ID.nl logo
Review Hisense 55U8HQ – Verrassend in het middensegment
© Reshift Digital
Huis

Review Hisense 55U8HQ – Verrassend in het middensegment

Hisense heeft voor budgetbewuste kopers heel wat te bieden. Deze 55U8HQ bijvoorbeeld pakt niet enkel uit met een minileds en quantum dots maar ook met universele HDR-ondersteuning, een stevige audioconfiguratie en flink wat gamerfeatures.

Fantastisch
Conclusie

Hisense zet met de 55U8HQ een uitstekende prestatie neer, en dat voor een bijzonder scherpe prijs. Bij de minpunten moeten we het matige contrast aanstippen, en de local dimming die in donkere HDR-beelden wat zichtbaar kan zijn. Maar laat je dat niet ontmoedigen. De 55U8HQ voelt zich perfect op zijn gemak in een verlichtte woonkamer waar heldere content overweegt. Daar kan hij zijn stevige helderheid, ruim kleurbereik en universele HDR-ondersteuning optimaal uitspelen. Het scherm heeft bovendien een vrij ruime kijkhoek. De krachtige audioprestaties laten een uitstekende indruk na. VIDAA U is een prima smart tv-systeem, al loopt het nog een beetje achter op de concurrenten als het over ondersteuning van lokale apps gaat.

Plus- en minpunten
  • Prijs
  • Heel veel helderheid
  • Mooi, ruim kleurbereik
  • Knappe HDR-beelden
  • Dolby Vision IQ en HDR10+
  • VIDAA U is gebruiksvriendelijke en vlot
  • Zeer goede audioprestaties, Dolby Atmos
  • HDMI 2.1 met alle gamer-features
  • Matig contrast
  • Local dimming zones soms zichtbaar in HDR
  • VIDAA U mist nog wat lokale streaming-apps

Hisense 55U8HQ

  • Adviesprijs: 999 euro
  • Wat: Ultra HD LCD-tv (MiniLED FALD, 14x8 zones, Quantum Dot)
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x V2.0, 2x V2.1 eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x composiet video, 1x stereo minijack, 1x optisch digitaal uit, 2x USB, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: Dolby Vision IQ, HDR10+ Adaptive, HDR10, HLG, WiFi (802.11b/g/n/ac/ax) ingebouwd, VIDAA U6 OS, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot
  • Afmetingen: 1.233 x 784 x 300 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 24,5 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 82 (G) / HDR 170 watt (G)

Minileds maken de werking van de achtergrondverlichting efficiënter, maar ze zijn absoluut geen garantie voor een slank toestel. Getuige daarvan is deze Hisense, die een profiel van bijna acht centimeter heeft. Hisense heeft zijn best gedaan om het iets eleganter te maken. Het donkerzilver kader met lichtjes afgeschuinde randen, de stoffen afdekking van de luidsprekerbalk onderaan het toestel, die details geven het design toch wat flair. De tv staat stevig op een brede voetplaat, maar we vinden dat hals nog vrij hard voor en achter kan flexen. 

Nu ook met HDMI 2.1

Vorig jaar moesten de Hisense modellen die we testten het nog stellen met HDMI 2.0, dit jaar zijn er twee HDMI 2.1-aansluitingen beschikbaar. Die leveren 48 Gbps bandbreedte, en ondersteunen dan ook 4K120. 

Hisense heeft aan de gamers gedacht, ook ALLM en VRR (HDMI VRR en AMD Freesync) zijn beschikbaar en de input-lag van 7,6 ms (2K120) en 16,5 ms (4K60) zijn zonder meer uitstekend. De combinatie Dolby Vision en 4K120 is ook mogelijk. ARC/eARC is beschikbaar op een van de HDMI 2.1-aansluitingen. Nu zijn de audioprestaties erg goed, zoals we verder zullen zien, maar wie toch externe audio wil, houdt dus maar één HDMI 2.1-aansluiting over. 

©PXimport

De lijst aansluitingen bevat verder twee HDMI 2.0-aansluitingen, twee usb-slots, een composiet video en stereo cinch ingang, hoofdtelefoon en optisch digitale audio-uitgang, ethernet, wifi en bluetooth. Let op, een usb-poort, de ethernetpoort en de optisch digitale audio-uitgang wijzen naar achter.

