ID.nl logo
Drie grote smartphones die worden verwacht in 2020
© Reshift Digital
Huis

Drie grote smartphones die worden verwacht in 2020

Waar die vouwbare smartphones toch zijn gebleven, waarvan we dachten dat ze 2019 zouden domineren, daar hebben we het niet meer over. Laten we ons na die roerige jaar in de smartphonewereld richten op het nieuwe jaar: 2020. Deze drie grote smartphones worden in ieder geval verwacht.

Benieuwd naar de beste smartphones van dit moment volgens onze redactie? Je vindt ze in dit artikel!

iPhone 12

Natuurlijk wordt er ook in 2020 een iPhone verwacht. Het belooft het jaar te worden van de iPhone 12. De telefoon schijnt voor het eerst een OLED-scherm te krijgen in plaats van een Apple Liquid Retina-display. Daarnaast verandert ook de grootte van de schermen: Apple gaat naar 5,4 en 6,1 en 6,7 inch, mogelijk met een refreshrate van 60Hz tot 120Hz. Die laatste is enorm snel en doet bijvoorbeeld scrollen op het internet of door een social media timeline aanzienlijk soepeler aanvoelen.

Apple had een tijd onenigheid met Qualcomm, waardoor het niet optimaal gebruik kon maken van de chips van die fabrikant. Nu dat geschil is opgelost, wordt verwacht dat iPhones worden voorzien van de beste Qualcomm-chips. Dat moet ook wel, want iPhone 12 moet veel meer kunnen, waaronder ontgrendelen met Touch ID over het hele scherm. Je hoeft dus niet je vinger op een specifieke plek te leggen, maar simpelweg ergens op het display.

Waar iPhone 11 nog redelijk dezelfde look heeft als eerdere iPhones, schijnt dat voor iPhone 12 niet te gelden. Apple’s smartphone zou een rigoureus nieuw design krijgen. Naast dat de telefoons weer wat kleiner worden, zou er mogelijk zelfs nog een iPhone 12 SE2 komen met een 4,7 inch-scherm (wel LED). Er wordt ook gesproken over iPhones die op 5G kunnen, wat een goede zet zou zijn: ook in Nederland is de verwachting dat 5G in 2020 zijn toevlucht neemt.

De smartphone schijnt te worden voorzien van drie of vier camera’s en een speciale sensor die nog beter kan omgaan met 3D. Er schijnt ook te worden gewerkt aan nieuwe en snellere Face ID met een kleinere selfiecamera, wat zou betekenen dat de notch van de nieuwe telefoon aanzienlijk kleiner of zelfs in zijn geheel verdwijnt. De camera wordt namelijk mogelijk onder het scherm geplaatst, een techniek die we onder andere al zagen bij Oppo.

Als we kijken naar de historie van iPhone-aankondigingen, dan kunnen we voorzichtig zeggen dat de iPhone 12 waarschijnlijk op de tweede dinsdag van september wordt onthuld. Een van de grote hamvragen is tot slot welke uitgang de telefoons hebben: zal Apple eindelijk USB-C introduceren op iPhones?

©PXimport

Dit zijn de trends van 2020 op smartphonegebied.

Samsung Galaxy S20

Van de Samsung Galaxy S20 (of gaat hij toch gewoon de S11 heten?) is inmiddels al enorm veel gelekt, waaronder dat hij 5G ondersteunt. Dat is waarschijnlijk omdat Samsung Galaxy S20’s onthulling al in februari wordt verwacht. Vooral op het gebied van camera’s, want de Galaxy S20 schijnt een 48MP telefoto-camera te hebben met de mogelijkheid om 5x optisch te zoomen. Dat is echter niet de hoofdcamera, want dat is een lens die 108 megapixel kan schieten. Er zit technologie in die ervoor zorgt dat vooral fotograferen in ruimtes die niet zo goed verlicht zijn toch heel succesvol is. De selfiecamera is juist wat kleiner, mede om designredenen.

