ID.nl logo
Review Hisense 55U8HQ – Verrassend in het middensegment
© Reshift Digital
Huis

Review Hisense 55U8HQ – Verrassend in het middensegment

Hisense heeft voor budgetbewuste kopers heel wat te bieden. Deze 55U8HQ bijvoorbeeld pakt niet enkel uit met een minileds en quantum dots maar ook met universele HDR-ondersteuning, een stevige audioconfiguratie en flink wat gamerfeatures.

Fantastisch
Conclusie

Hisense zet met de 55U8HQ een uitstekende prestatie neer, en dat voor een bijzonder scherpe prijs. Bij de minpunten moeten we het matige contrast aanstippen, en de local dimming die in donkere HDR-beelden wat zichtbaar kan zijn. Maar laat je dat niet ontmoedigen. De 55U8HQ voelt zich perfect op zijn gemak in een verlichtte woonkamer waar heldere content overweegt. Daar kan hij zijn stevige helderheid, ruim kleurbereik en universele HDR-ondersteuning optimaal uitspelen. Het scherm heeft bovendien een vrij ruime kijkhoek. De krachtige audioprestaties laten een uitstekende indruk na. VIDAA U is een prima smart tv-systeem, al loopt het nog een beetje achter op de concurrenten als het over ondersteuning van lokale apps gaat.

Plus- en minpunten
  • Prijs
  • Heel veel helderheid
  • Mooi, ruim kleurbereik
  • Knappe HDR-beelden
  • Dolby Vision IQ en HDR10+
  • VIDAA U is gebruiksvriendelijke en vlot
  • Zeer goede audioprestaties, Dolby Atmos
  • HDMI 2.1 met alle gamer-features
  • Matig contrast
  • Local dimming zones soms zichtbaar in HDR
  • VIDAA U mist nog wat lokale streaming-apps

Hisense 55U8HQ

  • Adviesprijs: 999 euro
  • Wat: Ultra HD LCD-tv (MiniLED FALD, 14x8 zones, Quantum Dot)
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x V2.0, 2x V2.1 eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x composiet video, 1x stereo minijack, 1x optisch digitaal uit, 2x USB, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: Dolby Vision IQ, HDR10+ Adaptive, HDR10, HLG, WiFi (802.11b/g/n/ac/ax) ingebouwd, VIDAA U6 OS, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot
  • Afmetingen: 1.233 x 784 x 300 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 24,5 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 82 (G) / HDR 170 watt (G)

Minileds maken de werking van de achtergrondverlichting efficiënter, maar ze zijn absoluut geen garantie voor een slank toestel. Getuige daarvan is deze Hisense, die een profiel van bijna acht centimeter heeft. Hisense heeft zijn best gedaan om het iets eleganter te maken. Het donkerzilver kader met lichtjes afgeschuinde randen, de stoffen afdekking van de luidsprekerbalk onderaan het toestel, die details geven het design toch wat flair. De tv staat stevig op een brede voetplaat, maar we vinden dat hals nog vrij hard voor en achter kan flexen. 

Nu ook met HDMI 2.1

Vorig jaar moesten de Hisense modellen die we testten het nog stellen met HDMI 2.0, dit jaar zijn er twee HDMI 2.1-aansluitingen beschikbaar. Die leveren 48 Gbps bandbreedte, en ondersteunen dan ook 4K120. 

Hisense heeft aan de gamers gedacht, ook ALLM en VRR (HDMI VRR en AMD Freesync) zijn beschikbaar en de input-lag van 7,6 ms (2K120) en 16,5 ms (4K60) zijn zonder meer uitstekend. De combinatie Dolby Vision en 4K120 is ook mogelijk. ARC/eARC is beschikbaar op een van de HDMI 2.1-aansluitingen. Nu zijn de audioprestaties erg goed, zoals we verder zullen zien, maar wie toch externe audio wil, houdt dus maar één HDMI 2.1-aansluiting over. 

©PXimport

De lijst aansluitingen bevat verder twee HDMI 2.0-aansluitingen, twee usb-slots, een composiet video en stereo cinch ingang, hoofdtelefoon en optisch digitale audio-uitgang, ethernet, wifi en bluetooth. Let op, een usb-poort, de ethernetpoort en de optisch digitale audio-uitgang wijzen naar achter.

