ID.nl logo
Apple MacBook Air M1 – Opvallend soepele overgang
© Reshift Digital
Huis

Apple MacBook Air M1 – Opvallend soepele overgang

Nadat Apple eerder dit jaar aankondigde over te stappen op eigen processors, zijn de eerste producten inmiddels te koop. Is de MacBook Air met Apple M1-processor een goed keuze. Of kun je nog beter even wachten?

Eerder dit jaar kondigde Apple aan afscheid te nemen van Intel-processors en over te stappen op eigen ontworpen cpu’s voor de Macs. Inmiddels zijn de eerste producten die voorzien zijn van de Apple M1 op de markt gekomen waaronder een nieuwe MacBook Air. De introductie van een nieuwe processorarchitectuur is voor Apple in ieder geval geen reden geweest voor een nieuw ontwerp: de nieuwe MacBook Air is op een paar pictogrammen op de functietoetsen na volledig identiek aan het vorige model met Intel-processor. Wat je in handen krijgt, is dus geen verrassing. De MacBook Air is wederom een fraaie laptop, maar het ontwerp met zijn brede schermranden begint wel zijn leeftijd te verraden. De bouwkwaliteit van de aluminium behuizing is uitstekend.

©PXimport

©PXimport

Net als de vorige MacBook Air is deze laptop voorzien van twee Thunderbolt-aansluitingen die wederom allebei aan de linkerkant geplaatst zijn. Het had handiger geweest als allebei de zijden van de laptop één aansluitingen gekregen hadden. Op die andere zijde vind je nu de hoofdtelefoonaansluiting. Beide Thunderbolt-poorten ondersteunen laden en video-uitvoer, overigens kan er maximaal één beeldscherm aangesloten worden.

©PXimport

©PXimport

Apple M1

Alle drie de nieuw geïntroduceerde arm-varianten (MacBook Air, MacBook Pro en Mac mini) Macs bevatten dezelfde Apple M1-processor, al is er wel één verschil: de instapuitvoering van de MacBook Air heeft een variant met 7 in plaats van 8 gpu-cores. De variant die ik getest heb, is overigens een MacBook Air voorzien van de volledige chip met 8 gpu-cores. Het processorgedeelte bestaat uit vier snelle cores aangevuld met vier langzamere cores. Verdere technische details zijn schaars, al rapporteert benchmarksoftware dat de chip op een kloksnelheid van 3,2 GHz werkt. Het werkgeheugen is op de SoC geïntegreerd en is naar keuze 8 of 16 GB. Later uitbreiden is (net als op eerdere MacBooks) onmogelijk. De uitvoering die ik getest heb, is voorzien van 8 GB en ik ben hierbij niet tegen problemen aan gelopen. Ben je echter van plan om de laptop voor intensieve videobewerkingstaken in te zetten, dan is 16 GB ram wellicht verstandig. Upgradeprijzen voor zowel ram als opslag zijn net als bij eerdere MacBooks erg hoog.

©PXimport

Intel-programma’s

Een nieuwe architectuur betekent ook nieuwe software. Alle met macOS meegeleverde software en Apples eigen software is geschikt voor Apple Silicon. Dat geldt vooralsnog echter niet voor het gros van de software van andere ontwikkelaars. Toch merk je daar in de praktijk vrijwel niks van. In de vorm van Rosetta 2 (Rosetta was de naam van de software die een vergelijkbare rol speelde bij de overstap van PowerPC naar Intel) levert Apple een vertaler die Intel-programma’s omzet naar arm-programma’s.

Rosetta 2 doet die omzetting één keer als je het programma voor de eerste keer start, daarna wordt die ‘arm-versie’ uitgevoerd. Tijdverlies door de omzetting is in de praktijk dus geen probleem, een vers geïnstalleerd programma heeft vaak immers sowieso wat extra tijd nodig als je dat voor de eerste keer uitvoert. Rosetta 2 is niet standaard geïnstalleerd, de eerste keer dat je een x86-programma wil uitvoeren, wordt het onderdeel toegevoegd. Daarna werkt het zonder je lastig te vallen.

©PXimport

Verder is het is een beetje saai, want Rosetta 2 werkt gewoon. Zo is Microsoft Office probleemloos te gebruiken en zelfs een spel als Rise of the Tomb Raider of Warcraft draait via Rosetta prima op deze MacBook. En ook een stuurprogramma voor mijn netwerkprinter werd via Rosetta probleemloos geïnstalleerd. Dat wil niet zeggen dat alles vlekkeloos werkt. Zo heeft Adobe-software als Photoshop op het moment van schrijven nogal wat compabiliteitsproblemen via Rosetta 2. Adobe is wel bezig met een arm-variant van hun software en Photoshop is met beperkte functionaliteit in beta. Ben je afhankelijk van bepaalde software, zoek dan voordat je overstapt in hoeverre er problemen zijn.

