ID.nl logo
Apple MacBook Air M1 – Opvallend soepele overgang
© Reshift Digital
Huis

Apple MacBook Air M1 – Opvallend soepele overgang

Nadat Apple eerder dit jaar aankondigde over te stappen op eigen processors, zijn de eerste producten inmiddels te koop. Is de MacBook Air met Apple M1-processor een goed keuze. Of kun je nog beter even wachten?

Eerder dit jaar kondigde Apple aan afscheid te nemen van Intel-processors en over te stappen op eigen ontworpen cpu’s voor de Macs. Inmiddels zijn de eerste producten die voorzien zijn van de Apple M1 op de markt gekomen waaronder een nieuwe MacBook Air. De introductie van een nieuwe processorarchitectuur is voor Apple in ieder geval geen reden geweest voor een nieuw ontwerp: de nieuwe MacBook Air is op een paar pictogrammen op de functietoetsen na volledig identiek aan het vorige model met Intel-processor. Wat je in handen krijgt, is dus geen verrassing. De MacBook Air is wederom een fraaie laptop, maar het ontwerp met zijn brede schermranden begint wel zijn leeftijd te verraden. De bouwkwaliteit van de aluminium behuizing is uitstekend.

©PXimport

©PXimport

Net als de vorige MacBook Air is deze laptop voorzien van twee Thunderbolt-aansluitingen die wederom allebei aan de linkerkant geplaatst zijn. Het had handiger geweest als allebei de zijden van de laptop één aansluitingen gekregen hadden. Op die andere zijde vind je nu de hoofdtelefoonaansluiting. Beide Thunderbolt-poorten ondersteunen laden en video-uitvoer, overigens kan er maximaal één beeldscherm aangesloten worden.

©PXimport

©PXimport

Apple M1

Alle drie de nieuw geïntroduceerde arm-varianten (MacBook Air, MacBook Pro en Mac mini) Macs bevatten dezelfde Apple M1-processor, al is er wel één verschil: de instapuitvoering van de MacBook Air heeft een variant met 7 in plaats van 8 gpu-cores. De variant die ik getest heb, is overigens een MacBook Air voorzien van de volledige chip met 8 gpu-cores. Het processorgedeelte bestaat uit vier snelle cores aangevuld met vier langzamere cores. Verdere technische details zijn schaars, al rapporteert benchmarksoftware dat de chip op een kloksnelheid van 3,2 GHz werkt. Het werkgeheugen is op de SoC geïntegreerd en is naar keuze 8 of 16 GB. Later uitbreiden is (net als op eerdere MacBooks) onmogelijk. De uitvoering die ik getest heb, is voorzien van 8 GB en ik ben hierbij niet tegen problemen aan gelopen. Ben je echter van plan om de laptop voor intensieve videobewerkingstaken in te zetten, dan is 16 GB ram wellicht verstandig. Upgradeprijzen voor zowel ram als opslag zijn net als bij eerdere MacBooks erg hoog.

©PXimport

Intel-programma’s

Een nieuwe architectuur betekent ook nieuwe software. Alle met macOS meegeleverde software en Apples eigen software is geschikt voor Apple Silicon. Dat geldt vooralsnog echter niet voor het gros van de software van andere ontwikkelaars. Toch merk je daar in de praktijk vrijwel niks van. In de vorm van Rosetta 2 (Rosetta was de naam van de software die een vergelijkbare rol speelde bij de overstap van PowerPC naar Intel) levert Apple een vertaler die Intel-programma’s omzet naar arm-programma’s.

Rosetta 2 doet die omzetting één keer als je het programma voor de eerste keer start, daarna wordt die ‘arm-versie’ uitgevoerd. Tijdverlies door de omzetting is in de praktijk dus geen probleem, een vers geïnstalleerd programma heeft vaak immers sowieso wat extra tijd nodig als je dat voor de eerste keer uitvoert. Rosetta 2 is niet standaard geïnstalleerd, de eerste keer dat je een x86-programma wil uitvoeren, wordt het onderdeel toegevoegd. Daarna werkt het zonder je lastig te vallen.

©PXimport

Verder is het is een beetje saai, want Rosetta 2 werkt gewoon. Zo is Microsoft Office probleemloos te gebruiken en zelfs een spel als Rise of the Tomb Raider of Warcraft draait via Rosetta prima op deze MacBook. En ook een stuurprogramma voor mijn netwerkprinter werd via Rosetta probleemloos geïnstalleerd. Dat wil niet zeggen dat alles vlekkeloos werkt. Zo heeft Adobe-software als Photoshop op het moment van schrijven nogal wat compabiliteitsproblemen via Rosetta 2. Adobe is wel bezig met een arm-variant van hun software en Photoshop is met beperkte functionaliteit in beta. Ben je afhankelijk van bepaalde software, zoek dan voordat je overstapt in hoeverre er problemen zijn.