Omdat ze wat verzonken in het chassis liggen, is de kans op wandmontage minder reëel. Het toestel beschikt over een DVB-T/T2/C-tuner, een DVB-S/S2-tuner en een CI+-slot. Live tv pauzeren en of opnemen kan met een externe usb harde schijf.

VIDAA U, een smart tv-systeem met toekomst

Van een smart tv-systeem eisen we in essentie maar vier zaken. Het moet vlot werken, de interface moet dus snel reageren. Het moet overzichtelijk zijn, zodat je geen eindeloze tijd moet klikken om ergens te geraken. Je moet het kunnen personaliseren, iedereen heeft immers zijn eigen favorieten. En het moet een zo uitgebreid mogelijke lijst van de belangrijkste en populairste apps ondersteunen. 

Met dat in het achterhoofd kunnen we VIDAA U goede punten geven. De interface werkt erg vlot, ook in het instellingenmenu. Het Home scherm is overzichtelijk, met centraal in beeld een rij apps. Die rij kun je aanpassen, zodat je favoriete apps vooraan staan. Bij sommige apps, zoals Netflix, verschijnt er een rij aanbevelingen zodra je de app-tegel selecteert. Verder naar onder staan er aanbevelingen uit verschillende streaming-diensten. Dat is minder nuttig, maar het stoort ook niet. 

©PXimport

Goede punten tot hiertoe. Voor personalisatie scoren we VIDAA U gemiddeld, dat onderdeel is overigens bij de meeste systemen maar matig. Je kan gebruikersprofielen instellen, maar zoals vermeld kan je op het Home scherm enkel de rij apps aanpassen.

En dan is er het aanbod. Voor internationale diensten is dat uitstekend. Er is YouTube, Netflix, Disney+, Amazon Prime Video, Apple TV+, maar nog geen HBO Max. Bij de lokale diensten is er nog ruimte voor verbetering. Nederland is al redelijk bediend: NPO Start, KIJK, en NLziet. In België is het aanbod nog leeg, maar Streamz en VTM Go zitten naar verluidt in de pipeline.

De nieuwe Hisense afstandsbediening verraste ons. In plaats van compacter en vooral eenvoudiger, gaat deze terug in de richting van meer toetsen, namelijk niet minder dan twaalf sneltoetsen voor apps. Dat vinden we echt overdreven, zeker aangezien het onwaarschijnlijk is dat je ze alle twaalf ook echt gebruikt. 

Over het onderste deel van de remote kunnen we duidelijk zijn. Het oogt ouderwets, maar de layout is goed, de toetsen hebben een aangename, lichte aanslag en de iconen of opschriften zijn duidelijk. Slechte punten verdient hij niet, maar goede punten eigenlijk ook niet.

Beperkt aantal dimming zones

©PXimport

Minileds en local dimming, dat zijn vaak garanties voor prima contrast, maar veel hangt ook af van het type LCD-paneel. Voor deze 55U8HQ is dat een ADS-paneel, een variant van IPS. Het is dan ook geen verrassing als we een ANSI-contrast van 1160:1 meten, dat is vrij typisch voor zo’n paneel. 

Hoeveel kan local dimming dat verbeteren? Het aantal zones is in elk geval vrij beperkt, 14x8 (112). In Filmmaker mode (SDR) halen we dan 1740:1 tot 2100:1. Dat is geen sterke verbetering, maar het dimming algoritme houdt zonegrenzen wel goed verborgen, terwijl je veel schaduwnuances krijgt. 

Een zachte halo rond grote heldere voorwerpen tegen donkere achtergrond is onvermijdelijk, maar dat stoort veel minder dan een zichtbare zonegrens. Lichtaccenten zijn begrijpelijk wat gedimd. 

Je kan nog beter zwart en contrast bekomen door Local Dimming op de medium stand te zetten, maar dan is het wel mogelijk dat je soms een zonegrens ziet.