Omdat ze wat verzonken in het chassis liggen, is de kans op wandmontage minder reëel. Het toestel beschikt over een DVB-T/T2/C-tuner, een DVB-S/S2-tuner en een CI+-slot. Live tv pauzeren en of opnemen kan met een externe usb harde schijf.

VIDAA U, een smart tv-systeem met toekomst

Van een smart tv-systeem eisen we in essentie maar vier zaken. Het moet vlot werken, de interface moet dus snel reageren. Het moet overzichtelijk zijn, zodat je geen eindeloze tijd moet klikken om ergens te geraken. Je moet het kunnen personaliseren, iedereen heeft immers zijn eigen favorieten. En het moet een zo uitgebreid mogelijke lijst van de belangrijkste en populairste apps ondersteunen. 

Met dat in het achterhoofd kunnen we VIDAA U goede punten geven. De interface werkt erg vlot, ook in het instellingenmenu. Het Home scherm is overzichtelijk, met centraal in beeld een rij apps. Die rij kun je aanpassen, zodat je favoriete apps vooraan staan. Bij sommige apps, zoals Netflix, verschijnt er een rij aanbevelingen zodra je de app-tegel selecteert. Verder naar onder staan er aanbevelingen uit verschillende streaming-diensten. Dat is minder nuttig, maar het stoort ook niet. 

©PXimport

Goede punten tot hiertoe. Voor personalisatie scoren we VIDAA U gemiddeld, dat onderdeel is overigens bij de meeste systemen maar matig. Je kan gebruikersprofielen instellen, maar zoals vermeld kan je op het Home scherm enkel de rij apps aanpassen.

En dan is er het aanbod. Voor internationale diensten is dat uitstekend. Er is YouTube, Netflix, Disney+, Amazon Prime Video, Apple TV+, maar nog geen HBO Max. Bij de lokale diensten is er nog ruimte voor verbetering. Nederland is al redelijk bediend: NPO Start, KIJK, en NLziet. In België is het aanbod nog leeg, maar Streamz en VTM Go zitten naar verluidt in de pipeline.

De nieuwe Hisense afstandsbediening verraste ons. In plaats van compacter en vooral eenvoudiger, gaat deze terug in de richting van meer toetsen, namelijk niet minder dan twaalf sneltoetsen voor apps. Dat vinden we echt overdreven, zeker aangezien het onwaarschijnlijk is dat je ze alle twaalf ook echt gebruikt. 

Over het onderste deel van de remote kunnen we duidelijk zijn. Het oogt ouderwets, maar de layout is goed, de toetsen hebben een aangename, lichte aanslag en de iconen of opschriften zijn duidelijk. Slechte punten verdient hij niet, maar goede punten eigenlijk ook niet.

Beperkt aantal dimming zones

©PXimport

Minileds en local dimming, dat zijn vaak garanties voor prima contrast, maar veel hangt ook af van het type LCD-paneel. Voor deze 55U8HQ is dat een ADS-paneel, een variant van IPS. Het is dan ook geen verrassing als we een ANSI-contrast van 1160:1 meten, dat is vrij typisch voor zo’n paneel. 

Hoeveel kan local dimming dat verbeteren? Het aantal zones is in elk geval vrij beperkt, 14x8 (112). In Filmmaker mode (SDR) halen we dan 1740:1 tot 2100:1. Dat is geen sterke verbetering, maar het dimming algoritme houdt zonegrenzen wel goed verborgen, terwijl je veel schaduwnuances krijgt. 

Een zachte halo rond grote heldere voorwerpen tegen donkere achtergrond is onvermijdelijk, maar dat stoort veel minder dan een zichtbare zonegrens. Lichtaccenten zijn begrijpelijk wat gedimd. 

Je kan nog beter zwart en contrast bekomen door Local Dimming op de medium stand te zetten, maar dan is het wel mogelijk dat je soms een zonegrens ziet.

