ID.nl logo
Thorium: oplossing voor het energievraagstuk of een verre droom?
© AA+W - stock.adobe.com
Energie

Thorium: oplossing voor het energievraagstuk of een verre droom?

China is gestart met de bouw van de eerste thoriumcentrale. Kerncentrales die werken op thorium in plaats van uranium en die gekoeld worden met gesmolten zout zouden veiliger zijn en duurzamer. Komt deze ontwikkeling nog op tijd?

We moeten de klimaatverandering stoppen. We beseffen dat kerncentrales minder CO₂ uitstoten dan kolen- en gascentrales, maar daarnaast doemen telkens de beelden op van Tsjernobyl en Fukushima. En dan is er ook het radioactief kernafval dat eeuwenlang veilig moet worden opgeslagen. Bovendien is de grondstof uranium niet onuitputtelijk. Wat als we al die nadelen van kernenergie van tafel zouden kunnen vegen door in plaats van uranium een andere grondstof te gebruiken: thorium. Terwijl het in Nederland welles-nietes klinkt over de haalbaarheid van het thorium-alternatief, opent China binnenkort zo’n kernreactor van de toekomst.

Ook interessant: Waterstof: de energie van de toekomst?

Het is een primeur. China heeft de plannen goedgekeurd voor de bouw van een kleine kerncentrale die niet draait op uranium, maar op thorium. Op een zandvlakte bij de stad Wuwei komt een kernreactor die kleiner is dan we gewend zijn. De reactor is ook veiliger dankzij een nieuw koelmiddel en produceert amper kernafval. 

Veiliger en duurzamer

De thoriumreactor in China is de eerste die is goedgekeurd om te bouwen. Aan de hand van een kleine centrale wil China het werkingsprincipe aantonen, en als alles goed functioneert, komt er in 2035 een 300 megawatt-centrale, wat overeenkomt met het jaarlijkse verbruik van ongeveer 700.000 gezinnen.

Als het experiment een succes is, kunnen kerncentrales veiliger en duurzamer werken en produceren ze minder kernafval. "De uitstoot van deze thoriumcentrales zou over hun volledige levenscyclus vergelijkbaar zijn met die van windenergie en zou zelfs viermaal kleiner zijn dan die van zonne-energie", aldus Nathal Severijns, kernfysicus aan de KU Leuven. 

Drie tot vier keer meer dan uranium Thorium werd al in 1828 ontdekt door de Zweedse chemicus Jöns Jacob Berzelius. Het element is vernoemd naar de Noorse god van de donder: Thor. Het is een zacht zilverwit metaal dat zich goed laat bewerken. Een belangrijk voordeel van thorium is dat er drie tot vier keer meer van beschikbaar is op de wereld dan uranium. Bijna de helft van de wereldreserves van 1,9 miljoen ton aan thorium bevindt zich in India. Ook de Verenigde Staten, vooral in Wyoming, en Australië bezitten aanzienlijke voorraden thorium in hun grond.

©Negro Elkha

Er is drie tot vier keer meer thorium beschikbaar in de wereld dan uranium. 

Timing

De Chinese reactor is van het zogenaamde Generatie IV-type, dat in vele landen in ontwikkeling is. In Europa denken we dat we pas na 2050 de eerste bouwvergunning voor dit type kunnen afleveren. Tegen die tijd zou het klimaatvraagstuk echter al opgelost moeten zijn. Critici hier spreken daarom over het 'thoriumsprookje' waarvan de redding te laat zal komen. 

De reactor in China is een SMR, wat staat voor small modular reactor. Het is dus een kleine reactor, een type dat momenteel erg in opkomst is. China heeft intussen zo’n SMR-reactor die al anderhalf jaar operationeel is. Maar dit nieuwe type is de eerste reactor die met thorium werkt en die gekoeld wordt door gesmolten zout in een gesloten circuit. Dat is vooral interessant in woestijngebieden en plaatsen waar geen koelwater voor handen is. 

Kernafval verbranden

Zo’n thoriumreactor met gesmolten zout is een revolutionair concept. Het gaat om een reactor waarbij de brandstof – thorium dus – is opgelost in gesmolten zout, dat tegelijk als koelvloeistof dient. Thorium splijt niet vanzelf. Eerst moet er een beetje uranium worden bijgemengd. Dat betekent wel dat er zogenaamde 'langer levende isotopen' oftewel kernafval wordt geproduceerd.