Rosetta geeft softwarefabrikanten een comfortabele overgangsperiode waarin ze zonder al te veel druk kunnen werken aan een arm-variant van hun software. Wat je overigens wel verliest, is de mogelijkheid om direct Windows te draaien. Bootcamp wordt niet langer ondersteund, Microsoft biedt (vooralsnog?) geen Windows-variant aan die je kunt installeren. Al is het iemand wel gelukt om de arm-variant van Windows toch te gebruiken, licentietechnisch mag dat in ieder geval niet. Er wordt wel gewerkt aan software als CrossOver en Parallels om Windows-programma’s te draaien, maar dat zal voorlopig (en misschien wel nooit) niet zo soepel gaan als op een Intel-Mac.
We zijn bezig met een uitgebreider artikel over de nieuwe M1-processor waarin we dieper op de architectuur, prestaties en Rosetta 2 ingaan.

Je kunt nu ook iPhone- en iPad-apps draaien. Daar zitten vast apps tussen die functionaliteit bieden die niet via reguliere software aangeboden wordt en vanuit dat oogpunt is het wel handig. Verder beschouw ik dit echt als extraatje. Een MacBook heeft geen aanraakscherm en de besturing van apps met de muis als vinger is niet heel handig. Bovendien schalen de meeste iOS-apps niet naar het schermoppervlak van de MacBook. Gelukkig heb je er ook geen last van, iOS-apps zijn duidelijk gemarkeerd in de appstore.

Toetsenbord en touchpad

Het toetsenbord is net als de MacBook Air die eerder dit jaar uitkwam een Magic Keyboard dat gebruik maakt van toetsen met een schaarmechanisme. Dit toetsenbord tikt lekkerder met meer travel dan het butterfly-toetsenbord dat Apple een aantal jaar gebruikt heeft. De Force-Touch touchpad is net als op eerdere modellen uitstekend, dit is wat mij betreft de beste touchpad die op de markt is. Qua comfort heb ik dus geen klachten. Wel vond ik het als gebruiker van een andere MacBook enigszins onhandig dat de toetsen om de toetsverlichting in te stellen verdwenen zijn. Bij de introductie van een nieuwe versie van macOS verandert Apple soms iets aan de functionaliteit die onder de functietoetsen hangt en voor Big Sur is dat kennelijk het geval. De toets voor applicatieoverzicht Launchpad is vervangen door een toets die zoekvenster Spotlight opent, dat is op zich een handige verandering wat mij betreft. Een beetje onhandig is echter dat de toetsen voor het aanpassen van de toetsverlichting vervangen zijn door toetsen voor dicteren en het inschakelen van een niet storen-modus. Wil je de toetsverlichting aanpassen, dan moet je nu op een pictogram in de menu-balk klikken en vervolgens nogmaals klikken om de schuifregelaar in beeld te krijgen.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Verbeterd beeldscherm

Zoals ik van Apple gewend ben, is het scherm in deze MacBook Air uitstekend en zelfs iets verbeterd ten opzichte van de MacBook Air die eerder dit jaar op de markt kwam. Net als op de MacBook Pro ondersteunt het scherm nu de brede kleurweergave (P3). True Tone dat de kleurtemperatuur aanpast aan het omgevingslicht is nog steeds aanwezig. Het enige verschil met het scherm in de MacBook Pro is nu de schermhelderheid, die is met 400 nits wat lager dan het scherm in de MacBook Pro. Boven het scherm is een webcam geplaatst die helaas niet verbeterd is. Ik had eigenlijk wel verwacht dat de overstap naar een met de iPad vergelijkbare chip ook zou betekenen dat de MacBook voorzien zou worden van gezichtsherkenning, maar dat is kennelijk (nog?) niet het geval. Voor snel inloggen gebruik je dus de vingerafdrukscanner in de aan/uit-schakelaar. De webcam is dezelfde 720-camera als die al eerder gebruikt werd en dat is geen topcamera. Op zich ben je wel duidelijk in beeld bij een videogesprek, maar topkwaliteit is het ondanks de extra aansturing in de M1-chip niet.

Uitstekende prestaties

De MacBook Air met M1-processor voelt in het dagelijks gebruik lekker vlot. De benchmark Geekbench 5 bevestigt dat beeld, een single-core-score van 1723 en een multi-core-score van 7547 punten is een uitstekend resultaat. Op single-core-gebied is de MacBook Air hiermee één van de snelste computers in de benchmarklijst. Je kunt de benchmark ook via Rosetta 2 draaien om de x86-prestaties te testen. Dan is de score uiteraard lager met 1325 punten voor singe-core en voor 5829 multi-core. Dat is echter alsnog veel sneller dan de scores die een MacBook Air met Intel-processor van eerder dit jaar neerzet, een Core i7-model scoort single-core zo’n 1131 punten en multi-core zo’n 3040 punten. De single-core-score is ook veel hoger dan de iMac met Core i7-processor die we eerder dit jaar getest hebben die tot 1260 punten kwam. In de overzichten die Geekbench zelf publiceert staan de nieuwe M1-macs op single-core-gebied dan ook allemaal bovenin de lijst. Op multi-core-gebied moeten een paar varianten van de iMac, iMac Pro en Mac Pro nog voorgelaten worden, maar dat zijn chips met 8 of meer cores.

