ID.nl logo
MWC 2019: dit worden de telecom-trends
© Reshift Digital
Huis

MWC 2019: dit worden de telecom-trends

Het jaarlijkse Mobile World Congress (MWC) zit er weer op. We waren aanwezig op ’s werelds grootste telecombeurs en zet in dit artikel de meest opvallende aankondigingen en trends van MWC 2019 op een rij.

Het is ongetwijfeld dé trend van het MWC 2019: 5G. De ontwikkeling is al jaren gaande, maar op deze beurs werd de introductie van 5G voor het eerst concreet. Meerdere bedrijven kondigden bijvoorbeeld hun eerste 5G-smartphones aan. LG presenteerde de V50 ThinQ 5G, een opgevoerde variant van de V40 met 5G-ondersteuning en vier camera’s achterop. Wanneer en voor welke prijs de smartphone uitkomt, wil de fabrikant echter nog niet kwijt. Een woordvoerder van LG bevestigt desgevraagd wel dat het toestel in eerste instantie niet in Nederland uitkomt.

Samsung liet MWC-bezoekers voor het eerst spelen met zijn Galaxy S10 5G, in feite een grotere en krachtigere S10-uitvoering die geschikt is voor 5G. Ook dit toestel verschijnt voorlopig niet in Nederland. Wat de smartphone gaat kosten in de landen waar hij wél uitkomt, is nog niet duidelijk. ZTE presenteerde de Axon 10 Pro 5G, een high-end toestel dat in de lente uitkomt voor een nog onbekende prijs.

©PXimport

Xiaomi is de enige fabrikant die een 5G-toestel met een prijskaartje aankondigde. De nieuwe Mi Mix 3 5G verschijnt in mei voor 599 euro. Die adviesprijs is lager dan verwacht, want vooraf werd aangenomen dat de eerste 5G-smartphones fors duurder worden dan 4G-modellen. Bij de Xiaomi Mi Mix 3 is dat prijsverschil slechts zo’n honderd euro, waarbij de 5G-editie ook een snellere processor en iets grotere accu heeft.

Andere merken, waaronder Sony, Oppo en OnePlus, demonstreerden op de beurs prototypes van hun komende (eerste) 5G-toestellen. Waar, wanneer en voor welke prijs die uitkomen: niemand die het weet. Wat je straks hebt aan zo’n eerste generatie 5G-smartphone weet eigenlijk ook nog niemand. Ja, hogere up- en downloadsnelheden zijn mogelijk, maar dan moet je je wel op een plek bevinden met een 5G-netwerk. Het zal nog jaren duren voordat het in Nederland beschikbaar is.

5G voor de zakelijke markt

Telecomproviders, toestelfabrikanten en andere bedrijven onthulden en demonstreerden allerlei 5G-toepassingen op de beursvloer, maar die zijn voornamelijk gericht op bedrijven. Via een 5G-verbinding kan je straks op afstand een auto/vrachtwagen besturen, een operatie uitvoeren en live muziek maken met een band die zich aan de andere kant van de wereld bevindt. Interessante nieuwe mogelijkheden, maar ze werken pas als er genoeg 5G-netwerken operationeel zijn. Dat lijkt nog minstens anderhalf jaar te duren.

Opvouwbare smartphones

De opvouwbare smartphone is een innovatie waar fabrikanten en consumenten al jaren naar uitkijken. Het concept, waarbij het telefoonscherm uitklapt tot een groter tabletdisplay, klinkt interessant en zou allemaal nieuwe mogelijkheden met zich meebrengen. Na jaren van ontwikkeling en tests zijn een aantal fabrikanten nu bijna zover om hun eerste toestellen uit te brengen.

Samsung presenteerde vlak voor het MWC de Galaxy Fold, die in april verschijnt voor bijna tweeduizend dollar. Het apparaat heeft een 4,6 inch scherm voorop dat uitgeklapt een 7,3 inch tabletscherm wordt.

Op de beurs onthulde Huawei zijn 6,6 inch Mate X (2300 euro) die in de tabletmodus 8 inch meet. Het toestel verschijnt later dit jaar, maar de fabrikant wil niet precies zeggen wanneer.

©PXimport

Beide opvouwbare smartphones ondersteunen 5G en lijken – mede daarom – niet naar Nederland te komen. Het eerste Nederlandse 5G-netwerk (van T-Mobile) wordt namelijk pas eind 2020 verwacht. Het precieze nut van de opvouwbare telefoon is ons na MWC nog niet helemaal duidelijk. Samsung en Huawei hebben verschillende toepassingen laten zien, bijvoorbeeld meerdere apps naast elkaar draaien of simpelweg één app op het grote scherm tonen. Best handig, maar wat ons betreft geen killer features. Die worden waarschijnlijk pas later bedacht. MWC maakt duidelijk dat de opvouwbare smartphone zich nog in de vroege fase bevindt.

