ID.nl logo
Review Sony XR-65X95K - Kan mini-led de strijd nog aan?
© Reshift Digital
Huis

Review Sony XR-65X95K - Kan mini-led de strijd nog aan?

Met de X95K zet Sony vrij hoog in, en dan hebben we het niet enkel over de prijs. Met een miniled achtergrondverlichting moet deze LCD-tv de strijd aankunnen met Sony’s eigen OLED-modellen. Maar is dat een realistische verwachting?

Uitstekend
Conclusie

Voor wie op zoek is naar een tv die in een goed verlichtte woonkamer nog sprankelend beeld levert, is deze X95K een prima keuze. Sportliefhebbers profiteren het meest van zijn hoge helderheid, ruim kleurbereik, en goede bewegingsscherpte en ook voor gamers heeft hij heel wat te bieden. Voor filmfans is het matige eigen contrast niet ideaal, daardoor kan je in HDR immers halo’s zien als de achtergrond van het beeld donker is. Uitstekende beeldverwerking, een goede audioconfiguratie, en Google TV zorgen in elk geval voor een erg volledig uitgeruste tv. Alleen jammer dat de prijs zo hoog is, die vinden we moeilijk te verantwoorden.

Plus- en minpunten
  • Hoge piekhelderheid en zeer ruim kleurbereik
  • Uitstekende beeldverwerking
  • Relatief brede kijkhoek
  • Prima audioprestaties, Dolby Atmos
  • HDMI 2.1-aansluitingen met veel gaming features
  • Nieuwe, handige en eenvoudigere afstandsbediening
  • Local dimming halo’s zichtbaar in HDR
  • Slechts twee HDMI 2.1-aansluitingen
  • Dolby Vision en 4K120 niet te combineren via HDMI

Sony XR-65X95K

  • Adviesprijs: 3.700 euro
  • Schermtype: FALD (36x12) lcd
  • Formaat: 65 inch / 164 cm
  • Afmetingen incl. voet: 1443 × 907 × 343mm
  • Gewicht incl. voet: 33kg
  • Aantal HDMI-poorten (versie): 2x (2.0) / 2x (2.1)
  • Verbruik (SDR/HDR): F (113 watt) / G (156 watt)

Het lijkt er op alsof Sony dit jaar voor expliciet stoere ontwerpen koos. Naast de A95K die ook al verrassend zwaar was voor een OLED-tv, blijkt nu ook de met miniled uitgeruste X95K een redelijk zwaargewicht. Minileds zijn dus geen garantie voor een slanke tv. Het toestel zelf is zes centimeter dik, en het staat op twee stevige voeten die zowel voor als achter het toestel flink wat plaats eisen. 

Maar we moeten Sony wel een ding nageven, het design is mooi. De titaniumkleurige accenten, de speels afgewerkte rug, het fijne kader, we zien het wel graag. Voor de voeten heb je overigens drie opties om ze te monteren, breed, smal en breed waarbij je het scherm wat hoger boven het meubel zet. Die laatste optie is er om soundbars een plaats te geven.

Aansluitingen

Als je op de A95K al geen vier HDMI 2.1-aansluitingen kreeg, dan mag je ze ook op de X95K niet verwachten. Twee maal HDMI 2.0 dus en twee maal HDMI 2.1 (met ALLM, VRR en ARC/eARC). De input-lag bedraagt 19,6 ms (4K60) en 11,0 ms (2K120), verleidelijk genoeg om gamers aan te trekken. Maar voor Xbox Series X gamers kan er wel een horde zijn. De HDMI 2.1-aansluiting kan immers niet én Dolby Vision én 4K120-VRR tegelijk ondersteunen, je moet via de instellingen een van beide kiezen. 

De rest van de aansluitingen levert geen verrassingen. Twee maal usb, een composiet video en stereo minijack ingang, een optisch digitale audio-uitgang, bluetooth voor de remote en/of een hoofdtelefoon, ethernet en wifi. Er is een dubbele tv-tuner voorzien en één CI-plus slot, je kan tv kijken tegelijk een ander kanaal opnemen als je een usb-harde schijf aansluit. 

©PXimport

Backlight Master Drive

Het scherm van de X95K is een VA-paneel met X-Wide Angle en X-Anti reflection=film. Van een VA-paneel verwachten we goed contrast en een beperkte kijkhoek, maar door die speciale film zijn de eigenschappen duidelijk veranderd.

Zo meten we een ANSI-contrast van ongeveer 1.500:1, een flink eind onder de typische 3.000:1 of meer die je van VA mag verwachten. De kijkhoek is inderdaad wel beter, al blijft het zaak om niet al te ver uit het centrum te gaan zitten, dan verlies je toch wat contrast en kleur. Reflecties worden goed getemperd, maar hebben wel een kenmerkend gekleurd, uitgesmeerd effect.

Dan is het dus aan de op minileds gebaseerde achtergrondverlichting met local dimming om die contrastprestaties te verbeteren. De X95K gebruikt 36x12 (432) zones. Daarmee kan het het ANSI-contrast optrekken naar 4.000:1, en zelfs hoger op andere patronen. In SDR levert dat prima resultaten. Het dimming-algoritme volgt snel, en zones blijven nagenoeg altijd onzichtbaar. Maar dat is anders in HDR. 

Daar pompt de X95K heel wat licht uit, en dat matige eigen contrast zorgt er dan onvermijdelijk voor dat heldere voorwerpen een halo hebben tegen een donkere achtergrond, of in sommige gevallen zijn de zonegrenzen licht zichtbaar.

