ID.nl logo
Draadloos opladen: dit zijn de verschillen tussen het nieuwe Qi2 en voorganger Qi
© Satechi | https://satechi.net
Huis

Draadloos opladen: dit zijn de verschillen tussen het nieuwe Qi2 en voorganger Qi

Draadloos opladen is handig, maar vaak ook traag en onbetrouwbaar. Je legt je smartphone of tablet neer, maar als hij net niet goed ligt, laadt hij nauwelijks op. Qi2 moet daar verandering in brengen. Maar wat is er precies anders aan Qi2 ten opzichte van het vertrouwde Qi?

Dit is waarom Qi2 beter is dan Qi: 1. Qi2-laders en -accessoires beschikken nu over magneten. 2. Daardoor gaat er minder energie verloren tijdens het oplaadproces... 3. ...en kun je accessoires gemakkelijker bevestigen. 4. Het laadvermogen is verhoogd naar minimaal vijftien watt. 5. Het systeem beschikt over allerlei veiligheidsmaatregelen.

Lees ook: 5 redenen waarom je smartphone langzaam oplaadt (en de oplossingen)


Nog niet zo heel veel mensen maken gebruik van draadloos opladen. Het idee erachter is heel mooi, maar in de praktijk levert het meestal nog een ondermaatse ervaring op. Dat komt doordat het opladen op een lage snelheid gebeurt, een apparaat op een specifieke plek moet liggen en je alsnog met een draad in de weer ben (van de lader naar de muur). De nieuwe standaard Qi2 lost niet alle problemen op, maar het maakt wel goede stappen vooruit.

Nu met magneten

De eerste versie van de Qi-standaard werkt op basis van elektromagnetische inductie om stroom over te dragen tussen een oplaadpad en een compatibel apparaat. Daarvoor moet je smartphone of tablet precies goed op de oplader liggen. Ligt hij een beetje scheef, dan laadt hij amper op. Veel mensen vinden dat onhandig. Na een tijdje weet je wel ongeveer hoe je je device moet neerleggen, maar in het begin ben je vooral meer aan het schuiven en proberen dan aan het opladen.

Daarom heeft de organisatie achter de oplaadstandaard, het Wireless Power Consortium (WPC), voor Qi2 een handige oplossing bedacht. Dit systeem maakt gebruik van de Magnetic Power Profile, dat sterk doet denken aan MagSafe van Apple. Zowel de lader als het apparaat dat je wilt opladen zijn dan voorzien van een magnetische ring, die het gepriegel dus overbodig maakt. Je hoeft niet meer te zoeken naar de perfecte positie, en dat is niet alleen makkelijker, maar ook beter voor het laden zelf. De magneten zorgen ervoor dat de spoelen in de oplader en de telefoon precies tegenover elkaar liggen.

©Ugreen | https://nl.ugreen.com

Powerbanks met Qi2.

Laadvermogen en compatibiliteit

Zodoende gaat er minder energie verloren en kunnen apparaten sneller opgeladen worden. Ten opzichte van Qi1 is het laadvermogen in elk geval al flink verhoogd. Daar waar de vorige versie nog tot vijftien watt ondersteunt, maar meestal op vijf watt laadt, zet Qi2 standaard een vermogen neer van vijftien watt. Zelfs iPhones kunnen hiervan profiteren. Als je een oudere MagSafe-oplader gebruikt, dan wordt het laadvermogen beperkt tot 7,5 watt. Maar met een nieuwe Qi2-oplader zou je de beschikking moeten krijgen tot een verdubbeling in vermogen.

Misschien heb je het al tussen de regels door gelezen, maar Qi2 is compatibel met bestaande Qi-apparaten. Heb je dus nog oudere apparaten die Qi1 ondersteunen, dan kun je daar je nieuwe lader gewoon mee gebruiken. Verder is het goed om te weten dat het consortium allerlei veiligheidsmaatregelen heeft ingebouwd. Zo beschikt het systeem over objectdetectie: het herkent vreemde voorwerpen zoals sleutels, munten of paperclips die per ongeluk tussen de oplader en je telefoon terechtkomen. Zulke objecten kunnen anders warm worden en schade veroorzaken. Ook houdt Qi2 de temperatuur in de gaten om oververhitting te voorkomen. Daardoor kun je je telefoon gerust 's nachts laten opladen.

©Rens Blom

De HMD Skyline.

Welke apparaten ondersteunen Qi2?

Op moment van schrijven biedt nog slechts een handjevol apparaten Qi2-support aan. Je komt de draadloze oplaadstandaard in elk geval tegen vanaf de iPhone 12. Een van de eerste Android-toestellen met deze standaard aan boord is de HMD Skyline. En… dat is het eigenlijk wel. De toestellen uit de Samsung Galaxy S25-reeks zijn slechts Qi2-ready. Dat betekent dat je ze kunt opladen met een snelheid van vijftien watt, maar dat de toestellen niet beschikken over de magneten om allerlei laders en andere accessoires te kunnen bevestigen.

Je kunt dit oplossen door bijvoorbeeld een hoesje met een magneet te kopen. Die magneet komt dan precies overeen met de plaatsing van de spoelen in de smartphone en oplaadmat. Datzelfde geldt vooralsnog voor de OnePlus 13, een van de beste Android-smartphones van 2025. Technisch gezien beschikt dat apparaat over een magneetring, maar die is niet krachtig genoeg om accessoires vast te kunnen houden. Ook hier dien je dus eigenlijk een hoesje te kopen, mocht je van plan zijn het toestel met een Qi2-lader op te laden.

Telefoonhoesjes

geschikt voor draadloos opladen

Qi2-accessoires

Als je een toestel met Qi2 hebt, wil je vast ook al weten wat handige Qi2-accessoires zijn. Natuurlijk kun je dan denken aan een geschikte oplader, maar wat dacht je van een powerbank die je gewoon magnetisch vastklampt aan een smartphone? Dan heb je geen gedoe met draden meer. Daarnaast zijn portefeuilles heel populair. Als je je smartphone ergens mee naartoe neemt, dan heb je ook altijd je belangrijke pasjes bij je, en eventueel wat cash geld.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.