Merken als TCL (van BlackBerry en Alcatel), Energizer en Motorola werken ook aan opvouwbare toestellen. Wanneer en voor welke prijzen die uitkomen, willen de fabrikanten nog niet zeggen. Grote kans dat we hier meer over horen op de IFA 2019, de eerstvolgende grote telecombeurs die in september plaatsvindt.

©PXimport

Extra scherm bij LG

LG presenteerde in januari ’s werelds eerste oprolbare televisie, maar lijkt nog niet mee te doen aan de opvouwbare smartphone. Het bedrijf pakt het iets anders aan en komt met de Dual Screen-hoes voor zijn nieuwe V50 ThinQ 5G-smartphone. Deze hoes bevat een 6,2 inch full-hd oled-display en werkt zowel los van als in combinatie met het 6,4 inch scherm van de V50. Je kan bijvoorbeeld twee apps schermvullend naast elkaar gebruiken of het secundaire display gebruiken als gamepad of venster met camera-instellingen. Een interessant concept dat in de praktijk prima werkt, maar niet perfect is. Zo maakt de schermhoes de smartphone merkbaar dikker en zwaarder en voelt het geheel niet zo stevig aan. Bovendien vragen we ons af hoeveel mensen deze accessoire gaan kopen. Wij in ieder geval niet, want de V50 ThinQ 5G verschijnt zoals eerder gezegd voorlopig niet in Nederland.

©PXimport

De wederopstanding van PureView

Nokia bracht zeven jaar geleden een bijzondere smartphoneserie uit. De PureView-modellen hadden een 41 megapixel camera achterop en maakten veel betere foto’s en video’s dan concurrerende toestellen. Na jarenlange stilte keert het PureView-merk terug. HMD Global, het bedrijf dat Nokia-smartphones ontwikkelt en verkoopt, presenteerde op het MWC 2019 de Nokia 9 PureView. Dit toestel heeft maar liefst 5 Zeiss-cameralenzen van 12 megapixel achterop en al die lenzen werken samen om totaal één foto te schieten. Het gaat om drie monochrome sensoren en twee kleurensensoren. Als jij op de sluiterknop drukt, maken alle vijf de lenzen minimaal één en maximaal vier foto’s. Al die beeldinformatie wordt gecombineerd tot één plaatje. Deze werkwijze moet onder andere een groter dynamisch bereik, een verbeterd scherpte-diepte-effect (bokeh) en meer detail in een donkere situatie opleveren.

©PXimport

Op de zonnige binnenplaats van het MWC konden we de camera’s van de 9 PureView kort aan de tand voelen. De testfoto’s mogen we helaas niet delen omdat de camerasoftware nog niet definitief is. Onze eerste indruk is wel erg positief: de smartphone maakt scherpe plaatjes met realistische kleuren en een hoog contrast. De bokeh-functie lijkt ook erg goed. De bloemen en mensen die we fotografeerden, waren volledig scherp. Veel toestellen gaan hier de mist in en vervagen bijvoorbeeld haren, oren en hoofddeksels. Een volledig oordeel volgt na een uitgebreide test.

De 9 PureView verschijnt over twee weken voor 599 euro. Voor dat geld krijg je naast de bijzondere cameramodule een Snapdragon 845-processor (van vorig jaar), 6GB werkgeheugen en 128GB opslaggeheugen. Het 6 inch oled-scherm heeft een haarscherpe qhd-resolutie. Omdat de randen boven en onder het display wat dikker zijn, is er geen inkeping nodig voor de frontcamera. Onder het display zit een optische vingerafdrukscanner. De glazen behuizing heeft een usb-c-aansluiting en de 3320 mAh accu ondersteunt draadloos opladen. Nokia heeft de 3,5mm-hoofdtelefoonpoort geschrapt. De smartphone draait op Android One en krijgt twee grote Android-updates en drie jaar elke maand een beveiligingsupdate.

Deze batterij heeft een geïntegreerde smartphone

Ken je Energizer? Vermoedelijk niet vanwege de smartphones. Het batterijenmerk is vooral bekend in de Verenigde Staten, maar brengt via een Frans bedrijf ook smartphones uit. Die hebben – niet geheel verrassend – veel grotere accu’s dan gebruikelijk. Het nieuwste model (P18K Pop) de spant de kroon en heeft een bizarre batterij van 18.000 mAh. Ter vergelijking: de accu van de iPhone XS is 2658 mAh en de Samsung Galaxy S10 heeft een 3400 mAh accu. De P8100S heeft de grootste smartphoneaccu ter wereld en is even dik als vier iPhones op elkaar gelegd. Energizer belooft dat de batterij minimaal een week meegaat bij normaal gebruik. Opladen gaat via usb-c en duurt acht uur.

Het toestel komt in de zomer uit voor een nog onbekende prijs, vertelt een woordvoerder van Energizer. De P18K heeft een 6,2 inch scherm, 128GB opslaggeheugen en draait op Android 9.0 (Pie).

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.