Rosetta geeft softwarefabrikanten een comfortabele overgangsperiode waarin ze zonder al te veel druk kunnen werken aan een arm-variant van hun software. Wat je overigens wel verliest, is de mogelijkheid om direct Windows te draaien. Bootcamp wordt niet langer ondersteund, Microsoft biedt (vooralsnog?) geen Windows-variant aan die je kunt installeren. Al is het iemand wel gelukt om de arm-variant van Windows toch te gebruiken, licentietechnisch mag dat in ieder geval niet. Er wordt wel gewerkt aan software als CrossOver en Parallels om Windows-programma’s te draaien, maar dat zal voorlopig (en misschien wel nooit) niet zo soepel gaan als op een Intel-Mac.
We zijn bezig met een uitgebreider artikel over de nieuwe M1-processor waarin we dieper op de architectuur, prestaties en Rosetta 2 ingaan.

Je kunt nu ook iPhone- en iPad-apps draaien. Daar zitten vast apps tussen die functionaliteit bieden die niet via reguliere software aangeboden wordt en vanuit dat oogpunt is het wel handig. Verder beschouw ik dit echt als extraatje. Een MacBook heeft geen aanraakscherm en de besturing van apps met de muis als vinger is niet heel handig. Bovendien schalen de meeste iOS-apps niet naar het schermoppervlak van de MacBook. Gelukkig heb je er ook geen last van, iOS-apps zijn duidelijk gemarkeerd in de appstore.

Toetsenbord en touchpad

Het toetsenbord is net als de MacBook Air die eerder dit jaar uitkwam een Magic Keyboard dat gebruik maakt van toetsen met een schaarmechanisme. Dit toetsenbord tikt lekkerder met meer travel dan het butterfly-toetsenbord dat Apple een aantal jaar gebruikt heeft. De Force-Touch touchpad is net als op eerdere modellen uitstekend, dit is wat mij betreft de beste touchpad die op de markt is. Qua comfort heb ik dus geen klachten. Wel vond ik het als gebruiker van een andere MacBook enigszins onhandig dat de toetsen om de toetsverlichting in te stellen verdwenen zijn. Bij de introductie van een nieuwe versie van macOS verandert Apple soms iets aan de functionaliteit die onder de functietoetsen hangt en voor Big Sur is dat kennelijk het geval. De toets voor applicatieoverzicht Launchpad is vervangen door een toets die zoekvenster Spotlight opent, dat is op zich een handige verandering wat mij betreft. Een beetje onhandig is echter dat de toetsen voor het aanpassen van de toetsverlichting vervangen zijn door toetsen voor dicteren en het inschakelen van een niet storen-modus. Wil je de toetsverlichting aanpassen, dan moet je nu op een pictogram in de menu-balk klikken en vervolgens nogmaals klikken om de schuifregelaar in beeld te krijgen.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Verbeterd beeldscherm

Zoals ik van Apple gewend ben, is het scherm in deze MacBook Air uitstekend en zelfs iets verbeterd ten opzichte van de MacBook Air die eerder dit jaar op de markt kwam. Net als op de MacBook Pro ondersteunt het scherm nu de brede kleurweergave (P3). True Tone dat de kleurtemperatuur aanpast aan het omgevingslicht is nog steeds aanwezig. Het enige verschil met het scherm in de MacBook Pro is nu de schermhelderheid, die is met 400 nits wat lager dan het scherm in de MacBook Pro. Boven het scherm is een webcam geplaatst die helaas niet verbeterd is. Ik had eigenlijk wel verwacht dat de overstap naar een met de iPad vergelijkbare chip ook zou betekenen dat de MacBook voorzien zou worden van gezichtsherkenning, maar dat is kennelijk (nog?) niet het geval. Voor snel inloggen gebruik je dus de vingerafdrukscanner in de aan/uit-schakelaar. De webcam is dezelfde 720-camera als die al eerder gebruikt werd en dat is geen topcamera. Op zich ben je wel duidelijk in beeld bij een videogesprek, maar topkwaliteit is het ondanks de extra aansturing in de M1-chip niet.

Uitstekende prestaties

De MacBook Air met M1-processor voelt in het dagelijks gebruik lekker vlot. De benchmark Geekbench 5 bevestigt dat beeld, een single-core-score van 1723 en een multi-core-score van 7547 punten is een uitstekend resultaat. Op single-core-gebied is de MacBook Air hiermee één van de snelste computers in de benchmarklijst. Je kunt de benchmark ook via Rosetta 2 draaien om de x86-prestaties te testen. Dan is de score uiteraard lager met 1325 punten voor singe-core en voor 5829 multi-core. Dat is echter alsnog veel sneller dan de scores die een MacBook Air met Intel-processor van eerder dit jaar neerzet, een Core i7-model scoort single-core zo’n 1131 punten en multi-core zo’n 3040 punten. De single-core-score is ook veel hoger dan de iMac met Core i7-processor die we eerder dit jaar getest hebben die tot 1260 punten kwam. In de overzichten die Geekbench zelf publiceert staan de nieuwe M1-macs op single-core-gebied dan ook allemaal bovenin de lijst. Op multi-core-gebied moeten een paar varianten van de iMac, iMac Pro en Mac Pro nog voorgelaten worden, maar dat zijn chips met 8 of meer cores.

