ID.nl logo
Wat mag er in de plasticbak en wat niet?
© martin bergsma / dutchscenery / mediagram
Huis

Wat mag er in de plasticbak en wat niet?

Lege flessen, oude kranten, groente- en tuinafval… Daarvan weten we wel in welke bak we het moeten gooien. Een stuk lastiger wordt het met lege koffiecupjes, chipszakken en kunststof kinderspeelgoed. Of met kapotte plastic tuinstoelen. Wat mag er allemaal bij het plastic afval en wat niet?

Dit artikel in het kort ♻️ Dit mag bij het plastic afval ♻️ Dit mag óók bij het plastic afval 🚯 Dit mag níet bij het plastic afval 🚯 Wat doe je met afval dat er niet bij mag?

Lees ook: Een milieuvriendelijk huishouden: zo wordt afval scheiden appeltje eitje

Jaarlijks gooien we in Nederland gemiddeld zo’n 490 kilo afval weg. Daarvan leveren we, zo heeft Milieu Centraal becijferd, 59 procent gescheiden in. De top 5 bestaat uit metalen verpakkingen/blik (95 procent gescheiden ingeleverd), elektrische apparaten, spaar- en ledlampen (81 procent), klein chemisch afval (81 procent), papier en karton (79 procent) en glas (76 procent). Plastic afval valt met 75 procent net buiten deze top 5. Drinkpakken komen nog vaker bij het restafval terecht: slechts 54 procent wordt gescheiden ingeleverd. Dat kan beter! 

Waarom zou je je afval scheiden?

Behalve dat het goed is voor het milieu (want veel van het afval dat gescheiden wordt ingeleverd kan gerecycled worden), is er een reden die voor veel mensen minstens zo belangrijk is: geld. In steeds meer gemeenten moet je betalen voor de hoeveelheid afval die je kwijt wilt. Dit systeem heet Diftar – geDIFferentieerde TARieven. De bedragen daarvoor variëren per gemeente. Hoe meer je weggooit (dus hoe vaker je kliko geleegd moet worden of je de klep van de ondergrondse container opent), des te meer je moet betalen. En hoe minder je weggooit … juist. De overheid wil overigens dat we in 2025 per persoon per jaar nog maar maximaal 30 kilogram restafval weggooien. Dan hebben we nog een flink eind te gaan: volgens de meest recente cijfers van het CBS was de stand in 2022 nog 183 kilo per inwoner.

Dit mag bij het plastic afval

De PBD-afvalbak (dit is de officiële naam voor de plasticbak; de afkorting staat voor plastic verpakkingen, blik en drinkpakken) is niet alleen voor plastic bestemd; er mag veel meer in. Naast lege plastic verpakkingen en metalen verpakkingen zoals blikjes en deksels mag je ook lege melk- en drinkpakken erbij doen. Denk bij plastic verpakkingen niet alleen aan de zak waar je brood in zit of het folie om een tijdschrift, maar ook aan shampooflessen, lege pakken pasta, tandpastatubes, plastic yoghurtbekers Deze items worden later gescheiden en gerecycled. Kleine plastic voorwerpen (bijvoorbeeld klein speelgoed) mag er ook bij, mits ze alleen uit plastic bestaan en er niet ook stukjes metaal of batterijen in zitten. Ook aluminiumfolie en cupjes voorin waxinelichtjes hebben gezeten mogen erbij.

💡 Tip: Schroef plastic doppen terug op de lege verpakking (die je eerst hebt dubbelgevouwen). Zo voorkom je dat ze tijdens het recyclen door de sorteerzeef vallen en alsnog gewoon verband worden.

©luismolinero

Plastic flessen en blikjes Sinds 1 juli 2021 zit er statiegeld op kleine plastic flesjes, sinds 1 april 2023 ook op blikjes. Die gooi je dus nóch in de plasticbak, nóch bij het restafval (want dan gooi je letterlijk geld weg). Lege flessen bewaren is één ding (want daar draai je gewoon de dop weer op), maar blikjes kunnen gaan lekken en stinken. Gelukkig zijn er genoeg manieren om ook die handig en hygiënisch te bewaren, zoals je in dit artikel kunt lezen.

Dit mag óók bij het plastic afval

Veel mensen denken dat plastic met een metaallaagje, zoals bijvoorbeeld lege chipszakken en lege(!) medicijnstrips, bij het restafval moeten. Dat was inderdaad zo, tot begin 2020. Sindsdien zijn de regels veranderd: tegenwoordig mag dit soort afval gewoon in de PBD-bak.

©Lemonsoup14

Dit mag niet bij het plastic afval

Plastic met een metaallaagje mag dus, maar niet altijd. Zo moeten lege koffiecupjes bij het restafval: daar blijft altijd koffiedrab in achter, waardoor ze niet als PBD gerecycled kunnen worden. Ook netjes die bijvoorbeeld om mandarijnen of sinaasappels zitten en piepschuim mogen er niet bij. Dat geldt ook voor metalen spuitbussen, bijvoorbeeld van deodorant of slagroom: daar kunnen nog drijfgassen in zitten. Die gaan dus ook bij het restafval. Lege verfblikken zijn van metaal, maar moeten apart worden ingeleverd. Zijn ze echt helemaal leeg en schoon, dan mogen ze bij het restafval (of je levert ze in bij de ijzerbak van de milieustraat). Zit er nog een restje verf in? Dan horen ze bij het klein chemisch afval.

Ook het formaat speelt een rol. Kapotte tuinstoelen, plastic trapauto’s, lege speciekuipen: iets kan dan wel helemaal van plastic zijn, maar als het groter is dan 75 centimeter, dan moet je ermee naar de milieustraat, of een afspraak maken voor grof vuil.

Kapotte tuinstoelen naar het grof vuil?

Tijd voor nieuwe!

Niet in de PBD-bak, wat nu?

Als iets niet in de plastic afvalbak mag, wat doe je er dan mee? Voor sommige van deze items zijn er specifieke inzamelpunten, zoals voor elektronica of gevaarlijk afval. Ander materiaal dat niet recyclebaar is, zoals die oude tuinslang, kan soms een nieuw leven krijgen in een creatief project. En als er geen andere optie is, dan hoort het bij het restafval.

Goed afval scheiden: zo pak je dat aan

Effectief recyclen begint bij het bewust worden van wat je koopt en hoe je het weggooit. Een goede gewoonte is om verpakkingen schoon te maken voordat je ze weggooit, omdat voedselresten het recyclingproces kunnen verstoren. Het is ook handig om te onthouden dat niet alles wat van plastic is, in de plastic afvalbak thuishoort. Check bij twijfel altijd de lokale richtlijnen of de afvalscheidingswijzer.

©PBXStudio

Scheiden via een app

Twijfel je vaak of iets in een bepaalde bak mag? Download dan de Afvalscheidingswijzer (iOS | Android). Je kunt de Afvalscheidingswijzer ook via je browser raadplegen.  

Smartphone voor je Afvalscheidings-app 👇

Goedkoop én goed!

De populairste smartphones tot 200 euro

Powered by Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.