ID.nl logo
Renault 5 e-Tech Electric: iconische hatchback nu volledig elektrisch
Mobiliteit

Renault 5 e-Tech Electric: iconische hatchback nu volledig elektrisch

Renault brengt een volledig elektrische versie van de iconische Renault 5 op de markt. De Renault 5 e-Tech Electric is een compacte elektrische hatchback die autorijden voor een nieuwe generatie bereikbaar moet maken. Met een aantrekkelijk design, geavanceerde technologie en uitstekende rijbereik belooft deze EV een opwindend rijplezier tegen een betaalbare prijs.

Watch on YouTube

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Als je begin jaren 70 in de markt was voor een leuke compacte auto, was je al snel aangewezen op het rugzakje uit Italië: de Fiat 500. Liever iets praktischer? Dan kon je al een jaar of twintig opteren voor een Kever of een Eend. Maar de eighties lagen in het verschiet en de wereld vroeg om disco in plaats van rock-'n-roll, en ook een merk als Renault was zich daarvan bewust.

Lang voordat er in Duitsland ook maar werd nagedacht over een Polo lanceerde Renault een van de meest iconische modellen uit de historie van het merk. De Renault 5 moest autorijden voor een nieuwe generatie bereikbaar maken. Na ruim 5,5 miljoen verkochte exemplaren (en dan tellen we voor het gemak de enorme aantallen van zijn ‘Super’-opvolger niet mee) verdween de 5 echter van het toneel.

Maar nu is hij terug! Met eenzelfde karakter en doelstelling, zij het met een twist. Dit is de nieuwe Renault 5 e-Tech Electric, een auto die volledig elektrisch rijden bereikbaar moet maken voor een nieuwe generatie autokopers. Irwin Versteegh van InstaAutoVlog maakte in Parijs kennis met de nieuwe 5 en vertelt er jullie in dit artikel alles over.

©DPPI

Dapper autootje

Met een lengte van 3,92 meter, een breedte van 1,77 meter en hoogte van 1,50 meter nestelt de nieuwe Renault 5 e-Tech Electric zich comfortabel in het hart van het B-segment. Hij gaat daarmee de strijd aan met auto’s als Peugeot e208, de Opel Corsa Electric en de MINI Electric. Stevige concurrentie, ook zeker wat betreft het exterieurdesign. Niettemin wisten ze daar bij Renault wel raad mee, want de nieuwe 5 ziet er dapper uit. Van zijn eigenzinnige pupilachtige koplampen en dagrijverlichting (die een knipoog imiteren zodra je de auto benadert) tot de Pop Yellow-lakkleur. Het is echt een tof ding geworden, zeker in combinatie met het contrasterende zwarte dak en de daaromheen getrokken rode bies.

Dit alles met een vette knipoog naar het verleden. Zo zien we op de motorkap, net als bij het origineel uit de jaren 70, een setje ventilatieroosters, zij het in een gedigitaliseerde vorm. Koeling voor een motor is immers niet nodig, dus daarvoor in de plaats zien we een statusbalk van ledlichtjes die het accupercentage weergeven. Aan de achterkant is het juist de historisch verantwoorde verlichting die het 'm doet. De lichtunits zijn verticaal geplaatst, maar dan wel met een moderne twist. Zo zijn ze voor een zo laag mogelijke luchtweerstand overgoten met een doorzichtige kunststof laag. Elke 5 wordt geleverd op minimaal 18-inch grote wielen, en die zorgen dan ook voor een stevige basis onder het gloednieuwe platform.

Lekker aangekleed

Binnenin merk je direct dat er van enige nostalgie of Twingo-achtige trekjes geen sprake is. Sterker nog, zijn grote broer Clio mag jaloers zijn! Alles is overgoten met een hoogstaand technologie-sausje, wat voornamelijk te danken is aan het standaard 10 inch grote infotainmentsysteem en het digitale instrumentarium die in een groot gedigitaliseerd cluster zijn verenigd. Gave details als de stoffen – gewatteerde – afwerking op het dashboard en vanaf een hoger uitrustingsniveau een hoogglans zwarte strip die over de gehele breedte van het dashboard loopt doet de rest. Zeker gezien de historische knipoog naar het origineel uit de jaren 70.

Ook de stoelen vallen in positieve zin op. Die zitten niet alleen heerlijk comfortabel, ze zien er ook gaaf uit. Daarvoor stond het zitmeubilair uit de iconische Renault 5 Turbo model. De zogenaamde H-stoelen zijn bekleed met een duurzame denim die is vervaardigd uit gerecyclede petflessen. Dit materiaal komt terug op het dashboard en de deurpanelen. In een hoger uitrustingsniveau zien we bovendien een sportief ogende gele contrasterende kleur die samen met het cijfer ‘5’ zorgt voor net dat beetje extra.