Niet alleen de burst-prestaties zijn goed, ondanks de passieve koeling scoort de laptop ook langdurig goed. In de single-core-test van Cinebench R23 scoort de MacBook Air 1519 punten en in de multi-core-test 7634 punten. In een test van iets langer dan 10 minuten is dat nog altijd 7153 punten terwijl dat na 30 minuten 7094 punten is. Er is dus wel een beperkte thermal throttling, maar heel erg is het niet. Alleen als je veel langdurige taken uitvoert, heb je profijt van de actieve koeling in de MacBook Pro. Denk dan aan het renderen van 4K-videomateriaal.

De ssd is zoals we inmiddels van Apple gewend zijn een uitstekend presterend exemplaar met een lees- en schijfsnelheid van 2852,9 en 2853,7 MB/s. De M1 bevat ook een door Apple ontworpen gpu en voor een geïntegreerde gpu is dat een potent exemplaar. Een modern spel als Rise of the Tomb Raider kan in 1680 x 1050 bijvoorbeeld met zo’n 40 beelden per seconde gespeeld worden. Een gamemonster is het logischerwijs niet, maar een spelletje spelen kan prima als je een wat lagere resolutie als 1680 x 1050, 1440 x 900 of 1280 x 800 gebruikt. Daarbij draaien alle spellen vooralsnog via Rosetta 2.

De batterijduur van de 49,9Wh-accu is in de praktijk ongeveer 11 uur, een prima score en genoeg om een werkdag te overbruggen.

Conclusie

Apples nieuwe MacBook Air is op alle fronten een schot in de roos ten opzichte van zijn voorganger. Het is simpelweg een veel betere laptop dan de varianten die Apple eerder dit jaar uitbracht. De MacBook Air is veel sneller, dankzij passieve koeling volledig stil en de energiezuinige chip zorgt ook nog eens voor een langere accuduur. Apple zet dan ook een stevig statement tegenover Intel neer met de M1, zeker omdat dit naar verwachting het langzaamste model is. Zelfs zonder actieve koeling blijven de prestaties langdurig op niveau waardoor alleen echt zware gebruikers de overstap naar een MacBook Pro hoeven te maken. Het meest indrukwekkende is misschien niet eens dat Apple een snelle processor kan bouwen, want dat wisten we al. Echt indrukwekkend is het feit dat je in de praktijk niks merkt van de overstap naar een andere processor-architectuur: dit is gewoon een Mac.

Dankzij Rosetta 2 werken ‘oude’ x86-64-applicaties voor het grootste deel probleemloos en deze programma’s voelen ook vlot aan. De nieuwe M1 is zelfs zo snel, dat omgezette applicaties alsnog sneller lopen als op een Intel MacBook Air. Al met al is dit ondanks dat er aan de buitenkant geen verandering zichtbaar is, de beste MacBook Air die Apple tot nu toe op de markt heeft gebracht. En dit is nog maar het begin, volgens geruchten komen er ook nieuwe varianten van de duurdere MacBook Pro’s en de iMac aan met een nog krachtigere Apple-chip.

Fantastisch
Conclusie

**Prijs** Vanaf € 1.129,- (zoals getest € 1.399,-) **Processor** Apple M1-chip (8 cores, 4 snel en 4 langzaam) **RAM** 8 (getest) of 16 GB **Opslag** 256 GB, 512 GB (getest), 1 TB of 2B **Scherm** 13,3 inch (2560 x 1600 pixels) **OS** macOS Big Sur **Aansluitingen** 2x Usb-c (Usb 4/Thunderbolt 3), 3,5mm-geluidsuitgang **Webcam** Ja (720p) **Draadloos** Wifi 6 (2x2), bluetooth 5.0 **Afmetingen** 30,4 x 21,2 x 1,6 cm **Gewicht** 1,29 kilogram **Accu** 49,9 Wh **Website** [www.apple.com](https://www.apple.com/nl/macbook-air/)

Plus- en minpunten
  • Snel
  • Passieve koeling (stil)
  • Oude applicaties werken gewoon
  • Uitstekend scherm
  • Stevige behuizing
  • Webcam
  • Slechts twee usb-c-poorten (allebei links)
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.