ID.nl logo
iPhone 11 - Apple's Toegankelijkste iPhone
© Reshift Digital
Huis

iPhone 11 - Apple's Toegankelijkste iPhone

Je zou denken dat de iPhone 11 de iPhone XS (10S) opvolgt. Maar eigenlijk is deze smartphone meer te vergelijken met de iPhone XR, die Apple vorig jaar gelijktijdig aankondigde. De iPhone 11 is niet Apple’s beste smartphone, dat is de iPhone 11 Pro. Maar is het een verstandige keuze? Dat lees je in deze review.

In 2018 lanceerde Apple de iPhone XR, een iets minder dure smartphone naast de iPhone XS, die op zijn beurt de iPhone X opvolgde. De iPhone XR voelde een beetje aan als een smartphone die expres wat minder goed gemaakt was om mensen alsnog over te halen voor de duurdere iPhone XS te kiezen. Dat gevoel heb ik nu iets minder, nu de iPhone XR op is gevolgd door deze iPhone 11 en de iPhone XS door de iPhone 11 Pro. Dat heeft te maken met het feit dat iPhone 11 Pro dankzij zijn camera indrukwekkender is dan de iPhone XS een jaar terug en ook de iPhone 11 een veelzijdigere camera heeft dan iPhone XR. Hierdoor kan deze nieuwe iPhone 11 op dat gebied ook meekomen met andere smartphones in deze prijsklasse. Tevens zijn prestaties van de iPhone 11 en iPhone 11 Pro nagenoeg gelijk.

Het ontwerp is onmiskenbaar, net als de iPhone XR is de smartphone is diverse fraaie kleuren verkrijgbaar en is de bouwkwaliteit dik in orde. Hoewel het toestel door zijn glazen achterzijde kwetsbaar is. Het maakt echter wel het draadloze opladen van de iPhone 11 mogelijk. De achterzijde van deze iPhone 11 heeft net als de Pro-uitvoering een vierkant camera-eiland, wat niet echt een fraai design is. Het vierkant steekt uit de behuizing en uit het vierkant steken de camera’s. Een hoesje is daardoor ook echt wel nodig om dit nog een beetje weg te werken.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Krachtige chipset

Ten opzichte van zijn voorganger heeft de iPhone 11 meer rekenkracht verkregen, sterker nog de A13-processor waar de iPhone 11 over beschikt is ook aanwezig op de iPhone 11 Pro. Deze processor is uitermate krachtig en presteert beter dan de Snapdragons waarmee Androids uitgerust zijn. Ook is de iPhone 11 redelijk zuinig in gebruik. Met een opgeladen accu kun je zo’n anderhalve dag doen, en dat is prima. Dat komt enerzijds door de accucapaciteit, die ietsje vergroot is ten opzichte van iPhone XR (3.110 mAh in plaats van 2.942 mAh), maar ook door de gebruikte onderdelen. Positief, in de vorm van de chipset en negatief in de vorm van het scherm, waar ik zo op terugkom.

Aanmerkingen

Toch zijn er dingen aan te merken op de iPhone 11, die ook niet goed waren op de iPhone XR van vorig jaar. Zo is er de prijs, die nog altijd niet in verhouding staat met wat je ervoor terugkrijgt. Ook het scherm is wat op niet goed genoeg. Waar LCD-panelen door concurrenten alleen gebruikt worden in budgetsmartphones en hoofwaardige oledpanelen de standaard zijn, durft Apple net als de iPhone XR de iPhone 11 te voorzien van een lcd-scherm, dat bovendien een te lage resolutie heeft die nog niet eens full-HD genoemd kan worden. En dat zie je, ondanks dat het scherm voor lcd-begrippen goede beeldkwaliteit biedt en de schermhelderheid in orde is. Apple’s marketing prijst het scherm aan met nietszeggende termen als ‘liquid retina’ en ‘het beste lcd scherm ooit’, maar het is een strik om een drol. Een smartphone van 800 euro verdient gewoon beter: oled en full-HD. Keerzijde is echter wel dat het verouderde scherm minder zwaar weegt op de accu, wat de aardige accuduur verklaart.

©PXimport

Rondom dit scherm zijn ook flinke schermranden aanwezig, evenals een scherminkeping aan de bovenzijde voor de microfoon, camera en andere sensoren. Fraai is het niet. Herkenbaar wel. Ook de andere aanmerkingen laten zich raden. De 3,5 mm-poort ontbreekt en zelfs naar een dongel kun je fluiten. Ook een snellader ontbreekt in de doos, punten waarmee Apple ongekend gierig overkomt. Wil je je toestel sneller opladen dan de 5 watt-oplader uit de doos, dan kun je nog eens 35 euro aftikken voor alleen de 18 watt stekker. Bovendien gaat het opladen nog altijd via de verouderd rakende Lightning-poort, terwijl de concurrentie en andere Apple-apparatuur al mijlenver voorop liggen met usb-c.

