ID.nl logo
EV-test Lancia Ypsilon Electric: beproefde techniek met een grote strik eromheen
© Igor Stuifzand
Mobiliteit

EV-test Lancia Ypsilon Electric: beproefde techniek met een grote strik eromheen

De Lancia Ypsilon Electric laat onder zijn chique verpakking weinig verrassingen zien. Hij moet het vooral van zijn design en luxe uitrusting hebben. Is dat genoeg om van deze kleine elektro-Italiaan een begeerlijk totaalpakket te maken?

Dit artikel in het kort:

  • De Lancia Ypsilon Electric is een compacte EV met een actieradius tot 403 kilometer, gebaseerd op Stellantis-technologie.
  • Uitrusting omvat luxe opties zoals velours bekleding, stoelverwarming en massagefuncties.
  • Prestaties: 156 pk, zuinig energieverbruik en een solide rijervaring, vooral in Sport-stand.
  • Minpunten: beperkte ruimte achterin en hoge prijs in vergelijking met concurrenten.
  • Concurrentie komt vooral van de Renault 5 E-Tech Electric en Mini Cooper E.

Meer over de Renault lees je hier: Renault 5 e-Tech Electric: iconische hatchback nu volledig elektrisch

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

©Igor Stuifzand

De kersverse Ypsilon is het eerste model uit een reeks volledig nieuwe Lancia's. Later volgen de grotere Delta en Gamma.

Eerst de nieuwe Ypsilon

Lancia keert terug van (nooit helemaal) weggeweest. De laatste jaren was het gesoigneerde Italiaanse merk alleen nog in eigen land actief, maar met succes. Want ook al liep de vorige generatie van de compacte Ypsilon (nog op basis van de Fiat Panda) alweer sinds 2011 mee, het deftige autootje was nog altijd razend populair.

Moedermaatschappij Stellantis laat met de komst van de nieuwe Ypsilon zien het beste voor te hebben met Lancia: het merk werd opnieuw uitgevonden en de komende jaren verschijnen diverse nieuwe modellen. Basis hiervoor vormt het nieuwe STLA-platform, dat in meerdere (batterij)formaten wordt aangeboden en geschikt is voor meerdere vormen van aandrijving. Dus niet alleen volledig elektrisch, maar ook als hybride en stekkerhybride. De nieuwe compacte Ypsilon lost het startschot voor renaissance van Lancia. Later volgen de grote Gamma en de middenklasse Delta.

🚘Lees ook: Nieuwe Lancia Ypsilon (2024): bekende ingrediënten in een stijlvol jasje

Ruim 400 kilometer

Voor de Ypsilon borduurt Lancia voort op de van andere Stellantis-merken bekende, technologie. De 4,08 meter lange vijfdeurs hatchback is op dezelfde leest geschoeid als de Peugeot 208 en Opel Corsa. Deze twee modellen zijn nog altijd verkrijgbaar met de aloude 136 pk sterke elektromotor en 50kWh-batterij, de Lancia Ypsilon wordt uitsluitend aangeboden met de geüpdatete versie van dit pakket.

De elektromotor levert een maximaal vermogen van 156 pk en de batterij is met een capaciteit van 51 kWh iets groter: goed voor een grootste actieradius van 403 kilometer. De Ypsilon kan zich prima meten met belangrijke concurrenten zoals de kersverse Renault 5 E-Tech Electric en Mini Cooper E.

©Igor Stuifzand

Naast de volledige elektrische versie (51 kWh, 156 pk) wordt er van de Lancia Ypsilon ook een hybrideversie aangeboden.

Historisch verantwoord

Als je door je wimpers kijkt, herken je in de Lancia Ypsilon het silhouet van de Peugeot 208 en Opel Corsa. Toch zijn aan de buitenkant maar heel weinig plaatdelen uitwisselbaar. De Ypsilon combineert strakke elementen, zoals het expressieve front waarin de lichtstrips het nieuwe familiegezicht van Lancia laten zien. De combinatie van de spoilervormige balk en ronde achterlichten zijn afgeleid van de Stratos, waarmee Lancia in de jaren zeventig zoveel successen boekte in de rallysport.

Aan boord zie je verschillende onderdelen die ook door Peugeot en Opel worden toegepast, zoals de stuurhendels en de tuimelschakelaars voor de rijrichting en rijprogramma′s.

©Igor Stuifzand

Klassiek chroomwerk ontbreekt op de Ypsilon. De led-strips in T-vorm, bepalend voor Lancia's nieuwe familiegezicht, maken dat goed.

Complete uitrusting

Het dashboard heeft een nieuwe, stijlvolle vormgeving waarbij het instrumentarium doet denken aan een opgeslagen boek. Bij de LX-versie en het tijdelijk verkrijgbare topmodel Edizione Cassina Limitata zijn de stoelen bekleed met prachtig, fluweelzacht velours. De uitrusting van Edizione Cassina wordt gecompleteerd met onder meer stoelverwarming en een massagefunctie op de bestuurdersstoel.

Automatische airco, smartphone-integratie voor Apple CarPlay en Android Auto en cruise control (vanaf de LX adaptief) zijn standaard op alle versies. De prijzen voor de Ypsilon Electric beginnen bij 35.400 euro, de geteste Edizione Cassina Limitata staat voor 39.500 euro in de prijslijst. Een fors bedrag, maar als je de concurrentie net zo rijk zou aankleden als de duurste Ypsilon, dan valt het uiteindelijk wel mee met die prijs.

©Igor Stuifzand

Zeker als Edizione Cassina Limitata, biedt de Lancia Ypsilon volop luxe. Maar daarvoor betaal je wel bijna 40.000 euro ...