Gesmolten zoutreactors kunnen die geproduceerde langlevende radioactiviteit, die we nu honderdduizend jaar willen opslaan, in de reactor zelf verbranden. In plaats van gesmolten zouten kan men ook vloeibare metalen gebruiken. In het studiecentrum voor kernenergie in Mol werkt men aan een project dat eenzelfde pad bewandelt met de Myrrha-reactor. Zij gebruiken in plaats van gesmolten zout een mengsel van lood en bismut.

©ER - ID.nl

Kerncentrales die met gesmolten zout worden gekoeld zijn interessant in gebieden waar geen koelwater beschikbaar is. 

In combinatie met hernieuwbare energie

Bovendien werken de gesmolten zoutreactoren bij een hoge temperatuur, 600° tot 700°C, en zijn ze te combineren met hernieuwbare energie. Als er voldoende wind en zon is, kan de reactor elektriciteit produceren die niet direct op het net wordt geplaatst, maar die wordt gebruikt om een enorm buffervat met gesmolten zout op te warmen. Dat blijft dan voldoende heet om later op de dag, als er geen zon of wind is, elektriciteit te produceren. Dat overschot aan energie kan ook worden gebruikt om waterstof voor de industrie te produceren.  

Tienduizend jaar energie

De voorstanders van thorium wijzen erop dat deze brandstof volledig kan worden gebruikt voor energieproductie, wat bij uranium niet het geval is. Bij uranium worden slechts enkele procenten gebruikt. De splijting van thorium produceert bovendien 100 tot 200 keer minder kernafval dan uranium. Dezelfde voorstanders beweren bovendien dat als we vandaag alle kerncentrales op aarde zouden vervangen door thoriumcentrales, we voor minstens tienduizend jaar aan energie hebben. 

Uranium kreeg voorsprong dankzij wapenwedloop In de jaren 1950 en 1960 speelde thorium naast uranium een belangrijke rol in de ontwikkeling van kernenergie voor elektriciteitsproductie. Door de Koude Oorlog kreeg uranium destijds voorrang. Met uranium kun je meer plutonium in de reactorcyclus produceren, wat kan worden ingezet voor atoombommen. Nathal Severijns: "Als de wapenwedloop van vorige eeuw er niet was geweest, dan werkten onze kerncentrales misschien nu al op thorium."

©Jumbo2010

De splijting van thorium produceert 100 tot 200 keer minder kernafval dan uranium.

China wedt op alle paarden tegelijk

Het zal nog even duren voordat er grote thoriumreactors operationeel zijn. De kleine thoriumreactors die gekoeld worden door gesmolten zout of vloeibare metalen, zullen we in een eerste fase veel sneller hebben. China heeft samen met India de grootste bevolking ter wereld en heeft daarom veel energie nodig. De Chinese overheid wedt om die reden op alle paarden tegelijk. Het centraal aangestuurde regime laat zodoende toe om veel opties naast elkaar te ontwikkelen, zoals zonnepanelen, batterijen en windturbines, maar dus ook innovatieve kernenergie.  

Op dit ogenblijk werken onze kernreactors met uranium als grondstof onder zeer hoge druk: ongeveer 150 keer de atmosferische druk. Dat betekent dat de veiligheidsnormen erg hoog liggen. Bij thorium is een meltdown niet mogelijk, een ontploffing is uitgesloten en radioactieve gassen blijven in het gesmolten zout gebonden. Er kan dus geen gas in de atmosfeer terechtkomen. 

De klok tikt

Als we iets tegen de klimaatverandering willen doen, dan kunnen we ons niet permitteren om nog tientallen jaren te wachten, zeggen sceptici. Kunnen we niet beter geld besteden aan bewezen technologieën, zoals zon en wind? Het duurt te lang om een functionele thoriuminfrastructuur op te bouwen. Op dit ogenblik is ook de technische universiteit van Delft zeer actief met onderzoek naar de thoriumoplossing en wil men een theoretische reactor ontwikkelen waarin alle veiligheidsaspecten grondig worden onderzocht. Bovendien staan de ontwikkelaars van op uranium gebaseerde centrales recht tegenover de mensen die geloven in de thorium-cyclus. Het woord is aan de wetenschappers die de komende decennia uitkijken naar de voortrekkersrol van China. 

Vraag een offerte aan voor thuisbatterij:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.