ID.nl logo
Review Honor 10 Lite - Geen tien, wel een dikke voldoende
© Reshift Digital
Huis

Review Honor 10 Lite - Geen tien, wel een dikke voldoende

De Honor 10 Lite is een budgetsmartphone van het dochtermerk van Huawei. Hij lijkt dan ook verdacht veel op de Huawei P Smart (2019), maar is een paar tientjes goedkoper. In deze Honor 10 Lite review zoeken we uit hoe de telefoon presteert.

Kijk je naar de Honor 10 Lite dan verwacht je waarschijnlijk niet dat de smartphone iets meer dan tweehonderd euro kost. Hij oogt fraai en modern, en komt daarom luxe over. Het grote beeldscherm neemt bijna de hele voorkant in beslag, met bovenin enkel een kleine inkeping (notch). De glimmende achterkant lijkt van glas, maar is van plastic. Dat vinden we geen minpunt, want de behuizing voelt stevig aan en ziet er strak uit. Totdat je de telefoon gebruikt, want dan zit hij direct onder de vingerafdrukken. Het (transparante) hoesje dat Honor meelevert is daarom geen overbodige luxe.

De vingerafdrukscanner achterop werkt snel en is nauwkeurig en het is fijn dat de telefoon over een 3,5mm-koptelefoonpoort heeft.

©PXimport

Beeldscherm

Het scherm is zoals gezegd aan de grote kant en meet om precies te zijn 6,21 inch. Dit formaat is ideaal voor wie graag foto's en video's bekijkt of spelletjes speelt, maar ook bij WhatsAppen en andere apps is het handig dat je zoveel ruimte hebt. Dankzij de full-hd-resolutie oogt het display scherp en het lcd-paneel levert prima kleuren. Natuurlijk is er een kwaliteitsverschil met veel duurdere telefoons, maar voor een budgettoestel doet de Honor 10 Lite het prima.

©PXimport

Prestaties

De Honor 10 Lite gebruikt een Hisilicon Kirin 710 processor die ook in de Huawei P Smart (2019) zit. De Kirin 710 is een degelijke chip die gecombineerd met de 3GB werkgeheugen een soepele gebruikerservaring garandeert. De populairste apps draaien zonder problemen en wisselen tussen fotograferen en een game gaat snel. Je moet alleen niet verwachten dat de zwaarste games zo goed werken als op duurdere telefoons, maar dat spreekt voor zich.

Fijn is dat de smartphone beschikt over 64GB intern opslaggeheugen, wat bovengemiddeld is in deze prijsklasse. De meeste budgettoestellen hebben 32GB geheugen. Je kan het opslaggeheugen van de Honor 10 Lite verder vergroten met een micro-sd-kaartje.

©PXimport

Onder de motorkap van de Honor 10 Lite zit een 3400 mAh accu. Voor een budgetsmartphone met een groter full-hd-scherm is dat iets groter dan gebruikelijk. En dat merk je: bij normaal gebruik gaat de batterij zonder problemen een dag mee. In de meeste gevallen moet je de telefoon 's nachts wel opladen. Dat is prima, want de accu volledig opladen duurt ruim anderhalf uur. Even 's middags bijtanken heeft dus weinig zin.

De batterij kan niet draadloos opladen, een begrijpelijke keuze om tot het lagere prijskaartje te komen. Vervelender is dat de Honor 10 Lite gebruikmaakt van een oude micro-usb-poort in plaats van usb-c. Veruit de meeste budgetsmartphones die nu uitkomen, hebben wél usb-c. Deze aansluiting biedt veel voordelen ten opzichte van micro-usb, schreven we in 2017 al. Dat Honor nog kiest voor micro-usb, is vermoedelijk een centenkwestie.

Camera's

Achterop de Honor 10 Lite zit een dubbele camera met resoluties van 13 en 2 megapixel. Eerstgenoemde is de primaire camera die overdag mooie foto's maakt. De beelden ogen scherp, hebben een prima contrast en tonen realistische kleuren. Althans, als je de ingebouwde AI-modus uitschakelt. Die heeft namelijk de neiging om je kiekjes te 'verbeteren', maar is meestal te agressief met het aanpassen van kleuren en het contrast.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

De 24 megapixel frontcamera maakt bij genoeg (dag)licht prima selfies. Let wel op de belichting (door handmatig te focussen), want de automatische focus maakt de achtergrond doorgaans te licht. En oh ja: schakel de standaard ingeschakelde schoonheidsmodus uit als je van meer natuurlijke selfies houdt. Ben je meer fan van de Aziatische benadering? Zet de modus dan eens op stand tien en kijk wat er gebeurt.

Software

De Honor 10 Lite draait op Android 9.0 (Pie), op moment van schrijven van de meest recente Android-versie. Honor legt hier de EMUI-schil van moederbedrijf Huawei overheen, zoals dat op alle Honor-telefoons gebeurt. Jammer, want wij zijn geen fan van de software. EMUI past veel visuele zaken aan, voegt commerciële apps toe en sleutelt onder de motorkap aan functies op gebieden als accubesparing en prestaties.

Er valt prima te werken met de software, maar onze voorkeur gaat uit naar een minder ingrijpende schil. Het is nog niet bekend of de Honor 10 Lite op termijn een update krijgt naar Android Q, dat later dit jaar uitkomt.

Honors beleid aangaande veiligheidsupdates is helaas erg vaag. Google brengt elke maand een update uit, maar het is aan fabrikanten om die wel of niet beschikbaar te stellen. De Honor 10 Lite is op dit moment voorzien van de 1 november-update en loopt dus drie maanden achter. Desgevraagd zegt het bedrijf dat het 'wanneer nodig' beveiligingsupdates uitbrengt, maar dit lijkt dus niet vaak te gebeuren. Hoe lang het toestel geüpdatet wordt is eveneens niet duidelijk.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Conclusie

De Honor 10 Lite is een budgetsmartphone die veel dingen goed doet. Het toestel ziet er fraai uit, is snel in gebruik, gaat lang mee en heeft een zee aan opslagruimte. De camera's zijn ook prima. Minpuntjes zijn de oude usb-poort en de EMUI-software, inclusief het updatebeleid. Onder de streep haal je voor 229 euro een degelijke telefoon in huis.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** €229,- **Kleuren** Blauw, zwart, blauw/wit **OS** Android 9.0 (EMUI) **Scherm** 6,21 inch lcd (2340 x 1080) **Processor** 2,2 Ghz octacore (Hisilicon Kirin 710) **RAM** 3GB **Opslag** 64GB (uitbreidbaar met geheugenkaart) **Batterij** 3.400 mAh **Camera** 12 en 2 megapixel (achter), 24 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 4.2, wifi, gps, nfc **Formaat** 15,5 x 7,7 x 0,8 cm **Gewicht** 162 gram **Overig** micro-usb, koptelefoonpoort **Website** [www.hihonor.com](https://www.hihonor.com/nl/products/smartphone/honor10lite/)

Plus- en minpunten
  • Fraai en modern ontwerp
  • Goede accuduur
  • Veel opslaggeheugen
  • Micro-usb
  • EMUI-software
  • Agressieve schoonheidsmodus camera
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.