Niet alleen de burst-prestaties zijn goed, ondanks de passieve koeling scoort de laptop ook langdurig goed. In de single-core-test van Cinebench R23 scoort de MacBook Air 1519 punten en in de multi-core-test 7634 punten. In een test van iets langer dan 10 minuten is dat nog altijd 7153 punten terwijl dat na 30 minuten 7094 punten is. Er is dus wel een beperkte thermal throttling, maar heel erg is het niet. Alleen als je veel langdurige taken uitvoert, heb je profijt van de actieve koeling in de MacBook Pro. Denk dan aan het renderen van 4K-videomateriaal.

De ssd is zoals we inmiddels van Apple gewend zijn een uitstekend presterend exemplaar met een lees- en schijfsnelheid van 2852,9 en 2853,7 MB/s. De M1 bevat ook een door Apple ontworpen gpu en voor een geïntegreerde gpu is dat een potent exemplaar. Een modern spel als Rise of the Tomb Raider kan in 1680 x 1050 bijvoorbeeld met zo’n 40 beelden per seconde gespeeld worden. Een gamemonster is het logischerwijs niet, maar een spelletje spelen kan prima als je een wat lagere resolutie als 1680 x 1050, 1440 x 900 of 1280 x 800 gebruikt. Daarbij draaien alle spellen vooralsnog via Rosetta 2.

De batterijduur van de 49,9Wh-accu is in de praktijk ongeveer 11 uur, een prima score en genoeg om een werkdag te overbruggen.

Conclusie

Apples nieuwe MacBook Air is op alle fronten een schot in de roos ten opzichte van zijn voorganger. Het is simpelweg een veel betere laptop dan de varianten die Apple eerder dit jaar uitbracht. De MacBook Air is veel sneller, dankzij passieve koeling volledig stil en de energiezuinige chip zorgt ook nog eens voor een langere accuduur. Apple zet dan ook een stevig statement tegenover Intel neer met de M1, zeker omdat dit naar verwachting het langzaamste model is. Zelfs zonder actieve koeling blijven de prestaties langdurig op niveau waardoor alleen echt zware gebruikers de overstap naar een MacBook Pro hoeven te maken. Het meest indrukwekkende is misschien niet eens dat Apple een snelle processor kan bouwen, want dat wisten we al. Echt indrukwekkend is het feit dat je in de praktijk niks merkt van de overstap naar een andere processor-architectuur: dit is gewoon een Mac.

Dankzij Rosetta 2 werken ‘oude’ x86-64-applicaties voor het grootste deel probleemloos en deze programma’s voelen ook vlot aan. De nieuwe M1 is zelfs zo snel, dat omgezette applicaties alsnog sneller lopen als op een Intel MacBook Air. Al met al is dit ondanks dat er aan de buitenkant geen verandering zichtbaar is, de beste MacBook Air die Apple tot nu toe op de markt heeft gebracht. En dit is nog maar het begin, volgens geruchten komen er ook nieuwe varianten van de duurdere MacBook Pro’s en de iMac aan met een nog krachtigere Apple-chip.

Fantastisch
Conclusie

**Prijs** Vanaf € 1.129,- (zoals getest € 1.399,-) **Processor** Apple M1-chip (8 cores, 4 snel en 4 langzaam) **RAM** 8 (getest) of 16 GB **Opslag** 256 GB, 512 GB (getest), 1 TB of 2B **Scherm** 13,3 inch (2560 x 1600 pixels) **OS** macOS Big Sur **Aansluitingen** 2x Usb-c (Usb 4/Thunderbolt 3), 3,5mm-geluidsuitgang **Webcam** Ja (720p) **Draadloos** Wifi 6 (2x2), bluetooth 5.0 **Afmetingen** 30,4 x 21,2 x 1,6 cm **Gewicht** 1,29 kilogram **Accu** 49,9 Wh **Website** [www.apple.com](https://www.apple.com/nl/macbook-air/)

Plus- en minpunten
  • Snel
  • Passieve koeling (stil)
  • Oude applicaties werken gewoon
  • Uitstekend scherm
  • Stevige behuizing
  • Webcam
  • Slechts twee usb-c-poorten (allebei links)
▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.