ID.nl logo
Tweedehands elektrische auto kopen met subsidie? Grijp nu je kans!
© Kadmy - stock.adobe.com
Mobiliteit

Tweedehands elektrische auto kopen met subsidie? Grijp nu je kans!

Sta je op het punt een elektrische occasion te kopen? Dan kom je op dit moment in aanmerking voor SEPP, de Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s voor Particulieren. Op een gebruikte EV levert dat een voordeel op van 2.000 euro. Maar wacht niet te lang, want zodra de SEPP-pot leeg is, kun je fluiten naar je aankoopsubsidie!

In dit artikel vertellen we je alles over de Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s voor Particulieren, ook wel SEPP geheten.

  • Dit moet je allemaal weten over de SEPP
  • Aan deze voorwaarden moet je voldoen om de SEPP aan te vragen
  • Zo gaat de SEPP-aanvraag in zijn werk

Ontdek jouw perfecte elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl

De vraag naar elektrische auto's zit sterk in de lift

Elektrische auto’s zijn duur. In 2022 werd gemiddeld maar liefst 51.000 euro betaald voor een nieuwe EV, zo berekende de Bovag. Zelfs de goedkoopste EV op de markt, de Dacia Spring, kost al 21.750 euro. Toch is de vraag naar elektrische auto’s het afgelopen jaar sterk toegenomen. Van alle nieuw verkochte auto’s was 23,5 procent volledig elektrisch.

Ook lezen: 5 tips voor het opladen van je elektrische auto in de winter

Ook de vraag naar elektrische occasions groeit: Marktplaats becijferde dat het aantal zoekopdrachten naar gebruikte EV’s in 2022 met 38 procent is toegenomen. Gelukkig zit ook het aanbod van tweedehands elektrische auto’s sterk in de lift, met een groei van 42 procent ten opzichte van 2021.

©J&K

Elektrische auto kopen met subsidie

Voor een deel is deze stijging te verklaren door de SEPP, de Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s voor Particulieren. Deze subsidie werd in 2020 door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het leven geroepen om de verkoop van elektrische auto’s onder particulieren te stimuleren, met als uiteindelijk doel het CO2-aandeel van het wegverkeer terug te dringen. Op dit moment maken particuliere kopers van een nieuwe elektrische auto aanspraak op een subsidie van 2.950 euro. Wie kiest voor een tweedehands EV, kan een tegemoetkoming op de koopsom van 2.000 euro aanvragen.

Subsidie op koop én op private lease

Om aanspraak te maken op de SEPP, dien je rekening te houden met een aantal strenge voorwaarden. Bij de subsidieaanvraag moet je allereerst een aankoopfactuur kunnen overleggen, die door een RDW-geregistreerd autobedrijf is verstrekt. Wanneer je je tweedehands elektrische auto van een particulier hebt overgenomen, voldoe je dus niet aan deze voorwaarde en wordt je SEPP-aanvraag afgekeurd. Het maakt trouwens niet uit of je de elektrische occasion (al dan niet op afbetaling) hebt gekocht of dat je de auto gebruikt via private lease.

Nog een belangrijk punt om rekening mee te houden, is de oorspronkelijke cataloguswaarde van de auto. Wanneer je een tweedehands EV hebt gekocht die op de datum van de eerste tenaamstelling tussen de 12.000 en 45.000 euro kostte, zit je veilig. Was de auto goedkoper of juist duurder, dan kom je niet voor subsidie in aanmerking.

Elektrische auto: technische vereisten

De auto zelf moet eveneens aan een aantal technische eisen voldoen. Op de eerste plaats dient de aandrijving volledig elektrisch te zijn. Een plug-in hybride, die weliswaar over korte afstanden elektrisch kan rijden, voldoet met zijn benzine- of dieselmotor niet aan deze voorwaarde. Nog een afvaller: de elektrisch aangedreven auto met range-extender – waarbij een secundaire verbrandingsmotor stroom voor de aandrijving opwekt. Let daar bijvoorbeeld goed op als je binnen de gestelde prijslimieten op zoek gaat naar een gebruikte BMW i3. Alleen de versie zónder range-extender voldoet aan de SEPP-voorwaarden.

