ID.nl logo
Review OnePlus 13 – Doet weinig fout, maar die prijs…
© Wesley Akkerman
Huis

Review OnePlus 13 – Doet weinig fout, maar die prijs…

De OnePlus 13 behoort tot de eerste groep smartphones die beschikt over een Qualcomm Snapdragon 8 Elite-processor. Die chipset biedt meer dan je nodig hebt, en daar betaal je dan ook een hoge prijs voor. Of deze telefoon die prijs waard is, lees je in deze review.

Uitstekend
Conclusie

Onderaan de streep doet de OnePlus 13 weinig fout. De dingen die we tijdens ons gebruik zijn tegengekomen, vinden we in elk geval geen dealbreakers. Het enige dat 'm in de weg zit, is die instapprijs van 999 euro. Op de typische OnePlus-eigenschappen scoort de 13 gelukkig heel goed. De processor is razendsnel, de accu gaat lang mee, de software stottert niet en het scherm is even prachtig als energiezuinig.

Plus- en minpunten
  • Razendsnelle processor
  • Hoge oplaadsnelheid
  • Prachtig, energiezuinig scherm
  • Grote accu
  • Camerasysteem (overdag)
  • Updatebeleid (gemiddeld genomen)
  • Updatebeleid kan echter beter
  • Camera's (bij het inzoomen)
  • OxygenOS verliest eigen karakter
  • Draadloos laden vereist extra investering
  • Prijs

Als je voor de OnePlus 13 kiest, dan heb je de keuze uit twee opties. Het model dat 999 euro kost, heeft 12 GB aan werkgeheugen en 256 GB aan opslagruimte. Als je 150 euro meer inlegt, krijg je respectievelijk 16 en 512 GB. Ten opzichte van de modellen van vorig jaar is dat wederom een hogere prijs. Toen was de duurste versie 999 euro. Ter vergelijking: voor favoriet Pixel 9 Pro XL betaal je 1199 euro voor 16 GB aan werkgeheugen en slechts 128 GB aan opslagruimte. In deze vergelijking krijg je bij OnePlus dus meer voor minder.

Qua ontwerp is er in vergelijking met de OnePlus 12 weinig veranderd. Het is deze keer meer een kwestie van verfijning. De randen van het grote amoledscherm zijn iets platter, maar nog steeds licht gebogen. Daarnaast steekt de cameramodule minder ver uit en krijg je zowel een IP68- als IP69-certificaat. Je toestel is dus waterdicht – zelfs als iemand er een hogedrukreiniger op loslaat. Het model dat wij testen is voorzien van vegan leer en de kleur Midnight Ocean Blue. Een erg fraaie kleur als je het ons vraagt, die enorm veel karakter uitstraalt. Een uniek aanzicht.

©Wesley Akkerman

Toestel met handschoenen gebruiken

Het riante scherm van 6,82 inch heeft zo z'n voor- en nadelen. Nee, het is niet net zo helder als de Pixels en Galaxy's van deze wereld, maar alles blijft onder felle omgevingen prettig leesbaar. Met een hoge QHD-resolutie en een verversingssnelheid van 120 Hz doet het systeem gelukkig niet onder voor de concurrentie. Datzelfde geldt voor de eigenschappen kleur, contrast en flikkeringen. Door relatief unieke dimming-technologie moet het display zachter aanvoelen voor de ogen – maar op dat gebied hebben we geen verschil gemerkt met andere premium smartphones.

Verder heeft OnePlus wederom verbeteringen doorgevoerd op het gebied van energiezuinigheid, waardoor de accu nog iets langer meegaat. Naast Aqua Touch, geïntroduceerd op het model van vorig jaar, is er nu ook Glove Mode. Niet alleen kun je het toestel daardoor prima in de regen gebruiken, ook maakt het niet meer uit of je handschoenen draagt. Toegegeven, het scherm reageert niet goed op élke handschoen, maar als die aan de richtlijnen voldoet, functioneert het zoals geadverteerd. Daardoor zijn er weinig omstandigheden waarin het scherm niet werkt.

©Wesley Akkerman

1x zoomen.

©Wesley Akkerman

2x zoomen.

©Wesley Akkerman

6x zoomen.

Paar tegenvallertjes...

Over de accu gesproken: met maar liefst 6000 mAh houdt de OnePlus 13 het met gemak twee dagen uit onder normale omstandigheden. Je laadt het systeem op met een Supervooc-lader op 100 watt (en anders 50 watt draadloos). Uit de test komt naar voren dat dergelijke snelheden alleen behaald worden als je opladers van OnePlus (of zustermerk Oppo) gebruikt. Verder is het een beetje vervelend dat de magnetische draadloze oplader alleen werkt als je een OnePlus-hoesje aanschaft. De lader en het hoesje koop je samen voor ongeveer 95 euro extra.