In HDR Filmmaker mode loopt de tv tegen de grenzen van zijn contrast aan. Er verdwijnt redelijk wat zwartdetail en de tv kan niet vermijden dat je zonegrenzen ziet als de achtergrond erg donker is. Toch heeft de Hisense flinke troeven voor HDR. 

Om te beginnen ondersteunt hij alle belangrijke HDR-formaten, inclusief Dolby Vision IQ en HDR10+ Adaptive. De minileds leveren 1.440 nits piekhelderheid op een 10% venster en 588 nits op een volledig wit scherm. En dankzij de quantum dots heeft hij een kleurbereik van 96% P3, dat is zonder meer uitmuntend. De tonemapping grijpt ook erg goed in, waardoor hij zelfs op heel helder gemasterde beelden nog veel witnuances geeft, en prima kleuren. 

In overwegend heldere en kleurrijke beelden zet de Hisense dan ook bovengemiddelde prestaties neer. De kalibratie van de HDR Filmmaker mode is overigens erg goed, met enkel wat overgesatureerd rode tinten. In SDR heeft de Filmmaker mode een rode tint in de grijsschaal, en dat is bijvoorbeeld zichtbaar in huidstinten die er wat te rood uit zien.

©PXimport

Beeldverwerking

Goed nieuws, Hisense heeft een aantal van de kleine beeldverwerkingsfouten weggewerkt die we vorig jaar op hun modellen zagen. Daarmee komen ze ondertussen al sterk in de buurt van wat we bij andere merken zien. De deinterlacing van 1080i beelden is goed, de processor werkt willekeurige ruis vrij goed weg en de upscaling creëert relatief zachte beelden al is dat geen nadeel. Te scherpe beelden kan je vrijwel nooit ongedaan maken, terwijl je hier met een beetje extra scherpte het beeld wat meer pit kunt geven. 

Blokvorming ten gevolge van zware videocompressie en kleurstroken in zachte gradiënten blijven een zwakker punt. Die kan de processor niet effectief bestrijden. Het 120 Hz-scherm levert een goede bewegingsscherpte, sportfans en gamers zullen dat op prijs stellen. De tv beschikt over een black frame insertion optie, maar die leverde geen extra detail en kostte wel wat helderheid. De motion interpolation toont dat de processor wat extra spierkracht kan gebruiken. In snelle pans stottert beeld alsnog, en zijn er relatief veel beeldfouten.  

Sterke prestaties voor filmgeluid

De visuele inspectie van het toestel onthult al een flinke audioconfiguratie. Er is niet alleen de voorwaarts gerichte luidsprekerbalk onderaan het scherm, maar ook een woofermodule in de rug en zelfs opwaarts gerichte speakers bovenaan de achterzijde. Samen goed voor 70 Watt vermogen én de tv ondersteunt Dolby Atmos en DTS HD. 

©PXimport

Na een hele reeks filmfragmenten en muziekstukken zijn we overtuigd, dit is meer dan we verwacht hadden, zeker voor deze categorie. Schakel in de instellingen over naar Dolby Atmos (in plaats van DTS Virtual X) voor een aangenamere, vollere klank en test welke preset je het liefst hoort. De set produceert ruimschoots volume en gaat niet snel in vervorming, met een heel potige baslijn (soms wat te intens zelfs), en een flinke surrroundervaring. Alleen het Atmos hoogte-effect was minder intens dan verwacht. 

Conclusie

Hisense zet met de 55U8HQ een uitstekende prestatie neer, en dat voor een bijzonder scherpe prijs. Bij de minpunten moeten we het matige contrast aanstippen, en de local dimming die in donkere HDR-beelden wat zichtbaar kan zijn. Maar laat je dat niet ontmoedigen.

De 55U8HQ voelt zich perfect op zijn gemak in een verlichtte woonkamer waar heldere content overweegt. Daar kan hij zijn stevige helderheid, ruim kleurbereik en universele HDR-ondersteuning optimaal uitspelen. Het scherm heeft bovendien een vrij ruime kijkhoek. 

De krachtige audioprestaties laten een uitstekende indruk na. VIDAA U is een prima smart tv-systeem, al loopt het nog een beetje achter op de concurrenten als het over ondersteuning van lokale apps gaat.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.