In HDR Filmmaker mode loopt de tv tegen de grenzen van zijn contrast aan. Er verdwijnt redelijk wat zwartdetail en de tv kan niet vermijden dat je zonegrenzen ziet als de achtergrond erg donker is. Toch heeft de Hisense flinke troeven voor HDR. 

Om te beginnen ondersteunt hij alle belangrijke HDR-formaten, inclusief Dolby Vision IQ en HDR10+ Adaptive. De minileds leveren 1.440 nits piekhelderheid op een 10% venster en 588 nits op een volledig wit scherm. En dankzij de quantum dots heeft hij een kleurbereik van 96% P3, dat is zonder meer uitmuntend. De tonemapping grijpt ook erg goed in, waardoor hij zelfs op heel helder gemasterde beelden nog veel witnuances geeft, en prima kleuren. 

In overwegend heldere en kleurrijke beelden zet de Hisense dan ook bovengemiddelde prestaties neer. De kalibratie van de HDR Filmmaker mode is overigens erg goed, met enkel wat overgesatureerd rode tinten. In SDR heeft de Filmmaker mode een rode tint in de grijsschaal, en dat is bijvoorbeeld zichtbaar in huidstinten die er wat te rood uit zien.

©PXimport

Beeldverwerking

Goed nieuws, Hisense heeft een aantal van de kleine beeldverwerkingsfouten weggewerkt die we vorig jaar op hun modellen zagen. Daarmee komen ze ondertussen al sterk in de buurt van wat we bij andere merken zien. De deinterlacing van 1080i beelden is goed, de processor werkt willekeurige ruis vrij goed weg en de upscaling creëert relatief zachte beelden al is dat geen nadeel. Te scherpe beelden kan je vrijwel nooit ongedaan maken, terwijl je hier met een beetje extra scherpte het beeld wat meer pit kunt geven. 

Blokvorming ten gevolge van zware videocompressie en kleurstroken in zachte gradiënten blijven een zwakker punt. Die kan de processor niet effectief bestrijden. Het 120 Hz-scherm levert een goede bewegingsscherpte, sportfans en gamers zullen dat op prijs stellen. De tv beschikt over een black frame insertion optie, maar die leverde geen extra detail en kostte wel wat helderheid. De motion interpolation toont dat de processor wat extra spierkracht kan gebruiken. In snelle pans stottert beeld alsnog, en zijn er relatief veel beeldfouten.  

Sterke prestaties voor filmgeluid

De visuele inspectie van het toestel onthult al een flinke audioconfiguratie. Er is niet alleen de voorwaarts gerichte luidsprekerbalk onderaan het scherm, maar ook een woofermodule in de rug en zelfs opwaarts gerichte speakers bovenaan de achterzijde. Samen goed voor 70 Watt vermogen én de tv ondersteunt Dolby Atmos en DTS HD. 

©PXimport

Na een hele reeks filmfragmenten en muziekstukken zijn we overtuigd, dit is meer dan we verwacht hadden, zeker voor deze categorie. Schakel in de instellingen over naar Dolby Atmos (in plaats van DTS Virtual X) voor een aangenamere, vollere klank en test welke preset je het liefst hoort. De set produceert ruimschoots volume en gaat niet snel in vervorming, met een heel potige baslijn (soms wat te intens zelfs), en een flinke surrroundervaring. Alleen het Atmos hoogte-effect was minder intens dan verwacht. 

Conclusie

Hisense zet met de 55U8HQ een uitstekende prestatie neer, en dat voor een bijzonder scherpe prijs. Bij de minpunten moeten we het matige contrast aanstippen, en de local dimming die in donkere HDR-beelden wat zichtbaar kan zijn. Maar laat je dat niet ontmoedigen.

De 55U8HQ voelt zich perfect op zijn gemak in een verlichtte woonkamer waar heldere content overweegt. Daar kan hij zijn stevige helderheid, ruim kleurbereik en universele HDR-ondersteuning optimaal uitspelen. Het scherm heeft bovendien een vrij ruime kijkhoek. 

De krachtige audioprestaties laten een uitstekende indruk na. VIDAA U is een prima smart tv-systeem, al loopt het nog een beetje achter op de concurrenten als het over ondersteuning van lokale apps gaat.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.