De telefoon moet snel kunnen schakelen tussen taken en mogelijk gaming een nog betere ervaring te maken door de toevoeging van de Snapdragon 865-chip. Er komt bovendien een vingerafdrukscanner in die veel groter is dan die van de vorige telefoon uit deze lijn, de Galaxy S10, om te zorgen dat je je vinger op iets meer plekken op het scherm kunt leggen om het toestel te ontgrendelen. Bovendien schijnt er dan ook ruimte te zijn voor twee vingerafdrukken, die je weer kunt gebruiken voor zaken die extra beveiliging nodig hebben zoals banktransacties.

De batterij van Galaxy S20 belooft groter te zijn, mede om 5G mogelijk te maken. Dat heeft namelijk meer energie nodig dan 4G. De batterij is waarschijnlijk supersnel te laden met 45W. Het verdere design van de telefoon belooft redelijk gelijk te zijn aan dat van de Galaxy S10. Het toestel schijnt te komen in blauw, roze, zwart en wit. Het scherm is waarschijnlijk 6,4 inch, 6,7 inch en 6,9 inch, afhankelijk van welk model je kiest. Dat is een flinke groei ten opzichte van S10, die kwam in 5,8 inch, 6,1 inch en 6,4 inch. Samsung is dol op curves en de verwachting is dan ook dat ook Galaxy S11 een curve heeft, maar niet zo hevig als het watervalscherm dat Huawei Mate 30 Pro heeft. Het scherm heeft een 90Hz-scherm, misschien zelfs 120Hz, wat zeker in combinatie met de Snapdragon-chip voor een soepele internet- en game-ervaring moet zorgen.

©PXimport

OnePlus 8

OnePlus heeft in 2019 niet alle fans even blij gemaakt door slechts vijf maanden na de OnePlus 7 al met de OnePlus 7T te komen. OnePlus is altijd weer een verrassing: soms is de notch helemaal weg, soms is hij druppelvormig en bij OnePlus 8 belooft het weer iets anders te worden. De verwachting is dat er een soort perforator-achtig ‘gaatje’ in het scherm komt, waarin de selfiecamera zit. Verder is het scherm volledig gevuld over de voorkant van het toestel. Het scherm is 6,5 inch, wat ongeveer hetzelfde is als bij OnePlus 7T. Het is 1080p en OLED.

Het toestel is bovendien afgerond, in tegenstelling tot de rechtere vormen die de toestellen eerder hadden. Niet dat alles helemaal anders is, want de verwachting is dat de achterkant wel is zoals die van de OnePlus 7 Pro. Dat betekent dat er drie camera’s in de achterkant zitten die in een rij zijn opgestapeld. Bovendien is de verwachting dat er weer 90Hz-displaytechnologie in het toestel zit, wat betekent dat scrollen op het internet lekker vlug gaat. Dat er net als bij Samsung’s paradepaardje een Snapdragon 865 inzit helpt daarbij, want dat is een chip die naar verwachting wordt gebruikt in game-telefoons, iets waar OnePlus sowieso wel oren naar heeft. Die chip maakt het mogelijk om veel tegelijk te doen, iets wat belangrijk is bij gamen. Immers is het daarbij belangrijk dat de input van de handen snel wordt doorgevoerd, maar ook dat het beeld niet hapert.

Er schijnt iets revolutionairs voor OnePlus-toestellen naar nummer 8 te komen, namelijk draadloos opladen. In tegenstelling tot de concurrentie heeft geen enkel OnePlus-toestel dat tot nu toe gehad, terwijl dat wel iets is wat bij OnePlus zou passen. Het is iets waar door de community naar wordt gevraagd. Inmiddels is OnePlus allang niet meer het bedrijf dat high end telefoons vrij low budget uitgeeft, dus verwachten we dat ze ook wat dit betreft iets meer richting de andere high end-telefoons gaan. Overigens zijn er ook geruchten dat er een OnePlus 8 Lite komt, die een scherm heeft van 6.4 inch, maar daarover zijn helemaal weinig details bekend.

©PXimport

Alles wat in dit artikel staat is gebaseerd op geruchten: Samsung, Apple en OnePlus hebben zelf nog geen officiële aankondigingen gedaan. De beelden in dit artikel zijn dan ook de voorgangers van deze telefoons. Of en wanneer die nieuwe uitkomen en in hoeverre ze inderdaad zijn wat de geruchtenmolen voorspelt, dat weten we over een klein jaartje.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.