En als we het dan toch over zaken hebben die een beetje tegenvallen, komen we aan bij de software-ondersteuning. Die loopt met vier grote updates en zes jaar aan beveiligingsupdates iets achter op Google en Samsung, maar gemiddeld genomen kom je nog wel beter uit dan bij andere merken. De OnePlus 13 draait nu op Android 15 en krijgt dus Android 19. De software zelf lijkt steeds minder op het OxygenOS van vroeger, maar daar zijn we inmiddels aan gewend. Gelukkig werkt alles snel en kom je weinig vooraf geïnstalleerde apps tegen.

©Wesley Akkerman

Waar het om te doen is

Waar het echter allemaal om te doen is, is de processor. Dat is de gloednieuwe Snapdragon 8 Elite. Op papier 30 tot 40 procent sneller op allerlei belangrijke onderdelen, waardoor je eigenlijk veel meer kracht en snelheid voorgeschoteld krijgt dan je nodig hebt. De cpu's van de afgelopen jaren waren dat eigenlijk ook al, waardoor we nu op een punt zijn dat we echt kunnen spreken van overkill. Dat biedt wel hoop voor de toekomst, want het lijkt erop dat de OnePlus 13 gewoon die zes jaar aan ondersteuning gaat volmaken – als tweedehandsje of anderszins.

Dat betekent in de praktijk dat je moeiteloos kunt doen wat je wilt doen. Apps opstarten, bestanden bijhouden, games spelen – het gaat allemaal als een trein. Uit onze eigen test komt naar voren dat de processor soms een beetje inkakt, maar dan nog blijft het boven het niveau van de OnePlus 12, Galaxy S24 en zeker de recente Pixel-smartphones. OnePlus heeft altijd de neiging de chipset iets af te knijpen ten faveure van een lange accuduur; daar hebben we nu minder moeite mee. Al is het beter dat de fabrikant dit soort praktijken minder heftig zou inkleden.

©Wesley Akkerman

0,5x zoomen.

©Wesley Akkerman

2x zoomen.

©Wesley Akkerman

6x zoomen.

Heldere foto's met nadruk op blauw

Tot slot is de OnePlus 13 uitgerust met drie camerasensoren van 50 megapixel. Ten opzichte van de OnePlus 12 moet de telelens het met minder pixels doen, terwijl de groothoeklens er juist pixels bij krijgt. In beide gevallen kunnen we de camerasystemen niet betrappen op verschillen die enorm ver uit elkaar liggen. Over het algemeen maakt de OnePlus 13 redelijk heldere beelden die vooral overdag goed uit de verf komen. 's Avonds heeft het systeem de neiging om blauw wat prominenter te maken, maar de helderheid blijft bestaan.

Daardoor kan het zijn dat sommige avondfoto's wat minder natuurlijk ogen in vergelijking met die van bijvoorbeeld een Pixel 9 Pro. Maar daar staat tegenover dat er meer details bewaard blijven. Het kan zijn dat de OnePlus 13 licht te veel ruimte geeft, waardoor sommige shots op een zonnig moment wat detail of kleur verliezen. En zodra je voorbijgaat aan 6x inzoomen, ontstaan er meer problemen met details. De AI strijkt de beelden platter dan je zou willen, waardoor objecten hun finesse missen. Dat doet een dure Samsung dan weer beter.

©Wesley Akkerman

OnePlus 13 kopen?

Onderaan de streep doet de OnePlus 13 weinig fout. De dingen die we tijdens ons gebruik zijn tegengekomen, vinden we in elk geval geen dealbreakers. We weten dat OxygenOS al lang geen OxygenOS meer is en steeds meer richting Oppo's ColorOS kruipt. Daarnaast zijn de camerakwaliteiten nooit de reden geweest om voor OnePlus te kiezen. Dat betekent niet dat je geen mooie shots maakt met dit toestel, maar met andere premium smartphones heb je wellicht een betere ervaring. Het enige dat in de weg zit, is die minimale prijs van 999 euro.

Ook hier plaatsen we de kanttekening dat OnePlus op dit vlak veranderd is. Het merk is allang geen prijsvechter meer. Inmiddels is het basismodel vergelijkbaar geprijsd met concurrerende smartphones, waardoor er in feite een goede reden wegvalt om voor dit toestel te kiezen. Op de typische OnePlus-eigenschappen scoort de 13 gelukkig heel goed. De processor is razendsnel, de accu gaat lang mee, de software stottert niet en het scherm is even prachtig als energiezuinig. Los van die prijs is dit precies wat we van het Chinese merkt gewend zijn.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.