Alleen in Sport het volle vermogen

De 156 pk sterke elektromotor weet prima raad met het gewicht van de Ypsilon Electric, à 1461 kilo. Overigens moet je wel zelf actie ondernemen om over het volledige vermogen van 156 pk te kunnen beschikken, want dat is uitsluitend in de Sport-stand beschikbaar. Kies je voor Normaal of Eco, dan wordt het vermogen alleen bij het volledig intrappen van het acceleratiepedaal (kickdown) vrijgegeven.

De aandrijflijn heeft al vaker laten zien dat de update van enkele jaren geleden een positief effect heeft gehad op het energieverbruik. Met name onder winterse omstandigheden zaten de WLPT-verbruiksopgave en het realistische energieverbruik mijlenver uit elkaar. De ervaring leert dat het verschil na de update van de elektromotor en het accupakket een stuk kleiner is.

©Igor Stuifzand

Via de Drive Mode-knop heb je keuze uit drie rijprogramma's: Eco, Normaal en Sport. Het beschikbare motorvermogen is afhankelijk van de gekozen modus.

Zuinig met energie

Tijdens onze standaard verbruiksronde van 170 kilometer toonde de temperatuuraanduiding 5 graden Celsius aan. Om het op batterijpakket op de optimale bedrijfstemperatuur te brengen, plus het op een behaaglijke warmte krijgen van het interieur (21 graden), wordt veel energie gevraagd. Desondanks resulteerde de verbruiksronde in een keurig gemiddelde van 16,8 kWh/100 km. Lancia geeft zelf een gemiddelde op van 14,3 kWh/100 km, en dat is onder gunstigere temperaturen zeker te benaderen.

Tijdens een lange snelwegrit van Amsterdam naar Nijmegen, met snelheden die rond de 100 km/h schommelden en een buitentemperatuur van zo′n 15 graden, noteerde de boordcomputer niet meer dan 13,3 kWh/100 km.

Berekend op basis van de gemiddelde waarde die we tijdens een kille avond op onze verbruiksronde scoorden, ligt met een volledig opgeladen 51 kWh-batterij een aanvaardbare actieradius van 305 kilometer in het verschiet.

Standaard heeft de Ypsilon een 11kW-boordlader, snelladen gaat met een hoogste vermogen van 100 kW. Van 20 naar 80 procent ′state-of-charge′ neemt 24 minuten in beslag.

©Igor Stuifzand

Van de Lancia Ypsilon mogen geen wonderen op ruimtegebied verwacht worden.

Geen ruimtewonder

Om achter het stuur plaats te nemen, moet je jezelf eerst door een krappe deuropening wurmen. Maar als je eenmaal zit, dan zit je ook prima in de met zacht fluweel beklede stoel. Bij zo′n compacte hatchback moet niet te veel worden verwacht van de ruimte, en daarvan is de Ypsilon vooral achterin het bewijs: alleen wanneer de voorstoelen een flink stuk naar voren worden geschoven, is op de achterbank een acceptabele hoeveelheid beenruimte te creëren.

De kofferbak heeft een inhoud van 309 tot 1118 liter. Meer dan voldoende wanneer je alleen of met z′n tweeën bent, maar om de Ypsilon een volwaardige gezinsauto te noemen, gaat veel te ver. Bij deze elektrische variant is het technisch niet mogelijk een trekhaak te monteren.

©Igor Stuifzand

In de kofferruimte past 309 tot 1118 liter bagage. Een bruikbaar volume, voor een auto van zo'n 4 meter lang.

Stabiele wegligging

Rijden doet de Lancia Ypsilon eigenlijk hetzelfde als de Peugeot 208 en Opel Corsa. Zeker in de Sport-stand wordt de auto niet door het overige verkeer om de oren gereden; de Ypsilon is voor normaal huis-tuin-en-keukengebruik snel genoeg.

Het onderstel is behoorlijk stevig afgestemd, maar de relatieve beweeglijkheid heeft maar beperkt invloed op het rijcomfort. De auto komt op een minder egaal geasfalteerde weg nauwelijks tot rust, maar hij huppelt daarentegen niet uit het spoor.

De besturing geeft je voldoende terugkoppeling en is niet zo sterk bekrachtigd dat elke ademteug effect heeft op de rijrichting. Ook bij een kruissnelheid van 130 km/h heeft de auto een vertrouwenwekkende wegligging. De Ypsilon laat zien dat het inmiddels wat oudere basisplatform nog niet aan het einde van zijn Latijn is.

©Igor Stuifzand

De (prettige) rijeigenschappen van de Lancia Ypsilon verschillen nauwelijks van die van de Opel Corsa en Peugeot 208.

Conclusie

Feitelijk is de Lancia Ypsilon een Opel Corsa of Peugeot 208 die met een andere, rijkere saus is overgoten. Het onderscheid zit vooral in het design en de aankleding. Hoewel we Lancia een gouden toekomst gunnen, lijkt dat in Nederland, waar het merk lange tijd niet actief is geweest, echter een onvoldoende solide basis voor indrukwekkende verkoopresultaten.

Je kiest voor de Ypsilon als je jezelf wilt onderscheiden van de massa, of wanneer je van oudsher een groot Lancia-liefhebber bent. Daarnaast is Lancia′s terugkeer en de introductie van de Ypsilon eigenlijk wat ongelukkig getimed. In het segment van de compacte EV′s zijn ontneemt de nieuwe Renault 5 E-Tech Electric momenteel al zijn concurrenten de wind uit de zeilen.

©Igor Stuifzand

De Lancia Ypsilon moet vooral nieuwe klanten trekken met zijn design en Italiaanse afkomst.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.