ID.nl logo
Vijf dingen die Android beter doet dan iOS
© Reshift Digital
Huis

Vijf dingen die Android beter doet dan iOS

Gebruikers van de respectievelijke platformen zullen het waarschijnlijk nooit met elkaar eens worden: wat is nu beter, een iPhone of een Android-toestel?

Op die subjectieve vraag is natuurlijk ook nauwelijks een antwoord te geven. Waar wel duidelijk onderscheid in te maken is, is in de software. Android en iOS zijn wezenlijk verschillend, en beide besturingssystemen hebben zo hun voordelen. In dit artikel bespreken we vijf dingen die Android beter doet dan iOS.

1. Aanpassingen

Zowel iOS als Android werken out of the box perfect. Het verschil tussen de twee is echter dat iOS een jaar na dato nog precies is zoals het uit de doos kwam, en Android tegen die tijd volledig is aangepast en naar de hand gezet van de gebruiker. iOS laat zich nauwelijks aanpassen. Dit maakt de software absoluut veiliger en minder vatbaar voor hacks (tenzij je gaat jailbreaken natuurlijk), maar ook zo flexibel als een stuk beton. Daarbij komt dat Android door de jaren heen een stuk veiliger is geworden, maar nooit iets van z’n flexibiliteit is kwijtgeraakt. Daar kan iOS echt nog heel veel winnen.

©PXimport

2. Google-integratie

Als je een fervent gebruiker bent van Apple mail en vooral actief bent op je Mac, dan is iOS fenomenale software, immers al die diensten van Apple zijn geïntegreerd. Volgens cijfers die dit jaar bekend zijn gemaakt zijn er echter 100 miljoen actieve Mac-gebruikers ter wereld en maar liefst 715 miljoen actieve iPhone-gebruikers (voor Android ligt dit aantal op 2 miljard). Aangezien Gmail zo’n 1,2 miljard actieve gebruikers heeft, is de kans dus vrij groot dat heel veel smartphone-gebruikers Gmail gebruiken (en daarmee ook andere diensten van Google). Android en Google gaan uiteraard hand in hand, en de software van Google is dan ook diep geïntegreerd in het besturingssysteem. Dat zou allemaal geen probleem zijn als je, bijvoorbeeld, Siri kon vragen om standaard Google Maps te gebruiken i.p.v. Apple Maps, maar dat staat Apple (uiteraard) niet toe. Voor gebruikers van Google’s diensten is het leven simpelweg een stuk eenvoudiger met Android.

©PXimport

3. Multitasking

Technisch gezien zou je kunnen zeggen dat iOS (in ieder geval op de iPad) multitasking ondersteunt. Android heeft multitasking al jaren beter voor elkaar, maar sinds de komst van de Samsung Galaxy Note 8, heeft Android echt een flinke voorsprong genomen op iOS. Je kunt namelijk speciale linkjes aanmaken waarmee je twee apps in één keer naast elkaar kunt openen (een functie genaamd App Pair). Op die manier kun je daadwerkelijk multitasken, al is het natuurlijk nog steeds niet op het niveau van wat je op een pc of Mac kunt doen. Technisch gezien zou je kunnen zeggen dat dit een verdienste is van de Note 8 in plaats van Android, maar dat is niet zo, anders zou Apple immers een gelijksoortige functie kunnen hebben op de iPhone 7 Plus of 8 Plus. Het is hier echt de software die de show steelt.

©PXimport

4. Widgets

Hey, maar iOS heeft toch ook widgets?, horen we je zeggen. Dat is absoluut het geval en de widgets zijn niet eens zo slecht. Maar, zoals alles in iOS, zijn ze nauwelijks aan te passen qua uiterlijk en heb je totaal geen controle over waar de widgets worden geplaatst. Apple bepaalt waar ze moeten staan en als gebruiker heb je daar geen controle over, alleen de volgorde kun je wijzigen. In Android heb je hier véél meer controle over. Je bepaalt niet alleen waar je je widgets precies wilt hebben, je hebt ook veel invloed op het uiterlijk en de werking.

©PXimport

5. Launchers

Leg vijf iPhones naast elkaar, en op de achtergrondafbeelding na zul je zien dat ze allemaal hetzelfde zijn. Leg vijf duizend iPhones naast elkaar, en die waarheid geldt nog steeds. Los van het feit dat je in Android veel meer kunt aanpassen in de software die je erbij krijgt, kun je in Android ook compleet nieuwe launchers installeren. Aan het besturingssysteem verander je dan niet zoveel, maar je krijgt bij elke launcher een nieuwe set pictogrammen, andere kleurstellingen, andere zaken die je kunt aanpassen met instellingen, enzovoort. Ook hier geldt weer: als Android-gebruiker heb je veel meer controle over hoe de software op je smartphone werkt. Bij iOS is het keihard WYSIWYG, what you see is what you get, en daar heb je het maar mee te doen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!