©PXimport

 Bij heldere content speelt dat probleem niet, maar in donkere beelden mag je er echt niet opletten of het springt steevast in het oog. Voor een tv die met de naam Backlight Master Drive herinneringen oproept aan de befaamde 2016 ZD9 is dat toch wat teleurstellend. En al helemaal voor een toestel dat het moet opnemen tegen OLED.

Over piekhelderheid gesproken, de X95K levert een ruime 1.435 nits op een 10% venster in HDR, en zelfs nog 685 nits op een volledig wit veld. Het kleurbereik is met 93% P3 ook erg goed. Gecombineerd met de goede tonemapping zijn HDR-beelden dan ook erg knap. De kleuren sprankelen en heldere scènes geven een heel krachtige indruk. 

Het scherm toont veel schaduwnuances, maar verbergt een beetje witdetail, al zal dat zelden opvallen. De ‘Gebruiker’ beeldmode is zowel in SDR als HDR de keuze die de beste kalibratie en meest natuurlijke beelden levert.

Mooi beeld uit elke bron

Of je nu wat oudere content streamt of van een dvd haalt, live tv bekijkt, of de laatste nieuwe Ultra HD Dolby Vision content bekijkt, de Sony Cognitive Processor XR zet het allemaal optimaal op het scherm. Hij scoort goed voor deinterlacing, ruisonderdrukking en upscaling. Oudere bronnen geef je met ‘Reality Creation’ bovendien wat extra detail en diepte zonder storende valse contouren. 

Hinderlijke kleurstroken in zachte kleurovergangen zijn voor heel wat andere tv’s een lastige opgave, maar de Sony werkt die uitstekend weg, zelfs in onze moeilijkste testscènes. De slimme lichtsensor past de helderheid aan, maar ook de tooncurve. Met dat laatste maakt hij zwartnuances beter zichtbaar als er veel omgevingslicht is. De bewegingsscherpte van het paneel is vrij goed. In snel bewegende scènes verlies je een minimum aan detail, of hebben snel bewegende voorwerpen een dunne vage rand. 

Binnen MotionFlow kan je een Black Frame Insertion activeren om zo extra detail tevoorschijn te halen, al veroorzaakt dat dan soms een kleine dubbele rand, in plaats van een vage rand. Bij motion interpolation lijkt de processor helaas soms niet te kunnen volgen. In snelle pan-beelden zijn er dan ook vrij veel beeldfouten zichtbaar of schokt het beeld toch nog.

©PXimport

Goede audioprestaties

De Acoustic Multi-Audio oplossing heeft onderaan twee woofers en twee midrange luidsprekers. De twee tweeters kregen een hogere positie, bovenaan aan de zijkant van het scherm. Zij zorgen er voor dat het geluid uit het scherm lijkt te komen ook al zitten de luidsprekers voornamelijk onderaan. De 6x 10 Watt vermogen zijn in elk geval voldoende voor krachtig geluid. 

Onze filmfragmenten kunnen we lekker luid zetten, er is behoorlijk wat bas en inderdaad, de dialogen lijken vrij goed uit het centrum te komen. De klank is aangenaam en je hoort zelden vervorming. Bij muziek kan dat iets meer opvallen als je echt veel volume vraagt. 

De Dolby Atmos ondersteuning levert ook een fijne surroundervaring, weliswaar zonder een echt hoogte effect. Je kan de klank ook laten bijsturen voor de kamerakoestiek met een korte testprocedure. 

©PXimport

Google TV met wat extra's

Het smart tv-deel wordt verzorgd door Google TV. Daarmee haal je het rijkste aanbod apps in huis en Google Cast. Sony biedt je verder ook Airplay 2 en een eigen streaming dienst met films van Sony Pictures, Bravia Core. In tegenstelling tot bij de A95K is de Bravia Cam niet standaard meegeleverd. Maar gezien het beperkte nut, zien we weinig reden om die als die optie aan te schaffen. 

Sony gebruikt al enkele jaren dezelfde chipset, een MediaTek MT5895 met quad-core ARM Cortex-A73 CPU, 3GB RAM en Mali-G52 GPU. Die zorgt voor een vlot werkende interface, je navigeert snel en zonder aarzelen door de menu’s en het Google TV aanbod. 

De afstandsbediening is dezelfde als die van de A95K. De vernieuwde en vooral vereenvoudigde layout, met minder toetsen past beter het gebruik nu we steeds meer streamen. Geen paniek als je ze even niet terug vindt. Via Find My Remote in de Google Home app laat je de afstandsbediening oplichten en geluid maken.

©PXimport

Conclusie

Voor wie op zoek is naar een tv die in een goed verlichtte woonkamer nog sprankelend beeld levert, is deze X95K een prima keuze. Sportliefhebbers profiteren het meest van zijn hoge helderheid, ruim kleurbereik, en goede bewegingsscherpte en ook voor gamers heeft hij heel wat te bieden. 

Voor filmfans is het matige eigen contrast niet ideaal, daardoor kan je in HDR immers halo’s zien als de achtergrond van het beeld donker is. Uitstekende beeldverwerking, een goede audioconfiguratie, en Google TV zorgen in elk geval voor een erg volledig uitgeruste tv. Alleen jammer dat de prijs zo hoog is, die vinden we moeilijk te verantwoorden.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.