Ook lezen: Een elektrische auto opladen, wat kost dat?

De elektrische auto moet volgens de WLTP-meetmethode een actieradius van ten minste 120 kilometer hebben. Als de auto volgens deze meetmethode niet in staat is om deze afstand met een volle accu (zonder onderweg bij te laden) af te leggen, dan kom je niet in aanmerking voor subsidie. Een auto die achteraf is omgebouwd naar elektrische aandrijving wordt eveneens geweigerd.

Is SEPP ook voor zzp’ers?

Wanneer je werkt als zzp’er en je wilt de aanschaf van een elektrische auto op de balans van je bedrijf zetten, dan kun je jezelf de moeite van de subsidieaanvraag besparen. De regeling is uitsluitend bedoeld voor particuliere kopers. Zzp’ers die hun tweedehands gekochte elektrische auto zowel zakelijk als privé willen gebruiken, profiteren van een bijtelling van 16 procent op de eerste 30.000 euro van de aanschafwaarde. Heb je voor de auto méér betaald, dan dient voor het bedrag boven 30.000 euro een bijtelling van 22 procent te worden berekend.

Zo vraag je de SEPP-subsidie aan

De aanvraag van de SEPP-subsidie is verder relatief eenvoudig: log met je DigiD-gegevens in op de daarvoor bestemde pagina van de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Vul je persoonlijke gegevens en alle gevraagde data van de auto in, alsmede de gegevens van het RDW-geregistreerde autobedrijf waar de auto vandaan komt. Let wel: de koop mag niet vóór 1 januari 2023 gesloten zijn!

Als de aanvraag in gang is gezet, ontvang je per e-mail een bevestiging. Vervolgens beoordeelt de RVO of jouw aanvraag aan alle voorwaarden voldoet. Zo ja, dan krijg je binnen 13 weken bericht of de aanvraag is goedgekeurd. Daarna duurt het maximaal twee weken voordat de SEPP-subsidie wordt overgemaakt.

Subsidie binnen … EV de deur uit?

Je ontvangt het gehele subsidiebedrag in één keer. Als de 2.000 euro op je rekening is bijgeschreven, wil dat echter niet zeggen dat je de auto zonder consequenties meteen weer kunt verkopen. Als je de auto binnen een termijn van drie jaar weer verkoopt, dien je de subsidie deels terug te betalen. De RVO controleert met regelmaat of de auto nog steeds op jouw naam geregistreerd staat. Om ten volle te kunnen profiteren van het volledige subsidiebedrag, dien je de auto dus ten minste drie jaar in je bezit te houden.

©sopotnicki

Subsidiepot leeg? Helaas, op is op!

In januari is de SEPP-pot voor 2023 opnieuw gevuld. Voor nieuwe elektrische auto’s is een totaalbedrag van 67 miljoen euro beschikbaar gesteld, genoeg voor 22.711 kopers. Voor gebruikte EV’s is 32.400.000 euro aan subsidie gereserveerd, goed voor 16.200 SEPP-aanvragers. In feite blijft de subsidieregeling van kracht tot 31 december, maar als de pot al eerder leeg is, wordt deze niet meer bijgevuld.

Wil je in aanmerking komen voor de SEPP, dan moet je niet te lang wachten met de aankoop. Naarmate de tijd vordert, loop je meer risico om buiten de subsidieboot te vallen. En zul je dus moeten wachten tot 1 januari 2024 voordat je opnieuw in aanmerking komt voor de SEPP-regeling. Dat is dan trouwens meteen de laatste kans, want na 2024 wordt de subsidieregeling afgeschaft.

Tip: weten hoeveel er nog in de pot zit? Dat wordt online bijgehouden, en wel hier.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.