©DPPI

En nog slim ook!

Het infotainmentsysteem biedt een interessante nieuwe functie in de vorm van RENO, een virtuele assistent die werkt met behulp van AI. Je kunt 'm dus vragen stellen zoals ‘hoe optimaliseer ik mijn rijbereik?’ of ‘hoe verwissel ik een lekke band?’. Daarnaast is de basis afkomstig van Google en dat zorgt er samen met Renaults software voor dat de 5 beschikt over innovatieve technologie als EV Routeplanning. Daar kunnen diverse directe concurrenten alleen nog maar van dromen.

Achterin merk je dat-ie net even iets korter is dan diezelfde concurrenten. Met een lengte van 1,84 meter kun je 'achter jezelf' plaatsnemen, maar echt comfortabel is het niet. Met name de knieën komen dan al snel in het geding. Een doekje voor het bloeden is daarentegen de uitstekende hoofdruimte en een volledig vlakke vloer. Daardoor is er (na wat pas- en propwerk) achterin plek voor drie personen. In de kofferruimte zien we een inhoud van 326 liter, en dat is prima voor een auto in deze klasse. We zien bovendien een vloer die je in de hoogte kunt verstellen, waardoor je bijvoorbeeld de laadkabel keurig op kunt bergen.

©DPPI

Tot 400 km range

Op aandrijftechnisch vlak debuteert-ie op een compleet nieuwe basis: het AmpR Small-platform. Dat platform is ontwikkeld voor volledig elektrische auto’s, en in het geval van de 5 betekent dat een accupakket van minimaal 40 kWh. Het staat in dit geval garant voor een range van 300 km. Bovendien kun je kiezen voor een 95 of 120 pk sterke elektromotor. Liever iets meer range en vermogen? Er komt ook een 52kWh-accu die een range van 400 km vertegenwoordigt. In combinatie met een 150 pk sterke motor is dat bovendien een krachtpatsertje dat in 8 seconden naar de 100 km/u accelereert. Iets te trekken? Ook dat kan, zolang het karretje maar niet zwaarder is dan 500 kg.

Het opladen gaat standaard via een 3-fase-boordlader (11 kW). Snelladen kan ook met maximaal 80 kW voor de 40kWh-accu en 100 kW voor het 52kWh-pakket. In beide gevallen betekent dat een 15-80%-vulling in 30 minuten tijd. Dankzij vloeistofkoeling én verwarming kan het pakket gedurende de winterkou daarnaast in aanloop naar een snellaadsessie worden opgewarmd. Innovatieve technologie die we normaal gesproken pas vanaf een veel hoger segment aantreffen.

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Maar dat is nog niet alles, want de 11kW-boordlader heeft in combinatie met de grote accu een dubbele rol. De 5 kan ook als kleine energiecentrale worden gebruikt. En nee, dan niet alleen voor een los apparaat, maar ook als V2G-energiehub voor jouw huis. Zo kun je overtollige zonne-energie opslaan in je auto om daar vervolgens ‘s avonds en ‘s nachts weer van door te leven. Gezien het gemiddelde energieverbruik van Nederlandse huishoudens kun je dit dan circa 8 dagen volhouden.

©DPPI

En dan die prijs...

Uiteraard propt Renault de nieuwe 5 vol met veiligheidssystemen. Denk aan een innovatief autonoom noodremsysteem, maar ook zeker parkeersensoren met een noodstopfunctie of technologie die de dode/blinde hoek monitort bij het verlaten van de auto. Daarnaast is de 5 in staat om semi-autonoom op de snelweg te rijden.

Met de nieuwe Renault 5 e-Tech Electric kunnen we zien dat Renault zijn jarenlange voorsprong met elektrische auto’s (denk aan de ZOE) weet om te zetten in een onvermijdbaar totaalpakket. Een auto die bovendien daadwerkelijk bereikbaar wordt voor een nieuwe generatie met concurrerende prijzen die starten rond de 25.000 euro. Kijken we dan naar de technologie, de rijke standaarduitrusting, maar ook zeker de range en oplaadfaciliteiten, dan heeft de nieuwe 5 het in zich om opnieuw voor enorme verkoopaantallen te zorgen. Zeker als ook de wat completere uitvoeringen enigszins aantrekkelijk zijn geprijsd.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.