Camera van de iPhone 11

Het voelde vorig jaar flauw dat Apple ook op de camera beknibbelde bij de iPhone XR, terwijl de ontwikkelingen op dit gebied zo hard gaan. De camera maakte prima foto’s, maar functioneel bleven de mogelijkheden achter. Omdat de iPhone 11 is uitgerust met een dualcam, komt de camera qua mogelijkheden ook weer mee. Dankzij de twee lenzen heb je naast de mogelijkheid om gewone foto’s te maken, ook de mogelijkheid om groothoekfoto’s te maken. Waarmee je dus meer kunt vastleggen. Opvallend is dat de groothoeklens qua kwaliteit niet erg veel onderdoet, terwijl bij veel andere smartphones met meerdere lenzen je behoorlijk in moet boeten op de kwaliteit wanneer je de groothoeklens gebruikt. Ook is er een nachtmodus toegevoegd, waarmee je in het donker alsnog behoorlijk wat weet vast te leggen.

De camera van de iPhone 11 maakt kwalitatief erg goede foto’s. Realistisch, gedetailleerd en met een prima dynamisch bereik. Ondanks de nachtmodus weet de camera in moeilijke lichtomstandigheden echter niet de beste foto’s te maken. Wil je echter de allerbeste camera, dan kun je beter voor de iPhone 11 Pro kiezen, of de Huawei P30 Pro die functioneel veel meer kan met zijn nachtmodus en periscoop-zoomlens.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

De gewone camera (links) en de groothoekcamera (rechts) van de iPhone 11.

iOS 13

Natuurlijk draait de iPhone op Apple’s eigen besturingssysteem iOS 13. Het maakt de iPhone enerzijds bijzonder gebruiksvriendelijk en stabiel, maar anderzijds oogt het verouderd, statisch en voelt het voor gevorderde gebruikers als een gesloten inrichting, waarbij basisfuncties als het veranderen van de standaardbrowser nog altijd ontbreken. Daarentegen legt iOS je in een gespreid bedje van Apple-diensten en kan iedereen ermee overweg, of je nu 4 of 80 jaar oud bent. Het grootste voordeel is echter dat Apple zorgt voor prima ondersteuning middels updates, die niet alleen snel worden uitgerold, maar ook jarenlang deze updates blijven ontvangen.

Alternatieven voor de iPhone 11

Zelfs voor de betaalbaarste nieuwe iPhone betaal je schrikbarend veel te veel. Bedenk daarbij dat het basismodel (€ 809,-) van de iPhone 11 64GB heeft, wat een beetje karig is. Het is niet verrassend, bij Apple, maar wees je ervan bewust dat je voor minder geld beter kunt krijgen. Een Xiaomi Mi 9T Pro biedt voor praktisch de helft van de prijs een completere telefoon en als je vergelijkbare veiligheid en ondersteuning zoekt, kun je ook terecht bij de Google Pixel 3A of een smartphone met Android One.

Ten opzichte van de iPhone 11 Pro heb je met deze iPhone 11 wel een prima deal. De Pro-variant wint het met name op cameragebied en beschikt wel over een modern smartphonescherm, maar ben je bereid op deze gebieden genoegen te nemen met wat minder, dan bespaar je daar wel veel geld mee. Bovendien zijn de prestaties nagenoeg gelijk.

Conclusie: iPhone 11 kopen?

Met de iPhone 11 heb je weer een veilige keuze voor een smartphone waar je jaren mee vooruit kunt. De camera is veelzijdiger, wat wel zo prettig is, de chipset presteert uitmuntend en ook de accuduur is dik in orde. Alleen moet je genoegen nemen met een verouderd scherm en andere typische Apple-hebberigheid, zoals de prijs, ontbreken van een snellader, aansluitingen en het basis-opslaggeheugen.

Goed
Conclusie

**Prijs** vanaf € 809,- **Kleuren** Zwart, wit, rood, groen, paars, geel **OS** iOS 13 **Scherm** 6,1 inch lcd (1792x836) **Processor** hexacore (Apple A13) **RAM** 4 GB **Opslag** 64, 256 of 512 GB **Batterij** 3.110 mAh **Camera** 12 megapixel dualcam (achter), 12 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5, wifi, gps **Formaat** 15,1 x 7,6 x 0,8 cm **Gewicht** 194 gram **Overig** Lightning, esim **Website** [www.apple.com](https://www.apple.com/nl/shop/buy-iphone/iphone-11)

Plus- en minpunten
  • Accuduur
  • Software-ondersteuning
  • Gebruiksvriendelijk
  • Krachtig
  • Geen snellader
  • Geen 3,5 mm jack en dongel
  • Geen usb-c
  • Prijs
  • Scherm
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.