de productie van warm water voor douche en bad moet je dan nog een ander systeem toevoegen en dan is het de vraag of deze investering de beste energetische keuze is.

Bij Mitsubishi Electric zien ze Hyper Heating eerder als een aanvulling op bijvoorbeeld een centraal verwarmingssysteem. De woonkamer, keuken en badkamer wordt op temperatuur gehouden door het cv-systeem en de slaap- en werkkamer wordt bijvoorbeeld gekoeld en verwarmd door Hyper Heating. 


Koude voeten in eigen huis?

De voordeligste oplossing: een warm paar pantoffels
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.